• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » interview met ...


Actrice Hanna Verboom


Actrice Hanna Verboom speelt de hoofdrol in de televisieserie De co-assistent, die eind september van start gaat. Speciaal voor deze opnames woont ze weer een tijd in Amsterdam. Op een zonovergoten terras op het Rembrandtplein sprak ze met Vriendins Lydia over de passies in haar leven.

Droom

‘Op mijn achttiende maakte ik een wereldreis. De eerste tijd was ik alleen, later reisde ik met mijn beste vriendin door Azië. Tijdens onze laatste week zaten we samen in Thailand op het strand. En plotseling wist ik het. “Over twee jaar speel ik in een film!” zei ik. Mijn vriendin moest hard lachen. Want het sloeg nergens op. Ik had nog nooit iets dergelijks gedaan, zelfs op de middelbare school had ik niet meegedaan met de toneelclub. Maar zomaar opeens was ik ervan overtuigd dat het iets voor mij was. En mijn droom kwam uit. Wat kan het raar lopen in het leven hè. Maar ik geloof er erg in, dat wanneer je écht iets wilt en er helemaal voor gaat, het je dan ook lukt.’

Afrika

‘Actrice worden, dat was dus geen kinderdroom. Sterker nog, tot mijn tiende wist ik niet eens dat dat überhaupt een beroep was. Ik ben namelijk opgegroeid in Afrika en wij hadden daar geen televisie. Mijn ouders waren ontwikkelingsmedewerkers. Eerst woonden we in Kenia. Dat was geweldig: het avontuur, de natuur, de ruimte om te spelen. Ik herinner me nog de eerste keer dat ik naar Nederland kwam, ik moet een jaar of zes zijn geweest. Samen met mijn broertje van vier keek ik sprakeloos naar al die gekke, blanke Nederlanders, die allemaal schoenen droegen. Met witte sokken! In de loop van de jaren werd ook Nederland mij vertrouwd, toch was Afrika mijn thuis.’

Aids

‘Op mijn tiende verhuisden we naar Oeganda. Dat was minder leuk. We woonden in de hoofdstad Kampala, levensgevaarlijk. Elke avond hoorde je overal mitrailleurschoten. Ik fantaseerde erover om in een hotel te wonen, daar was tenminste bewaking. Wat ook vreselijk was, was de aids in het land. Mijn vader gaf les aan de universiteit. Aan het eind van het jaar was eenderde van de klas weg: of ze waren zelf aan aids overleden, of ze moesten iemand verzorgen met deze ziekte. Verschrikkelijk. Ik ben eens mee geweest om een van zijn studenten op te zoeken. Er was nog maar een heel klein beetje mens over; niet meer dan wat botten die nog net konden bewegen. Het doet nog altijd pijn om daaraan terug te denken. Afrika is een continent met een verscheurd hart. Het is altijd de dupe. Zelfs nu met de global warming. Wij zitten hier in april lekker met dertig graden, daar hebben de boeren meteen geen oogst meer.’

Nederland

‘Toen ik twaalf was kwamen we naar Nederland. Mijn ouders wilden graag dat ik hier de middelbare school zou doen en dat wilde ik zelf ook. Ik had altijd thuisscholing gehad en vond het onwijs leuk om nu met dertig andere Nederlandse kinderen in een klas te zitten. Maar de overgang van Afrika naar Nederland was voor ons hele gezin heftig, vooral voor mijn broertje. Hij had zo’n last van heimwee dat we onze hond uit Afrika hebben laten overkomen. Ik genoot van mijn middelbareschooltijd, van al mijn vriendinnen. Maar het buitenland bleef trekken. Toen ik achttien was moest en zou ik in mijn eentje op wereldreis. Mijn ouders vonden het verschrikkelijk, ze waren er enorm op tegen. Nu snap ik dat best! Als ik een dochter van die leeftijd zou hebben zou ik haar nooit, never alleen laten vertrekken! Alléén als ikzelf ook mee zou mogen! Maar ik zette door indertijd. En gelukkig is alles goed gegaan. Als je uitstraalt dat je niet bang bent, voelen mensen dat, denk ik. Maar ik moet wel bekennen dat ik altijd een peperspray bij me had, voor noodgevallen. Gelukkig heb ik hem nooit hoeven te gebruiken. Ik ben door heel Centraal-Amerika getrokken, en door Nieuw-Zeeland en Australië. En door Azië dus, met mijn vriendin. Reizen vind ik geweldig. Het opent je geest. Je gaat er ook door beseffen hoe je geboft hebt dat je hier in Europa geboren bent, in plaats van in een klein dorpje in India.’

De liefde

‘Na mijn wereldreis ging ik in Amsterdam studeren. Het was wel wennen om terug te zijn. Soms zat ik met mijn vriendin aan de telefoon te klagen over de vervelende tentamens die we moesten doen, we wilden veel liever weer op reis. Maar ach, ook hier was mijn leven een avontuur. Ik ging filosofie, economie en minor filmwetenschappen studeren. In de collegebanken van filosofie ontmoette ik mijn vriend. Het was liefde op het eerste gezicht. Onafscheidelijk waren we. We deelden de passie voor het filmvak en we gingen allebei dezelfde richting uit: ik sta nu vóór de camera, hij erachter. We geloven in elkaar, we zijn elkaars grootste fan. Hoewel het een paar keer uit is geweest blijven we elkaar opzoeken, kennelijk horen we bij elkaar. Tegenwoordig laten we elkaar erg vrij. En dat is goed. We zijn nog jong, dan moet je je eigen ding doen. Daarom was het ook geen probleem dat ik vorig jaar voor mijn werk naar Amerika ging. Als een relatie goed zit, gaat het heus niet kapot omdat je elkaar een paar maanden niet ziet.’

Los Angeles

‘Het afgelopen jaar heb ik in Los Angeles gewoond. Ik had daar een agent die telkens zei: wanneer kom je nu hier? Ik wilde wel, maar bleef het uitstellen. Maar ik wist dat ik er veel ervaring kon opdoen. Dus toen ik tijd en ruimte vond, dacht ik: nu ga ik. Los Angeles is een fascinerende stad, alle film en entertainment heeft daar zijn oorsprong. Ik ontmoette er in no time veel grote regisseurs en acteurs. Ik voelde me er net een klein meisje in een snoepwinkeltje! Maar o, wat heb ik een heimwee gehad. Zeker de eerste tijd viel niet mee. Amerikanen zijn glad, gepolijst, ze zeggen niet waar het op staat. Soms verlangde ik er zo naar om mijn ouders weer te zien, of om lekker met mijn vriendinnen op de bank te hangen. Vrouwen in LA zijn toch heel anders. Het zijn echt meisjes-meisjes. Ze zijn extreem met hun uiterlijk bezig en roepen de hele dag “O my God!” Mijn Nederlandse vriendinnen zijn totaal anders. Ik noem hen altijd ragwijven, hoewel ze er niet zo uitzien hoor. Het zijn prachtmeiden, maar ze zijn stoer, carrièregericht, ze weten wat ze willen. LA meisjes daarentegen zitten het liefst de hele dag in een nagelsalon en gaan dan ’s avonds op stap om een rijke man te scoren.’

Amsterdam

‘Ondanks mijn heimwee wist ik dat het goed was om in Amerika te zijn. Ik ben verliefd op het acteervak, dus dan zet je door. Ik kon er zoveel leren. En ik had weer de kans om veel te reizen, moest voor opnames naar Panama, Zuid-Afrika. Ontzettend leuk. Maar nu ik voor De co-assistent weer een tijdje in Amsterdam ben vind ik ook dat verrukkelijk. Mijn huis heb ik onderverhuurd, ik woon tijdelijk bij mijn vriendje, middenin de stad. Ik geniet ervan. Lekker rosé drinken op terrasjes met vriendinnen. Alleen moet dat tegenwoordig zonder sigaret erbij. Ik ben sinds drie weken gestopt. Met een laserhandeling, een soort acupunctuur. Dan laseren ze bepaalde punten om energiebanen weer op orde te krijgen, of zoiets. Ach, misschien is het gewoon een placebo-effect hoor! Maar ik geloof wel dat ik iets merk. Het stoppen gaat redelijk goed, behalve dan met een drankje erbij, dan moet ik wel vechten. Om nu niet veel aan te komen, probeer ik meer te sporten. Helaas ben ik nogal lui. Daarom heb ik sinds kort een personal trainer, die laat me flink zweten in de sportschool. Na de eerste keer kon ik haast de trap niet meer op van de spierpijn!’

Familieband

‘Mijn familie is mijn alles. Ik heb een heel goede, hechte band met mijn ouders. Mijn moeder is een enorme schat, zo lief en zorgzaam. Mijn vader is mijn vriend en raadgever, als ik met een dilemma zit bespreek ik dat met hem. Mijn “kleine broertje” is inmiddels tweeëntwintig en een kop groter dan ik. Vroeger vocht ik met hem – tot hij sterker werd en altijd won, toen begon ik er niet meer aan – nu is ook hij een goede vriend geworden. Dan is er nog mijn zusje van vijftien. Prachtig om te zien hoe zij nu van meisje vrouw aan het worden is. We gaan samen shoppen en roddelen over leuke jongens. Tot slot komt dan mijn broertje van tien, het nakomertje. Dat is een grote deugniet met een gigantische fantasie. Het liefst wil hij naar de Spiderman-school in New York en hij kan niet wachten tot hij later ook het theater in kan. Ja, ik geloof vast dat hij ook acteur wordt.’

                                        

De co-assistent

‘Acteren vind ik geweldig. Echt, ik heb zo’n leuk leven. Ik kom op zoveel verschillende plekken, in zoveel werelden. Het ene moment sta ik in de jungle in Panama, dan weer loop ik mee in een ziekenhuis om te kijken hoe dat nu allemaal werkt. Ik vind het ontzettend leuk om Elin te gaan spelen in De co-assistent. De scriptschrijvers zijn top (onder meer Ronald Giphart, red.) en ik speel met goede, zeer getalenteerde mensen. Zo heb ik grote scènes met Thom Hofman. Fantastisch! Ik hoop nog veel beter te worden op acteergebied. Toch droom ik er ook van om ooit zelf nog eens achter de camera te staan. Als actrice ben je toch afhankelijk van de regisseur, het script, maar achter de camera kun je alles zélf bepalen. Maar dat komt later nog wel. Voorlopig richt ik me op De co-assistent. Het wordt weer een volgend hoogtepunt. Want als ik moet aangeven wat ik qua werk tot nu toe het leukste vond, dan zeg ik: alles! Alles is uniek en bijzonder. Ik zie het leven als een groot avontuur. Sommige dingen gaan goed, andere slecht, maar dat maakt niet uit. Alles is leerzaam. The journey is more important than the goal.’

Wie is Hanna?

Naam: Hanna Verboom

Geboortedatum: 11 mei 1983

Geboorteplaats: België, Vilvoorde

Relatie: ja

Opleiding: VWO, filosofie, economie en minor filmwetenschappen

Prijzen: publieksprijs Elite Model Look 2003

Werkervaring: presentatrice Top of the Pops, film Snowfever (2004), Deuce Bigalow: European Gigolo (2005) Drifter (2007), The Interior (2007), The Seven Years of Daran (2007).

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide