• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin artikel ...


Stotteren


Niet iedereen staat stil bij het leven dat de stotteraar leidt. Erger nog, stotteren wordt soms wel charmant gevonden, of nóg erger: komisch. Maar hoe moet het voelen om gewone alledaagse dingen bijna niet te kunnen? Jezelf niet aan iemand kunnen voorstellen, of een drankje in een café bestellen, een bioscoopkaartje aan de kassa. Hoe groeit een kind op dat zich nooit onbekommerd kan uiten? Dat in een kwade bui nooit écht kan zeggen wat het voelt? Dat zich minderwaardig voelt omdat het níet kan wat iedereen zo gemakkelijk wél kan: praten. Bij Barbara (28) ontstonden de problemen toen zij naar de middelbare school ging.

‘Ik stotter al sinds ik een heel klein meisje was. Net zoals mijn broertje en mijn vader. Thuis viel ik dus niet op. Maar al toen ik vijf was, besefte ik dat ik anders was dan de andere kinderen: iedereen kon vloeiend praten, alleen ík bleef altijd hangen op bepaalde letters. Toch heb ik er in mijn vroegste jeugd niet erg onder geleden: ik werd niet gepest, de onderwijzers toonden begrip en geduld en ik had veel vriendjes en vriendinnetjes.

Het ging pas mis toen ik naar de middelbare school ging. Ik kwam in een klas waar ik niemand kende. Bij het voorstelrondje voelde ik me zó ellendig. Straks zou iedereen horen hoe ik haperde. Toen het mijn buurt was, werd ik knalrood en stikte ik haast in mijn zinnen. Zelfs mijn naam kon ik niet normaal uitspreken. Een aantal kinderen begonnen te grinniken en ze deden me na. Dit is het begin geweest van een jarenlange nachtmerrie. Door mijn stotterprobleem viel ik buiten de groep. Ik werd regelmatig belachelijk gemaakt en daardoor kroop ik steeds meer in mijn schulp. En bang musje was ik; iedere dag op school vond ik weer even afgrijselijk. Ik was doodsbang voor iedere beurt, en presentaties voor de klas waren het allerergste. Daar lag ik letterlijk weken van wakker. Maar iedere ochtend stond ik op met een steen in mijn maag. En dan vroeg ik me af: waarom heb ik dit toch? En zal ik er ooit vanaf komen?

Gek genoeg kon ik er thuis niet over praten, terwijl je dat wel zou verwachten. Maar bij mijn broertje was het stotteren rond zijn tiende vanzelf over gegaan. Ik was blij voor hem, maar was wel jaloers. Mijn vader ontkende dat hij zijn eigen stotteren een probleem vond. Ik moest me er dus ook maar niets van aantrekken, vond hij. Mijn moeder stemde daar dan maar mee in, en daarmee was het onderwerp afgedaan. Ik vond het moeilijk hen te tonen hoeveel moeite ik ermee had. Ik wilde me graag stoer en sterk zijn, zodat ze trots op mij konden zijn. Maar sterk en stoer, zo voelde ik me helemaal niet. Ik had weinig vriendinnen in die tijd, ik sloot me liever op dan dat ik stotterend moest praten. Die jaren op de middelbare school ben ik echt heel eenzaam geweest. Ik dacht dat het nooit beter zou gaan, dat ik nooit een leuke baan zou vinden en iemand vinden die van mij kon houden, dat was echt onmogelijk voor mij, dacht ik. Gelukkig zijn die supernegatieve gevoelens over mezelf wel verdwenen. Ik heb nu, tien jaar later, leuk werk in een winkel én ik ben sinds kort getrouwd, maar nog steeds beïnvloedt het mijn leven heel sterk.

Er zijn in Nederland ongeveer 225.000 mensen met dat probleem. Er zijn meer mannen die het hebben dan vrouwen, dat komt door de erfelijke component. De aanleg om te stotteren kan in de familie zitten, maar of het er dan ook echt uit komt hangt af van veel factoren. Er kan een direct aanleiding voor zijn, bijvoorbeeld een traumatische ervaring, het kan ook zomaar, ogenschijnlijk toevallig, beginnen. Iedereen stottert weer op een andere manier, maar al die mensen hebben één ding gemeen: als ze praten maakt hun middenrif ongecontroleerde bewegingen. Het middenrif is een spier die onder je longen zit en grotendeels verantwoordelijk is voor de ademhaling en het praten. Het ergste van het stotteren vind ik de schaamte. Iedereen kan vloeiend praten, alleen de stotteraar niet. De meeste simpele woorden krijgt hij al niet uit zijn mond. Terwijl er eigenlijk niets aan de hand is: als ik in mijn eentje ben, stotter ik geen moment! Pas als anderen luisteren, brengt dat spanning mee waardoor ik blijf hangen, soms wel in iedere zin.

Ik vraag me af of mensen wel beseffen hoe vervelend het is. Ik zie het echt als een handicap. Het stotteren belemmert mij om te zeggen wat ik wil. Het is zo funest voor je zelfvertrouwen. Denk maar eens na: praten moet je iedere dag, altijd, overal! Hele kleine dingetjes zijn voor mij een groot probleem. Een brood kopen bij de bakker, bijvoorbeeld. Zeker als er veel mensen achter me staan. Als ik me opgejaagd voel, kom ik er steevast niet uit. Een mop vertellen, kan ik bijvoorbeeld echt niet! Ik blijf altijd steken bij de clou…

Ook mezelf voorstellen aan onbekende mensen vind ik moeilijk. De B kost mij heel veel moeite. Ik ben lang boos op mijn ouders geweest dat ze mij juist een naam hadden gegeven die met een B begint, tot ik in groepstherapie ontdekte dat vrijwel elke stotteraar moeite heeft met z’n eigen voornaam! De B is juist een probleem omdát ik zo heet, niet andersom. Groepstherapie, ja. Ik heb veel verschillende dingen gedaan. Alle mogelijke therapieën. Soms hielpen ze wat, soms wat het eindeloze tijd voor niets. Maar ook als het hielp, kwam er later toch weer een terugval.

Toch is het vanaf mijn achttiende wel beter met me gegaan. Toen ik van school af was, was ik enorm opgelucht. Nooit meer spreekbeurten! Ik heb werk gezocht waarbij ik zo weinig mogelijk hoefde te praten. Rond die tijd kreeg ik een eerste vriendje, dat me accepteerde hoe ik was. Dat bracht al wat rust. Ik heb eindeloos veel trucjes om maar niet te stotteren. Mensen weten daar niets van. Als ik een restaurant ben, drink ik mijn glas niet helemaal leeg, zodat er nog een restje rode wijn in blijft. Dan hoef ik alleen te zeggen tegen de ober: mag ik er nog een? Dat is makkelijker dan: mag ik nog een rode wijn? Op de r van rood ga ik steevast haperen. Het eerste glas bestellen is soms een ramp. Als ik voel dat het er echt niet uit gaat komen, bestel ik maar snel wit, terwijl ik daar helemaal niet van houd!

Ik kan meer voorbeelden geven van gekke trucjes. Zo heb ik een tijd veel stopwoordjes gebruikt, om in een zin te glijden. Maar alle trucjes helpen maar tijdelijk. Het enige wat echt zou helpen is dat ik het leer accepteren. Dat heeft ook mijn vader erg geholpen. Hij zit er echt niet mee als hij hapert. Ik kan het me haast niet voorstellen, maar hij beweert dat het hem echt niets kan schelen. Daardoor is het ook afgenomen. Maar zover ben ik nog lang niet. Ik hoop nog altijd dat ik op een dag wakker wordt, en ik als door een wonder nooit meer stotter. Wat zou dat heerlijk zijn! Op dit moment geloof ik er niet meer in. Ik denk dat ik er maar mee moet leren leven. Op sommige momenten ben ik bijna zover dat ik het kan accepteren, andere momenten ben ik toch weer heel boos en verdrietig.

Een dieptepunt was dat ik een baan vond waarbij ik de telefoon moest beantwoorden. Met mijn therapeut had ik veel geoefend, en het ging wel redelijk. Maar toen daar echt de telefoon moest opnemen, ging het meteen mis. Dat was zo’n gat in mijn zelfvertrouwen, dat het die hele dag niet meer lukte. Ik stikte er haast in! Na een paar keer heeft een collega het maar overgenomen. Ik schaamde me helemaal dood…. Aan het eind van de dag kreeg ik te horen dat ik niet meer hoefde terug te komen.

Gelukkig heb ik niet lang daarna via via een leuke baan gevonden in een winkeltje. Dat ik daar durf te staan is een hele overwinning. En gelukkig gaat het goed. De baas hoort wel dat ik er soms niet uit kom bij een klant maar hij zegt: ach, iedereen heeft wel wat. Zulke mensen bestaan dus ook! Ook mijn vriend vindt mijn gestotter niet erg. Sterker nog, hij zegt dat het hem haast niet opvalt. Daar geloof ik niets van, want ik hoor zelf wel hoe erg het soms is. Maar voor hem is het geen punt. Het is een heerlijk gevoel dat er iemand van mij houdt, en mij helemaal accepteert hoe ik ben. Dat is iets waarvan ik vroeger dacth dat ik het nooit zou vinden. Gelukkig zie ik nu ook wel in dat ik best een leuke meid ben, en meer ben dan alleen maar dat stotteren.

Ik heb hem ontmoet via internet. Dat is voor mij natuurlijk een geweldige manier om te communiceren. Daar kan ik opeens alles zeggen wat ik wil! Ik schrijf ook best goed, denk ik, omdat dat altijd mijn enige manier was waarop ik mij echt vrij kon uiten.Via de mail zijn we verliefd geworden. Hij drong al gauw aan op een ontmoeting, maar dat durfde ik helemaal niet. Stel dat hij af zou knappen op mijn gehaper? Dat leek me afschuwelijk. Er was al eens eerder een jongen geweest die het contact met mij had verbroken omdat ik altijd zo zenuwachtig overkwam, zoals hij het had uitgedrukt, en dat had me een enorme knauw gegeven.

Ik heb de ontmoeting een paar maanden uit weten te stellen, toen heb ik het hem per mail verteld. Hij schreef terug: ik weet nu al dat ik van jou zal houden met alles erop en eraan. Dus zet alsjeblieft uit je hoofd dat mij dat iets zal uitmaken. Ik heb zitten huilen toen ik dat zag. Natuurlijk was ik evengoed erg zenuwachtig bij onze eerste date. Maar het was geweldig. Ik voelde me direct zo op mijn gemak bij hem dat het best meeviel met mijn gestotter. Hij heeft nooit laten merken dat hij het storend vond. Dat vindt hij ook niet, zegt hij, maar dat kan ik mij niet goed voorstellen. Maar bij hem heb ik er niet veel last van, behalve wanneer we ruzie hebben. Dan kom ik er soms helemaal niet uit. Maar hoe boos hij ook is, hij zal mij altijd rustig laten uitpraten, en heeft nog nooit een rotopmerking gemaakt. Hij is zo lief.

Een half jaar geleden zijn Max en ik getrouwd. Trouwen was iets waar ik altijd tegen op zag. Namelijk: zou ik het jawoord wel vloeiend kunnen zeggen? Het mag heel belachelijk klinken, maar toen het mijn buurt was om ja te zeggen, was ik doodnerveus of het er wel vloeiend uit zou komen. Wat een afgang zou dat anders zijn! Dat is iets waar ik altijd al over had nagedacht. Ja, diep zit het hè. Maar het ging goed. Ik keek Max aan en hij lachte naar me. En toen ging het.


Ik twijfel alleen erg over kinderen. Ik probeer nu uit te zoeken hoe het zit met erfelijkheid. Echt zekerheid is er niet. Mijn kinderen zullen wel een vergrote kans hebben ooit in hun leven te gaan stotteren, maar wie weet ook helemaal niet. Max doet er vrij luchtig over. Hij snapt dat ik ermee zit, maar zegt ook: zelfs als ze stotteren, is het nog maar de vraag in welke mate. Misschien groeien ze er wel overheen. Of zitten ze er helemaal niet mee. Jij bent nu toch ook gelukkig, zegt hij dan. Jij bent nu toch ook blij dat je leeft? Ja, dat is zo, maar als ik denk aan mijn vreselijk middelbareschool tijd, en alles wat ik toen heb moeten doorstaan, krijg ik het helemaal koud. Dat zou ik mijn kinderen willen besparen.

Inmiddels hebben we toch besloten ervoor te gaan. Mochten mijn kinderen gaan haperen, zullen we zo snel mogelijk een therapie voor hen zoeken. Hoe eerder je daarmee begint, hoe meer kans op succes je hebt. En ik zal er altijd met hen over praten.’


Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide