• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » interview met ...


Heleen van Royen


Heleen van Royen, nu eens níet over seks of vreemdgaan, maar over haar verhuizing naar Portugal, haar gezin, vriendinnen, ouder worden en toekomstdromen. En over Julia, de hoofdpersoon van haar intrigerende nieuwe roman De Ontsnapping, die sinds 15 februari 2006 in de winkels ligt.


Portugal

”Sinds augustus vorig jaar woon ik met Ton en mijn kinderen Olivia en Sam in het zuiden van Portugal. We waren op zoek naar een tweede huis en Portugal leek ons heel geschikt. Lekker weer, mooi land, goed te bevliegen… Toen we het huis eenmaal hadden gekocht, dachten we: wat zou het eigenlijk lekker zijn om hier altijd te wonen! Er was een internationale school om de hoek, Olivia zou toch al naar de middelbare school gaan… we besloten het erop te wagen. Maar wat wij deden, dat noem ik emigreren voor mietjes. Mensen uit programma’s als ‘Het roer om’, dat zijn échte helden. Wij bevonden ons in de riante positie dat we ons huis in Nederland konden aanhouden, dus als het niet zou gaan, konden we zo weer terug. Maar het bevalt uitstekend. We wonen in een prachtig gebied, op het platteland, vijf minuten rijden van zee. Iedere ochtend als ik de kinderen naar school breng, kom ik een schaapsherder met zijn kudde tegen. En het weer hè, daar geniet ik zo van. We kunnen zelfs in de winter buiten lunchen, dat is toch fantastisch? Olivia en Sam hebben het goed naar hun zin. Vooral Sam miste Nederland in het begin wel. Zijn klas, zijn vriendjes. Maar hij kreeg er een heleboel voor terug: een mooi huis met een eigen zwembad en een hond, Igor, wat de kinderen altijd zo graag wilden. Nu is hij helemaal gewend. Olivia en hij spreken inmiddels vloeiend Engels, de voertaal op hun school, en hebben allemaal nieuwe vriendjes en vriendinnetjes.


Tons moeder

Zelf mis ik Nederland eigenlijk niet. Daar kom ik ook niet aan toe, want ik ben er nog heel vaak. Het is eerder zo dat ik Portugal mis wanneer ik in Nederland ben! Dat is al echt mijn ‘thuis’ geworden, het is verbazingwekkend hoe snel dat gaat. De laatste tijd ben ik veel in Nederland geweest, vanwege mijn boek, maar ook door problemen met de moeder van Ton. Ze was gevallen en tweemaal lag ze op sterven. Op zo’n moment is het natuurlijk heel vervelend om ver weg te wonen, maar als het nodig is ben je er zo, als het meezit in een paar uur tijd. Gelukkig gaat het nu weer beter met haar, al zit ze in een verzorgingstehuis. Ze is wel een beetje aan het dementeren: zo weet ze bijvoorbeeld vaak niet meer welke maand het is. In december zaten we naast de kerstboom, en zelfs tóen kon ze er niet opkomen! Dan plaag ik haar een beetje, zo van: zie je nergens een hint? Zelf kan ze er gelukkig ook om lachen. Dan grapt ze: ‘Denk je soms dat de anderen hier in dit tehuis het wél weten? Echt niet hoor!’


Vriendinnen

Mijn vriendinnen zie ik tegenwoordig minder, maar eigenlijk hebben we allemaal al zo lang zo’n druk leven, met werk en kinderen, dat het er toch niet van kwam om iedere week met hen af te spreken. Dus zoveel is er niet veranderd. Ik denk dat het contact zelfs intenser kan worden. We zijn nu een gastenverblijf aan het bouwen en verschillende vriendinnen hebben al toegezegd te komen, alleen, of met hun gezin. Dan zijn ze er meteen een heel weekend of een week. Daar verheug ik me erg op. Verder bel en mail ik veel. Ach, de meeste contacten die ik heb, heb ik al vijftien, twintig jaar. En die zijn zo goed, dat blíjft, ondanks de afstand. En ik heb al veel nieuwe contacten opgedaan. Met oud en nieuw viel het me op dat ik al heel veel sms’jes kreeg van mensen uit Portugal. We zijn dus al aardig ingeburgerd. De taal spreek ik ook al een beetje, maar het is wel moeilijk. Als je het leest, dan gaat het nog net, maar die uitspraak! Nu mijn boek af is en ik meer tijd heb, wil ik op les gaan. Want echt, ik kan me niet voorstellen dat je in een land woont en de taal niet gaat leren. Het irriteert me nu al vreselijk dat ik mensen in winkels en op terrassen niet goed versta. Dus ik ga les nemen, reken maar, daar hoeft de regering mij geen inburgeringcursus voor aan te bieden!


Ton

Ton werkt in Nederland en hij pendelt heen en weer, maar dat is goed te doen. Ook hij heeft het goed naar zijn zin in Portugal. We zijn nu vijftien jaar samen. Ton verveelt mij nooit. We kunnen goed praten, hij is intelligent en we hebben veel lol. Het is heerlijk om in Portugal samen dingen te doen, spullen voor ons huis te kopen. We zijn nu bezig met het maken van een moestuin. Staan we daar met z’n tweeën in de oranje Portugese aarde te scheppen. Dan zeggen we tegen elkaar: wie had dat nou ooit gedacht, dat we dit nog eens samen zouden doen. Hij is absoluut degene met wie ik oud wil worden. We hebben heel duidelijk voor elkaar gekozen en het lijkt me stug dat daar nog iets tussen komt. Toen ik hem leerde kennen, was ik nog getrouwd met een ander, maar dat was al een aflopende zaak. Ton en ik werden verschrikkelijk verliefd en het voelde meteen helemaal goed met hem. Ik wist bijvoorbeeld heel snel dat ik kinderen met hem wilde. Bij mijn ex stelde ik dat maar uit, dacht ik steeds: eerst moet het beter tussen ons gaan, rustig worden; dan zal ik mij er wel klaar voor voelen. Maar dat moment kwam niet. Bij Ton wel. Binnen een jaar was ik zwanger.


Ontsnapping

Mijn nieuwe boek, ‘De ontsnapping,’ gaat over Julia die plotseling – zelfs tot haar eigen verbazing – haar gezin in de steek laat. Ik denk dat veel vrouwen er wel eens stiekem over dromen om de boel de boel te laten. Het lag voor de hand dat Julia naar Portugal zou ontsnappen omdat ik dat land net goed had leren kennen. Toch heb ik ook geschreven over plekken waar ik nog nooit was geweest. Over een bepaalde discotheek bijvoorbeeld, of een hoge berg. Die ging ik pas later bekijken. Best gek. ‘Julia is hier al geweest!’ dacht ik dan.

Een vrouw die haar gezin verlaat, dat fascineerde me. Ik wilde graag al schrijvend ontdekken hoe dat is; je trekt de deur achter je dicht, en dan, hoe gaat het dan verder? Zelf heb ik nooit het verlangen om weg te willen van mijn eigen gezin, wel zou ik soms even willen ‘uitstaan’. Wanneer de druk groot is, en ik heel veel moet en iedereen aan me trekt, dan zou ik uit mijn eigen hoofd willen verdwijnen.


Loskomen

Julia komt maar moeilijk los van haar gezin en dat snap ik wel. Wanneer ik vroeger voor interviews op reis moest, vond ik dat ook lastig. Dan vroeg ik me telkens af hoe het thuis zou gaan. Later leerde ik de knop om te zetten. Dan zei ik tegen mezelf: ik ben nu weg en dit is óók leuk. Op zulke reizen kon ik me weer even voorstellen hoe het was om geen kinderen te hebben, geen man, geen huis. Dan voelde ik heel even weer de zorgeloosheid van vroeger, en daar kon ik best van genieten. Want die zorgeloosheid, dat heb je met een gezin nooit meer. Onlangs deed ik boodschappen in Portugal, ik had een kar vol, je weet wel, zo’n kar waar ook nog een énorme berg op ligt, en naast me stond een verliefd stelletje van een jaar of achttien, in de rij met een flesje spa blauw. Eén flesje! Zo schattig vond ik dat. Ik dacht: zo begin je samen, maar als je straks een gezin hebt zul je nóóit meer in de rij gaan staan voor één flesje, dan zul je er toch altijd weer een pak wc-papier bij grijpen, en: o ja, bananen!, en ga zo maar door.


Vroege dood

Julia raakt tijdens haar reis “in gesprek” met haar broer, die twintig jaar eerder overleden is aan kanker. Hij was nog maar negentien. Nu achtervolgt hij haar; ze heeft zijn dood nooit verwerkt. Ik kwam op het idee daarover te schrijven door een oud-collega en vriendin van mij, die een zoon van die leeftijd verloren heeft. Hij had twee zussen en ik hoorde een van hen spreken op de begrafenis. Dat was heel aangrijpend; álles was aangrijpend, want het is natuurlijk verschrikkelijk wanneer iemand zo jong overlijdt. Ik wilde graag schrijven hoe het voor een zus kan zijn als zoiets gebeurt. Als je er zo nauw bij betrokken bent en je hebt een heel speciale band met je broer, dan denk ik dat zoiets heel veel impact heeft. Het beïnvloedt je hele leven, voor altijd; bij dat wat je doet, en bij dat wat je niet doet. Het komt altijd weer terug. En je blijft vast denken: als hij nog geleefd had, wat zou hij dan hiervan hebben gevonden?


Veertig

Vorig jaar ben ik veertig geworden. Ik hoor mensen van mijn leeftijd wel eens zeggen: in mijn hart voel ik mij nog twintig. Ik heb dat niet. Ik heb veel gedaan, veel meegemaakt; ik voel mij echt veertig. Het is niet zo dat ik nu sterker in het leven sta dan toen ik jong was. Integendeel, zou ik haast zeggen. Voordat ik kinderen kreeg, voldeed ik veel meer aan het imago dat ik nu heb; stoer, zelfverzekerd. De afgelopen tien jaar ben ik geestelijk wat gaan zwabberen, wat onstabieler geworden. Vooral de laatste jaren waren ongelofelijk hectisch. Het succes van mijn boeken natuurlijk, dat was mooi, maar er zijn ook veel vervelende dingen gebeurd; mijn psychoses, de affaire ‘O’ (Rob Oudkerk, red), de moord op Theo van Gogh, die ik goed kende. En het afgelopen jaar was ik dus heel druk met de verhuizing… Mijn leven is nooit saai en daar zit ik soms wel eens op te wachten. Maar als dat zou gebeuren zou ik ook vast gaan mekkeren hoor! Ik heb gemerkt dat rust me goed doet. In Portugal krijg ik weinig prikkels van buiten en dat maakt dat ik me prettiger voel, stabieler. Toch, dat zwabberige, dat zal ik altijd wel een beetje houden; het zit in me, het is aanleg. Afgelopen zomer was ik ook een tijd vrij somber. Maar ik kan daar steeds beter mee omgaan.


Ouder worden

Julia vindt ouder worden verschrikkelijk en laat zich cosmetisch flink onder handen nemen. Echt helemaal over the top. Zo extreem zou ik het zelf niet doen, maar toch vind ik ouder worden best shocking. Mijn dochter Olivia rent nu harder dan ik! En als ik foto’s zie van vijf, tien jaar geleden, dan denk ik: jee, toen zag ik er veel jonger uit. Leuk vind ik dat niet. Maar het is een gegeven, een keihard feit. Je kunt je wel laten behandelen, maar je jeugd krijg je niet terug, nooit meer. Toch kun je er wel voor zorgen dat je een beetje elegant ouder wordt. Door je goed te verzorgen, jezelf mooi te stylen. En als je dat allemaal doet, waarom zou je dan ook niet wat rimpels laten weghalen als die je storen? Ik ben niet tegen plastische chirurgie. Zo heeft John de Mol zijn wallen laten weghalen en ziet er nu stukken beter uit. Prima toch! Je moet er alleen niet in doorslaan, dan wordt het grotesk.

Ach, ouder worden hoort bij het leven. En ik ben nog gezegend, zo slecht zie ik er niet uit voor mijn leeftijd. Maar ja, je weet niet wat er nog voor kwalen, ziektes en ellende gaan komen…Daar kan ik wel angstig van worden. Mijn overbuurman van vijftig is eind vorig jaar onverwacht overleden aan een longembolie. Vroeger zou ik daar niet zo bij stil hebben gestaan, nu denk ik: die arme man was nog helemaal niet zo oud, dat kan mij ook gebeuren! Sinds ik veertig ben, ben ik daar meer van doordrongen. Maar ik drink niet, ik rook niet, ik beweeg veel, ik hoop dat ik nog lange tijd gezond zal blijven.


Amerika veroveren

Dat ik nu een van de bekendste schrijfsters van Nederland ben, had ik vroeger nooit verwacht. Toen ik jong was, droomde ik van een carrière als actrice. Ik heb zelfs nog een tijdje op de toneelschool gezeten maar dat beviel toch niet, vooral door de mensen die erop zaten. Ik besloot de school voor journalistiek te doen, en kwam bij verschillende bladen terecht. Ik schreef veel over seks en relaties en had ook toen al een bepaalde toon en humor. Ik heb nu twee boeken geschreven die een succes waren, maar pas als ook dit boek weer aanslaat, durf ik mezelf echt schrijfster te noemen. Dan weet ik: dít is mijn vak. Ik vind schrijven heel prettig. Ik geniet ervan om het te doen, het kan overal en het materiaal ligt voor het oprapen. Aan de andere kant: het is gewoon werk, je moet heel lang op een stoel blijven zitten voordat je klaar bent. Toen het boek bij de drukker lag, was ik enorm opgelucht. Tijdens het schrijven denk ik altijd: nu mag ik niet doodgaan! Want stel je voor, dan is mijn boek pas half af. Nu het klaar is, heb ik zoiets van: ziezo, nu kan ik rustig sterven. Niet dat ik dat voorlopig van plan ben, ha ha, want ik heb nog allerlei dromen. Een internationale bestseller schrijven, bijvoorbeeld. Amerika veroveren! Dat van de Ontsnapping een Hollywood film wordt gemaakt, dat de rechten van mijn boek worden gekocht door Tom Hanks en dat Famke Janssen de hoofdrol speelt; dát lijkt me nou helemaal het einde. En dat ik dan op de bank bij Oprah zit over erover te vertellen!”

© Lydia van der Weide


Naam: Heleen van Royen

Geboortedatum: 9 maart 1965

Getrouwd met: Ton van Royen

Kinderen: Olivia (13) en Sam (9)

Opleiding: VWO, school voor journalistiek in Utrecht

Werkervaring: journaliste bij onder meer Haarlems Dagblad, Radio Noord-Holland, Yes, Groter Groeien

Boeken: De gelukkige huisvrouw (2000) en Godin van de jacht (2003)

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide