• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Straatvrees

Dhyan kampt al jaren met straatvrees, agorafobie. Ze durft niet naar buiten, uit angst paniekaanvallen te krijgen. Ze vertelt over haar leven met deze allesoverheersende angst en hoe zij die probeert te overwinnen.

‘”Toen ik al twee jaar binnen zat en er maar geen vooruitgang was, heb ik iets voor mezelf bedacht. Ik ben steentjes gaan zoeken op straat. Heel voorzichtig ging ik het huis uit, stapje voor stapje. Ik nam me voor net zo ver te gaan tot ik een mooie steen had gevonden. Hierdoor ben ik langzaam vooruit gegaan. De stenen heb ik bewaard, ze staan symbool voor het levenspad dat ik bewandel.

Ik heb al bijna vijf jaar straatvrees. De eerste jaren is het heel erg heftig geweest, ik durfde alleen nog maar de tuin in. Ik woonde bij mijn moeder, want zelfstandig wonen ging echt niet meer. Inmiddels woon ik weer op mezelf en hoewel ik nog veel beperkingen heb, gaat het toch al veel beter. Ik ben sterker geworden, veelal door zelfstudie. Daar ben ik best trots op. Sommige mensen noemen mij eigenwijs, maar ik zeg altijd: het is mijn eigen wijsheid die ik volg!

Vijf jaar geleden fietste ik van mijn arts naar huis, toen ik het plotseling erg benauwd kreeg. Ik voelde een verschrikkelijk sterke aandrang om thuis te zijn. Ik voelde me zo angstig dat ik haast geen lucht meer kreeg en bijna flauw viel. Hoe, dat weet ik niet, maar ik ben toch thuis gekomen. Vanaf dat moment durfde ik absoluut de deur niet meer uit. Ik probeerde het wel: direct de volgende dag wilde ik weer op de fiets stappen, maar het ging onmogelijk. Ik raakte volledig in paniek, wist niet meer wie of waar ik was.

In die periode kwam alles tot een climax, maar eigenlijk ben ik mijn leven lang al angstig geweest. Zelfs als klein kind. Ik had altijd veel heimwee als ik op schoolreisje moest en als kleuter had ik al moeite om het schoolplein over te steken. De angstklachten verergerden rond mijn zestiende, toen ik onverwachts een vreemde ervaring had in de trein. Het leek net alsof ik buiten mezelf raakte. Depersonalisatie heet dat. Het was een heel bedreigend gevoel en ik was doodsbang dat het nog een keer zou gebeuren. Daardoor durfde ik haast niet meer met de trein, zeker niet als het druk was. Met de ochtendspits reizen, dat kon ik niet meer opbrengen, dus ik kwam steeds te laat op school. En steeds vaker durfde ik helemaal niet meer en bleef ik dagenlang weg. ‘s Nachts lag ik continu te piekeren en dat zorgde weer voor slaapproblemen. Dat ik mijn eindexamen toch heb gehaald is eigenlijk een wonder.

Mijn motto is altijd geweest: doorgaan. Hoe zwaar het ook was, ik bleef het maar proberen, telkens opnieuw. Maar daarmee ging ik voortdurend over mijn eigen grenzen en werd het alleen maar erger. De vervolgopleiding waar ik mee begon, lukte niet. We moesten vaak reisjes maken en dat bracht teveel spanning met zich mee. Ik kreeg paniekaanvallen, daarnaast was ik erg depressief. Er zat niets anders op dan te stoppen met de opleiding, heel erg vond ik dat.

Natuurlijk zocht ik hulp voor mijn angsten. In eerste instantie kwam ik bij de reguliere geestelijke gezondheidszorg, maar daar voelde ik me niet zo op mijn plek. De sfeer was kil, ik ging van intake naar intake, en voelde weinig persoonlijke betrokkenheid. In de loop van de jaren heb ik maar liefst zestien verschillende therapievormen gevolgd, van alles en nog wat. Ook veel alternatieve therapieën. De meeste werden niet vergoed door de verzekering; als ik al dat geld had kunnen opsparen, had ik bij wijze van spreken een auto kunnen kopen! Maar het ergste was nog dat het allemaal eigenlijk niet hielp. Soms wel een beetje, maar nooit helemaal. Ik vond trouwens wel dat ik bij de alternatieve geneeswijzen meer baat had dan bij de reguliere. Ik kreeg ook medicatie, antidepressiva, maar dat beviel helemaal niet. Ik raakte er erg afgestompt van. Het onderdrukte de angst wel, maar het loste niets op: wanneer ik stopte, kwam alles net zo hard weer terug. En werd nog erger, zelfs!

Een lange periode voelde ik me zo ellendig en gespannen dat ik niet meer kon eten. Wel een jaar lang heb ik mezelf uitgehongerd, niet omdat ik slank wilde worden, maar ik omdat ik gewoon geen hap meer door mijn keel kreeg. Bij de gedachte aan voedsel kreeg ik het al benauwd. Op het laatst woog ik nog maar 43 kilo… Ik moest kiezen: of gaan eten, of zo ver aftakelen dat ik naar het ziekenhuis moest. Ik koos het eerste en ben begonnen met een broodje in twintig stukjes te snijden. Ik deed er dan de hele dag over om dat op te eten. Daarna kreeg ik een slaapprobleem: uren lag ik wakker, iedere nacht weer. Heel slopend. Op het einde was ik zo oververmoeid dat ik niet meer normaal kon functioneren.

Vijf jaar geleden kwam het dus echt tot een uitbarsting en vanaf dat moment zat ik alleen nog maar thuis. Mijn vrienden van vroeger was ik beetje bij beetje kwijtgeraakt. Voor hen was het lastig te begrijpen wat er allemaal met mij gebeurde. Zelf wilden ze leuke dingen doen, plezier maken, tja, dat het dan zwaar is om met mij om te gaan, dat snap ik best. Gelukkig had ik fijn contact met mijn moeder, met haar kon ik goed praten. Maar mijn wereldje was heel klein, ik kwam echt in een isolement. Het enige dat ik deed was wat in en om het huis werken. Of lezen. Mijn moeder had rijen zelfstudieboeken van psychologische, spirituele en filosofische aard, en daar las ik veel in. Dat hielp goed bij het beter begrijpen van mijzelf en mijn probleem.

In mijn vroegste jeugd heb ik traumatische dingen meegemaakt, waaronder geweld en een continu dreigende sfeer. Op school was ik altijd een Einzelgänger en werd daardoor vaak gepest. De boodschap die heb meegekregen, van alle kanten, was: jij mag er niet zijn. Ik voelde me nergens welkom en kon daardoor nergens aarden. Niet in de wereld, niet in mijn eigen lichaam. Ik vluchtte in een fantasiewereld, alleen daar was het veilig voor mij. Die angstige ervaring vijf jaar geleden op de fiets kwam volgens mij omdat ik voor de eerste keer plotseling besefte: ‘Ik ben er, ik besta, ik maak onderdeel uit van de wereld.’ Dat was zo’n angstaanjagende gedachte, dat die een soort kortsluiting in mezelf veroorzaakte.

Ik ben ervan overtuigd dat mijn straatvrees daarvandaan komt. Want ik ben natuurlijk helemaal niet bang voor de straat zelf, of voor stoeptegels! De straat is voor mij symbool voor ‘het leven ingaan’. En dát vind ik eng. Er is ook een posttraumatische stressstoornis bij me vastgesteld. Ook dat verklaart veel van mijn problemen.

Twee jaar geleden ben ik weer op mezelf gaan wonen. Doodeng, maar het was een goede stap. Ik bracht veel tijd achter mijn computer door, ik wilde namelijk graag met lotgenoten praten, die me zouden begrijpen en misschien konden adviseren. Beter dan al die buitenstaanders, die het zogenaamd zo goed wisten, maar die niet verder kwamen dan: ‘Gewoon doorzetten.’ Op internet ben ik gaan speuren op fobiesites en ik heb verschillende oproepjes geplaatst. Dat is een belangrijke ommekeer geweest. Opeens had ik weer contact met mensen! Het was heerlijk om te ontdekken dat ik niet de enige was met deze problemen. Wel merkte ik dat elke fobie weer anders is. Ook al zijn de klachten hetzelfde, er is vaak een andere oorzaak. Soms is het alleen de angst voor de angst. Hoewel dat bij mij natuurlijk ook speelt, is er vooral sprake van een diepere oorzaak en ik wil die wortel ontdekken, om hem eruit te trekken! Anders zal ik altijd bang zijn dat het me opnieuw parten gaat spelen. Om die reden sta ik nog altijd huiverig tegenover medicatie, omdat dat de oorzaak van mijn probleem niet aanpakt. Veel lotgenoten zijn er juist wel bij gebaat, en dat respecteer ik natuurlijk, maar daardoor kwam ik ook bij het lotgenotencontact weer een beetje alleen te staan.

Toch heb ik er goede vrienden gevonden die mij regelmatig komen opzoeken. Helaas kan ik niet naar hen toe. Hoewel ik inmiddels wel weer de deur uit kan, is reizen naar een andere stad te hoog gegrepen. Nog steeds is het: twee stappen vooruit, dan weer drie achteruit. Maar er is absoluut een stijgende lijn. Ik weet: ik bèn mijn angst niet, ik hèb alleen angst. En angst is te overwinnen. Daar vecht ik voor. Ik zit nu op jazzballet, daar ga ik in mijn eentje heen. Dat is best eng, maar ik doe het wel. Ook ga ik naar de supermarkt, maar dat doe ik nog niet alleen. Ik luister goed naar mijn eigen lichaam. Ik heb geleerd dat ik mijn angst niet moet wegdrukken. Ik moet het er juist laten zijn. Er zijn momenten dat de straatvrees behoorlijk pijnlijk is, bijvoorbeeld toen ik de bruiloft van mijn broer heb moeten missen. Maar wat me overeind houdt al die jaren, is een flinke dosis humor. Als mensen bij me langs willen komen, maar ik vaak een grapje: ‘Ja hoor, dat kan, ik ben denk ik wel thuis!’

De laatste jaren heb ik zoveel geleerd, dat ik over een tijdje mensen wil begeleiden die met dezelfde problemen zitten. Ik heb thuisstudies gedaan in het alternatieve circuit en ik ben bezig met het opzetten van een praktijk voor alternatieve geneeswijze. Ik richt me vooral op voetreflextherapie. Ik vind het jammer dat angsten zo in de taboesfeer zitten, terwijl er zoveel mensen met angstklachten zijn! Het is belangrijk om er open over zijn, dat helpt anderen ook weer. Ik realiseer me dat ik dankzij deze problemen van binnen sterker geworden ben. Als ik straks alle obstakels heb overwonnen, zal ik krachtiger zijn dan ooit tevoren. En dan zeg ik: ‘Kom maar op wereld, hier ben ik!”

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide