• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » interview met ...


Duitse schrijfster Sabine Kuegler


De Duitse Sabine Kuegler groeide op in de jungle van West-Papoea. Jarenlang leefde ze tussen krokodillen, schorpioenen en slangen. En tussen een stam inboorlingen, voormalige kannibalen, die het stenen tijdperk nog maar net ontgroeid waren.

Vorig jaar verscheen haar intrigerende boek Dochter van de Jungle, waarin ze verslag doet van haar bijzondere jeugd. In haar nieuwe boek Terug naar de jungle beschrijft Sabine, die inmiddels in Duitsland woont met haar vier kinderen, hoe ze als volwassen vrouw nogmaals naar de andere kant van de wereld reist. Opnieuw valt ze voor de adembenemende schoonheid van het gigantische eiland. Maar ze leert ook de duistere zijde kennen van dit paradijs

Sabine wacht me op in de lounge van het Ambassade Hotel in Amsterdam. Een mooie vrouw met grote, sprekende ogen. Ze is goed gekleed en spreekt perfect Engels. Niets verraadt dat Sabine niet in de westerse wereld is opgegroeid. ‘Misschien alleen mijn lach!’ zegt Sabine. ‘Ik lach veel, zoals alle Papoea’s. Mensen hier vinden dat vaak raar: ze denken dat je iets te verbergen hebt als je altijd een brede lach op je gezicht hebt. Maar verder weet ik inmiddels goed hoe ik mij moet bewegen in Europa. Maar mijn jeugd is totaal anders geweest dan die van jou en alle Vriendinlezeressen. Het is zelfs niet te geloven dat het op dezelfde planeet was! Alles was zó anders. Mijn ouders waren missionaris en taalonderzoeker. Toen ik vijf was, zijn ze in het regenwoud tussen een net ontdekte stam inboorlingen gaan wonen.’

Het betreft hier de stam Fayu, die bestaat uit donkere mensen met zwart, kroezend haar. Ze leven vrijwel naakt, maar bedekken hun hoofd met grote struisvogelveren. Ze hebben botjes door hun neus, die aan hun voorhoofd zijn vastgemaakt. Ze gaan op jacht met pijl en boog. Vroeger leefden ze in voortdurende onderlinge strijd, maar door de komst van Sabine’s familie werd dat patroon doorbroken. De Fayu wilden graag vrede: door alle oorlogen werden ze gemiddeld niet ouder dan 35 jaar. ‘Ik vind het fantastisch dat ik daar ben opgegroeid,’ vertelt Sabine. ‘Het heeft mijn blik verruimd en mijn leven rijker gemaakt. Niet pers se gelukkiger; ik heb erg geleden onder de cultuurshock die ik later heb gekregen. Maar ik had mijn jeugd nooit willen missen. Ik heb zoveel prachtige jeugdherinneringen! Alleen al de natuur was overweldigend. De zonsondergangen, de vallende sterren. De enorme regenval, de donder en bliksem. De natuur heeft daar een kracht die wij niet meer kennen. En ik koester mijn herinneringen aan de Fayu-stam. Ik heb zoveel liefde van hen gekregen. Zo veel, dat het daar als mijn “thuis” voelt. Ik hoor daar. Ik heb dan wel een blanke huid, maar diep in mij voel ik mij een Papoea.’

Als ik vraag hoe het leven in de jungle was, beginnen Sabine’s ogen te stralen. ‘Spannend! Elke dag weer! Dan weer vonden we een slang, slingerden we een middag door de lianen of zwommen we in de krokodillenrivier. En er waren spinnen zo groot als een biefstuk! Natuurlijk moesten mijn broer, zus en ik ook leren en huiswerk maken, dat hield mijn moeder goed in de gaten. Maar we speelden ook veel met de kinderen van de Fayu. Hun gewoontes zijn zo anders dan die van ons. Een voorbeeld: in plaats van elkaar de hand te schudden, wrijven ze hun voorhoofd tegen elkaar als ze elkaar tegenkomen. En wat voor ons heel griezelig is: als iemand is overleden, begraven ze die niet, maar leggen ze het lijk in hun hut. Als het lichaam begint te ontbinden, smeren ze zichzelf in met de lichaamssappen. Daarna hangen ze de botten op in hun hut, opdat hun doden altijd bij hen blijven.’

Toen Sabine zeventien was, kwam haar leven in het paradijs ten einde. Ze ging naar een internaat in Zwitserland. De cultuurschok die ze kreeg was enorm. ‘Ik zag er dan wel westers uit, maar ik wist niets! Ik wist niet hoe een supermarkt werkte, het verkeer vond ik doodeng en oversteken kostte me uren. Alle namen van popidolen zeiden me niks en ik was nog nooit naar bioscoop geweest. En nog maandenlang heb ik mijn laarzen uitgeschud voordat ik aantrok, om zeker te weten dat er geen giftige insecten in zaten.’ Maar al deze praktische zaken waren niet de dingen waarvan Sabine echt van van slag raakte. ‘Het was de mentaliteit. Het leven in het westen is heel hard. Kijk bijvoorbeeld naar vriendschappen. Bij de Fayu zijn vriendschappen heilig, vooral tussen vrouwen. Een andere vrouw zal je nooit voorliegen, nooit bedriegen, niets iets van je stelen. Hier zijn vrouwen elkaars concurrenten. Ze zetten elkaar een hak, bekritiseren elkaar. Kijk maar hoe werkende moeders zich opstellen tegenover thuiszittende moeders, en andersom. Heel jammer: als vrouwen elkaar meer zouden steunen, zou de wereld er heel anders uitzien. En er is hier zo weinig aandacht voor de mentale kant van het leven. Voor lichamelijke problemen zijn er ontelbare specialisten of medicijnen, maar bij geestelijke nood geeft niemand thuis. Bij de Fayu bestaan geen psychische ziektes. Er is geen depressie, geen posttraumatische stressstoornis. Terwijl er, in oorlog, de meeste vreselijke dingen gebeuren! Maar als je daar van slag bent of heel verdrietig bent, ga je bij de anderen zitten, en praat je erover. De hele dag. De hele nacht ook, als het moet. En morgen weer. En overmorgen óók. Net zolang, tot je de pijn eruit gepraat hebt. Niemand die zegt dat je flink moet zijn of je tranen moet drogen. Hier houden de mensen alles binnen. Ze kroppen het op, tot de geestelijke pijn zich ook lichamelijk vastzet.’

Sabine slaat haar ogen neer. ‘Voor mij was het vreselijk wennen hier en de keren dat ik ben bedrogen of voorgelogen door zogenaamde vrienden kwamen zo hard aan dat ik letterlijk tien jaar in een shocktoestand ben geweest. Ik deed mijn dingen, ik leefde mijn leven, maar ik was verdoofd. Het allerliefste was ik teruggegaan naar West-Papoea. Maar dat kon niet. Het noodlot wilde dat ik zwanger was geraakt. Ik trouwde met de vader, en we kregen nog een kind. Maar het huwelijk werkte niet. De vader wilde absoluut niet dat ik onze kinderen mee naar West-Papoea zou nemen. Ik moest dus wel in Europa blijven. Want hen in de steek laten, dat was geen optie.’

Het viel Sabine zo zwaar dat ze in een diepe depressie raakt. Ze deed zelfs een zelfmoordpoging. Ze vertelt: ‘Gelukkig schudde dat mij wakker. In de jungle had ik weten te overleven, dan moest het hier toch ook lukken?’ Vorig jaar, vijftien jaar na haar vertrek, keerde ze eindelijk voor een vakantie terug naar West-Papoea. En bij de eerste blik vanuit het vliegtuig wist ze: ik ben weer thuis. ‘Tijdens een uitputtende wandeltocht door de jungle voelde ik me zo immens, intens gelukkig. Gelukkiger dan ik ooit was geweest in al die vijftien jaar daarvoor. Daar in het oerwoud, daar hoor ik te zijn. In Europa, met de mooiste kleding, de duurste make-up, voel ik mij altijd lelijk en dik. Maar daar in de jungle, waar ik me dagen niet was, in de oudste rommel rondloop, dáár voel ik me prachtig!’

Sabine’s expressieve ogen lichten op als ze vertelt: ‘Tijdens mijn reis heb ik een bijzondere, inheemse man ontmoet. Hij trof mij recht in mijn hart. Ik kwam aan, doodmoe, uitgeput, en zonder één woord te zeggen nam hij mijn voeten in zijn handen en begon ze te masseren. Hij was zo puur, zo eerlijk. Ik keek naar hem en dacht: ik had alles willen geven als ik met jou had kunnen trouwen. Dán zou ik gelukkig zijn geweest. Niet in Duitsland, niet met de mannen met wie ik daar relaties heb gehad. Zij snappen mij niet, ze kunnen mij ook niet goed peilen. Ik reageer anders dan de vrouwen die zij kennen, omdat ik zo’n andere achtergrond heb. Maar deze man had al een vrouw en ik moest terug Europa, naar mijn kinderen. Het had geen kans. Maar terug in Duitsland zei ik tegen mijn moeder: ‘Ze bestaan, mama, ideale mannen. Het is er misschien maar één op de paar miljoen, maar ze bestáán!’

Terug in Duitsland scheef Sabine haar tweede boek. Daarin beschrijft ze haar terugkeer, haar blijdschap om al haar oude vrienden weer te zien. Maar daar tussendoor loopt nog een ander verhaal. Een politiek verhaal. Dat verhaal, dat is voor haar de grootste reden om dat tweede boek te laten uitgeven. ‘Ik wilde de kans aangrijpen om de situatie van de Papoea’s onder de aandacht te brengen. Want er is namelijk ook een totaal andere kant aan het paradijs. Sinds veertig jaar wordt West-Papoea overheerst en onderdrukt door Indonesië. Het militaire regime gaat mensonterend met de bevolking en met het land om. Het oerwoud wordt gekapt, grondstoffen worden geëxploiteerd, maar de inheemse bevolking deelt hier niet in mee. Wie zich verzet, verdwijnt of wordt op gruwelijke wijze vermoord. Er gebeuren echt de vreselijkste dingen. Maar internationaal gezien vindt niemand de kwestie interessant. Iedereen laat Indonesië z’n gang gaan.’

Met haar boek wil Sabine de wereld wakker schudden. ‘Dat is gevaarlijk. Er is kans dat ik nooit meer zal mogen terugkregen naar mijn land. Maar ik móest dit doen. Omdat ik er ben opgegroeid, is mijn lot voor altijd met dat van de Papoea’s verbonden. Een wijs stamhoofd heeft dat ooit tegen mij gezegd toen ik heel jong was. Zijn woorden zijn altijd blijven hangen. Hij heeft gelijk. Het zijn mijn broers en zusters die daar zo verschrikkelijk lijden en ik wil niet langer zwijgen.’ Sinds Sabine hiermee bezig is, voelt ze zich stukken beter. ‘Ik heb weer een doel in mijn leven. Ik wil vechten voor mijn volk, vechten voor betere tijden. En ik hoop toch dat ik, later, als mijn kinderen groot zijn, terug zal kunnen keren. Pas wanneer ik weer in West-Papoea kan wonen, tussen míjn mensen, pas dan zal ik weer echt gelukkig zijn.

West-Papoea?

West-Papoea is de westelijke helft van het eiland Nieuw-Guinea, na Groenland het grootste eiland ter wereld. Het is meer dan elf keer zo groot als Nederland. Vrijwel het hele land is bedekt met tropisch regenwoud en is daarom zeer ontoegankelijk. In dit regenwoud wonen meer dan 250 verschillende natuurvolken met bijna net zoveel verschillende talen. West-Papoea ligt boven Australië en rechts van Indonesië, waartoe het sinds 1963 behoort.

Februari 2007

Wie is Sabine?
Naam: Sabine Kuegler
Geboortedatum: 1972, Nepal
Familie: vader, moeder, zus Judith en broer Christian
Woont nu in: München, Duitsland
Relatie: Nee
Kinderen: Sophia (15), Laurence (13), Julian (6) en Vanessa (5)
Boeken: Dochter van de jungle, Uitgeverij Sirene, 2006, € 12,50; Terug naar de jungle, Uitgeverij Sirene, 2007, € 18,95.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide