• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Van lelijk eendje naar mooie zwaan

Sommige pubers voelen zich echt een lelijk eendje. Ze zijn onzeker en twijfelen aan zichzelf. Soms worden die gevoelens veroorzaakt of bevestigd door pestende klas-genootjes. Vier vrouwen vertellen hoe vreselijk ze zich voelden in hun pubertijd. Maar nu zijn ze prachtige zwanen geworden en zitten ze lekker in hun vel. Kijk en lees mee hoe ze zijn opgebloeid!

Mischa (25):

’De eerste jaren van mijn pubertijd waren een ramp. Ik was heel mager, had een beugel, een brilletje, pukkeltjes en heel kleine borstjes. En ik werd gepest. Dat maakte het allemaal nog erger. Het ging zelfs zo ver dat ze mijn fiets sloopten. Ook mijn broer maakte wel eens grapjes over ‘erwtjes op een plank’. Ik denk dat elke puber wel onzeker is, maar bij mij was het wel heel erg. Daardoor ging het leren ook niet goed. Toen ik opnieuw bleef zitten ben ik van school veranderd en gelukkig ging het daarna veel beter. Op mijn nieuwe school heb ik wel een leuke tijd gehad en toen nam mijn onzekerheid ook wel wat af. Maar ik vond het heel vervelend dat ik zo mager was, en zulke kleine borstjes had. Mensen vroegen regelmatig of ik anorexia had. Dat is vreselijk hoor. Ik durfde lang absoluut niet te zwemmen. Eigenlijk ben ik me pas lekker gaan voelen toen ik op mijn twintigste een borstvergroting heb laten doen. Van een aa-cupje ben ik naar volle b-cup gegaan. Hoewel ik vlak na de operatie - toen ik me ontzettend beroerd voelde - wel even heb gedacht: dit had ik nooit, never moeten doen, is het met afstand het allerbeste wat ik ooit in mijn leven heb gedaan.

Na de borstoperatie voelde ik me eindelijk echt mezelf. Nog steeds is het zo dat als ik in de spiegel kijk, ik denk: wauw, dat ben ík! Anderen hebben wel eens tegen mij gezegd: dat had jij toch helemaal niet nodig? Maar het gaat erom hoe ík me voel. Nu trek ik vaak strakke truitjes aan, mooie lingerie. Daar kan ik echt van genieten. Ik ben inmiddels ook wat aangekomen. Sinds ik mijn huidige vriend heb, zit ik nóg beter in mijn vel. Ik voel me helemaal happy met hem, met ons zoontje Jay van drie maanden, met mezelf en met mijn leven. En er zitten ook voordelen aan mijn figuur. Drie weken na de bevalling zat ik alweer op mijn oude gewicht!

Ik ben heel open over mijn borstoperatie. Ik schaam me daar niet voor. Ik vind het ook heel prettig als ik andere vrouwen daarmee kan helpen, want ik weet wat het voor mij heeft gedaan. Ik denk dat veel mensen ook een verkeerd beeld hebben van zo’n borstoperatie, maar ik kan bijvoorbeeld nog prima borstvoeding geven hoor. Als ik foto’s van vroeger zie, vind ik dat vreselijk. Misschien was ik niet echt zo’n lelijk eendje, maar zo voelde ik me wel. Die jaren in de brugklas waren echt naar. Het is nu al meer dan tien jaar geleden maar ik vind het nog altijd moeilijk om eraan terug te denken. Het leukste vind ik het altijd, als ik nu tijdens het stappen een vroegere pestkop tegenkom. Zij herkennen mij nooit, maar ik zie ze denken: ‘Wat een lekker ding!’ Dan groet ik ze poeslief en zeg: ‘Ken je me niet meer? Ik ben Mischa!’ Dat geeft me elke keer een geweldige kick!’

Monique Egberts (35):

’Ik was gruwelijk verlegen in mijn pubertijd. Echt énorm! Op school zat ik altijd achteraan, ik wilde zo min mogelijk opvallen. Ik zei ook zo weinig mogelijk, anders zou de aandacht misschien naar mij gaan. Ik herinner me een keer dat ik door een leraar heel direct werd aangesproken. Vlak voordat ik mijn mond opendeed, zei hij: ‘Let op, nu gaat ze het fout zeggen!’ Toen kon ik echt wel door de grond gaan. En ik was woedend natuurlijk! Overigens zei ik het helemaal niet verkeerd.

Vijf jaar later heb ik deze leraar een brief geschreven. Ik vond het nog altijd heel onbeschoft hoe hij me publiekelijk voor schut had gezet. Ik had mijn adres er niet bij geschreven, dus antwoord heb ik nooit kunnen krijgen, maar ik vind het evengoed nog altijd heel stoer van mezelf dat ik dat heb gedaan. Het voelde echt als een triomf. Ik snap niet dat er leraren zijn die er niet bij stil staan dat je de leerlingen ook moet leren om zelfvertrouwen te krijgen, en dat zo’n soort behandeling echt niet kan. Een ander voorbeeld is dat ik een keer een spreekbeurt heb gehouden waar mijn leraar mij een drie voor wilden geven. En ik vond het al zo afschuwelijk om te doen! Uiteindelijk is hij zo ‘vriendelijk’ geweest me een vijf te geven. Ik heb daarna nóóit meer een spreekbeurt gehouden. Dan maar direct een onvoldoende, die zou ik toch wel krijgen, dacht ik.

Ik had in die tijd een bril, dat vond ik helemaal niet fijn. Gelukkig kreeg ik al op mijn veertiende lenzen. Wat een verademing was dat! Toch heeft die extreme verlegenheid wel aangehouden tot ik achttien was. Toen is het langzaam verdwenen. Ik had een vriend gekregen die heel spontaan en extravert was. Dat is ook nog een verhaal apart trouwens: ik leerde hem kennen toen ik voor de allereerste keer naar een soort disco was. Toen hij hoorde waar ik woonde, zei hij: ‘Dat bestaat niet! Ik woon daar maar vijf minuten vandaan, en ik ken iedereen!’ Oké, maar mij niet dus, want ik zat meestal teruggetrokken binnen… Maar we kregen een relatie en hij kende enorm veel mensen. Hij kwam op straat altijd bekenden tegen. Langzaam leerde ik dat er echt niets gebeurde als ik met mensen praatte. Ze beten heus niet! Dat was de aanzet en langzaam ben ik steeds zekerder en meer ontspannen geworden. Maar tegenwoordig zit ik heel lekker in mijn vel. Gelukkig maar. Ik zou mijn pubertijd echt nooit meer over willen doen. Wat een vreselijke tijd, dat je je zo druk maakt om hoe je er uitziet en wat mensen van je vinden. Ik vind het leven nu veel leuker! Eigenlijk moest ik in mijn pubertijd een beugel, maar dat wilde ik absoluut niet. Later heb ik altijd spijt gehouden dat ik het niet heb gedaan. Binnenkort ga ik eindelijk een beugel nemen. En nu interesseert het me hélémaal niets meer wat mensen daarvan vinden!’

Miranda Tollenaar (30):

’Of ik ooit echt lelijk ben geweest? Ik denk het niet, maar dat ik me zo gevoeld heb, dat zeker. Tijdens mijn basisschooltijd was ik altijd heel onbezorgd. Maar toen ik naar de middelbare school ging, veranderde dat. Ik wist dat als ik naar de ‘grote school’ ging, er dingen zouden veranderen. Je hoorde dan niet meer spelen op het schoolplein en ‘meesters’ moest je ‘meneer’ noemen. Maar wat ik niet besefte, was dat ook de kinderen anders zouden zijn. En rokken en jurken aan? Dat was taboe! En de tas aan het handvat vasthouden, dat was helemaal niet cool. Wie opviel was de klos, daar keek je wel voor uit…. Maar ik was eigenzinnig, had ik geen zin om me aan te passen. En dat kwam mij duur te staan.

Ik was een gelovig meisje en voelde het als bedrog om me te schamen voor mijn geloof. Toen de geschiedenisdocent vroeg wanneer de jaartelling begonnen was, stak ik – blij dat ik het wist – enthousiast mijn vinger op en zei: ‘Toen de Here Jezus geboren werd! Dat antwoord was het begin van de ellende. Achter mij begonnen mijn klasgenoten te fluisteren en al gauw wisten ze mij te raken. Er werd een zogenaamde ‘fangroep’ in het leven geroepen: ‘De Popie Jopie Fangroep’. Dat liedje was in die tijd bekend en al gauw kon ik kon het schoolplein niet opfietsen zonder dat ik werd nagejoeld. In de omkleedruimte van de gymzaal lachten de meiden uit mijn klas mij uit om mijn ondergoed en binnen no time wist iedereen wat ik onder mijn kleren droeg. Ik voelde me vreselijk en ook zo ontzettend alleen.

Mijn situatie veranderde toen we na anderhalf jaar verhuisden en ik herinnerde mijn eerste dag op mijn nieuwe school nog goed. Wat was ik bang! Ik zat vooraan en durfde niet eens achterom te kijken, want ik wist dat nieuwe klasgenoten een dankbaar voorwerp van pesten konden zijn. Maar…. er gebeurde niets! Niet één vervelende opmerking, geen gefluister... niets. Ik hoorde er gewoon bij. Twee jaar lang ben ik met plezier naar school gegaan. Ik veranderde van een teruggetrokken meisje naar een meisje met pit. Ik begon me ook weer minder zorgen te maken wat mensen van mij vonden: zo trok ik heel gekke kleren aan en creëerde mijn haar tot de meest uiteenlopende modellen.

De zelfverzekerdheid die ik in die jaren teruggevonden heb zijn een belangrijke basis geweest voor de stappen die ik in mijn leven heb durven ondernemen. Vandaag de dag geef ik leiding aan drie groeiende organisaties! Een daarvan is Soulmates, een clownorganisatie voor kinderen in asielzoekerscentra en vluchtelingenkampen. Daarnaast heb ik een boekje uitgebracht en ben op dit moment aan het afstuderen als Sociaal Pedagogisch Hulpverlener – een opleiding op HBO niveau, terwijl ik een veel lagere vooropleiding heb – en het gaat hartstikke goed! Inmiddels ben ik in meer dan veertig landen geweest en zelfs al neem ik het de kinderen die mij destijds het leven zo zuur maakten niets meer kwalijk, toch glimlach ik als ik eraan denk dat ze me ooit uitlachten om het feit dat ik nog nooit in het buitenland was geweest. Wie het laatst lacht, lacht het best!’

Vanessa Ceccie (35):

’Al vanaf dat ik zes jaar was, ben ik vreselijk gepest. Ik was nogal dik en werd daardoor het mispunt van spot en plagerijen. Alle aandacht was altijd om mij gericht en ik werd na school opgewacht en in elkaar geslagen. Het was afschuwelijk. Op die leeftijd word je je langzaam bewust van jezelf, dat je zelf iemand bent, een persoon op zich. Bij mij ging dat bewustwordingsproces helemaal fout. Ik voelde me anders dan de andere kinderen, ik voelde me totaal niets waard.

Niet alleen was ik dik, ik stotterde ook. Als iemand iets aan mij vroeg, werd ik helemaal rood en duurde het wel vijf minuten voordat ik antwoord kon geven. En vaak sloeg dat antwoord door de zenuwen ook nog nergens op. Ik voelde me zó dom. Ik had het gevoel dat er iets heel erg mis met mij was. En dat gevoel werd telkens maar bevestigd door de anderen. Op de middelbare school namen het pesten en mijn minderwaardigheids-gevoelens nog grotere vormen aan. Ik hoorde er niet bij, ik stond buiten de groep.

Toen ik 14, 15 jaar was ging ik mezelf eindelijk verweren. Om mezelf te beschermen, beet ik van me af en ging ik zelf pesten. Eigenlijk werd ik best een gemeen kind, ik was erg agressief. Ik sloeg helemaal de andere kant op. Maar dat was gewoon omdat ik niet wist hoe ik anders kon reageren. Het stotteren ging in die tijd over, maar de onzekerheid zat er nog steeds. Dat was zo diep geankerd.

Maar zo rond mijn twintigste begon langzaam tot me door te dringen ik best wel slim was! Ik volgde opleidingen en dat ging heel goed. Op mijn eenentwintigste werd ik alleenstaande moeder. En ook dat ging me uitstekend af, ik kon het prima rooien met mijn dochter. Dat droeg natuurlijk ook bij aan mijn zelfvertrouwen. Door het werk wat ik doe – ik zit in de commerciële branche - ben ik nog meer van mezelf overtuigd geraakt. Nu zit ik heel lekker in mijn vel en geniet van het leven. Eindelijk ben ik echt mezelf, heerlijk!

Mijn dochter is op dit moment 14 jaar. Ik herken veel in wat zij nu meemaakt, en het is heel confronterend om dat te zien. Ik wil haar zo graag duidelijk maken dat het écht beter zal gaan worden allemaal, maar ik weet niet goed hoe. Ze zal het toch zelf moeten ervaren. Maar ik zou haar – en alle andere onzekere pubers ook – een hart onder de riem willen steken en hen laten zien dat er in je leven zoveel kan veranderen. Ik had vroeger niet kunnen denken dat ik zo’n zelfbewuste, stralende vrouw zou worden als ik nu ben. Ik was ervan overtuigd dat het altijd zo ellendig zou blijven als het toen was, en dat ik in de goot zou eindigen. En kijk mij nu eens! Ik vind dat pesten op scholen veel meer aandacht zou moeten krijgen. Want de gevolgen worden erg onderschat. Maar de littekens van pesten verdwijnen nóóit meer.’

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide