• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin interview met ...


Sophie Hilbrand


In april 2008 maakt Sophie Hilbrand de overstap van de televisie naar het witte doek. Samen met haar vriend Waldemar Torenstra speelt ze in Zomerhitte, naar het boek van Jan Wolkers. De chemistry tussen de twee geliefden spat eraf. Sophie over liefde, trouw en onrust.

Waldemar zoenen

‘De chemie die je in de film ziet, die is er echt tussen Waldemar en mij. Na twee jaar relatie vind ik hem nog steeds héél erg leuk en bijzonder. Want dat ís hij gewoon. Wat ons bindt is nieuwsgierigheid. We zijn erop uit om de volheid van het leven op te merken en uit te diepen. Altijd zoekende, altijd enthousiast. En we zijn gewoon nooit uitgepraat. Afgelopen kerst was het twee jaar geleden dat de vonk oversprong. Best gek, want we kenden elkaar al een aardig tijdje via gezamenlijke vrienden. Telkens wanneer ik hem zag dacht ik: ‘Jeetje, wat een mooie, opwindende man. Maar ja, hij was al ‘gewoon Waldemar’ geworden, dus ik dacht er verder niet veel over na. Tot we op een heel gezellig feestje waren en plotseling samen gingen zoenen in de drankkast. Die week erna zat hij voortdurend in mijn hoofd. En toen hij aan een hele groep een sms stuurde of iemand nog een kaartje over had voor een bepaald feest waar ik ook naar toe zou, dacht ik: oké, wie ga ik schrappen, want hij móet mee. Eerste kerstdag vierde ik bij mijn ouders. Toen zij mij vroegen wat ik de volgende dag ging doen, zei ik: met Waldemar zoenen. En inderdaad. Die avond sprong echt de vonk over. We bleven met een grote groep logeren, zoals altijd na dat feest, om de volgende dag met z’n allen te ontbijten en stapels dvd’s te bekijken. Toen Waldemar even ging douchen was ik meteen aan het smiezen tegen mijn vriendinnen: hij is helemaal te gek! En dat vind ik nog steeds.

Die aantrekkingskracht maakt onze liefdesscènes in Zomerhitte nog net wat overtuigender. Maar als acteur moest je zoiets natuurlijk met iedereen kunnen spelen, al lijkt me dat niet eenvoudig als je iemand écht niet leuk vindt. Ik vind de film prachtig geworden. Hij is zó lief. Zomerhitte is een combinatie van een thriller en een liefdesverhaal, zonder dat een van de twee lijnen overheerst en dat is best bijzonder. Ik vond het spannend om deze rol te spelen, soms zelfs een beetje eng. Kijk, op televisie voel ik me zeker. Dat is wat ik doe, wat ik kan, dat is míjn plek. Maar hoewel ik wel eerder in twee korte films heb gespeeld, was dit de eerste keer dat ik in de ervaren filmwereld stapte. Dus, ja, natuurlijk ben je dan nerveus. Maar ik had zoveel vertrouwen in regisseur Monique van de Ven dat ik toch dacht dat het wel goed zou komen. En zo’n nieuwe uitdaging aangaan is ook leuk. Je kunt wel dat blijven doen waarvan je weet dat je er goed in bent, maar leuker is het om nieuwe dingen aan te gaan. Ik hoop dat ik de kans zal krijgen vaker dit soort producties te doen. Dan zou ik nog wel wat workshops gaan volgen, me specialiseren. Ik wil dat het acteren in mijn bloed gaat zitten. Hoe beter je iets kunt, hoe leuker het is.

In de film zit een masturbatiescène van mij. Best gek om te doen maar ook wel lollig. Ik wist al heel lang dat die eraan zou komen en eigenlijk viel het best wel mee. Zoiets doe je op een afgesloten set hoor; niet de hele crew staat erom maar een man of vijf. Ik had er vertrouwen in dat het goed gemonteerd zou worden, en dat klopt ook, het is heel mooi geworden, niet banaal.

Door spuiten en slikken heb ik een wild imago, maar dat slaat eigenlijk nergens op. Dat programma ging immers helemaal niet over míj maar juist over anderen. Oké, ik heb ook best wel eens wat drugs gebruikt maar qua seks ben ik helemaal niet zo vrijgevochten of losgeslagen. Voor mij geen andere mensen erbij, of wilde seksparty’s. Ik heb een aantal relaties gehad en daarin ben ik altijd trouw geweest. Ook nu met Waldemar vind ik trouw heel belangrijk. We hebben daar duidelijke afspraken over en sowieso dat we het elkaar meteen vertellen als er toch iets zou gebeuren. Of er dan nog over te praten valt? Tja, ik weet het niet. Ik denk ook dat als er zoiets gebeurt er al wat mis zit…

Op veel gebieden ben ik heel onrustig, in mijn relatie heb ik wel wat meer rust gevonden dan vroeger. Bij mijn eerste serieuze relatie, tweeëntwintig was ik toen, toen was ik achteraf gezien gewoon echt te jong. Ik kon er niet helemaal voor gaan, zag een relatie toch als beperkend. Dat heb ik niet meer. Wel stel ik ook aan mijn relatie hoge eisen: als mensen zeggen, een relatie is zo veilig, lekker dat er altijd iemand voor mij is denk ik: jach! vreselijk! Met dat soort algemeenheden heb ik echt niets. Ik wil met iemand zijn omdat ik hém wil, hem echt leuk vind, en nog van alles wil weten van hem en ontdekken.

Wat al mijn vriendjes gemeen hadden, was dat ze allemaal ondernemend, begeesterd waren.

Ik heb goede herinneringen aan al mijn vriendjes. Er is niemand bij waarvan ik denk: nou jaaaa, wat zag ik in jou? Ik snap het nog steeds, ik zie nog altijd wat mij in hen aantrok. Mijn laatste vriendje is zelf een van mijn beste vrienden geworden. Anderhalf jaar zijn we samen geweest, toen was het gewoon op. Natuurlijk even rot, als het dan uitgaat, maar al vrij snel kregen we toch gewoon vriendschappelijk contact. En nu is hij samen met een goed vriendinnetje van mij! Hartstikke leuk vind ik dat.

Onrustig

Ik ben heel nieuwsgierig en enthousiast maar daar zit ook een negatieve kant aan: onrust. Ik zoek altijd uitdagingen, zowel zakelijk als privé, er moet altijd iets gebeuren. Ik kan echt jaloers zijn op mensen die de hele dag thuis op hun slippertjes nog eens koffie gaan halen: ik kan dat niet. Ik heb altijd het gevoel dat er iets moet gebeuren. Er is altijd nog zoveel te doen, te lezen, te beleven. Het leven moet altijd leuk zijn. Terwijl je soms ook wel zou kunnen denken: ik ben vandaag gewoon chagrijnig, dit gaat niets meer worden, en dat geeft ook niet. Dat kan een hoop stress geven. Want het is meteen van: wat dan? Ik heb het gevoel dat ik mijn tijd altijd goed moet besteden, altijd. Terwijl je ook wel eens níets kan doen. In mijn werk zit ik natuurlijk altijd op een hoog energieniveau, ben voortdurend bezig met dingen bedenken, doen. Als ik op vakantie ga is dat altijd afkicken. Want wat moet je dan?

Die onrust, die heb ik van mijn vader. Hij is ook iemand die altijd bezig moet zijn. Mijn moeder is juist iemand die altijd wil ouwehoeren, overal in geïnteresseerd is. Ik heb allebei die eigenschappen, ben dus echt een mix. Ik heb ontzettend leuke ouders, kan erg goed met ze opschieten. Het was vroeger altijd al heel gezellig bij ons thuis, veel mensen over de vloer en feesten, al mijn vrienden vonden hen ook altijd leuk, en nog. Vroeger woonden ze in Brabant, nu wonen ze een stuk dichterbij. Ik zie ze vaak en ze kijken veel naar me, en bellen dan altijd trots op. In mijn hele leven is er maar één tijd dat het ietsjes minder ging, nu ja, dat ik wat meer mijn eigen gang ging. Hoewel ik wel heel vrij was, waren er van thuis ook dingen die niet mochten, maar daar trok ik mij niets van aan, ik deed ze toch. Dan sloop ik ’s nachts stiekem het huis uit en ging de stad in. Soms ontdekten mijn ouders dat en haalden de sleutel onder de steen vandaan. Tja, dan moest ik aanbellen. Maar dan had ik altijd wel weer een smoes voorhanden en echt zin om kwaad te worden hadden ze ook niet, dus ach... Ik heb genoten van die tijd. Specifieke toekomstdromen had ik niet, volgens mij, wel wist ik: ik moet naar Amsterdam. Dáár gebeurt het, daar zit ik vlak bij het nieuws. Daarom ben ik ook daar gaan studeren.

Met wie ik ook een goede band heb, is mijn zus. Zij is een paar jaar ouder en woont nu, na vele omzwervingen in Amerika, in Ierland. Ik spreek haar zeker twee, drie keer per week en dat is altijd zo prettig. Bij haar word ik misschien wel het allermeeste echt mezelf. Ik raak meteen ontspannen, relaxed, kan mezelf zijn. Niet dat ik anders een rol speel, ook niet op tv, maar bij haar is het toch anders. Ik kan het niet goed benoemen maar het is gewoon meteen goed. We kennen elkaar al zo lang en zo goed en we kunnen lachen om dingen waar je met niemand anders om kunt lachen. Ik heb diep respect voor mijn zus. Ze is echt een mega bikkel. Zo stoer. Ze volgt haar man in zijn werk, over de hele wereld, telkens moet ze alles weer opnieuw opbouwen, weer ergens aanbellen van, dingdong, ik ben de nieuwe buurvrouw. Zelf werkt ze nu niet maar voedt ze haar twee kinderen op, van een en drie jaar, haar man werkt zes dagen per week van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat. Niet altijd makkelijk. Het is toch doorbijten, je voelt je soms alleen. Ik zie dat zij dan gewoon vooruit kijkt. Zo van: ze worden ouder, het wordt makkelijker, het is nu gewoon even niet anders. Zelf zou ik dat niet kunnen. Ik ben veel ongeduldiger. Als iets vandaag niet goed voelt, denk ik meteen: dan moet ik het veranderen. Ik kan minder investeren op de lange termijn, ben een twijfelaar. Terwijl zij door haar instelling al wel over de hele wereld heeft gewoond en zoveel sterker is geworden. Zij kiest, en staat daar achter, ook als het even niet makkelijk is. Ik ben meer een twijfelaar.

Ik zie bij mijn zus hoe prachtig het is om kinderen te hebben. De band tussen moeder en kind is zo bijzonder. Ik hoop dat absoluut zelf ook mee te maken, ik denk dat je echt iets belangrijks mist in het leven als je dat niet ervaart. Hoewel, als je het niet weet, dan weet je dat ook niet natuurlijk. Maar ik zie de liefde, ik zie mijn zus zo verschrikkelijk veel van haar kinderen houden, dat is prachtig. Zo lekker knuffelen met mama, heerlijk. Ja, ik kan me daar enorm op verheugen. En tegelijkertijd zie ik er ook tegen op. Juist omdat ik zulke hoge eisen aan het leven stel zal het wennen zijn dat ik opeens niet meer zelf mijn leven en tempo betpaal, maar een kind! Maar het zou voor mij juist ook wel heel goed zijn. Want dan kan ik wel duizend dingen willen, het kan dan gewoon even niet! Het zal pittig zijn een tijdje niet te werken. Ik geloof namelijk dat je je werk gewoon een beetje wórdt, de gesprekken, de hoge snelheid, de hoge energie. De uitdagingen. Als je dat kwijt raakt raak jezelf een beetje kwijt. Er wordt plotseling niets meer aangewakkerd. Kan me best voorstellen dat je daar wat downig van wordt. Ik zou na de eerste tijd dan ook zeker wel willen blijven werken. Maar ja, vijf dagen een kinderdagverblijf vind ik ook weer niets. Ik heb al tegen mijn ouders gegrapt: als ik kinderen krijgt, krijgen jullie nog een dag per week voor jullie zelf, de rest is voor mijn kind. Ha, daar trappen ze niet in hoor.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide