• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » interview met ...


Cabaretière Katinka Polderman


In februari 2005 won Katinka Polderman (26) het Leids Cabaret Festival, waar bekendheden als Najib Amhali, Sanne Wallis de Vries en Lebbis & Jansen haar voorgingen. Met haar gitaar zingt Katinka hilarische liedjes. Simpel van toon, simpel van muziek, maar met een adembenemende kracht, humor en originaliteit. Samen met haar onafscheidelijke hondje Bus verovert ze momenteel de Nederlandse theaters.

Een week voor het interview woon ik een voorstelling van Katinka bij. Wat sloom staat ze op het podium, dat volgebouwd is met lege bierkratten. Het is even wennen, maar al heel snel zit ik continu met een glimlach op mijn gezicht. Soms zelfs moet ik schaterlachen, iets wat me niet vaak overkomt in het theater. Maar Katinka’s teksten zijn ijzersterk. Af en toe is ze erg grof, maar ze kan het hebben. Ze propageert het kannibalisme, rekent af met de antirokersbrigade en zingt een romantisch ‘zaadlied’ over de geneugten van het pijpen. Verder hoopt ze dat ze nooit doodgeslagen wordt (want dan krijgt ze zo’n voorspelbare stille tocht) en het liefst zou ze eens een brandje steken in een kinderdagverblijf, vol ‘minihitlers met een mandarijn’. Nieuwsgierig reis ik een week later af naar Den Bosch. Wie is deze ‘Polderman’, zoals ze zichzelf consequent noemt, en hoe heeft ze het, zo jong nog, al zo ver geschopt?

Katinka:
“Ik kom uit Zeeland, uit ’s-Heer Abtskerke. Dat ligt vlakbij Goes. Ik kom er nu helaas niet zo vaak meer, omdat ik het erg druk heb met optredens, en omdat Den Bosch, waar ik nu woon, niet om de hoek is. Toch geeft Zeeland mij altijd nog een gevoel van thuiskomen, ook omdat mijn ouders er nog wonen, met wie ik een heel goede band heb. Ik heb er een leuke jeugd gehad. Al van jongs af aan was ik met taal, met teksten in de weer. Toen ik eens mijn oude kamer uitruimde, vond ik een schoolschrift uit de eerste klas lagere school, vol woorden als vis, vuur, boos. Zodra die woorden zinnen werden, werden het zinnen op rijm! Kennelijk trok mij dat toen al. In mijn puberteit schreef ik pornografische liefdesgedichten voor mijn docenten. Die legde ik dan stiekem in hun postvakjes. Die leraren wisten heus wel dat ik dat deed, maar ze vonden het allemaal erg grappig. De docenten die géén gedichten kregen waren eigenlijk zelfs beledigd! Toen ik op mijn vijftiende een elektrische gitaar kreeg, heb ik die gedichtjes op muziek gezet en ben ik ermee gaan optreden. Dan stond ik daar op het podium van de schoolaula, en verschool zo’n leraar over wie het ging zich met een knalrood hoofd achter in de zaal, haha. Omdat ik merkte dat veel mensen mijn liedjes leuk vonden, ben ik ermee verder gaan. Ik heb ook nog met een groep vriendinnen de band ‘Willem Alexanders Harem’ opgericht, vol liedjes over poep en seks; van dat repertoire dat je het einde vindt als je zestien bent. We traden vooral op rond Koninginnedag.

Op mijn zeventiende ben ik naar de Rotterdamse cabaretacademie gegaan, een paar jaar later stapte ik over naar de Koningstheaterakademie in Den Bosch. Het was helemaal niet zo dat ik er daar meteen uitsprong, hoor. Integendeel zelfs. Ik ben nota bene twee keer blijven zitten, al kun je het zo eigenlijk niet echt noemen. Ik was gewoon nog niet klaar voor de volgende fase, zeg maar. Polderman is vaak traag. Maar als dan het moment daar is, dan is het ook helemaal raak! In die eerste jaren heb ik zelfs nog een tijdje podiumvrees gehad. Zo vaak moesten we niet optreden, en als het dan wél moest, werd je ook meteen streng beoordeeld door docenten. Vreselijk. Om mijn podiumangst te overwinnen werd ik een soort vliegende keep, die tussen andere acts door even wat kwam doen. Dan zong ik mijn eigen liedjes met mijn gitaar, en zei tussendoor hele domme dingen van de zenuwen. Die domme dingen bleken leuke grapjes, want met dát programma won ik opeens het Leids Cabaret Festival! Iedereen dacht wel dat dat zou gebeuren, behalve ik. Stómverbaasd was ik. Het was een heel bizar, bijzonder moment. Ik had thuis nog cassettebandjes van het festival toen Najib Amhali won, tegen wie ik zo opkeek, en nu won ik zélf! Nou, dan ga je heel gauw aan het bier natuurlijk.

Vanaf de volgende dag was het een gekkenhuis: heel veel sms’jes, mailtjes, telefoontjes, het hield maar niet op. Overweldigend. Soms was het gewoon even te veel. Ik woon niet zo groot, en ik werd helemaal chagrijnig van alle bloemen die werden bezorgd: ik kon geen poot meer verzetten en had helemaal niet genoeg vazen! En de ene interviewaanvraag na de andere kwam maar binnen. Gek hoor: het ene moment was ik nog gewoon een doorsnee student, nu was ik opeens de cabaretière. Het heeft wel drie maanden geduurd voordat ik een beetje over de shock heen was. Maar natuurlijk was het fantastisch dat ik won. Zelf vond ik een paar anderen veel beter, maar kennelijk viel ik meer op. Ik vermoed dat mijn kracht juist in al mijn beperkingen ligt. Ik kan niet zoveel, maar wát ik kan, kan ik goed en kan ík alleen. Eigenlijk blink ik alleen uit in teksten schrijven. Want echt mooi zingen kan ik niet, ik sta niet recht en elegant op het podium en ik speel erbarmelijk gitaar. En tóch heeft het wat! Juist doordat mijn hele act zo krakkemikkig is, komen de teksten van de liedjes goed over, en daar gaat het ten slotte om. Ja, heus waar hoor, ik speel erbármelijk gitaar. Alle liedjes hebben vrijwel identieke akkoorden. Ik speels zelfs twee liedjes na elkaar die zó op elkaar lijken dat ik, wanneer het applaus na het eerste liedje klinkt, direct door dat kabaal heen inzet met nummer twee, zodat het niet zo opvalt.

De inspiratie voor mijn liedjes haal ik overal vandaan. Ik lees iedere dag drie kranten, dus er is genoeg waar ik me kwaad over kan maken, of waar ik me over verbaas. Ik wil niet alleen maar grappen maken, ik wil ook iets verkondigen. Zo zing ik een loflied over bimbo Christina Aguilera. Daar kan ik me zo over opwinden! Hebben we die hele feministische golf gehad, loopt zij daar in haar bh door het beeld te zingen dat ze zo geil is. Ze veegt in één klap vijftig jaar feminisme weg. Zó stom. Tja, en daar schrijf ik dan een loflied op. Want je kunt wel zingen: ik vind het belachelijk, maar dan heb je geen cabaret; je moet een leuke, originele invalshoek zoeken die mensen verrast, verwondert, aan het lachen maakt. Zelf heb ik niet veel met uiterlijk. Ik sta gewoon op het podium zoals ik ben. Wat ik vervelend vind, is dat sommige recensenten het nodig vinden om daar wel op in te gaan. Iemand schreef een keer dat mijn kleding er niet uitzag. Daar kan ik me over opwinden. Wat maakt het nou uit hoe ik erbij loop? Daar gaat het toch niet om, het gaat toch om mijn liedjes? Of ze schrijven dat ik dik ben, pfff. Het is toch niet zo dat ik met tig kilo in een wagentje vervoerd moet worden of dat het podium galmt bij iedere stap die ik zet? Weet je: als ik een man was geweest, hadden ze het níet over mijn uiterlijk gehad, zeker weten.

Naast mijn optredens schrijf ik iedere elke twee weken een liedje voor het radioprogramma Andermans veren, en ik verzorg een wekelijkse column in Trouw. Ik zou nog wel meer willen schrijven maar ik heb het veel te druk! En ik probeer nu meer tijd vrij te maken voor vrienden, lekker een terrasje pakken of naar de kroeg gaan; de afgelopen jaren is dat er veel te vaak bij ingeschoten. Dat altijd maar met je werk bezig zijn is ook niet alles, het is belangrijk om dat af en toe helemaal los te laten. Ik heb één vriendin, Esther, met wie ik heel veel deel. Ook zij werkt heel hard, dus af en toe hangen we samen uitgeput op de bank hangen met een bordje eten. We zijn dol op spelletjes zoals Carcassonne, Kolonisten van Catan of Scrabble.

Met mijn theatervoorstelling blijf ik nog wel een jaar rondtrekken. Ik ga ook naar China en Washington om daar op te treden voor expats, Nederlanders die zijn uitgezonden. Natuurlijk gaat mijn vriend Bart dan ook mee, hij werkt namelijk als technicus bij mijn programma. Onze relatie begon eigenlijk als een geintje. Ik heb hem ontmoet op de academie van het Koningstheater. Hij was daar hoofd techniek. Het leek mij wel een goeie grap om eens met de technicus naar bed te gaan. Eigenlijk vonden we elkaar hélémaal niet leuk maar we werden een keer zo dronken dat er wat gebeurde. En dat bleef niet bij één keer, tot we zo vaak bij elkaar sliepen dat we zoiets hadden van: we kunnen eigenlijk net zo goed wat beginnen samen. En dat duurt al zeven jaar! We hebben het heel erg leuk. Omdat hij de techniek doet bij mijn voorstellingen, zijn we veel samen op pad. Dat is prettig. Stel dat hij een kantoorbaan had, en ik in de theaters stond, dan zouden we elkaar gewoon nooit zien. Dit is echt ideaal en heel vertrouwd. We vertrekken samen en rijden ook weer samen terug, zodat we de voorstelling nog kunnen bespreken. En we gaan drie keer per week uit eten als ik moet optreden, en dat is dan werk: heerlijk!

Omdat we dus altijd samen op pad zijn, vaak van vroeg in de middag tot laat in de avond, zou ons hondje Bus sowieso altijd mee moeten. Maar dan krijg je dat gedoe dat honden in sommige theaters niet worden toegelaten of dat hij de hele avond zielig in zijn uppie in de kleedkamer moet zitten, en dat bevalt hem helemaal niet. Daarom heb ik bedacht dat hij en ik maar een duo moesten vormen. En dat vindt hij hartstikke leuk. Hij is het theater ook gewend hoor. Vroeger nam Bart hem al vaak mee naar voorstellingen, dan lag hij de hele avond aan zijn voeten onder het mengpaneel. Nu is hij dus gepromoveerd naar het podium en ligt de hele avond in mijn gitaarkist. Het enige dat hij niet zo leuk vindt, is de harde knal die ergens in mijn programma voorkomt. Hij mag dan al wel veertien zijn en een beetje doof, maar dit stelt hij niet op prijs. Maar hij weet inmiddels precies wanneer die knal gaat komen, en bij het eerst couplet van dat liedje gaat hij er snel vandoor, heel grappig. Wat ook leuk is, is dat hij dondersgoed aanvoelt dat hij een bepaalde rol heeft en dus bijzonder wordt gevonden. Na de voorstelling zijn er altijd mensen die hem enthousiast komen begroeten. Ze willen allemaal even knuffelen met de artiest!’

© Lydia van der Weide

april 2007

Wie is Katinka?

Naam: Katinka Polderman

Geboortedatum: 1 mei 1981

Geboorteplaats: ‘s-Heer Abtskerke

Relatie: Ja, met Bart

Broers, zussen: 1 broer, Michiel (2 jaar jonger)

Opleiding: Middelbare school HAVO, Sint Willibrordcollege Goes , Cabaretacademie Rotterdam, Koningstheaterakademie Den Bosch (en tussendoor nog 3 maanden Media- en Informatiemanagement aan de Hogeschool van Amsterdam)

Carrière: Winnares Leids Carabat Festival 2005, Zonta Award 2006, nu in de theaters met haar eigen voorstelling. Meer informatie: www.katinkapolderman.nl

Andere werkervaring: onder meer ouvreuse bij Cirque du Soleil, typiste, secretaresse, verkoopster bij Zeeman

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide