• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Agressieve dwanggedachten

Het komt bij mensen wel eens voor: de angst om je eigen kinderen of andere dierbaren iets aan te doen. Omdat er een wens is om dat te doen. Althans in de geest: het zijn natuurlijk alleen maar gedachten, die zelden in daden worden omgezet. Het zijn dwanggedachten, die een eigen weg gaan en zich niet laten leiden. Maar zij brengen iemand natuurlijk in grote verwarring, want waar komen die gedachten vandaan? Wat zegt het over mij? Wie ben ik dan? En hoe richt ik mijn leven in? Sophia (34) vertelt er over.

’Ik ben doodsbang voor mijn eigen agressieve, moorddadige gedachten. Ik vind ze afschuwelijk, want ze gaan over de mensen en dieren van wie ik het allermeeste houd en die ik absoluut niet kan missen. Toch blijft het soms malen in mijn hoofd, als een langspeelplaat: ‘Nu ga ik mijn hondje in de magnetron stoppen' of 'zo meteen duw ik mijn kind uit het raam'. Terwijl ik dat helemaal niet wil! Ik kan er nu redelijk mee leven, maar een aantal jaar geleden maakte het me zo gek dat ik mij ervoor heb laten opnemen. Ik was bang dat ik op een dag zou doorslaan en dat ik echt iets schrikbarends zou doen.

Ik heb geen fijne jeugd gehad. Mijn moeder heeft zelfmoord gepleegd toen ik negen jaar was, ze heeft zichzelf verdronken. Ze heeft geen briefje achtergelaten. Nu ik volwassen ben, weet ik dat het mijn schuld niet was, maar toentertijd betrok ik het op mezelf. Ik moest wel een rotkind zijn, anders had ze mij wel de moeite gevonden om voor te blijven leven. Dat ik waardeloos was, werd bevestigd door de nieuwe vrouw van mijn vader. Ze mocht mij niet en dat liet ze duidelijk merken. Aan mijn vader had ik niet veel steun. Na de dood van mijn moeder had hij een café geopend en zelf werd hij de grootste innemer. Hij werd alcoholist, ik denk ook uit verdriet om de dood van mijn moeder, en liet mij en mijn broertje aan ons lot over.

Rond mijn vijftiende zijn mijn eerste psychische klachten begonnen. Ik begon dwangmatig te lijnen en ik sneed mezelf omdat er een soort stem in mijn hoofd was die zei dat ik dat moest doen. Nee, eigenlijk is dat niet goed gezegd. Het was geen stem, ik was het gewoon zélf. Mijn gedachten bleven maar in een kringetje draaien: snij jezelf, snij jezelf. En dan deed ik het maar.

Ik moest in die tijd vaak in het café van mijn vader werken. Terwijl mijn vriendinnen naar de disco gingen, stond ik achter de tap. Dat vond ik helemaal niet leuk, maar ik durfde er niets van te zeggen. Op mijn drieëntwintigste ben ik op mezelf gaan wonen. Dat was een hele verandering, en daar kan ik slecht tegen, weet ik nu. Vanaf dat moment kreeg ik rare, beangstigende gedachten. Ik had een klein hondje gekocht en dat beestje was alles voor mij. We waren onafscheidelijk en ze sliep iedere nacht bij mij in bed. Maar ik kreeg telkens de aanvechting om haar in de magnetron te doen. Daar had ik over gelezen en dat kreeg ik niet uit mijn hoofd. Op een gegeven moment zag ik er ook niet meer de absurditeit van in: het leek iets heel normaals, net alsof iedereen dat deed. Maar ik wilde het helemaal niet denken of doen, en raakte totaal in paniek van deze gedachten.

Gelukkig volgde ik mijn gedachten niet op. In die tijd trouwde ik en raakte ik zwanger. Dat was in 1997. Ik was dolblij. Ik verlangde erg naar een kindje van mijn man en mij samen. Eindelijk zou ik zelf een gezin stichten en geluk en veiligheid vinden. Helaas liep het heel anders.

De zwangerschap was al zwaar, omdat mijn stiefzusje in diezelfde tijd leukemie kreeg. Vreselijk, want ik gaf heel veel om haar. Direct na de geboorte van mijn prachtige zoontje Julius vertelde de dokter mij dat ik heel goed moest oppassen met het tere, zachte plekje op zijn hoofdje, de fontanel. Vanaf dat moment had zijn fontanel een magische aantrekkingskracht op mij. Ik had steeds het gevoel dat ik het moest indrukken. Er begonnen ook andere dingen door mijn hoofd te schieten om mijn zoontje te vermoorden. Als ik hem in bad deed, had ik de neiging om hem met zijn hoofdje onder water te laten glijden. Wanneer ik de vuilnisman zag komen, dacht ik: zal ik mijn zoontje in een vuilniszak stoppen en hem meegeven? Belachelijk en afschuwelijk! Ik wilde niets liever dan dolblij zijn met Julius want vanaf het eerste moment hield ik zielsveel van hem. Toch bleven de moordgedachten als een non-stop langspeelplaat door mijn hoofd spelen. Ik werd er doodsbang van. Waarom dacht ik dit? Ik moest wel een heel slechte moeder zijn. De gedachten bezorgden me tintelingen, ik begon ervan te beven en ik werd er duizelig van. Het leek op zulke momenten wel alsof ik uit mijn lichaam trad. Daarvan werd ik weer extra bang, want het leek alsof ik de controle over mezelf verloor. En wat zou ik dan wel niet kunnen doen? Ook mijn man begon bang te worden.

Al snel heb ik me bij de dokter gemeld en heb me vrijwillig laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Omdat de artsen het belangrijk vonden om de moeder – kind relatie in stand te houden, ging ook Julius naar het ziekenhuis en moest ik hem elke dag zien. Onder begeleiding, want ook de artsen sloten niet uit dat ik een gevaar voor hem was. Elke dag weer was ik doodsbang voor dat moment. Juist het contact met Julius bracht het slechtste in mij naar boven kwamen. Dan gaf ik hem zijn flesje en dacht: zal ik zijn neusje dichtknijpen?

Nu weet ik dat die gedachten juist kwamen omdat ik heel bang was dat hem iets zou overkomen. Ik ben al zoveel mensen kwijtgeraakt in mijn leven – mijn moeder, mijn stiefzusje, en ook mijn vader is inmiddels overleden - en ik koester de mensen van wie ik hou intens. Ik wil echt niet dat hen iets overkomt. Gek genoeg vertaal ik de angst om ze te verliezen naar gedachten over hoe ik hen zelf zou kunnen vermoorden. Misschien had het ook met schuldgevoel te maken: ik heb mij altijd zo schuldig gevoeld aan de dood van mijn moeder. Opnieuw schuldig zijn aan de dood van een geliefd kind of dier, zou ik echt niet aankunnen. De angst daarvoor is zó groot, dat het juist dit soort gedachten oproept.

Vier maanden ben ik opgenomen geweest. Ik was er regelmatig zo slecht aan toe dat ik vroeg of ze me in een isoleercel wilden opsluiten, omdat ik niet voor mezelf durfde in te staan. Ook mijn kamergenote was bang voor me. En terecht. Ik zag vaak voor me hoe ik haar met een asbak de hersens zou inslaan.

De behandeling die ik kreeg haalde niet veel uit. In de gespreksgroep waar ik kwam, zaten diverse moeders met opgroeiende kinderen. Zij waren zo depressief dat zij uit het leven wilden stappen. Daar kon ik heel boos om worden, omdat dat bij mij zulke diepe littekens had achtergelaten. Verder moest ik kleien en boetseren, maar dat was niets voor mij.

Ondanks dat het na vier maanden nog niet echt beter ging, hebben ze me naar huis laten gaan. Met 120 pillen voor de komende maanden. Nog dezelfde avond heb ik alles ingenomen, ik wist het gewoon niet meer. Gelukkig ben ik op tijd naar het ziekenhuis gebracht.

Ik bleef daarna thuis wonen, met begeleiding van de dokter. Hoewel ik bang bleef voor waar ik toe in staat zou zijn, werd de situatie langzaam iets leefbaarder. Ik bouwde veiligheidsmechanismen in voor mezelf. Zo deed ik Julius alleen maar in bad als mijn man erbij was, zodat ik niets zou kunnen doen. Mijn man probeerde me goed te steunen, al maakte ook hij zich vaak zorgen. Maar: 'Denken is nog geen doen,’ zei hij altijd. Ook bood hij me praktische hulp. Ik vertrouwde mezelf bijvoorbeeld niet met messen, want wie weet zou ik mijn kind wel doodsteken. Op dagen dat ik er heel erg last van had, nam mijn man de messenbak mee naar kantoor, zodat ik maar niet steeds naar die bak werd toegetrokken. Verder begon ik rituelen te bedenken om mijn dwanggedachten te stoppen. Zo kon ik mezelf bijvoorbeeld gerust stellen door een theedoek over alle messen heen te gooien: dan waren ze voor mijn gevoel 'weg', uit het zicht. Wel moest ik de doek dan nog even tien keer aanraken. Dat soort dingen zijn zich gaan uitbreiden. Er zijn een heleboel dingen in huis die ik tien keer moet aanraken. De kraan bijvoorbeeld, of de wc-bril. Ook mijn kinderen moet ik altijd tien keer een zoen geven. Als ik dat allemaal trouw doe, voel ik de spanning wegstromen. Voor een buitenstaander slaan dat soort handelingen nergens op, maar mij brengen ze weer in balans. Het kost vaak veel tijd, maar dat maakt me niet uit.

Het leek mij beter geen tweede kind te krijgen. Ik was bang dat mijn dwanggedachten dan weer heviger zouden worden. Ik vond het wel erg, want ik droomde vroeger van een groot gezin met wel zeven kinderen. En na drie jaar ging ik toch twijfelen. Het ging eigenlijk zo goed, zou ik het toch niet aandurven?

Ik ben opnieuw zwanger geraakt, maar de zwangerschap was een nachtmerrie. Ik had telkens de aandrang om mezelf van de trap te gooien om een miskraam op te wekken. Het werd zo erg, dat Joey is gehaald toen ik 37 weken zwanger was. Zijn geboorte leverde veel complicaties op, omdat hij een zeldzame afwijking had aan zijn blaas. Daarnaast ging het met mij weer heel slecht. Er spookte opnieuw van alles door mijn hoofd. Ik wist wel dat ik al die gruwelijkheden in het verleden nooit had uitgevoerd, maar dat gaf me toch nog geen garantie voor de toekomst. Wie weet zou ik toch een keer doorslaan... In mijn angst ging ik daar ook bijna van uit. Zo kon ik moeilijk kleding voor Joey kopen, omdat ik dacht: binnenkort is hij toch dood. Gelukkig hoefde ik deze keer niet opgenomen te worden. Met mijn eigen trucjes en dwangrituelen lukte het me mijn angst beheersbaar te houden.

Nu zijn mijn zonen wat groter en niet meer zo kwetsbaar en zo afhankelijk van mij. Het zijn flinke, pittige mannetjes op wie ik ontzettend trots ben. Ik heb de laatste jaren minder last van agressieve gedachten ten opzichte van hen. Soms nog wel, als ik ga zwemmen bijvoorbeeld. Joey kan nog niet alleen zwemmen en als we dan samen in het diepe bad gaan, maalt het door mijn hoofd: 'Wat als ik hem nu loslaat?' Ik blijf bang voor dit soort gedachtes, maar toch blijf ik zoveel mogelijk dingen ondernemen met mijn zoons, want ik wil me niet te veel laten beperken.

Het blijft een gevecht. Vroeger schaamde ik me verschrikkelijk voor mijn dwanggedachten. Nu is dat over. Ik kan er ook niets aan doen, ik heb een ziekte. Inmiddels weet ik waar ik op moet letten. Zo weet ik dat ik slecht tegen veranderingen kan. Daarin lijk ik wel autistisch. Alles moet voor mij volgens een vast patroon verlopen, anders raak ik van slag en worden de angst en de dwanggedachten weer erger. Ook kan ik slecht tegen stress.

Mijn baan ben ik verloren door al deze problemen. Ik kreeg daar het stempel: psychiatrisch patiënt. En daar kwam ik niet meer vanaf. Ik ben er op een heel vervelende manier uitgewerkt, en dat vond ik heel erg, want ik deed mijn werk goed. Nu werk ik niet meer. Ik volg nog altijd therapie. Eigenlijk raden ze me aan om nog een tijdje intern te gaan in een gespecialiseerd centrum, maar vanwege de zorg voor mijn gezin zie ik dat nu niet zitten. Misschien in de toekomst, als mijn kinderen nog wat groter zijn.

Ondanks alles heb ik tegenwoordig wel weer lol in het leven. Ik ben blij dat ik wat ouder ben en dat ik iets meer inzicht in mijn ziekte heb. Vroeger dacht ik: dit gaat nooit meer over. Nu weet ik: er kunnen heel slechte periodes zijn, maar daarna komen er ook weer goede.’

Dwanggedachten

Het hebben van dwanggedachten is een vorm van de obessieve-compulsieve stoornis, ook wel de dwangstoornis genoemd. Dwanggedachten zijn gedachten die je helemaal niet wilt hebben, maar die zich telkens opdringen. Sophia heeft last van agressieve dwanggedachten. Deskundigen zeggen dat het nog nooit is voorgekomen dat iemand tegen zijn zin dit soort gedachtes daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Maar ze kunnen wel een vreselijke kwelling zijn voor iemand.

Ook kan het voorkomen dat iemand steeds dwangmatig aan bepaalde seksuele handelingen denkt, terwijl hij of zij dat helemaal niet wil. Of mensen – dit overkomt vaak juist heel gelovige mensen – vloeken steeds in hun hoofd of denken telkens: 'God is gek.' Meestal voelen mensen met dwanggedachten zich heel erg schuldig, omdat ze denken dat er toch een wens aan de gedachte ten grondslag moet liggen. Dat is niet waar: het komt juist door hevige angst of afkeer. De dwangstoornis komt voor bij 2,5% van de mensheid.

De witte ijsbeer-test

Hoe meer iemand met een dwangstoornis zich tegen de ongewenste gedachten verzet, hoe meer ze hem blijven lastig vallen. En zo gek is dat niet: test zelf eens of het je lukt om drie minuten niet aan een witte ijsbeer te denken. Je mag OVERAL aan denken, maar niet, absoluut niet, aan die witte ijsbeer. Ook niet héél even. En, lukt het al?

Als je het uitprobeert, zul je zien dat je toch steeds die witte ijsbeer voor je ziet, juist omdat je dat probeert tegen te houden. De meeste mensen zullen die ijsbeer echter een uur later spontaan vergeten. Maar als je een dwangstoornis zou hebben net als Sophia, dan blijft een ongewenste, beangstigende gedachte de hele dag door je hoofd spoken. Dat heeft met serotonine te maken, een stof in de hersenen die niet helemaal werkt hoe het zou moeten. Daardoor blijven (ongewenste) gedachtes veel langer hangen, tot ze een obsessie worden. Hoe het precies werkt, is in de medische wetenschap nog niet bekend.

Antidepressiva hebben invloed op de serotonineopname in de hersenen en kunnen een gunstige uitwerking hebben. Maar vaak is het effect maar gedeeltelijk en komen de klachten terug als je stopt met medicatie. Daarom is het goed om (ook) therapie te volgen.

© Lydia van der Weide

Meer informatie:

Angst, dwang en fobie Stichting (ADF Stichting)

Hoofdstraat 122

3972 LD DRIEBERGEN

0900-2008711

www.adfstichting.nl

info@adfstichting.nl

Internetsites:

http://www.ocdvriendenkring.org

http://www.dadoo.nl/pfg

Boeken:

Het duiveltje van de geest. Een verkenning van het veelvoorkomende verschijnsel van dwangmatige kwade gedachten - Lee Baer, Uitgeverij Nieuwezijds, 2001, € 20,95.

Een prettig leesbaar boek voor iedereen die geïnteresseerd is in het fenomeen van ongewenste, nare gedachten.

Leven met een dwangstoornis - Fred Sterk en Sjoerd Swaen, Bohn Stafleu Van Loghum, 2001, € 17,30.

Een dun maar zeer informatief boekje over de dwangstoornis, over verschillende uitingsvormen en behandelwijzen.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide