• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin artikel ...


Margreet uit het BNN programma Over Mijn Lijk


Margreet:

‘In de zomer van 2006 kreeg ik pijn in mijn linkerbeen. Rechts had ik dat al langer; daar bleek het om een hernia te gaan. Wat er aan de andere kant speelde was onduidelijk. Diep in mijn hart wist ik het wel. Maar ik stak nog even mijn hoofd in het zand. We zijn op vakantie geweest: met vriend, mijn zoontje en ik. En we genoten. Van de zon, de vrijheid. Van elkaar. Na terugkomst heb ik me laten onderzoeken. Ruim voor mijn vervolgafspraak werd ik gebeld. Er waren uitzaaiingen gevonden in mijn heup en bekken. Kankeruitzaaiingen. Bij verder onderzoek bleek het ook in mijn ribben en in mijn hoofd te zitten. Toen kon ik er niet meer omheen. Twee jaar had ik kunnen hopen dat de kanker overwonnen was, dat ik nog heel lang zou leven. Nu was het onontkoombaar. Ik zou doodgaan en afscheid moeten nemen van iedereen van wie ik hou. Ik zou mijn zoontje niet kunnen zien opgroeien.

Toch was er toen een stille hoop dat het nog wel tien jaar zou duren. Dat kón, als de uitzaaiingen van de kanker zich zouden beperken tot mijn botten. Maar inmiddels weet ik dat het ook in mijn longen zit en in mijn lever. Ik ben in de terminale fase beland; als ze niets doen ben ik er over twee maanden misschien al niet meer. Zelfs als de artsen hun uiterste best doen, met longpuncties en chemo’s, leef ik hooguit nog een jaar. Heel gek, vorig jaar zomer, toen ik hoorde dat de kanker terug was, dacht ik meteen: ik denk dat ik vijfendertig ga worden. Dat ben ik nu en ik zal waarschijnlijk mijn volgende verjaardag in december niet halen. Dat besef is zwaar, soms niet te bevatten. Toch is het ook ‘gewoon’ geworden, hoe gek dat mag klinken.

Het begon met een klein knobbeltje in mijn borst, december 2003. Ik was net een jaar moeder, woonde samen met mijn grote liefde Robert, die ik al ken sinds de middelbare school. Eigenlijk schrok ik niet zo van dat knobbeltje, ik dacht dat het een cyste zou zijn. Ik stelde het naar de dokter gaan zelfs nog even uit, tot ik met kerst een tweede knobbeltje voelde. Toen heb ik zo snel mogelijk de dokter gebeld. Op de echo was niets te zien, op de mammografie ook niet, maar een punctie wees uit dat het kanker was. Je houdt er rekening mee, toch was het een gigantische schok. Totaal lamgeslagen was ik. En met mij iedereen om mij heen. Later zakte die ergste paniek. Er was immers nog van alles mogelijk. Ik zou een operatie krijgen met een directe reconstructie van mijn borst, daarna, als ze alles zouden kunnen weghalen, preventieve bestralingen, een chemokuur en hormoonbehandelingen. Niet niks, maar er zat niets anders op. Ik ben erg ziek geweest van de behandelingen en door de hormonen kwam ik vervroegd in de overgang, maar alles leek goed. De tumor was verwijderd, er waren geen uitzaaiingen. Zou alles nu achter de rug zijn?

Dat hoopten we natuurlijk, dat hoopten we met heel ons hart. We richtten ons weer op de toekomst en kochten een huis in een leuk dorp. Er was veel te verbouwen maar we hadden er zin in: dit zou onze nieuwe start worden. Achteraf moet ik toch toegeven dat ik het al die tijd niet echt vertrouwd heb. De tumor die ze hadden weggehaald was acht centimeter geweest. Acht centimeter: dat is groot, héél groot. En twee jaar later haalde de kanker mij dus in. Want het is simpel: aan uitzaaiingen ga je dood. Ze kunnen het remmen, als het meezit zelfs een hele tijd, maar genezen gaat niet meer. De klap was enorm. Ik werd overspoeld door heftige emoties, die elkaar in rap tempo afwisselden. Woede, angst, verdriet, verbijstering, onmacht. De eerste avond hebben Robert en ik doorlopend zitten huilen op de bank. En de volgende morgen keek ik met een hart vol tranen naar mijn zoontje Sven. Hoe moest het met hem als ik er niet meer zou zijn? Toch kwamen die allerheftigste emoties vrij snel tot rust. Je kunt nu eenmaal niet blijven zitten huilen op de bank, je moet jezelf bij elkaar rapen. En dat doe je ook, er zit gewoon niets anders op. Na die eerste dagen ben ik nooit meer echt boos geweest. Dat heeft namelijk geen zin, het is verspilde energie. Die energie heb je hard nodig voor anderen dingen. Je moet het onaanvaardbare accepteren en erin berusten. Want het leven gaat door, óók als je weet dat je dood zult gaan.

De eerste tijd was ik nog redelijk gezond. Met bestralingen konden ze de pijn bestrijden en ik kreeg een gigantische vechtlust over me. Ik probeerde zoveel mogelijk leuke dingen te doen en positief te blijven. Helaas bleek de kanker nog meer uitgezaaid te zijn. Iedere nieuwe uitzaaiing is weer een klap, maar je weet dat je die kunt verwachten, vroeg of laat, en daarom herstel je steeds sneller. Je denkt makkelijker: oké, wat nu? En je verlegt je grenzen. Behandelingen die ik eerst niet wilde, doe ik nu toch. Want mijn doel is om zo lang mogelijk te blijven leven. Niet alleen voor mezelf, Robert en mijn familie, maar vooral voor Sven. Hij is nog zo klein; net een leeftijd waarop je steeds meer herinneringen kunt opslaan. Ik wil dat hij later nog weet wie zijn moeder was, mij niet vergeten is. Dus ik geef nog lang niet op.

Onder mijn berusting zit natuurlijk veel verdriet. Dat Sven zal moeten opgroeien zonder moeder, dat vind ik het allerergste. Wat me ook enorm raakt, is dat mijn ouders hun kind zullen gaan verliezen. Ik zie hun pijn en dat vind ik zo erg. Meer nog dan ik zijn zij bezig met hopen op toch nog een oplossing. Zo speurt mijn vader heel internet af om te kijken of er in het buitenland geen behandeling te vinden is die mij zou kunnen helpen. Verder vind ik het natuurlijk ook erg om Robert in de steek te moeten laten. Wij hebben het al zolang zo goed samen en het zal niet makkelijk zijn voor hem er alleen voor te komen staan met Sven en de draad van zijn leven weer op te pikken. Toch weet ik: hij is jong, hij is sterk, hij redt het wel. Robert kan alles; ook weer gelukkig worden.

Onze relatie is eigenlijk niet veranderd door mijn ziekte. We zijn heel hecht maar dat wáren we al. In november zijn we getrouwd. Het was een prachtige dag met heel veel familie en vrienden. Werkelijk geweldig dat iedereen daar voor óns naar toe gekomen was. Mijn ziekte was aanwezig die dag maar hij verpestte hem niet, absoluut niet. We hebben zo genoten. Robert en ik kunnen goed over mijn ziekte praten. Maar dat doen we niet altijd. Allebei vinden we dat er ook ruimte moet zijn voor andere dingen. Als we aan tafel zitten te kletsen kunnen we heel eenvoudig switchen van kanker naar de nieuwe auto die hij wil kopen, bijvoorbeeld. Robert blijft zichzelf, zoals hij altijd was, en dat vind ik fijn. Tegen Sven zijn we vanaf het begin af aan open en duidelijk geweest. Ik denk dat dit belangrijk is; anders gaan kinderen hun eigen werkelijkheid creëren in hun hoofd die nog erger is. We hebben gezegd dat ik ziek ben, vaak naar het ziekenhuis moet. En dat ik ook niet meer beter zal worden. Dat ik doodga, dat heb ik nog niet expliciet gezegd, dat is ook zo moeilijk. Hoe vind ik de woorden om mijn kleine, lieve mannetje te vertellen dat zijn moeder er over een tijdje niet meer zal zijn?

Wat me heel veel goed doet in deze periode is alle steun van mensen om mij heen. Zó veel kaarten, brieven, bezoekjes, het is gewoon teveel om iedereen de aandacht te geven die hij of zij verdient. De band met de directe mensen om mij heen is veel intenser geworden. Met mijn zus Ingeborg bijvoorbeeld; zij is geen zus meer maar een echte vriendin. In ons nieuwe dorp heb ik ook nieuwe vriendinnen gevonden en in mijn situatie sla je een hele fase over. Je gaat direct de diepte in. Eigenlijk wilde ik geen nieuwe vriendinnen; ik dacht, wat moeten ze nu met mij, ik ga tóch dood. Maar voor genoeg mensen blijkt dat helemaal geen reden om niet meer met mij om te gaan. Ik denk ook dat het komt omdat wij toch nog altijd midden in het leven staan. Ik ben zeker niet alleen maar met mijn ziekte bezig, ben je gek! Ik kan er soms zelfs grapjes over maken. Galgenhumor. Zo heeft de kanker er bijvoorbeeld wel voor gezorgd dat ik nu op mijn streefgewicht zit. En zelfs kaal zijn heeft voordelen; het is best leuk om de kleur van je petjes aan te passen aan de rest van je kleding! Natuurlijk zijn er ook momenten dat ik erg in een dip zit. Maar ik kom daar gelukkig telkens weer uit. Dat doe ik door te genieten van kleine dingen. Van spelletjes spelen, een boekje voorlezen aan Sven. Een vakantie op Ameland; en binnenkort naar Euro Disney. Het kan best zijn dat ik daar een hele dag op bed zal moeten liggen omdat het te zwaar is, maar daar laat ik het nog niet om. Helaas is mijn conditie steeds slechter aan het worden. Ik heb vochtophoping bij mijn longen, waardoor ik moeite heb met ademen en niet goed kan eten. Ik ben vaak moe en lig veel op bed. Toen ik in 2006 over de uitzaaiingen hoorde, was ik net bezig in Komt een vrouw bij de dokter, het boek van Kluun over zijn vrouw met kanker. Daarin las ik wat mijn toekomst zou kunnen zijn qua aftakeling: een ware hel. Hoewel ik er wel bang voor ben, probeer ik er nog niet teveel over na te denken. Wat schiet ik daarmee op? Wel denk ik dat ik in de laatste periode naar een hospice wil. Ik vermoed dat dit beter is voor Sven; dan hoeft hij thuis niet op zijn tenen te lopen omdat ik steeds in bed lig en kan hij vast een beetje afstand van mij te nemen.

Ja, voor de weg naar de dood ben ik wel bang. Maar voor de dood zelf niet. Ik geloof dat het goed is hierna, dat je ziel naar een mooie plaats gaat waar je vol liefde wordt opgevangen door hen die al eerder zijn gegaan. Dit is míjn waarheid, die mij kracht geeft om positief in het leven te staan. En ik geloof dat alles met een reden gebeurt. Oók mijn ziekte. Het moet gewoon zo gaan, het is voorbestemd. Hoe erg het ook is, ik zie deze tijd als een cadeautje. Ik had ook onder een auto kunnen komen en in één klap weg kunnen zijn. Ik heb nu de kans om afscheid te nemen, om dingen achter te laten voor mijn geliefden, voor Sven. Hij was mijn grootste reden om mee te doen met Over Mijn Lijk. Nu heeft hij mooie, professionele beelden van mij. Die gaan in een doos met andere spullen voor later, allemaal tastbare herinneringen. Ik hoop dat hij zal weten hoeveel ik van hem gehouden heb en mijn aanwezigheid ergens altijd zal blijven voelen. Ik denk dat ik toch over hem zal kunnen blijven waken. Ik zal zijn sterretje aan de hemel zijn.’

Twee maanden later na het interview overleed Margreet. Haar man liet het volgende bericht na op haar weblog.

Rust


Het is nu zaterdagochtend 5:30 en mijn lieve Margreet is om 3:10 uur overleden. Rustig in haar slaap zoals ze zelf heeft gewild. Op een manier waarmee we vrede hebben. Haar strijd is gestreden en ze heeft vanavond los gelaten. Los gelaten van alles waar ze van hield. Van mij en Sven en van al haar dierbare waarvoor ze een speciaal plekje heeft in haar hart. Margreet heeft gezegd dat ze me een teken zou geven. Dit heeft ze gedaan. Toen in haar vanavond een nachtkus gaf deed ze haar linker oog nog even open. Een teken. Een teken van vrede en van geluk. Het geluk en de liefde die ze heeft gehad en die ze heeft gegeven. Aan heel veel mensen. Ik ben blij voor haar. Ze geloofde dat alles een reden heeft. Dit geloof was haar rust. Margreet heeft lang gestreden en tot aan vorige week zich moedig gehouden en alles eruit gehaald wat erin zat. Ik heb diep respect. Daarna is het snel gegaan. Een kort maar waardevol leven. Sven en ik hebben naast haar gezeten en haar een laatste kus gegeven. Een kleine kus die meer bevat dan alle woorden die ik kan schrijven.


Margreet onze liefde is eeuwig. Wij houden van je.

Robert en Sven.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide