• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » interview met ...


Donna Ford, schrijfster van Het Stiefkind


Ik ben Donna. Ik ben acht. Ik ben een heel, heel, heel slecht meisje. Ik ben slecht en ik ben lelijk en ik verdien niet beter dan alle akelige dingen die er met me gebeuren. Ik ben een kwaadaardige kleine heks. Ik ben me niet bewust van alle slechte dingen die ik doe; maar blijkbaar is het allemaal waar, want mijn stiefmoeder zegt het. Ze zegt het elke keer als ze me slaat. Ze zegt het elke keer als ze me in mijn maag stompt; elke keer als ze me schopt als ik op de grond lig.

Zo begint Het Stiefkind, het boek van Donna Ford, dat in januari 2007 verscheen. Het is het relaas van een Engelse vrouw die terugkijkt op haar jeugd: een jeugd die gedomineerd wordt door mishandelingen, vernederingen en pesterijen door haar stiefmoeder Helen. En van seksueel misbruik: wanneer Helen feestjes organiseert, geeft zij mannen toestemming om op Donna’s kamer alles met haar te doen wat ze maar willen. Als Donna elf jaar is, vertrekt haar stiefmoeder plotseling. De gruwelijkheden zijn voorbij, maar hebben voorgoed hun sporen nagelaten. Pas dertig jaar later ziet Donna haar vroegere kwelgeest terug: in de rechtzaal.

Donna: ‘Die avond in 2001, toen de politie bij mij aanbelde, schrok ik verschrikkelijk. Het kwam volledig onverwacht. Ze vertelden dat mijn broer Adrian aangifte had gedaan van mishandeling in onze jeugd, en dat ze ook mijn verhaal wilden horen. Onvoorstelbaar. Plotseling, na meer dan dertig jaar, bleken er mensen te zijn die naar me wilden luisteren. Vroeger was er nooit iemand geweest die hulp had geboden, niemand had ooit ingegrepen. Ik was totaal van slag. En eerst wilde ik er ook niets van weten. Ik had zolang gezwegen, waarom zou ik nu gaan praten? Niemand in mijn omgeving wist wat mij overkomen was, ook mijn drie kinderen niet. Moest ik nu plotseling alles openbreken? Een half jaar heb ik erover nagedacht, tot ik besloot: ja. Ik wilde het kleine meisje dat ik vroeger was, dat nooit enige controle over de situatie had gehad, eindelijk macht geven. Dat kleine meisje zou een stem krijgen. Een luide stem. En die zou zeggen: Helen is schuldig, en ze mag er niet ongestraft mee wegkomen.’

Donna weet op dat moment nog niet wat een omslag dit in haar leven zal betekenen. Want alles vertellen over vroeger, betekent ook alles weer naar boven halen. Dat, terwijl ze zoveel jaar alleen maar bezig was om al haar herinneringen weg te stoppen. Tijdens het graven in haar verleden, blijken die herinneringen nog heftiger dan ze dacht. ‘Vroeger interpreteerde ik alles vanuit de wereld van een kind, nu zag ik als volwassene hoe afschuwelijk het was, wat er allemaal gebeurd is. Ik kreeg last van flashbacks, heftige nachtmerries. Werken lukte niet meer. Het was een zware, zwarte periode. Toch is het goed geweest, ik heb mijn verleden nu een plek kunnen gegeven.’

Maar hoe kun je dat wat Donna overkwam ooit een plek geven? Al vanaf jongs af aan zit het haar niet mee. Ze wordt geboren als onecht kind, bij een moeder die al twee kinderen van twee verschillende vaders heeft. Wanneer Donna anderhalf is, verdwijnt haar moeder, om nooit meer terug te komen. Omdat haar vader niet voor haar kan en wil zorgen, belandt ze in een kindertehuis. Geen ideale plaats voor een kindje van amper twee, maar duizend maal beter dan wat haar later te wachten staat. Wanneer haar vader weer een vriendin krijgt en met haar een nieuw gezin sticht, mag Donna bij hen gaan wonen. Ze is dan een kleuter van vijf. ‘Ik herinner het me nog zo goed. Ik dacht dat mijn leven nu echt zou gaan beginnen. Natuurlijk miste ik een warm thuis, een plek waar ik gewenst was en gekoesterd werd. En dat zou ik nu krijgen! Verwachtingsvol liep ik aan de hand van mijn vader naar mijn nieuwe leven.’

Donna ontdekt al snel dat het niet erg gezellig is thuis. Haar vader is weliswaar aardig voor haar, maar hij is bijna altijd weg. En zijn nieuwe vrouw, Helen, negeert Donna vanaf de eerste dag. Dat maakt haar erg verdrietig, maar later zal ze nog vaak terugverlangen naar het genegeerd worden. Al snel krijgt ze namelijk wél aandacht. Maar niet de aandacht die ze zo graag wilde. ‘Het begon met schelden. En met straf krijgen voor dingen die ik verkeerd deed. Meestal wist ik zelf helemaal niet wat ik fout had gedaan en nam ze ook niet de moeite om dat uit te leggen. Maar voor straf moest ik dan bijvoorbeeld urenlang in mijn onderbroek in een ijskoude badkamer staan. Ik kreeg er kramp van in mijn armen en benen, maar ik durfde me ook niet verroeren. Want dat mocht niet.’ Dit is het begin van jarenlange ernstige mishandeling. Dat varieert van slaan, schoppen en bedreigingen met een gloeiende pook tot dagelijks uithongeren. En niet te vergeten doorlopende psychische spelletjes om Donna te breken. Zo mag ze, als ze in de badkamer staat, niet plassen, ook als is de wc nog zo dichtbij. Wanneer ze haar plas niet kan ophouden, wordt de onderbroek met urine in haar gezicht gewreven. Wassen mag niet. Op protesteren staat opgesloten worden in een donker kolenhok, waar de ratten over je heenlopen.

‘Ik ben een keer zo hard geslagen dat ik iets hoorde knakken in mijn rug. De pijn is nooit meer helemaal over gegaan. Een paar jaar geleden was ik bij een arts, die röntgenfoto’s maakte. “Hebt u ooit een ernstig ongeluk gehad?” vroeg hij. “Nee,” zei ik, “wel een slechte jeugd.” En mijn vader had maar niets in de gaten. Tenminste, dat denk ik. Dat hoop ik. Hij was vaak weg, en bemoeide zich niet veel met mij. Hij zag kennelijk niet dat ik altijd onder de blauwe plekken zat. En dat ik vel over been was, omdat ik nooit genoeg te eten kreeg. Hoe dat mogelijk is? Ik weet het werkelijk niet. Waarschijnlijk wilde hij er gewoon zijn ogen voor sluiten. Net zoals andere mensen het niet wilden zien. Niemand heeft ooit iets gedaan. Ook mijn leraren op school niet. Ik snap dat niet: ik zag er heel slecht uit, stonk altijd naar urine, was broodmager. Ik ben ook wel eens bij een kinderpsycholoog geweest, maar zelfs die had niets door! En ik durfde niets te zeggen. Bovendien was ik zo geïndoctrineerd door Helen, dat ik dacht dat ik dit verdiende. Dan moest ik maar niet zo’n kleine, valse heks zijn.’

Ook Donna’s broer en zus komen in het gezin wonen. Hen staat hetzelfde lot te wachten als Donna. Haar zus loopt al snel weg, maar Adrian ondergaat alles gelaten. Want wat kun je doen als kind? ‘Nog altijd snap ik niet hoe Helen in staat was al deze dingen te doen. Wat voor plezier kun je er aan hebben een kind zoveel pijn te doen? Ik kan er werkelijk met mijn verstand niet bij.’ Maar Donna staat nog meer te wachten. Vanaf haar achtste laat Helen haar misbruiken door mannen uit de buurt; die komen bij hen thuis langs op feestjes, of Donna wordt naar hen toegestuurd. ‘Zoals die keer dat ik onwetend met een briefje naar de kapper moest. Even nog dacht ik dat hij aardig voor me was. Ik mocht op de hoge stoel zitten, hij gaf me snoepjes. Maar toen begon hij me te betasten en begon dat hele erge weer. Ik kan hier nog steeds niet goed over praten. Ik kan er zelfs niet goed over nadenken. Dit seksuele misbruik is nog het ergste geweest van alles. Omdat het mijn hele seksuele ontwikkeling heeft beïnvloed; wat er toen gebeurd is, speelt nog altijd een rol in mijn intieme relaties.’

En dan, als Donna elf jaar is, is het plotseling afgelopen. Haar vader en Helen hebben steeds vaker ruzie en Helen neemt de benen, net zoals Donna’s moeder eerder. Ze laat ook haar drie eigen kinderen achter, die ze in tegenstelling tot haar stiefkinderen wél goed behandelde. Maar kennelijk geeft ze toch niet veel om hen. Hoewel het leven van Donna zich daarna ook verre van sprookjesachtig ontwikkeld – als oudste moet zij de zorg voor de anderen kinderen op zich nemen, zodat er geen tijd en ruimte is om zelf kind te zijn – is de ergste hel voorbij, de hel waarin zij zoveel jaren heeft geleefd. ‘De eerste tijd was ik nog doodsbang dat Helen terug zou komen. Maar ze was weg, en ze bleef weg. Godzijdank.’

Dertig jaar later staat ze toch weer oog in oog met haar stiefmoeder. Nu in de rechtzaal. Door de aanklacht van Donna en haar broer Adrian komt het tot een rechtzaak waarin Donna moet getuigen. ‘Doodsbang was ik. Echt panisch. Ik vond het verschrikkelijk om haar weer te zien, ik was bang dat ze nog altijd macht over mij zou hebben. Maar toen ik haar zag was dat over. Ik zag een nietszeggende vrouw, een grijze muis. Die alles ontkende, trouwens. Ik had gehoopt op een verontschuldiging of op een uitleg. Maar niets. Ook al werd ze veroordeeld, ze bleef volhouden dat het allemaal leugens waren.’ Helen kreeg twee jaar. Is Donna daar tevreden mee? ‘Voor mij is het niet belangrijk hoeveel straf ze heeft gekregen. Het gaat mij erom dat er eindelijk naar mij geluisterd is. Dat ik geloofd ben. Vlak nadat Helen is veroordeeld, is de wet veranderd. Als haar zaak later was voorgekomen, had ze misschien wel tien jaar gekregen. Maar daar ga ik mij niet druk om maken. Ik wil me niet langer met Helen bezig houden. Ik wil weer aan mezelf, mijn kinderen en mijn toekomst denken.’

Donna wil haar verhaal aan de wereld vertellen, haar stem laten gelden. Niet alleen in de rechtzaal, maar ook met een boek. ‘Ik wil duidelijk maken hoe afschuwelijk kindermishandeling is. Ik hoop mensen wakker te schudden. Kijk om je heen, het kan overal gebeuren. Mensen moeten alert zijn. Sluit je ogen niet: jóuw alertheid kan de redding van een kind zijn! Een kind dat anders voor de rest van zijn leven getekend is.’ Donna is alweer bezig met een nieuw boek. Dat gaat over de sporen die de mishandeling en het misbruik hebben achtergelaten. ‘Teveel mensen denken nog: dat was vroeger, nu is het voorbij. Maar mishandeling laat littekens achter, soms lichamelijk, maar zeker psychisch. Toen ik volwassen werd, ben ik in een verkeerde relatie terechtgekomen. Zo’n situatie voelt vertrouwd en als voormalig mishandeld kind besef je niet dat het niet oké is. Opnieuw kwam ik in een gewelddadige situatie terecht. Inmiddels ben ik gescheiden en heb ik deze problemen achter me gelaten. Nu zal het me niet meer overkomen, omdat ik mezelf veel beter ken en omdat ik mijn verleden, voor zover dat kan, eindelijk heb verwerkt. Maar dat is een lange, lange weg geweest. Een weg die ik ieder kind zou willen besparen.’

© Lydia van der Weide

Januari 2007

 

Het stiefkind – Donna Ford, Uitgeverij Arena, Amsterdam, 2007, ISBN 9069748401, 18,95 euro,

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide