• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Na tien jaar opnames nu medicijnvrij

Sandra (31) zat tien jaar lang in verschillende psychiatrische instellingen. Ze heeft zo ongeveer ieder psychiatrisch etiketje gehad dat er bestaat. Maar nu is ze helemaal medicijnvrij en voelt zich sterker dan ooit.

”Sinds drie jaar heb ik een heel mooi leven. Ik ben dolblij dat het me gelukt is een normaal bestaan op te bouwen, net als ieder ander. Ik heb een eigen woning, een baan en een leuke vriend; ik schrijf en schilder en heb zelfs al een expositie gehad! Het is zo veel jaren anders geweest, dat ik iedere dag weer blij ben met wat ik bereikt hebt. Bijna tien jaar van mijn leven ben ik opgenomen geweest in psychiatrische ziekenhuizen. Ik heb zo ongeveer elk etiketje gehad wat ze konden bedenken. Pas toen ik niet langer anderen – mijn moeder, mijn jeugd, de psychiaters – de schuld gaf van alles wat er met mij mis was, was er toekomst voor mij. Ik was zelf verantwoordelijk en ik moest het anders gaan doen. En kijk mij nu! Ik sta helemaal op eigen benen en ben volledig medicijnvrij.

Ik ben voor het eerst opgenomen toen ik negentien jaar oud was. Ik had last van stemmen en van ernstige depressies. Ik at niet meer, verzorgde mezelf niet en deed niets anders dan slapen. De diagnose was een identiteitsstoornis en een posttraumatische stressstoornis. Dat laatste lag voor de hand, want ik had veel meegemaakt in mijn jeugd. Ik ben op mijn veertiende uit huis geplaatst. Ik kwam uit een achtergestelde, armoedige buurt en de vriend van mijn moeder misbruikte me. Dat was voor mij geen prettig gebeuren... Mijn moeder wist van de situatie. Zij was een egoïstische vrouw. Om aan te geven hoe ze in elkaar zat: ik heb een rechtszaak tegen mijn stiefvader – toen nog een vriend van mijn moeder – aangespannen, die ik gewonnen heb. Na de uitspraak en de straf, is mijn moeder alsnog met hem getrouwd. Toen ik klein was, is één van mijn zusjes overleden door verwaarlozing. Bij mijn weten werd hier nooit meer over gesproken. Mijn jeugd heeft zeker invloed gehad op mijn psychische gesteldheid, maar toch vind ik dat iedereen – ook ikzelf – te veel aandacht aan mijn verleden heeft gegeven. Alles werd daar neergelegd. Er werd niet echt gekeken of er verder nog iets aan de hand was, misschien. In plaats daarvan werden me medicijnen voorgeschreven. Eindeloos veel. Dat heeft me meer kwaad dan goed gedaan. Van al die medicijnen word je namelijk een soort zombie. Ik slikte veel antipsychotica: medicijnen om te voorkomen dat ik psychoses kreeg. Dat zijn periodes waarin je de werkelijkheid vervormd ziet en daar had ik veel last van. Die anti-psychotica werkten wel, de stemmen en beelden namen af, maar ik vond het afschuwelijke middelen. Je voelt er niets meer door, je raakt helemaal afgestompt. Bovendien verlies je de controle over je motoriek: je lijkt wel een Parkinson-patiënt. Ik kon zelfs mijn eigen tanden niet meer poetsen! En deze medicijnen kunnen depressies opwekken. Dat gebeurde bij mij ook: ik was soms zo depressief dat ik het allemaal niet meer zag zitten.

In de loop van de jaren heb ik alle mogelijk diagnoses gehad; ik zou leiden aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis, ik zou schizofrenie zijn of borderline... werkelijk alles is erbij gehaald. Ze wilden me graag in een hokje plaatsen, maar de waarheid was dat ze gewoon niet wisten wat ze met me aanmoesten. Het enige dat waarschijnlijk wel klopt, is dat ik een bipolaire stoornis heb, maar dat is pas veel later ontdekt. Een bipolaire stoornis is het hetzelfde als manisch-depressiviteit. Dan heb je last van heftige stemmingswisselingen, depressies en manies. Wat een depressie is, dat is wel bekend; een manie is precies het tegenovergestelde. Je hebt dan het idee dat je de hele wereld aankunt. Je denkt heel snel, praat heel snel, hoeft haast niet meer te slapen of te eten en hebt de meest fantastische ideeën. Vaak is dit heel belastend voor andere mensen, bovendien kun je agressief worden. En door slaapgebrek ook psychotisch.

In het psychiatrisch ziekenhuis heb ik een jongen ontmoet, Hans, met wie ik een relatie kreeg. We zijn vier jaar samen geweest. Na een jaar ging hij weg uit het ziekenhuis. Ik bleef wel opgenomen, maar vaak logeerde ik bij hem in de weekenden. Iedereen dacht dat het met hem weer goed ging, maar wat niemand zag – ook ik niet, alleen zijn moeder wist het – was dat hij een uitgedoofd vlammetje was. Net toen het met mij eindelijk wat beter ging – ik had een eigen flatje gekregen, ik zou een leven buiten de inrichting opbouwen – heeft hij zelfmoord gepleegd. Alsof hij dacht: nu red Sandra zich wel, nu kan ik haar alleen laten. Hij heeft zijn huis gebarricadeerd en tegen iedereen gezegd dat hij naar vrienden ging. Voor zijn kat heeft hij een grote emmer water en een bak met brokjes neergezet. Toen heeft hij zijn pillen ingenomen. Pas na zes dagen is hij gevonden.

Dat was verschrikkelijk. Ik heb er veel verdriet van gehad. Niet lang daarna ben ik mijn kamer weer kwijtgeraakt, want het ging niet. De depressie sloeg weer hevig toe. Dat ik mijn eigen plek kwijt raakte, vond ik heel erg. Zat ik weer in die psychiatrische instelling.... Het contact met mijn moeder was in die tijd mimimaal. Maar helemaal verbroken had ik het contact niet: het was toch mijn moeder. Gek genoeg voelde ik me verantwoordelijk voor haar, alsof ík haar wat verschuldigd was. Ik ben zelfs nog op haar bruiloft geweest! Ja, toen ze trouwde met die man die mij misbruikt had. Het was afschuwelijk, maar anders stond ik er helemaal alleen voor. En dat is ook niet fijn...

Voor de dood van Hans waren vooral de depressies het ergste geweest, maar daarna begonnen ook de hypomane periodes: dat is een lichtere vorm van een manie. Ik verzette me in die buien sterk tegen onrecht en kon ook agressief worden. Ik nam vaak de benen: dan ontsnapte ik uit de instellingen en zwierf door het hele land. Maar dat mag natuurlijk niet zomaar, dus dan kwam ik op de telex en werd ik gezocht door de politie. Onder dwang moest ik dan weer terug, vaak naar een gesloten afdeling. Tijdens de hypomanieën ben ik ook regelmatig in een separeercel gestopt. Daar zit je helemaal in je eentje, soms dagen of weken. In een ‘scheurjurk’, een jurk van heel dik materiaal, zonder onderbroek, want je zou je eens met je eigen slipje kunnen ophangen. Er was niets in die ruimte, alleen een rubberen matras en een pot van karton! Alles is er op gericht dat je jezelf niets aan kunt doen. Het is werkelijk mensonterend. Dan zijn mensen in een TBS-kliniek er veel beter aan toe. Die worden tenminste elke dag gelucht. In de separeercel heb je mazzel als je één keer per week mag douchen. En dat moest dan ook nog gebeuren terwijl er twee mannelijke verpleegkundigen stonden toe te kijken. Voor mij, met mijn incestverleden, was dat natuurlijk afschuwelijk! En psychiaters beslissen alles voor je. Als patiënt heb je niets in te brengen. Oké, in psychiatrische instellingen zitten veel mensen die inderdaad psychisch flink in de war zijn, maar er zijn ook veel mensen die daar niet thuis horen. Die worden simpelweg koest gehouden met medicijnen.

De medicijnen schakelden mij ook helemaal uit. De tijd kroop voorbij. Veel gebeurde er niet, je zit daar maar wat in zo’n instelling. Ik ben vaak heel verdrietig geweest. De situatie was volstrekt uitzichtloos.  Ik zou misschien nooit een normaal leven kunnen opbouwen. Toch ben ik altijd hoop blijven houden. Tijdens al mijn opnames ben ik toch zoveel mogelijk vrijwilligerswerk blijven doen. Het was mijn lijntje naar de maatschappij. Ooit zou het weer goed met mij gaan, dat moest gewoon! Volgens mij zat ik op een verkeerde plek, moest ik al die medicijnen niet slikken.. Ik kreeg er genoeg van om mezelf een slachtoffer te voelen. Het werd tijd dat ik mijn leven in eigen hand nam. Toen ik uiteindelijk – naast al mijn andere pillen – een speciaal medicijn voor manisch-depressiviteit kreeg en als stemmingstabilisator lithium, en het door het verdwijnen van de grootste pieken en dalen een stuk beter met me ging, vond ik een sociaalverpleegkundige die achter mij stond. Hij vond ook dat ik niet in die instelling thuishoorde. Hij hielp de psychiater te overtuigen om naar mij te luisteren en vertrouwen in mij te stellen. Die psychiater keek eindelijk naar de mens achter dat dikke dossier, dat vol stond met wisselende diagnoses. Hij vond het goed dat ik mijn medicijnen ging afbouwen. En dat had een prima uitwerking. Ik werd weer helder in mijn hoofd, mijn motoriek werd weer beter. Ook mijn grootste wens – zelfstandig wonen – mocht ik gaan uitvoeren. De voor de hand liggende procedure was voor mij om beschermd te gaan wonen, met andere ex-psychiatrisch patiënten, maar dat zag ik niet zitten. Ik wilde weg uit dat psychiatrisch wereldje, ik had er zo genoeg van! Het vinden van een huis is nog een hele klus geweest, want voor een kamer kwam ik niet in aanmerking omdat iedereen vooroordelen had wat betreft mijn verleden als psychiatrisch patiënt. Met veel moeite heb ik het voor elkaar gekregen een woonurgentie te bemachtigen. Yes! Toen ik uiteindelijk een huis had, heb ik zitten huilen van blijdschap. Eindelijk had ik een plek voor mezelf! Helemaal zelf heb ik het hele huis toen opgeknapt.

In die tijd, ik was toen 28, heb ik mij ook laten steriliseren. Ik was daar heel zeker over. Een kind heeft recht op een stabiele moeder: die zal ik nooit kunnen zijn. Een zwangerschap zou mijn leven zo ontregelen, dat ik vast weer ontspoor. Dat wil ik een kind niet aandoen. Het heeft me veel moeite gekost om die sterilisatie voor elkaar te krijgen, want ze vonden me te jong. En het ergste was nog dat ze een handtekening van mijn psychiater eisten, alsof ik het zelf niet kon beslissen! Overigens heeft mijn psychiater dat geweigerd omdat hij vond dat ik prima zelf in staat was om deze beslissing te maken, gelukkig maar. Ik ben toch gesteriliseerd en nog altijd weet ik dat ik daar goed aan heb gedaan.

Ik heb nog een ander besluit genomen: breken met mijn familie. Ondanks alles was dat een moeilijke stap, maar het was weer een stapje naar mijn innerlijke vrijheid. Nu nog een opleiding en werk... Ook dat was keihard vechten. Ze zitten tegenwoordig iedereen achter de vodden om te gaan werken, maar ik kreeg haast geen toestemming van het GAK om met iets te beginnen. Maar uiteindelijk is ook dat gelukt. Ik heb mijn studie Sociaal Pedagogisch Werker (groepsleiding) bijna afgerond, ik moet alleen de scriptie nog doen. Ik werk er al een tijd naast als groepsleidster bij autistische jongeren. Ze weten van mijn achtergrond, maar ze accepteren me hoe ik ben. Verder ben ik gaan tekenen en schilderen en dat is een hele grote hobby geworden. En ik ben bezig met een boek, een filosofische roman, en reken maar dat die er gaat komen!. Kortom, het gaat hartstikke goed met mij! Ik ben van alle medicijnen af en kort geleden heb ik officieel afscheid genomen van mijn sociaalverpleegkundige en mijn psychiater. Ik ben nu helemaal ‘psychiatrisch-patiënt -áf.’

Ik heb nog steeds wel wat last van depressieve of hypomane buien maar ik kan ze goed onder controle houden. Het beste werkt contragedrag: precies het tegenovergestelde doen van hoe je je voelt. Dus als ik hypomaan ben, juist rustig op de bank tv gaan kijken of vroeg naar bed. Wanneer een depressie dreigt, ga ik juist dingen ondernemen, ook al heb ik daar geen zin in. En dat helpt echt! Ik weet nu dat ik er zelf wat aan kan doen, ík heb de kracht om in te grijpen: ik moet het me niet zomaar laten overkomen. Ik doe er ook veel voor om in balans te blijven. Ik mediteer, ik doe aan yoga, ik eet gezond en zorg dat ik voldoende slaap.

Maar mijn stemmingen maken deel van me uit, maken mij tot het complete mens dat ik ben. Ik vind mijn hypomane buien ook helemaal niet erg. Ze zorgen voor veel inspiratie: juist dan schilder ik eindeloos veel, bijvoorbeeld. Zolang ik maar niet doorschiet in een manie is er niets aan de hand.

Door alles wat ik heb meegemaakt, geniet ik heel erg van het leven. Ik heb niet veel nodig, ik ben gelukkig met kleine dingen. Hoewel het jammer is dat mijn leven nu eigenlijk pas net begonnen is, heb ik wel heel veel geleerd van al die jaren. Het heeft me sterk gemaakt. Ik voel geen angst meer: ik heb alles al een keer verloren. Mijn vriend, mijn huis, mijn bezittingen, mijn familie, en bovenal: mezelf. Maar ik ben weer opgekrabbeld en ik heb mezelf teruggevonden. Ik ben er weer en niemand krijgt mij eronder!”

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide