• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin interview met ...


Ellen Evers


De Musical Awards zijn weer in aantocht. Wie eens deze toonaangevende Award won, is Ellen Evers (42) voor haar rol in de musical De Drie Musketiers. Ellen over haar jeugd, haar werk, haar liefde, en vooral over haar vader; de rode lijn in haar leven en in dit interview.

Nachtkus voor Freddy

‘Dansen en zingen doe ik al mijn hele leven. Op mijn vierde begon ik met volksdans bij een kinderdanstheater, twee jaar later ging ik op pianoles. Muziek was mijn grote passie. Dat werd van thuis uit ook gestimuleerd. Ik had een eigen stereootje en koptelefoon en iedere zaterdag ging ik, enig kind, met mijn vader de stad in om naar lp’s te luisteren. Dan kocht hij er een paar en ik kreeg er ook een. Met het nummer Bohemian Rhapsody raakte ik volledig in de ban van Queen. Ik kende alle teksten uit mijn hoofd, al had ik er geen idee van wát ik zong. Freddy was mijn Grote Held. Tot over mijn oren verliefd was ik. Mijn hele kamer hing vol posters en iedere avond kreeg hij een kusje voor het slapen gaan. Mijn beste vriendinnetje Annemieke, net zo lijp van Queen als ik maar verliefd op de drummer, had speciaal voor mij ook een poster van Freddy opgehangen. Als ik bij haar logeerde, kon ik hem toch welterusten wensen.

Snuffelen

Pas op mijn zeventiende ben ik met zangles begonnen. Ik zat achter de piano met een songbook van Queen en speelde You take my breath away. Toen ik klaar was, zei mijn moeder: ‘Zing dat nog eens?’ En na de tweede keer: ‘Jij moet op zangles, jij kunt zo mooi zingen.’ Eigenlijk had ik na mijn middelbare school naar het conservatorium gewild, voor lichte pianomuziek. Ik heb er kort aan gesnuffeld, maar ik kreeg er les van Cor Bakker en toen ik zag met hoeveel gemak hij de toetsen bespeelde, wist ik: dit kan ik nóóit. Ik heb ook gesnuffeld aan de toneelschool en de kleinkunstacademie, maar ik wilde eigenlijk geen commitment maken om mij vier jaar vast te leggen. Keuzes maken is niet mijn sterkste punt. Ik denk altijd: als ik dit doe, dan kan ik dat níet doen. Ik ben bij Jeans beland en zo rolde ik de theater- en musicalwereld in.

Kippenvel

Jeans was meteen geweldig. Keihard werken, maar daar geniet ik van; dat je twee uur lang op de toppen van je tenen moet lopen. De adrenalinekick die je daarvan krijgt, heerlijk! En dan in de bus terug lekker geiten en eindeloos wijn drinken. En roken hè, dat deden we toen allemaal nog. Iedere productie die ik heb gedaan was weer om een andere reden leuk. Miss Saigon was mijn eerste Joop van den Ende productie, in het circustheater in Scheveningen: overweldigend, waanzinnig. In The World Goes Around, waar ik nu in speel, werk ik met vier mensen die ik echt heel goed vind. We kregen onlangs een recensie die zo asociaal goed was dat ik me er haast voor schaamde. Als ik op het podium sta, wil ik alles geven wat ik heb. Ik wil mensen laten lachen, ze ontroeren, ze kippenvel bezorgen. Als dat gebeurt, als je emoties teweeg brengt, dan kom je echt bij iemand binnen. Dat gaat het denken voorbij. Prachtig. Zelf kan ik dat ook hebben, bij bepaalde collega’s, dan hoor ik een bepaalde noot en krijg ik á la minute een dikke keel.

Kinderspeeltuin

Ik denk dat je in het theater altijd een beetje kind blijft. Het is een kinderspeeltuin waar volwassenen met hun gekwetste ego’tjes heel klein kunnen blijven. Je staat er ook een beetje buiten de echte wereld. Alleen al door de andere werktijden. Zo werk ik in het weekend altijd, mijn vrije dagen heb ik door de week. Als ik dan eens een keertje op zaterdag de stad in ga, word ik helemaal claustrofobisch! Wat ik zo leuk vind aan mij werk, is dat het nooit voorspelbaar is. Sleur, ik kan er niet tegen. Ik heb wel eens een tijdje op een advocatenkantoor gewerkt en ik vond het vreselijk dat vastlag dat ik daar het hele jaar, dag in dag uit, van negen tot vijf moest zijn.

Vriendschap

Een van mijn beste vrienden is mijn collega Tony Neef. Ik zag hem voor het eerst in Carré en dacht: wat kan die man waanzinnig zingen! Toen hij mij kort daarna op het podium zag staan dacht ook hij: wauw! Zo begon het, met bewondering voor elkaars stem. Er is een vanzelfsprekende vriendschap tussen ons, die niet gebaseerd is op urenlang praten of elkaar door en door verkennen, maar op het besef: het zit goed tussen ons. Dat heb je toch soms, dat je gewoon zomaar van iemand houdt? Pas sinds mijn vader dood is, weet ik dat Tony me aan hem doet denken. Zijn stem lijkt op die van papa en als Tony hoest, dan hoor ik mijn vader hoesten. Misschien dat ik me daarom meteen zo thuis voelde bij hem. Wat Tony en ik samen doen, is leuk. Altijd. Zo zijn we eens samen naar Zakynthos geweest, een last minute all inclusive: verschríkkelijk. Eén lange straat met vijftienjarigen die in hun blote kont op de bar stonden te dansen. Toch hadden wij een topvakantie: met een scooter zijn we het hele eiland over gecrosst, ik voorop, als Tina Trucker, Tony achterop, met z’n eeuwige shaggie, luid liedjes zingend. Genieten!

Kilometers

Mijn huidige vriend John was een kennis van mijn ex Bernard. Zes jaar geleden leerde ik hem onverwachts beter kennen. Ik zong demootjes in in zijn geluidsstudio, voor De Drie Musketiers. Dat was leuk, gezellig. Half juni was dat; 6 augustus overleed mijn vader. Mijn vader wilde graag dat ik een lied op zijn crematie zou zingen, maar ik dacht, dat kan ik niet live, dat gaat gewoon niet. Ik heb John gebeld. Ik zei: ‘Ik weet dat we nog geen vrienden zijn, dat we samen nog geen kilometers hebben gemaakt, maar mag ik in jouw studio dit nummer opnemen?’ Hij antwoordde: ‘Kilometers hebben we nog niet, maar je vriend ben ik al; kom maar.’ En ik kwam. De avond dat mijn vader gecremeerd is heb ik John gebeld en vanaf dat moment hebben we nooit meer opgehangen.

Ongrijpbaar

Verliefd worden op John was verwarrend. Ik had veel verdriet om mijn vader en dan val je opeens op iemand die veertien jaar ouder is en grijs haar heeft. Ik dacht: ben ik mijn vader niet aan het verruilen? Is het wel echt wat ik voel, of is het projectie? Dat zat me dwars, want ik vond John te lief en te bijzonder om vanwege verkeerde motieven op hem te vallen. Maar John was toch niet te vangen dat eerste jaar. Er viel haast geen afspraak met hem te maken, hij belde voortdurend af, getrouwd als hij is met zijn werk. Maar achteraf was dat eigenlijk wel goed. Anders had ik hem met huid en haar opgevreten. Nu moest ik mijn tranen op eigen kracht verwerken. En onze relatie bleek geen vlucht; we zijn nu al zes jaar samen. Hij is het voor mij. Maar ongrijpbaar blijft hij. Voor de buitenwereld ben ík degene met de grote mond, iedereen denkt dat alles gaat zoals ik wil. Arme John, zeggen ze dan. Ha! Niets arme John, arme Ellen. John doet niets dat hij niet wil. Hij is het rotsblok; ik ben het water dat erlangs stroomt, ertegen aan beukt, maar amper invloed heeft. Ons huis bijvoorbeeld, ik wil het al jaren laten opknappen. Maar John houdt dat gewoon tegen. Niet eens actief hoor, hij is meer van het passieve verzet, maar denk maar niet dat ik daar doorheen kom. Maar ach. Zou ik gelukkiger zijn met een strak geverfd plafond? Vast niet.

My Man

Ik zou nog best eens met John willen trouwen. Maar dan wel écht, met alles erop en eraan. Ik ben al eens getrouwd geweest, met mijn ex Bernard, die totaal niet romantisch was. We moesten een aantal zakelijke dingen regelen en trouwen bleek goedkoper dan een samenlevingscontract. Dus daar stonden we om negen uur ’s ochtends in het stadhuis, met ambtenaren als getuige. Een halfuur later was het klaar en toog Bernard gewoon naar zijn werk. Lang heeft ons huwelijk niet geduurd; drie jaar. Toen ik later eens op het huwelijk van een collega was - klein, intiem, mooi, ontroerend - dacht ik: als ik ooit trouw, wil ik het ook zó. Dan moet het ook echt kloppen. Wie weet gebeurt het nog eens, misschien ook niet. John is my man, daar is geen papiertje voor nodig.

Kleuters

Kinderen krijgen is niets voor ons. John en ik zijn allebei nog kleuters, veel te druk met ons eigen leven. Maar ik heb die ambitie ook nooit gehad; sommige meisje weten op hun elfde al dat ze moeder willen worden, ik heb dat nooit gevoeld. Ik zeg altijd: als ik niet eens in staat ben om iedere dag de drollen uit de kattenbak te scheppen, moet ik zeker niet aan kinderen beginnen. Maar er is meer. Ik ben geen gemakkelijk mens, voor mijn omgeving niet, maar vooral voor mezelf niet. Net als mijn vader. De geschiedenis moet zich niet meer gaan herhalen, het is klaar, híer moet het stoppen. De goede dingen van mezelf geef ik wel mee aan kinderen in de zaal, die ik inspireer met mijn liedjes, of tijdens zangles. Dat vind ik waardevoller dan per se een eigen kind uit mijn buik, bij wie ik misschien gigantische fouten ga maken.

Jammer, dat zeventje

Mijn vader heeft het ongetwijfeld goed bedoeld, maar hij heeft me veel meegegeven waar ik nog dagelijks last van heb. Hij was veeleisend. Kritisch. Op mijn twaalfde haalde ik bij de Cito-toets 97%; dat heb ik mijn hele pubertijd moeten aanhoren. Nooit was het goed genoeg. Als ik thuis kwam met een rapport vol achten en negens en één zeven voor wiskunde, keek hij het zwijgend in, gaf het terug, staarde de andere kant op en zei: ‘Toch jammer van dat zeventje.’ Ik denk dat hij zichzelf teveel op mij projecteerde, een groot gevaar voor alle ouders. Hij was zelf iemand met weinig discipline, gooide er vaak met de pet naar. Hij meende dat in mij te herkennen en probeerde mij te motiveren door me de grond in te stampen. Tot op de dag van vandaag zit me dat dwars. Ik weet nog steeds niet of ik nu eigenlijk wel ruggengraat heb, denk vaak dat alles mij maar is komen aanwaaien. Want ik héb toch helemaal geen doorzettingsvermogen? Die onrust en onvrede kan hevig zijn. Op toneel kan ik mij volledig geven, maar thuis kan ik dagen als oud vuil op de bank liggen, haast te lamlendig om mijn eigen billen af te vegen. Ook dát had mijn vader: die herinner ik me vooral liggend in het donker voor de tv, uren- en urenlang. Weet je: ik bén gewoon mijn vader. Ook qua irritaties. Mijn vader ergerde zich kapot aan alles en iedereen, ik heb dat ook. Ik kan uit mijn vel springen over hoe iemand drinkt, zit of zelfs maar ademhaalt. O, wat zou ik dat graag afleren!

Drie weken

En toch. Toch mis ik hem, mijn vader. Ik mis hem verschrikkelijk. Hij is nu al zes jaar dood, maar het verdriet blijft, het wordt maar niet minder, geen fractie. Ondanks alles was hij zo’n lieverd. Ik kon tof met hem praten en stoeien, hij was zo lekker gek. Hij was gewoon mijn papa. Een eenzame man die een nare jeugd had gehad. Iedereen krijgt van zijn ouders gereedschap mee om het te redden in de grote boze buitenwereld, maar hij had wel héél erg weinig meegekregen. Daar kan ik nog om huilen, en ook om de manier waarop hij gestorven is. Hij heeft zó geleden. Mensonterend. En alles ging zo snel. Hij kreeg kanker, maar na een aantal hevige chemokuren was hij helemaal schoon. Zeiden ze. Drie weken heeft hij prettig geleefd, toen was het plotseling volledig terug. Zeven dagen later was hij dood.

Weer twaalf

Mijn moeder is een echte moeder. Lief, zorgzaam. Ik heb altijd goed met haar kunnen opschieten. Onze band is wel veranderd sinds de dood van mijn vader. Bernard, die op jonge leeftijd zijn moeder verloor, zei vroeger altijd al tegen me: als een van je ouders sterft, ben je het instituut ouders meteen kwijt. Je bent direct kind af, er blijft iemand over voor wie jíj nu moet gaan zorgen. En dat was ook zo. De eerste tijd leunde ze erg op mij, raadpleegde mij voor alles. Op een gegeven moment heb ik dat bewust afgehouden. Dat vond ik moeilijk, ze was tenslotte mijn moeder en had altijd voor míj gezorgd. Toch vond ik dat ze op eigen benen moest staan. Een eigen netwerk moest creëren en anderen moest zoeken om mee te rouwen, in plaats van alleen met mij. Natuurlijk zou ik er zijn in uiterste nood, maar niet voor álles, onbeperkt. De eerste jaren zijn moeilijk geweest, ook omdat ze zelf veel gezondheidsklachten had. Nu gaat het uitstekend met haar. Ze vindt alleen zijn heerlijk, terwijl ze er altijd zo bang voor was. Maar ze zegt nu: nooit meer een man voor mij! Ons contact is weer in balans. Ik kan weer lekker bij haar op de bank liggen en opnieuw twaalf zijn.’

Wie is Ellen?

Naam: Ellen Evers

Geboortedatum: 28 januari 1966

Geboorteplaats: Amsterdam

Woonplaats: Leiden

Partner: John Kriek

Opleiding: Atheneum A

Carrière: onder andere: Jeans (1987) Cats (1992-1993) Chicago (1999-2001) 3 Musketiers (2002-2003) Telkens weer het dorp (2004) Turks fruit (2005-2006) Liedjes van Toon (2006-2007). Heden: The World Goes Around. Toekomst: soloprogramma (2009)

Meer informatie: www.ellenevers.nl

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide