• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin artikel ...


Mijn oudere zus stierf aan aids

Sandy (31) had vroeger een grote hekel aan haar oudere zus Loesje: ze gebruikte drugs en zorgde altijd voor veel problemen thuis. De laatste jaren leerde Sandy haar zus steeds beter begrijpen en besefte ze dat ze veel van Loesje hield. Loesje is er niet meer. Ze overleed twee jaar geleden aan aids.

Vorige maand had mijn zus Loesje 43 moeten worden. Maar ze is twee jaar geleden overleden. Aan aids. Loes was verslaafd aan heroïne en haar problemen hebben mijn hele jeugd beïnvloed. Toen ik werd geboren was zij twaalf jaar. Al vanaf dat ik heel klein was, voelde ik dat er iets mis was in ons gezin. Er waren altijd spanningen en ruzie en ik wist best dat dat met mijn zus te maken had. Mijn ouders probeerden mij altijd af te schermen, maar later heb ik ontdekt dat Loes op haar vijftiende met drugs ging experimenteren en verslaafd is geraakt. Mijn ouders kwamen er achter toen we twee weken gezellig op vakantie gingen naar Oostenrijk. Loes had voor die periode methadon geregeld. Ze was alleen iets vergeten: ‘twee weken’ is bij zo’n busreis altijd 15 dagen en ze had maar voor 14 dagen methadon meegenomen. In de bus terug kreeg ze ernstige afkickverschijnselen. Al eerder hadden mensen wel eens tegen mijn ouders gezegd: ‘Pas op, het gaat niet goed met Loes, volgens mij gebruikt ze iets’, maar mijn ouders hadden het niet geloofd. Wij waren een heel gewoon Jordanees gezin, zoiets zou bij ons toch niet gebeuren? Maar al gauw werd duidelijk hoe ernstig het was.

Loes woonde officieel nog thuis maar soms was ze maanden weg. Totdat ze dan weer eens kwam aanwaaien, meestal om geld te vragen. Dan was iedereen aan het schreeuwen, moest mijn moeder huilen en vertrok mijn vader naar bed, al was het acht uur ‘s avonds. Ik heb Loes nooit als mijn zus gezien. Ik kon haar nooit eens een geheimpje vertellen, of om raad vragen. Ik zag haar als ‘die vrouw die altijd ellende veroorzaakte’. Toen ik twaalf was – we hadden Loes op dat moment anderhalf jaar niet gezien – bleek dat Loes een dochter had gekregen; wie de vader was, hebben we nooit geweten. Loes’ dochter Mandy is verslaafd geboren. Ze moest afkicken in de couveuse, dat was ontzettend zielig. Toen Mandy er was, hoopten mijn ouders op een nieuwe start. Dat wilde Loes zelf ook dolgraag. Ze wilde afkicken en een heel andere leven beginnen. Mijn vader heeft een huis voor haar gezocht, drie jaar vakantiegeld vooruit opgenomen en de ruimte omgetoverd tot een paleisje.

Toch ging het weer mis. Mijn tante, die tegenover Loes woonde, waarschuwde: ‘Ik hoor de baby heel vaak huilen, volgens mij is Loes elke nacht de hort op.’ Toen Loes naar een afkickboerderij ging, hebben mijn ouders Mandy tijdelijk in huis genomen en nadat Loes is ontsnapt van die boerderij, leek het beter dat Mandy bij ons zou blijven. Loes stond daar zelf ook achter en verdween weer naar de Zeedijk, om maanden niets te laten horen.

Ik vond het vreselijk dat Mandy bij ons in huis kwam. Ik weet nog dat ik tegen een vriendinnetje snikte: ‘Ik word gek van dat gehuil van dat kind, en alle aandacht gaat naar haar.’ Later heb ik me gerealiseerd: toen ik werd geboren was Loes net zo oud als ik op dat moment. Ik schijn ook een vreselijke huilbaby te zijn geweest. Vanaf dat ik er was, heeft Loes zich teruggetrokken en is ze haar eigen gang gegaan. Ik weet heel goed dat ík er niets aan kan doen dat ze verslaafd is geraakt, maar toch blijft het schuldgevoel altijd zeuren in mijn buik.

Loes ging na die periode op de afkickboerderij gewoon verder met gebruiken. Ik denk dat het voor een junk in Amsterdam ook haast onmogelijk is om clean te blijven. Want als het goed met je gaat, wil je dat laten zien aan je vrienden. Dan ga je naar de Zeedijk om je nieuwe kleding laten zien en dan is er altijd wel iemand die weer wat drugs bij zich heeft. En juist om te tonen, aan anderen én aan jezelf, dat je heel goed zonder kan, neem je toch een keer iets, één keertje maar. En voordat je het weet is het weer mis. Ze had uit de hele wereldje moeten stappen en ergens anders opnieuw beginnen. Maar hoe doe je dat? En juist als ze clean was kwamen alle schuldgevoelens, alle spijt. Voor die pijn was er maar één oplossing: de gevoelens onderdrukken met drugs. Elke keer opnieuw. Ook de gevoelens voor haar kind gebruikte ze weg. Ze keek amper naar Mandy om, kwam maar heel af en toe langs.

De eerste jaren van haar drugsgebruik werkte Loes nog. Later verkocht ze haar lichaam, en ze stal. Ook van ons. Zo heeft ze een keer ingebroken in de auto van mijn vader om zijn autoradio te stelen. Mijn vader was daar helemaal kapot van. Nog erger was de keer dat mijn ouders op vakantie waren en ik bij de buurvrouw logeerde. Op een avond stond Loes voor de deur. ‘Alsjeblieft, laat me in ons huis’, smeekte ze. ‘Ik kan nergens slapen’. Ik heb toen de deur geopend. De volgende morgen was het hele huis leeg.

Mijn ouders hebben een zorgen en verdriet gehad om Loes, dat is met geen pen te beschrijven. Daarom had ik ook een ontzettende hekel aan haar. Door alles wat er later is gebeurd, is dat gevoel helemaal op de achtergrond geraakt; ik weet nog dat ik haar haatte omdat vriendinnen me dat vertellen, maar ik herinner me dat gevoel niet meer. Nu denk ik alleen, misschien had ik haar toen moeten proberen te helpen? Maar ik nam de houding van mijn ouders over, ik nam haar van alles kwalijk. Ik was er nooit voor haar. Mijn ouders probeerden haar nog wel te helpen, maar ze vonden het onbegrijpelijk dat Loes haar eigen kind in de steek had gelaten.

Vier jaar daarna heeft Loes weer een kind gekregen, Dylan, waar ze opnieuw niet voor kon zorgen. Hij is naar een pleeggezin gegaan; bij ons was er zoveel verdriet, dat de kinderbescherming het niet verstandig vond dat hij bij ons zou komen. Bovendien waren mijn ouders toen ook al veel te oud om nog voor een klein kindje te zorgen. Ze waren al bijna 50. Wel hebben we altijd contact met Dylan gehouden, nu nog altijd. Hij is nu een leuke jongen van zestien jaar.

Dat Mandy bij ons in huis kwam wonen, was voor mij dus een nachtmerrie. Maar omdat ik mijn ouders zo zag wegkwijnen heb ik een hoop verantwoordelijkheid voor Mandy op me genomen. Ik paste op haar, gaf haar melk, verschoonde haar luiers. Best een hele verantwoordelijkheid voor een pubermeisje. Tijd om te spelen was er amper. Toen ik een vaste vriend kreeg, was Mandy er ook altijd bij, ze ging zelfs met ons mee op vakantie. Maar vanaf mijn twintigste ben ik meer en meer mijn eigen gang gegaan. Ik werkte zo hard dat ik haast geen tijd meer had voor andere dingen. Een jaar lang heb ik aan de kop van de Zeedijk in een snoepkraam gewerkt. Daar kwam Loes vaak langs. Even een blikje bier vragen, of een tientje. Ze had altijd een grote mond en maakte veel grapjes. Ik gloeide van woede als ik haar zag maar meestal gaf ik haar toch wel wat geld. En ergens, heel gek, had ik stiekem ook wel bewondering voor haar. Ze flikte het toch maar mooi, alle regels aan haar laars lappen. Wat een lef!

In 1986 hadden we gehoord dat Loes seropositief had. We hadden er eigenlijk geen idee van wat dat was, aids was toen nog zo onbekend. Toen Dylan werd geboren, had ook hij het hiv-virus in zijn lichaampje. Bij één op de 100.000 kinderen die seropositief wordt geboren, verdwijnt het virus na een tijd. Dat is ook bij Dylan gebeurd. Het is echt een wonder! Hij is nu gezond, er is niets met hem aan de hand. Wij hebben lang niet geloofd dat Loes ziek zou worden. Ze zag er ook zo goed uit. Ondanks alles had ze een ijzersterke conditie. Wel tien jaar is ze alleen drager geweest van het virus en we hoopten dat het met een sisser zou aflopen.

Op een dag - ik zag Loes bijna nooit, en daar was ik heel tevreden mee - voelde ik opeens dat we naar haar toe moesten. Ik reed over de snelweg naar mijn werk en opeens kon ik niet anders dan keren. Ik heb mijn moeder opgehaald, en samen vonden we Loes in haar woning, helemaal alleen. Zo ziek en zo mager. Ze woog nog maar 33 kilo. Ze had longontsteking gehad en was ontzettend verzwakt. Toen ik haar zo zag, als een ziek, zielig muisje met haar ogen vol verdriet en met zoveel spijt en zoveel angst, toen kon ik niet langer boos op haar zijn.

Na deze erge crisis is ze hersteld en ze heeft nog jaren geleefd. De dokters hebben vaak verbaasd gestaan. Die gaven haar soms geen maand meer, maar een jaar later leefde ze dan nog. Haar ziekte ging met pieken en dalen. Ze ging van dertig naar negentig kilo, om daarna opnieuw af te vallen tot de dertig. Wij hebben overigens altijd gedacht dat Loes alleen maar heroïne róókte. Chinezen heet dat. Als we haar zagen controleerde mijn vader altijd haar armen en benen om te kijken of ze niet spoot. En we wisten ook dat Loes doodsbang voor naalden was, dat stelde ons ook gerust. Maar een jaar voor haar dood heb ik met Loes gepraat over hoe ze aan hiv kwam. Ik verwachtte dat het via onveilige seks was gekomen, dat moest wel. Toen heeft Loes bekend dat ze altijd heeft gespoten. Ze spoot de heroïne via de binnenkant van haar wang haar lichaam in.

Ik ben blij dat mijn vader dat nooit meer heeft geweten. Vijf jaar geleden, drie jaar voor Loes’ dood, is mijn vader gestorven. Hij had maagkanker. Zijn maag was altijd zijn zwakke plek, hij had al vaker een maagzweer gehad. Ik geloof dat het best mogelijk is dat hij kanker heeft gekregen door te veel zorgen. De dokter dacht dat ook. Dat wist Loes, en dat heeft haar verschrikkelijk veel verdriet gedaan. In de laatste weken voor zijn dood heeft zij hem dagelijks opgezocht in het ziekenhuis. Ze smeekte hem maar steeds: ‘Vergeef je me?’ Maar hij had haar allang vergeven, dat weet ik zeker.

De laatste tien jaar van haar leven heeft Loes een vaste vriend gehad die heel goed voor haar was. Een grote neger, meestal gekleed in spierwitte kleding. Hij was een dealer en zat heel regelmatig een paar maanden vast, maar het was een gouden man voor haar. Toen ze zo ziek was, is hij haar altijd trouw blijven opzoeken en tot op het laatst hebben ze het zo goed gehad samen. Want Loes was eigenlijk zo’n vrolijke en leuke meid. Altijd in voor gekke dingen, altijd lol. Ze had een onnavolgbare humor, ook vroeger was ze zo’n bruisend, aantrekkelijk kind dat ieders hart stal. Zo hebben wij haar ook weer leren kennen in de jaren van haar ziekte. Toen is het contact tussen ons helemaal hersteld was.

Haar laatste jaren heeft Loes doorgebracht in een rusthuis van het Leger des Heils, voor verslaafden, daklozen en andere minder bedeelden. Daar hebben ze voor haar gezorgd alsof ze een verloren dochter was. In het begin is ze nog een paar keer een periode naar huis geweest maar later ging dat niet meer. En op het laatst kon ze helemaal niets meer: niet lopen, niet douchen, niet naar de wc. Toch bleef ze grapjes maken. Ze was zo sterk.

Mijn moeder en ik bezochten haar een paar keer per week, en elke zondag zaten we bij haar. Vaak zag ik het als een verplichting en daar heb ik nu zoveel spijt van. Kon ik nog maar een keer bij haar langs, haar nog een keer zien lachen. Ook Mandy is in de laatste maanden van Loes’ leven vaak bij haar geweest. Volgens mij hebben ze best een heel hechte band opgebouwd, maar Mandy wil hier niet over praten. Maar ook zij heeft veel verdriet, ondanks dat ze Loes nooit als moeder heeft gezien.

De laatste keer dat we Loes zagen, zei ze geïrriteerd: ‘Het is net alsof er steeds iemand naast me staat!’ ‘Dat is je vader’, zeiden mijn moeder en ik tegelijk. Een week later was ze dood. Ze stierf op 14 september. Ze was helemaal alleen op dat moment en dat maakt me nog steeds verdrietig. Toch was het ergens ook een opluchting, toen ze was overleden. Ze had zo verschrikkelijk veel pijn, het kon niet langer. Haar lichaam was gewoon op.

Het gemis blijft. Het is zo moeilijk om haar dood te accepteren, het is zo onnodig geweest! Het had allemaal zo anders kunnen lopen. Ik zou het goed vinden als hier in Nederland een gedoogbeleid zou komen van harddrugs. Loes had gewoon kunnen functioneren, als ze maar haar medicijntje maar had gehad. Zelf slik ik prozac; als ik dat niet krijg ben ik doodongelukkig. Loes kon niet zonder haar shotje. Maar dat zit zo in de criminele hoek dat je onmogelijk een normaal leven kan leiden. Je belandt buiten de maatschappij en dan is er geen weg meer terug.

Ik veroordeel Loes niet meer. Op een gegeven moment was er té veel gebeurd in haar leven. Hoe kun je daar ooit nog mee in het reine komen? Als je je eigen vader hebt beroofd, je moeder hebt voorgelogen en je kind hebt afgestaan? Dan is er te veel om te vergeten. Als ze clean was, had ze spijt als haren op haar hoofd van wat er allemaal gebeurd was. En dan zette ze haar shotje, en dan was alles weer weg. Ook ik heb soms al moeite met het leven. Terwijl ik alles heb: een goede baan, een mooi huis, mijn familie en vrienden die van mij houden. En toch lijkt alles soms zo saai en vervelend en lijkt ‘geluk’ ver te zoeken. Op zulke momenten denk ik: wie ben ik om te bepalen dat Loes haar leven verspild heeft? Uit mijn gezichtspunt is dat dan wel zo, maar ze heeft wel altijd voor duizend procent gelééfd. Ze heeft misschien wel meer gelachen dan wij allemaal bij elkaar. Ik herinner me de keren dat mijn moeder zo ongerust was over Loes dat ze naar het politiebureau in de Warmoesstraat belde. ‘Willem’, zei ze dan – we kenden de agenten daar allemaal – ‘waar is mijn Loesje, ik maak me zoveel zorgen.’ En dan belde Willem een paar uur later op en vertelde: ‘Ik heb haar gevonden, ze zit bij de Febo bier te drinken. Ze heeft geen trek om met haar moeder te praten, maar maak je geen zorgen: ze heeft lol voor tien.’

Ach, iedereen leeft zijn eigen leven.

Ook ik pak niet alle kansen die ik heb, ook ik heb zoveel misstappen gemaakt. Is het aan mij om te oordelen? Ik probeer te denken aan Loesjes lach, aan haar spontaniteit en ik koester mijn goede herinneringen. Ondanks alles wat er gebeurd is, weet ik dat ze een goed hart heeft. Zij heeft het zo ook nooit zo gewild.

Ik mis haar vaak verschrikkelijk en soms denk ik wel eens boos: hoe kan je haar nou missen? Ze was er vroeger toch ook nooit! Maar al was ze er niet, ze wás er toch. Nog steeds heb ik niet het gevoel dat ik mijn ‘zus’ verloren heb, maar mijn zorgenkindje.

Maar al is mijn leven een stuk eenvoudiger nu Loes er niet meer is, het is ook een heel stuk leger.”

Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide