• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin artikel ...


Het leven na een verkrachting


Verkrachting. De gevolgen ervan zijn voor het slachtoffer natuurlijk vaak vreselijk. Hoe kun je daarna ooit nog iemand vertrouwen, laat staan intiem zijn met iemand? Jessica, een slachtoffer van een verkrachting, hierover aan het woord.


‘Die verkrachting heeft mijn karakter veranderd. Toen ik de dader ontmoette, was ik zelfverzekerd, vrolijk en spontaan. Ik had het gevoel dat mijn leven net begon. En het leven was prachtig! Totdat hij alles kapot maakte. Mijn naïviteit veranderde hij in wantrouwen en dat raak ik niet meer kwijt. Het is nu al vijf jaar geleden, maar nog iedere dag vecht ik tegen de gevolgen van wat hij me heeft aangedaan. En ondanks dat hij een gevangenisstraf heeft gekregen van twee jaar ben ik nog altijd woedend op hem. Want hij is weer vrij, maar ik heb levenslang.

Ik ontmoette hem in de metro. Ik stond te bellen, toen ik plotseling voelde dat iemand me fixeerde. Het was een goedverzorgde jongen die er leuk uitzag, helemaal mijn type, dus ik keek even terug. Maar toen hij me bij het uitstappen aansprak, was er iets in zijn stem dat me niet beviel. Dus ik ging niet in op zijn voorstel om wat te gaan drinken samen. Maar hij bleef aandringen. Achteraf denk ik vaak: ik had toen heel bot moeten zijn. Misschien was het dan anders gelopen. Maar ik was nog maar eenentwintig en zo naïef. Ik had geleerd om altijd aardig te zijn.

We zijn toch wat gaan drinken. In het café vertelde hij me telkens hoe mooi hij me vond. Opeens zat hij aan mijn borsten! Ik ben direct opgestaan, ik had knallende koppijn gekregen en wilde nog maar één ding: weg. Hij wilde me niet laten gaan. Hij wilde me nog eens ontmoeten, alsjeblieft, ik moest hem een kans geven. Hij zat zo te zeuren om mijn telefoonnummer, dat ik het uiteindelijk gegeven heb. Waarom geen vals nummer? Dat kwam niet in me op. Dom hè. Maar ik dacht simpelweg: als ik nu maar van hem afkom, dan zal het de volgende keer wel los lopen. Misschien belt hij wel helemaal niet. Hij belde wel. Ik was nog maar vijf minuten thuis toen mijn mobiel afging. Dat was het begin van zeven maanden ‘stalken’, dat uitmondde in die ene verschrikkelijke nacht.


Een paar maanden eerder was ik vanuit de provincie naar de grote stad verhuisd. Ik had een leuke baan gevonden in een winkel, precies wat ik altijd wilde, en ik woonde met drie gezellige meiden in een huis. Ik voelde me helemaal happy. Dat straalde ik ook uit en ik kreeg veel aandacht van mannen. Ik had jarenlang niet zoveel zelfvertrouwen gehad, dus het was fijn om te merken dat mannen mij mooi vonden. Maar dat deze jongen, laat ik hem W. noemen, zoveel aandacht voor mij had, vond ik erg onprettig. Hij belde me doorlopend. Toen hij had ontdekt waar ik werkte, stond hij me vaak op te wachten. Telkens vertelde hij me hoe verliefd hij op mij was. Iedere keer maakte ik hem duidelijk dat ik niet hetzelfde voor hem voelde, maar hij leek het niet te begrijpen. Hij belde zo vaak dat ik er gek van werd. Vaak nam ik niet op, maar ik wist dat hij niet op zou geven. Daarom stond ik hem soms toch maar te woord, dan was ik er voor die dag tenminste vanaf. Op een gegeven moment had hij me gevolgd naar mijn huis en belde onverwacht aan. Toen ik opendeed, viel hij op z’n knieën. ‘Trouw met me,’ zei hij. Zó idioot vond ik dat!


Toen heeft hij me voor de eerste keer aangerand. Ik kwam op een avond thuis en op het moment dat ik mijn deur binnenstapte, dook hij op en stak zijn voet tussen de deur. Ik schrok me rot, alle meiden met wie ik samenwoonde waren weg. Hij begon me te zoenen en drukte me tegen de muur. Bizar genoeg ben ik die keer gered door mijn kat. Die zat op de trap en viel W. aan. Hij verloor zijn evenwicht en gauw heb ik hem de straat opgeduwd. Overstuur ben ik daarna naar mijn ouders gereisd. Ik had een grote blauwe plek in mijn nek van zijn hardhandigheid, maar ik bedacht een smoes voor mijn ouders. Ik schaamde me namelijk dat mij dit overkwam. Wat was ik toch naïef geweest bij die eerste ontmoeting! Maar hoewel ik behoorlijk bang was geworden, dacht ik nog steeds: ik heb het wel onder controle. Ik kon me niet voorstellen dat W. me echt wat zou aandoen, dat paste simpelweg niet in mijn wereldbeeld.


Kort daarna stuurde hij me een valentijnskaart. ‘To my wife’ stond erop. Kostmisselijk werd ik ervan. Ook ontving ik bloemen. De meiden met wie ik woonde heb ik er toen over ingelicht. Als er werd gebeld deden zij open, en zeiden dat ik er niet was. Ik wist het toen niet, maar hij was in dezelfde straat gaan wonen als ik, om maar dicht bij me te zijn. Hij heeft me nog enkele keren aangevallen maar telkens wist ik weg te komen, godzijdank. Maar hoe moest dit gaan aflopen? Ik heb overwogen om naar de politie te gaan, maar ik was bang dat ze me niet serieus zouden nemen. Ik had gehoord dat ze niet veel kunnen doen bij stalking…


Die vreselijke vrijdagavond in augustus had ik gewerkt, het was koopavond. Ik had nog wat gedronken met mijn collega’s en reisde met de metro naar huis. Zoals altijd als ik laat op straat liep, belde ik mijn moeder. Dan voelde ik me veiliger. In mijn straat zag ik W. hij staarde naar me. ‘Ga gauw naar binnen,’ adviseerde mijn moeder. ‘Ik bel je zo nog even om te weten of alles goed is.’ Voor mijn deur kreeg ik de sleutel moeilijk in het slot. ‘Dag Jessica,’ hoorde ik opeens. Mijn hart klopte in mijn keel. Voordat ik iets kon doen stond hij bij me in huis. Ik raakte in paniek, mijn huisgenoten waren er weer niet! Maar toen mijn moeder belde, zei ik niets over hem; ik wilde haar niet ongerust maken. Ik was ervan overtuigd dat ik hem wel weg zou krijgen. Maar plotseling drong hij zich aan mij op. Hij zoog zich letterlijk aan mij vast, met zuigzoenen, in mijn nek en borsten. Ik probeerde me te verweren maar dat lukte niet. Toen tot me doordrong dat het verkeerd zou aflopen, begon ik heel hard te huilen. W. trok zich nergens wat van aan. Het was afschuwelijk. Op een gegeven moment had ik mijn sleutels uit mijn tas weten te trekken en ik overwoog hem met de grootste sleutel in zijn rug te steken. Maar wie weet wat hij dan zou doen? Misschien zou hij me wel vermoorden en ergens in een steegje dumpen. Ware doodsangst voelde ik. Huilend heb ik om mijn oma geroepen, die het jaar ervoor overleden was. Toen hij klaar was, besefte ik dat hij niets had gebruikt. Dat zei ik ook direct tegen hem, door mijn tranen heen. Hij haalde zijn schouders op en had nota bene het lef om zijn arm om me heen te willen slaan! Maar ik hem de trap afgetrapt. ‘Ik zie je snel weer,’ riep hij nog. De gek! Hij moet echt een kronkel in zijn hoofd hebben gehad.


Ik voelde me zo vies dat ik eerst eindeloos heb staan douchen. Mijn hals en borsten waren helemaal blauw en ook tussen mijn benen zaten verwondingen. Na het douchen heb ik mijn ouders gebeld. Ik wilde hen niets vertellen, alleen hun vertrouwde stem horen. Maar ik begon meteen te huilen toen mijn moeder aan de lijn kreeg. ‘Hij is bij je geweest hè,’ stelde ze vast. Op de achtergrond hoorde ik mijn vader keihard vloeken. Ik heb nu zelf een dochter en kan mij voorstellen hoe het moet voelen als iemand je kind iets heeft aangedaan. Zij stonden erop dat ik de politie zou bellen. Dat wilde ik eerst niet; ik zei dat ik zou gaan slapen en de volgende dag gewoon aan het werk zou gaan. Dat klinkt gek, maar ik wilde niet onder ogen zien wat er gebeurd was, het was té erg. Maar mijn moeder zei: ‘Als jij de politie niet belt, doen wij het,’ en toen heb ik hun raad toch opgevolgd. De politie was er binnen vijf minuten. De aangifte was afschuwelijk, vooral het lichamelijk onderzoek. Was ik net verkracht, moest ik direct daarna alweer naakt op een tafel liggen voor een mannelijke arts!

Mijn ouders waren inmiddels ook gearriveerd en zij namen me mee naar mijn geboorteplaats en daar ben ik gebleven. Eerst voor een paar dagen, maar die dagen werden weken. En de weken maanden; ik kon gewoon niet meer terug naar huis. Ik heb het wel geprobeerd maar ik raakte elke keer volledig overstuur. Ook mijn werk ging niet meer. De winkel waar ik stond was een soort kelder, met maar één trap naar boven. Iedere keer als ik een man de trap af zag komen, raakte ik in paniek. Ik bleek na de verkrachting twee geslachtsziektes te hebben, gonorroe en chlamydia. Natuurlijk was ik ook doodsbang voor HIV, maar dat had ik gelukkig niet. Wel moest ik een half jaar wachten tot dat zeker was en dat was vreselijk.


Het heeft een paar maanden geduurd voordat ze W. oppakten. Het bleek dat hij mij een valse naam had gegeven en ze konden hem niet vinden. Tot hij mij weer begon te bellen. Godzijdank is mijn zaak door de politie altijd heel serieus genomen. W. heeft maar liefst vijf maanden in voorarrest gezeten, dat is heel bijzonder. Toen kwam de zaak voor. Dat was opnieuw een hel: ik was erbij en moest al zijn leugens aanhoren. Hij beweerde dat ik vrijwillig met hem had gevreeën. Gelukkig geloofden ze hem niet en hij kreeg een onvoorwaardelijke straf van twee jaar. Daarnaast moest hij mij een schadevergoeding betalen van 6200 gulden. Overigens heeft hij daar nog maar driehonderd gulden van afgelost.


Natuurlijk was ik blij dat hij bestraft werd, maar de gevolgen van wat hij heeft gedaan zijn niet meer uit te wissen. Ik heb mijn baan moeten opgeven en ik ben zelfs voorgoed afgekeurd voor werken in een winkel; ik kan niet meer onbevangen met vreemden omgaan. Ik durf hen niet aan te kijken, sla meteen dicht. Ik ben lang bij mijn ouders blijven wonen, zij hebben mij geweldig gesteund. Dat was niet met iedereen zo. Een tante vond al na een week ‘dat ik het nu maar achter me moest laten.’ Ook ben ik veel vriendinnen kwijtgeraakt. Die konden er niet mee omgaan dat het zo slecht met mij ging. Maar gelukkig heb ik ook een aantal hartsvriendinnen overgehouden, waarvan ik nu weet dat ze me door dik en dun steunen.


Ik heb me lange tijd leeg en lamgeslagen gevoeld. Ik zat vol woede, en omdat ik het niet op W. kon afreageren, reageerde ik het af op mezelf. Ik sneed in mezelf en ik slikte veel kalmeringsmiddelen. Verder rookte ik twee pakjes sigaretten per dag en wanneer ik in het weekend uitging dronk ik veel te veel. Ik dacht zelfs vaak aan zelfmoord. Maar na een tijdje werd ik weer verliefd, dat heeft me gered. Mijn vriend en ik zijn gaan samenwonen en hadden het heel fijn. Pas toen ik zwanger werd, kwam alles weer naar boven. Ik kreeg last van nachtmerries, kon me seksueel niet meer openstellen. Mijn vriend kon niet met mijn problemen omgaan en uiteindelijk is onze relatie stukgelopen. Ik zorg nu in mijn eentje voor mijn dochter, maar ze heeft wel goed contact met haar vader.

Daarna heb ik nog eenmaal kort een relatie gehad, maar ook toen ben ik teleurgesteld. Ik raakte zwanger, ondanks een voorbehoedsmiddel wat ik gebruikte, maar ik kreeg een miskraam en had daar veel verdriet van; mijn nieuwe vriend daarentegen haalde zijn schouders erover op. Dit was de druppel. Ik merk dat ik geen mannen meer vertrouw. Het lukt me niet meer om me te geven. Ik leef nu alleen met – en voor – mijn dochtertje. Ik probeer met haar een zo gelukkig mogelijk bestaan op te bouwen. Zij is alles voor me, ik houd zóveel van haar. Ik ben doodsbang dat iemand haar ooit iets zal aandoen. Daarom ben ik heel beschermend ten opzichte van haar. Té beschermend. Ik weet dat dat niet goed is, dus sinds een jaar volg ik intensieve groepstherapie en individuele therapie om mijn eigen ervaringen beter te verwerken. Het is erg zwaar, maar ik heb het idee dat ik er wel baat bij heb.

Ik geloof dat alles wat je in je leven meemaakt, een reden heeft. Wat er is gebeurd heeft mij ook sterker gemaakt. Maar vergeven kan ik W. nooit. Hij heeft me zoveel afgenomen. Mijn spontaniteit is voorgoed verdwenen. Daar kan ik nog altijd woedend om zijn. Want waar haalde hij in godsnaam het recht vandaan om mij dit aan te doen?’



Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide