• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin artikel ...


Een dag mee op de dierenambulance


Een ambulancecentrale speciaal voor dieren. Ze zijn er in meerdere plaatsen in Nederland. De grootste bevindt zich in Amsterdam. Elke dag van het jaar, vierentwintig uur per dag, rijden daar één of meerdere professionele wagens rond om gewonde of zieke dieren te redden. De organisatie draait grotendeels op vrijwilligers: allemaal mensen met een héél groot hart voor beesten.

Zoals Ellen en Monique, met wie Vriendinfotograaf Wout-Jan en ik een dagje mogen meetoeren. Stipt om half negen zitten we aan de koffie om even kennis te maken voordat de dienst begint. Een kwartier later controleren we of de nachtploeg de auto goed heeft achtergelaten. Zijn er voldoende handdoeken, is alles schoon, staan alle vangkooien er? Ik zie onder meer een vertederend klein brancardje, een kattennet en een schep om dode dieren van de straat te schrapen. Ik slik: hopelijk gaan we niet al te nare dingen zien vandaag….

Wat een hectische dag zal gaan worden, begint rustig: er zijn nog geen meldingen binnengekomen. Meestal is dat wel anders, vertelt Monique, terwijl ze nog eens koffie inschenkt. ‘Juist in de lente is het druk; jonge vogeltjes vallen uit hun nest, katten kukelen op straat door openstaande ramen en honden raken in hun enthousiasme de weg kwijt.’ Monique werkt al zestien jaar bij de dierenambulance. Ze begon op de meldkamer, waar alle telefoontjes binnenkomen en stapte daarna over op de auto. ‘Ik vind het goed en dankbaar werk,’ vertelt ze. ‘Natuurlijk is het moeilijk als er nare dingen gebeuren, dat vinden we allemaal. Iedereen die hier werkt houdt ten slotte van dieren. Dus het is afschuwelijk om te moeten zien dat een beest lijdt of zelfs doodgaat. Maar als jij het kan helpen, het lijden kan verminderen of verkorten, of het in zijn laatste uur kunt bijstaan omdat zijn eigenaar er niet is, is dat toch juist heel fijn?’

Dan komt de eerste melding binnen: we moeten een gewonde vogel halen die tegen een ruit is gevlogen. Vast een duif, gokt Ellen, de chauffeur van vandaag, al drie jaar in dienst bij de Dierenambulance. Maar nee; het blijkt een snip, die op de briefjes van honderd gulden stond. Wat een prachtig beest! Gelukkig maakt hij het redelijk goed en in een kartonnen doos rijden we hem naar vogelopvang De Toevlucht, een uniek vogeleilandje in Amsterdam Zuid-Oost. Ik wist het niet, maar er blijken buiten de ‘normale’ honden- en kattenasiels vele andere opvangplekken voor dieren te zijn. Voor slangen bijvoorbeeld, voor knaagdieren, voor vleermuizen. Zelfs voor fretten; Frettig gestoord heet die opvang. Ellen is er lid van. ‘Fretten zijn ontzettend lieve dieren,’ vertelt ze. ‘Ik merk dat mensen vaak denken: dat zijn toch roofdieren, die zich wel redden op straat? Helemaal niet! Ze moeten echt door mensen verzorgd worden.’

Vogels niet, natuurlijk; De Toevlucht biedt hen dan ook alleen een tijdelijk onderkomen tot ze weer op krachten zijn en ze opnieuw de natuur in kunnen. Zoals een aantal grote zwanen dat achter hekken bij het water staat. ‘Zullen we er een paar gaan uitzetten?’ stelt Monique voor. Spannend! Want hoe pakken we die beesten, is dat niet levensgevaarlijk? Monique grinnikt. ‘Als je niet oplet, kan een zwaan je met zijn vleugels knock-out slaan, maar als je weet hoe je ze moet benaderen, ben je ze zo de baas.’ Samen met Ellen pakt ze de zwanen vliegensvlug bij hun hals en vouwt hun kopjes dan onder hun oksel. Hierdoor vallen ze automatisch in slaap. In lakens gewikkeld kunnen ze dan naar de ambulance worden getild. Ook ik help en voel mij reuze stoer met een warme, zware zwaan in mijn armen. Bij een groot meer in de buurt laten we ze los. Fantastisch! De jongste kwettert van plezier als hij zijn prachtige, nieuwe omgeving ziet, ontroerend gewoon. ‘Kijk, hier doe je het voor,’ straalt Ellen. ‘Nu zie je hoe goed het kan aflopen met dieren die er eerst slecht aan toe waren.’

De mobilofoon piept ons op en leidt ons naar een gevonden hondje in Amsterdam-Noord. ‘Zulke dieren ophalen doen we alleen als de politie ons dat vraagt,’ vertelt Monique onderweg. ‘Wij kunnen niet zomaar gezonde, loslopende honden of katten meenemen. Wie weet zijn ze helemaal niet kwijt!’ Dit hondje, zo horen we, liep al dagen alleen rond. Tot een vrouw hem binnenlokte en de politie heeft gebeld. ‘Nu maar hopen dat hij gechipt is, dan hebben we de eigenaar zo gevonden,’ zegt Ellen.

Chippen, het is zo’n simpele, goedkope manier om je dier veilig(er) te stellen. Het krijgt hierbij een chipje ter grote van een flinke rijstkorrel onder zijn huid. Daarin staat een nummer dat is gekoppeld aan een adres in een databank. Even checken en hup, je weet bij wie het dier hoort. Zou het huis van deze hond zo eenvoudig te traceren zijn? Even lijkt onze reddingsactie sowieso op niets uit te lopen. Als de vrouw de deur voor ons open doet ontsnapt het hondje de straat op en denkt er niet aan zich te laten meenemen. Na een tiental spannende minuten op straat zit hij toch bij Monique op schoot achterin de ambulance. Helaas: geen chip. We besluiten hem mee te nemen naar het kantoor, waar een klein dierenverblijf is. Hopelijk meldt zijn baas zich snel. Met grote ogen zit het hondje even later in zijn tijdelijk onderkomen van zijn brokken te eten. Wat een snoepje! Hopelijk komt hij goed terecht…

Chippen is ook handig voor wanneer een dier overreden of anderszins dood wordt aangetroffen. Zijn eigenaar kan dan gebeld worden en op het kantoor, in een speciaal mortuarium, afscheid komen nemen. Vreselijk natuurlijk, maar nóg erger is nooit weten wat er met je dier gebeurd is. Als een gevonden dood dier níet gechipt is, wordt hij bestempeld als zogenaamd ‘zwerfdier’. Hij wordt dan toch een week of twee bewaard, om zijn baasje de kans te geven om zich te melden en hem te identificeren.

Wie jammer genoeg ook al niet gechipt is, is het mooie, rode tamme konijn, dat op het kantoor wordt afgeleverd door een man uit de buurt, die hem al dagen onder een struik in zijn tuin zag zitten. Het beestje is sterk vermagerd maar maakt het goed. We maken een hok voor hem klaar en snellen dan met de ambulance opnieuw naar een gewonde vogel, een meeuw dit keer. Helaas: Monique ziet al snel dat dit beestje niet te redden is. Een van zijn vleugels is afgebroken en een vogel die niet meer kan vliegen, wat voor leven heeft die nog? Bovendien schudt hij steeds hevig met zijn bloederige kopje. Of hij is misselijk of hij heeft erge hoofdpijn, stelt Monique. Dit beestje mag niet langer lijden. Verstijfd sta ik toe te kijken hoe de lange naald van de dierenarts in de buik van de meeuw verdwijnt…

‘Natuurlijk is dit rot,’ bevestigt Ellen buiten. ‘De eerste paar keer dat je dit meemaakt voel je je tranen branden. Maar je moet keuzes maken: heeft een leven wel of geen waarde meer? En als het dat niet meer heeft, kan het beter snel voorbij zijn.’ Ook moeilijk vindt zij het om eigenaren te zien huilen om hun overleden dier. ‘Je kunt eigenlijk niets voor ze doen. Je kunt ze hooguit een schouderklopje geven maar ze moeten toch met hun eigen leed naar huis.’

In de koffiepauze op kantoor hoor ik een verhaal waarvan mijn ogen volschieten. Een andere medewerkster vertelt dat ze een keer bij een treinviaduct een poesje aantrof met nog maar drie halve pootjes. Op zijn botjes had hij zich vanaf het spoor, waar zijn poten eraf gereden waren, naar de bewoonde wereld weten te slepen, op zoek naar hulp. En die hulp kwam, in de vorm van de dierenambulance. Maar de dierenarts waar hij heen werd gebracht, zei dat hij echt niets meer voor het beestje kon doen. Hij kon nooit meer een dierwaardig leven krijgen. ‘Ondanks zijn pijn was het poesje zó lief, zo aanhankelijk,’ vertelt ze aangeslagen. ‘Hij deed niets anders dan spinnen. Ik hield hem vast toen hij is ingeslapen. Even later kwamen zijn eigenaren totaal overstuur naar kantoor, die moest ik vertellen hoe het allemaal was gegaan. Dit was een van de heftigste dingen die ik heb meegemaakt tijdens mijn werk hier.’

Alle vrijwilligers hebben wel een dergelijk emotioneel verhaal. Hoe ze dat verwerken? Monique: ‘Praten, heel veel praten. Omdat je altijd met z’n tweeën op een wagen werkt, deel je de ervaring. Maar ook andere collega’s begrijpen wat je doormaakt. Maar gelukkig staan er veel mooie ervaringen tegenover dit soort leed: de keren dat je een dier wél kunt helpen. De keren dat je weggegooide kittens uit een vuilniszak kunt redden. Of wanneer je twaalf jonge vogeltjes zonder moeder ophaalt en onder je trui moet stoppen om ze warm te houden, heerlijk! Ja, het is en blijft de moeite waard, dit werk. Het is altijd weer afwisselend, uitdagend. En je komt overal. Van luxe villa’s tot junkenhollen. Wat ook een taak is van de dierenambulance is om aanwezig te zijn bij ontruimingen, bijvoorbeeld op last van de GG&GD, vanwege stankoverlast. Wat je daar soms meemaakt! In alle hoeken en gaten kunnen de gekste dieren zitten.’

Soms komen er heel bizarre telefoontjes op de meldkamer binnen. Alga, centralist, vertelt over die keer dat er werd gebeld door iemand die een kameel in zijn tuin zag staan. ‘We vroegen: meneer, heeft u soms gedronken? Ja, ja, dat kon hij niet ontkennen. Gaat u dan maar lekker koffie pakken, zeiden wij; mocht u hem over een uur nog steeds zien, belt u dan opnieuw. Maar het bleek écht waar te zijn: er was een kameel ontsnapt uit een circus!’ Er volgen verhalen over ontsnapte slangen en Ellen vertelt over een fret die in een chemisch toilet was gevallen. ‘Zijn vacht was knalblauw geworden! Het duurde vier dagen voor hij weer normaal wit was!’

De laatste melding van vandaag is die van een aantal zwanen vlakbij Abcoude, aangereden door een trein. We hopen dat ze nog leven en rijden extra hard, maar helaas. Twee dode witte zwanen liggen bloederig in de berm. Ik deins een beetje terug, de heren van de spoorwegpolitie ook. Maar Ellen springt stoer de greppel in en tilt de dieren een voor een omhoog. Ook dít is een taak van de dierenambulance: het ophalen en verwijderen van kadavers. Wat een akelige klus. Maar ja, íemand moet het doen… Dan wordt onze dienst om kwart voor zes overgenomen door de avondploeg. Om elf uur ’s avonds zal de nachtploeg zich melden.

Het was een zware dag, zowel fysiek als emotioneel. Maar voldaan fiets ik naar huis en denk nog eens aan de jonge zwaan, die zo uitgelaten kwetterend het meer op vloog. Het beeld van de meeuw die een spuitje kreeg vergeet ik liever, maar anderzijds: dit leed gebeurt tóch. Je kunt het wel niet onder ogen willen zien, maar wie helpt de dieren dan? Misschien moet ik maar overwegen om ook vrijwilliger te gaan worden….

Meer informatie: www.dierenambulance-amsterdam.nl

Of: www.dierenambulance.nl(alle dierenambulances van Nederland)

Ook vrijwilliger worden bij de Dierenambulance?

Meld je aan

Maak van je huisdier geen asielzoeker: www.chipjedier.nl

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide