• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin interview met ...


Lone van Roosendaal


Lone van Roosendaal (36) is actrice en zangeres en combineert haar werk al twaalf jaar met het moederschap. Momenteel speelt ze in de Sweet Charity is Charity Hope. Met vriendin sprak ze over haar werk, maar ook over liefde, kinderen en over trouwen in Las Vegas

De afspraak met Lone van Roosendaal begint met wat haperingen. Ongeduldig zit ik aan het tafeltje in het Hilton in Amsterdam dat voor Lone is besproken. Wie er komt, Lone niet. Vanuit de verte zie ik in de hal een jonge, blonde vrouw zitten, ze heeft een meisje van een jaar of twaalf bij zich. Zou dat Lone soms zijn? Inderdaad, blijkt even later. Lone kan gelukkig lachen om de miscommunicatie. ‘Ik dacht al, waar blijft ze nou? Ik wist niets van een tafeltje! Ik begon al flink te balen, want onze woonboot wordt verbouwd en ik heb zóveel te doen. Mag ik je voorstellen? Dit is mijn dochter Bobbi! Bobbi, je gaat me niet zitten verbeteren hoor!

Ja, ik ben al heel jong moeder geworden. Ik studeerde af met een dikke toeter. Dat is wel een voordeel vind ik: ik begon met mijn carrière toen ik al een kind had, ik weet dus niet beter dan dat ik het altijd moest combineren. Ik ben stapeldol op mijn kinderen, maar ook op mijn werk. Ik ben geen leuke moeder als ik niet kan optreden. Maar ook niet als ik tevéél werk: het is van belang om een goede balans te hebben. Toen ik in Grease speelde, zes jaar geleden, heb ik mezelf teveel belast. Ik deed 210 optredens in acht maanden. Gemiddeld zes avonden per week stond ik op het podium en moest ook nog het hele land doorreizen. Ik zag mijn dochter amper, en als ik haar wel zag, was ik te moe om nog gezellig te zijn. Vooral het schuldgevoel wat ik daarover had, heeft me genekt. Ik heb daarna twee jaar lang last gehad van spanningsklachten en hyperventilatie. Ik let erop dat mij dat niet meer overkomt.

Toen ik vier jaar geleden zwanger werd van mijn tweede kind, Puck, was ik bang dat het een negatieve invloed op mijn carrière zou hebben. Je bent er toch even uit, zouden de mensen daarna nog wel weten wie ik was? Het liep heel anders: juist toen ik zwanger was kreeg ik een rol die mij op de kaart heeft gezet in Nederland. Ik speelde Janet in de musical comedy Rocky over the Rainbow. Ze hebben die rol speciaal voor mij omgeschreven vanwege mijn dikke buik. Daarna is het met mijn carrière in een stijgende lijn gegaan en nu in Sweet Charity heb ik mijn eerste eigen hoofdrol, geweldig!

Ik droomde als kind al van optreden voor publiek, van zingen en toneelspelen. Eigenlijk wilde ik operazangeres worden. Lekker theatraal en dramatisch, daar houd ik wel van. Thuis hadden we van die veloursgordijnen, en daar stond ik dagdromend tussen te oefenen. Musicals zijn het helemaal voor mij, omdat ik zo toneelspelen en zingen kan combineren. Ik vind allebei even leuk. Popzangeres zijn, dat is niets voor mij. Ik speel het liefste een rol: wanneer ik als mezelf moet optreden, voel ik me niet fijn. Ik vind mezelf niet interessant genoeg, denk ik. Altijd bescheiden zijn, dat mij met de paplepel ingegoten en daar kom ik moeilijk los van. Soms is dat wel eens lastig. In dit vak is het goed om jezelf te kunnen ‘promoten’. Maar áls ik al van mening ben dat ik iets best goed kan, krijg ik het gewoonweg mijn mond niet uit. Ik kan ook slecht omgaan met complimentjes. Als iemand tegen me zegt: ‘Wat zing jij mooi,’ zeg ik vlug: ‘Ach ja, ik zing ook al zo lang!’ Het voelt dan ook best gek om van dit soort interviews te geven. Het is toch helemaal niet zo boeiend wat ik te zeggen heb? Maar goed, als je het echt weten wil, wil ik gerust wat vertellen hoor, ha ha!

Ik ben geboren in Bonn, Duitsland. Mijn ouders, die oorspronkelijk uit Dordrecht kwamen, woonden daar een aantal jaar in verband met een cursus die mijn vader volgde. Later zijn we naar een dorpje in Limburg verhuisd, daar ben ik opgegroeid. Toen ik twaalf was zijn mijn ouders gescheiden. Gelukkig ging dat in goed overleg, zonder veel toestanden. Ik was in die tijd vaak aan het harrewarren met mijn moeder, en omdat mijn broer juist erg aan haar hing, werd besloten dat hij bij mijn moeder bleef, en ik met mijn vader naar Berlijn zou verhuizen. We vertrokken alleen met een bed en een kast. Ik ben altijd al een vlinder geweest, nu nog: ik voel me gauw ergens thuis maar fladder zonder problemen weer verder. Ik vond ons vertrek dan ook niet echt erg, eerder leuk en spannend. Maar achteraf gezien heb ik het wel zwaar gehad in Berlijn. Mijn vader is een schat van een man, maar hij is geen opvoeder. Ik zag hem haast niet, ik moest mezelf maar redden, vooral emotioneel. Op mijn dertiende hing ik met een vriendinnetje al nachtenlang in de disco, terwijl we thuis zeiden dat we bij de ander logeerden. Ik was helemaal into new wave in die tijd. Ik genoot van mijn vrijheid, maar tegelijkertijd was ik ook erg eenzaam.

Op mijn zestiende ben ik terug naar Nederland gestuurd, want het ging niet meer. Ik zat op het Gymnasium, maar ik deed geen klap, maakte alleen de hele dag door flauwe grappen. Ik ben terug naar mijn moeder gestuurd en daar veranderde alles: zij zat me opeens iedere dag met een kopje thee op te wachten. Daar werd ik soms dol van, maar het had wel tot effect dat ik na een half jaar veel rustiger en stabieler was.

Jaren later, toen ik een periode niet lekker in mijn vel zat, heb ik therapie gevolgd en ontdekte ik dat die jaren in Berlijn er best hebben ingehakt. Maar ach, ik zit er niet mee: ik ben geworden wie ik ben door alles wat ik heb meegemaakt, en ik ben heel tevreden. Dus wat er ook gebeurd is, het is goed.

Ik heb lang veel druk op mij gevoeld om aan de verwachtingen van anderen te voldoen. Op de Academie voor de Klein Kunst, waar ik op mijn achttiende begon, zeiden ze: Lone is de nieuwe Jasperina de Jong. Een supercompliment natuurlijk, maar het jaagt je wel op. Ik had het gevoel dat geen fouten meer mocht maken, waardoor ik mezelf erg beperkte in mijn ontwikkeling. De laatste jaren zit ik eindelijk echt lekker in mijn vel. Ik zit op een gelukspiek, zowel qua werk als privé. Toch blijf ik ook een mopperkont, dat hoort bij mij. Als ik zit te mopperen om iets wat mijn man Eric doet, zegt hij: Schatje, dat doe ik gewoon express, anders heb jij niets te zeuren, en ben je niet gelukkig!

Mijn man Eric en ik kennen elkaar nu negen jaar, waarvan we twee jaar getrouwd zijn. Eric was theatertechnicus bij een productie waar ik speelde en ik vond hem meteen een lekker stuk. Toen ik ook nog merkte dat hij subtiele, droge grappen kon maken, was ik verkocht. ‘Dat is slecht nieuws,’ dacht ik bij mezelf. Ik had namelijk nog een relatie, met de vader van Bobbi. Dat liep al een tijd niet goed meer, maar ik ben zo’n sufferd die eerst weer verliefd moet worden voordat ze het uit kan maken. Eric vond mij ook leuk, maar hij maakte me direct duidelijk dat hij niet in de rol van geheime minnaar wilde stappen. Toen heb ik besloten direct de knoop door te hakken en voor hem te kiezen. Als het niets zou worden, dan maar niet. Maar we zijn nog steeds samen!

Eric is twee meter en heel rustig. Hij kan mij aan. Als ik te druk ben, zegt hij gewoon dat ik mijn bek moet houden, ha ha. Ik ben blij dat hij geen acteur is, ik denk dat dat niet werkt. Twee van die opgeworden standjes bij elkaar, die zo nodig op de voorgrond moeten treden: nee. Eric is niet romantisch, maar ik merk steeds meer dat ik dat eigenlijk ook niet ben. Ik moet er niet aan denken dat hij iedere week bloemen voor mij zou kopen of rozenblaadjes op mijn bed zou strooien. Wij hebben allebei eelt op onze ziel en hoeven niet voorzichtig met elkaar om te gaan. Dat vind ik fijn. We maken vaak snoeiharde grappen tegen elkaar en kunnen daar dan samen ontzettend om lachen.

Dat we samen verder wilden, stond al heel lang vast, maar wanneer we over trouwen spraken, kwamen we niet verder dan bekvechten over het al dan niet aannemen van zijn achternaam. Dat wilde ik niet: ik ben zo gewend aan mijn eigen naam, die wilde ik niet kwijt. Maar toen we samen een kind hadden gekregen was het lastig dat er zo weinig geregeld was. Twee jaar geleden zijn we daarom getrouwd. In Las Vegas! In het geheim, niemand wist ervan. Ik vond het helemaal fantastisch! Eigenlijk had ik in een oerlelijke kitschjurk trouwen, maar uiteindelijk viel ik voor een prachtige, witte bruidjurk met een sleep van drie meter. In Las Vegas zijn dat soort jurken spotgoed, die van mij kostte maar 99 dollar. Maar hij was zóóó mooi, ik was er sprakeloos van. Toen ik hem voor het eerst aanpaste en voor de spiegel stond, voelde ik me net een meisje van zeven.

Mijn ouders vonden het niet erg dat we daar in het geheim getrouwd zijn, maar de ouders van Eric hebben er veel verdriet van gehad. Ze hadden die dag heel graag met ons willen delen. Een paar maanden geleden is mijn schoonvader overleden en ik denk wel eens: als we dat hadden vermoed, hadden we het anders gedaan. Dan was het toch fijn geweest als hij het had kunnen meemaken. Maar je weet niet hoe het leven loopt, en wij stonden er op dat moment achter. Dus het heeft geen zin om spijt te hebben….

Ik hou heel veel van Eric, toch is mijn liefde voor hem minder allesoverheersend dan die voor mijn kinderen. Soms benauwd me dat wel hoor. Ik zeg altijd: toen ik moeder werd, heb ik mijn onschuld verloren. Alles werd anders. De verstikkende, onvoorwaardelijke liefde die ik voor mijn kinderen voel drukt soms zwaar om me. Wanneer een van mijn kinderen zou doodgaan, zou ik gek worden! Ik kan wakker liggen van angst dat ik op een dag zal worden gebeld met de mededeling dat Bobbi iets is overkomen. En als ik met mijn jongste dochter Puck in het zwembad ben, houd ik haar constant in de gaten, al loopt ze met een zwemvestje aan.

Ik zie bij allebei mijn kinderen allebei mijn eigen theatrale aanleg terug. Bobbi heeft net een rol gespeeld in een teleac-serie over kunst en ook Puck is een geboren artiest. Gisteren zei een man op straat tegen haar: ‘Wat ben jij een leuk kindje!’ ‘Dank je,’ zei ze parmantig, ‘dat hoor ik wel vaker.’ Ze is drie! Dat geloof je toch niet. Ik moest ontzettend lachen toen ik dat hoorde. Mijn kinderen zijn heel verschillend: mijn oudste is een halfbloedje met donker haar, de jongste is net zo wit en blond als ik. Met de vader van Bobbi heb ik nog goed contact. Dat heb ik van mijn eigen ouders geleerd: redelijk blijven, in goed overleg uit elkaar gaan. En ik mag hem nog graag, ik kan me ook nog steeds voorstellen waarom ik verliefd op hem werd. Maar óók waarom het uitging, hoor!

Tijdens het interview lacht Lone veel en vaak. Na bijna anderhalf uur nemen we afscheid. Wat een leuke, sprankelende vrouw, denk ik bij mezelf. Die schopt het vast heel ver! Aan haar persoonlijkheid zal het zeker niet liggen…

Biografie

Naam: Lone van Roosendaal

Beroep: actrice, zangeres

Geboortedatum en -plaats: 12 juni 1969 te Bonn, BRD

Getrouwd: met Eric

Kinderen: Bobbi (12) en Puck (3)

Hobby’s: theater, Engelse series kijken en sporten

Opleiding: Havo en Academie voor de Kleinkunst Stembereik: Sopraan

Werkervaring: Sinds 1994 speelde Lone onder meer in de musicals My Fair Lady, Grease, Carlie, Rocky over the Rainbow en Copacabana en Mamma Mia. In Mamma Mia zong ze de hoofdrol als invalster van Simone Kleinsma en vanaf 30 oktober straalt ze in Sweet Charity. Ook was ze op televisie te zien in Samen, Zoop, Sam Sam, Meiden van de Wit en in een aantal films (o.a. Allstars De zaak Alzheimer)

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide