• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Vriendin artikel ...


Winkeldiefstal

Sommige mensen kampen met een onbedwingbare drang om te stelen. Zelden omdat ze de spullen echt nodig hebben. Het gaat hen veel meer om de kick. Zo ook bij Laura (32):

Eén keer zijn mijn vriend en ik bijna betrapt. We stonden in de rij bij Albert Heijn en mijn vriend had stiekem een gevulde boodschappentas aan de achterkant van ons karretje gehangen. Ook ik had gestolen spullen om mijn tas. Toen we net langs de kassa waren we hadden maar voor acht euro afgerekend zagen we een jongen met een cassière praten en naar ons gebaren. Blijkbaar had hij ons gezien. Snel zijn we naar buiten gegaan. Het is een wonder dat ze ons niet gepakt hebben, ze reageerden gewoon te traag. We zijn ons rot geschrokken. Een paar weken zijn we gestopt, maar later gingen we gewoon door.

Toen ik klein was heb ik werkelijk nooit gestolen. Niet één keer. Ik was altijd heel netjes en braaf en diefstal kwam niet in mijn hoofd op. Zoiets deed je toch niet! Stel je voor dat je gepakt zou worden. Toch ben ik, niet zo lang geleden, een half jaar een doorgewinterde winkeldievegge geweest. Ik schaam me er heel erg voor, maar het is wel waar.

Het begon toen mijn vriend en ik financieel heel krap zaten. Voor de grap zei mijn vriend dat we maar moesten gaan stelen. In zijn pubertijd had hij dat wel eens gedaan en om mij te shockeren, stal hij een keer een kaasschaaf. Toen hij hem op straat liet zien, sloeg mijn hart een paar keer over. Wat vreselijk! Tegelijk voelde het wel heel spannend. De keer daarna stal hij een zakje snoep. Ik had gezien dat hij het in zijn zak had gestopt en ik stond met bonkend hart naast hem in de rij voor de kassa. Het is heel gek: aan de ene kant keurde ik het heel erg af. Aan de andere kant vond ik het ook wel stoer. Hij begon meer en meer te stelen en toen ik zag hoe makkelijk het bij hem ging, ben ik het ook gaan doen. De eerste keer was doodeng. Ik had het idee dat ik flauw zou vallen. Maar toen ik buiten stond kreeg ik zo'n ontzettende kick. Ik voelde de adrenaline door mijn lichaam stromen, alles tintelde, ik werd er helemaal duizelig van. Heerlijk! Het bleef niet bij één keer. Ik nam nog een keer iets mee, en nog een keer. Elke keer ging het goed. Niemand had iets in de gaten. Het werd een verslaving.

Op een keer had ik 's avonds ruzie met mijn vriend. De volgende dag waren we nog steeds chagarijnig en zwijgzaam. Toch zijn we samen de stad ingegaan en binnen tien minuten hadden we ons eerste buit al binnen. We hadden meteen weer de grootste lol samen. Ook als ik zelf problemen had, was stelen een manier van ontsnappen aan die nare gevoelens. Op zo'n moment vergat ik alles om me heen. Eigenlijk ging het al gauw helemaal niet meer om de spullen. Ik heb videobanden gestolen die ik nooit bekeken heb, cd's die ik nooit heb beluisterd. Het ging puur om de kick.

Als ik het zo vertel schaam ik me rot. Het is gewoon niet te geloven dat ik dit werkelijk heb gedaan. Het past niet bij het beeld dat ik van mezelf heb. Maar ook niet van het beeld van wat anderen van mij hebben. Ik zie er heel netjes en normaal uit, absoluut niet als een dief. En daar deed ik mijn voordeel mee. Want niemand verdacht mij. Winkeliers knikten me altijd vriendelijk toe, wanneer ik met gevulde zakken hun zaak uitliep. "Daaaaag" glimlachte ik. En dan voelde ik me een vreselijke verrader. Het is zo dubbel. Aan de ene kant krijg je een ontzettende kick omdat het je lukt spullen te stelen. Soms zijn het echt hele leuke dingen die je graag wilde hebben, en dan heb je ze opeens, zomaar voor niets. Dat is leuk en prettig. Maar aan de andere kant geeft stelen je zo'n ontzettend rotgevoel. Je voelt je laag, een misbaksel, een profiteur. Die rotgevoelens kun je maar op één manier bestrijden. Door weer te gaan stelen. Met mijn vriend ging het uit. Dat niets met onze gezamelijke praktijken te maken maar het botste gewoon te vaak. Toen het uit was, ben ik niet gestopt met stelen. Integendeel. Om mijn verdriet en mijn nare gevoelens te verdringen, ging ik steeds vaker op pad.

En toen ben ik gepakt. Ongeveer een half jaar na mijn eerste diefstal. Op een woensdagmiddag om tien voor twee: dat moment is in mijn geheugen gegrift. Ik werd in de supermarkt uit de rij gehaald en ik moest meekomen naar een kantoortje. Mijn tas werd leeggehaald en natuurlijk vonden ze van alles. Ik heb mij nog nooit in mijn leven zo ontzettend, verschrikkelijk geschaamd als op dat moment. Het was vreselijk: ik ben een leuke, best wel mooie vrouw en waar ik ook kom, ik word altijd prettig behandeld. Nu was ik opeens een dief. Ze bekeken me met zoveel minachting. Ik voelde me een kakkerlak en ik kon niets anders dan huilen. De vernedering was zo ongelofelijk groot. Maar ik had het gewoon verdiend en dat wist ik. De politie zou gebeld worden en ik voelde me echt door de grond gaan. Maar uiteindelijk is er toch geen officiële aangifte gedaan. Waarom weet ik niet, maar de manager van de winkel zei opeens: "Ga maar weg en laat je hier nooit meer zien." Ik ben naar huis gegaan en ben meteen in bed gekropen. Ik zag steeds maar die ogen voor me die minachtend naar me keken. Ik heb zo lang liggen huilen. Het was alsof ik wakker werd: hoe kon ik zo laag gezonken zijn? Ik realiseerde me dat ik door het oog van de naald was gekropen. Voor hetzelfde geld had ik nu een strafblad gehad! Ik, die keurige, nette Laura!

Ik heb me voorgenomen om het nooit meer te doen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. De eerste paar weken durfde ik geen winkel meer in. Ik dacht dat iedereen het van mijn gezicht kon lezen: hier loopt een dief. In die winkel waar ik gepakt ben, ben ik nooit meer geweest. Ik ben zelfs nooit meer door die straat gefietst.

Toen ik eindelijk weer in een winkel was, kreeg ik paniekaanvallen. Hartkloppingen, zweethanden, trillen. Aan de ene kant wilde ik absoluut niets stelen, aan de andere kant was de aantrekkingskracht zo groot. De gewoonte zat er zo in, ik was bang dat ik mij niet zou kunnen beheersen. Een half jaar lang ben ik zo weinig mogelijk in winkels geweest. Als ik er al kwam, ging ik naar binnen, pakte ik wat ik nodig had, rekende af en ging zo snel mogelijk weer weg. Rustig rondkijken deed ik niet, dat kon ik niet aan. Het liefst ging ik met vriendinnen op pad. Zij wisten van niets natuurlijk. Dan bleef ik dichtbij ze in de buurt zodat ik niets kon pakken. Ook nam ik nooit tassen mee als ik ging winkelen en ik was blij toen het zomer werd. Dan hoefde ik geen jas meer aan: in een jas zitten zakken en dat betekent verleiding.

Het is nu al bijna een jaar geleden dat ik iets voor het laatst heb gestolen. Vorige week fietste ik door een winkelstraat en ik zag een jongen met drie agenten ergens naar buiten komen. Als ik zoiets zie, denk ik: dat had ik kunnen zijn, en iedereen had mij kunnen zien. Dan bonkt mijn hart meteen weer in mijn keel.

Gelukkig is de verleiding nu zo goed als weg. Mijn oude angst van vroeger is teruggekomen, de normale, gezonde angst. Mijn zelfvertrouwen 'dat het vast wel lukt', is weg. Gelukkig maar. Heel soms vind ik het jammer, want het scheelde me een hoop geld. Als ik dat denk, ben ik meteen boos op mezelf. Want ik ben blij dat ik weer op het rechte pad ben. Ik kan mezelf weer recht in de spiegel aankijken.

Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide