• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Eetstoornissen

Psychische stoornissen komen niet altijd uit de lucht vallen, soms is er een direct aanwijsbare aanleiding voor. Toen Sanne (21) besloot om veel te gaan afvallen, kreeg ze een eetstoornis. Wat begon als een poging om haar streefgewicht te bereiken, eindigde in een obsessie met eten.

”Eten is al jaren mijn obsessie. Bij iedere hap die ik neem, denk ik: wat zit erin, is het niet te vet, is het wel verstandig om dit te eten? Vier jaar geleden woog ik nog 100 kilo. En nu 65, 35 kilo minder dan toen dus! Maar ik voel me ongelukkiger dan ooit. Ik ben constant moe en depressief. Ik weet niet meer hoe ik hieruit moet komen. Zal ik ooit weer gewoon van eten kunnen genieten zonder te piekeren of ik ervan zal aankomen? En zal ik ooit eens kunnen zondigen zonder dat ik daarna alles er moet uitgooien?

Al toen ik elf jaar was, begon ik aan te komen. In korte tijd werd ik dikker en dikker. Ik ben verschillende keren bij de dokter geweest om een oorzaak te zoeken, maar die werd niet gevonden. Ik had gewoon aanleg om fors te worden, en ja, ik hield van lekker en veel eten. Verschillende diëten heb ik uitgeprobeerd, maar zonder resultaat. Er ging wel wat af, maar het zat er ook zo weer bij.

Toch was ik veel gelukkiger dan nu. Het beheerste mijn leven niet. Oké, ik had wel eens genoeg van die slobberbroeken en die wijde truien die ik altijd droeg. Zeker in de zomer als iedereen in korte rokjes liep. Maar echt eronder lijden: nee. Ik had een leuk leventje, was altijd vrolijk en had veel vriendinnen.

Toch besloot ik op mijn zestiende dat er iets drastisch moest gebeuren. Ik had al drie jaar niet gezwommen uit schaamte voor mijn lichaam: dat moest nu maar eens afgelopen zijn. Op eigen houtje ben ik acht kilo afgevallen. Ik schrapte alle zoete en vette dingen en de kilo's vlogen ervan af. Mijn tante, die ook wat kilo's kwijt wilde, had een advertentie gezien van de Weight Watchers en sleepte mij daar mee naartoe. De eerste avond dacht ik: dit ga ik nooit doen, al dat punten tellen, nee hoor, daar word je toch hartstikke gek van? Maar ik ben toch overstag gegaan. En het ging geweldig goed. Ik viel in rap tempo af. Soms wel drie kilo per week! Dat, terwijl ik meer at dan ooit tevoren. Maar heel anders hè: geen sausjes meer, geen frisdrank, maar fruit en groente en andere gezonde dingen. Het ging zo goed, dat ik mijn streefgewicht bijstelde. Eerste wilde ik naar de 85; toen ik dat bereikt had ging ik voor de 75 en ga zo maar door. In vijf maanden tijd ben ik tweeëntwintig kilo afgevallen. Prachtig, zou je zeggen, maar ik voelde mij niet blij. Het leek wel alsof ik met elke kilo die ik afviel een stukje van de oude, vrolijke Sanne kwijtraakte. Ik kon er helemaal niet van genieten. In plaats dat ik trots was, en blij dat ik dit had bereikt, begon ik steeds meer van mijn eigen lichaam te walgen. Ik was nog lang niet slank genoeg, er moest meer af, véél meer! Mijn benen bleven te dik naar mijn zin, mijn buik bleef over de rand van mijn broek heen puilen. En die striae! Dat was toch geen gezicht? Ik praatte mezelf totaal de put in en raakte helemaal geobsedeerd.

Iedere week ging ik trouw naar de Weight Watchers en mijn gewicht bepaalde het gevoel over mezelf. Als ik drie ons was aangekomen, zat ik de hele avond te huilen. Sowieso zaten mijn tranen heel hoog in die tijd. Als iemand me maar vroeg hoe het ging kon ik me al niet goed houden. En ik was doodop. Eigenlijk is tweeëntwintig kilo in vijf maanden ook veel te veel. Het is een enorme aanslag op je fysieke gestel. En geestelijk dus ook. De oude Sanne verdween langzaam naar de achtergrond, tot ze volkomen verdwenen was.

En toen begon ik ook nog met overgeven. Ik draaide nachtdiensten voor mijn werk in de verpleging, en dan kreeg ik vaak trek en kon ik me niet beheersen. Wanneer ik boven de 20 punten uitkwam die ik mocht eten, voelde ik me zo schuldig dat ik het eruit moest gooien. Dat ging heel makkelijk. Ik vond het ook geen naar gevoel. Ik was alleen maar blij en opgelucht dat ik dat 'verboden eten' weer kwijt was, ook al had ik na afloop nog zulke maagkrampen, begon mijn menstruatie onregelmatig te worden en voelde ik me steeds futlozer worden.

Ik kamp dus met boulimia, maar ik heb geen echte vreetbuien. Het is niet zo dat ik mij dagelijks volkomen volprop met van alles en nog wat. Maar zodra ik boven die twintig punten kom, MOET het er weer uit. Ik weet dat het slecht, maar het is net alsof een stemmetje in mijn hoofd tegen me zegt: ga maar overgeven, toe maar, ga het maar doen. En dat stemmetje wint altijd, hoe hard ik er ook tegen vecht.

De eerste jaren heb niemand iets verteld over dat braken. Ik deed het stiekem. Op mijn werk, of thuis, als mijn ouders er niet waren of wanneer ik onder de douche stond: dan kon niemand het horen. Voor iedereen hield ik de schijn op over hoe goed het ging. Ook voor de Weight Watchers. Ik heb zelfs meegedaan aan de Weight Wachter-van het jaar-verkiezingen. Ik werd derde van Nederland. Ik wist prachtig te vertellen hoe blij ik was en hoe goed het ging. Terwijl dat helemaal niet waar was! Maar daar durfde ik niet voor uit te komen. Er werd bij de Weight Watchers ook niet over dit soort dingen gesproken. Om af te vallen werkt hun methode heel goed, maar er was geen aandacht voor psychische problemen zoals ik die had. Niet lang daarna ben ik trouwens gestopt bij de Weight Wachters. Ik hoopte dat mijn puntenobsessie daardoor zou afnemen maar het zit er zo ingebakken, dat raak ik niet zo snel kwijt.

Op een gegeven moment heb ik toch aan een vriendin over het overgeven verteld. Ze schrok er heel erg van. Zij heeft het toen aan mijn ouders verteld. Hoewel ik wel even boos ben geweest - ik had het haar tenslotte in vertrouwen verteld - snapte ik wel dat ze het alleen maar deed omdat ze zich zorgen maakte. Mijn ouders vonden het ook afschuwelijk voor me.

Nadat het is uitgekomen, ben ik hulp gaan zoeken. Ik zag wel in dat dit zo niet langer ging. Via mijn huisarts, ben ik bij een psychologe terecht gekomen, een fantastische vrouw aan wie ik veel heb gehad, maar die mij uiteindelijk niet verder wist te helpen. Wel heb ik bij haar geleerd om over mijn problemen te praten.

De laatste twee jaar ben ik niet meer afgevallen. Ik kom gewoon niet onder de 65. Terwijl ik zó graag naar de 56 wil. Maar het gaat niet. En ik eet echt niet veel! Als ik dan mijn broer zie: die eet alles wat los en vast zit, en komt geen gram aan. Als ik in een weekend twee biertjes boven mijn 'rantsoen' kom, zit er weer steevast een halve kilo bij. Om gek van te worden.

Om te kijken hoeveel ik weeg, sta ik twee, drie keer per dag op twee verschillende weegschalen. Als er wat af is, ben ik helemaal blij, maar als er weer iets zwaarder ben word ik daar volkomen down van. Dan trek ik me het liefst in mijn eentje terug op mijn kamer. Ik ben heel bang dat als ik een beetje laks word, ik zo weer net zo dik ben als vroeger. Dus ik durf me nooit te laten gaan. Bepaalde voeding eet ik uit voorzorg dan ook NOOIT.

Na die eerste psycholoog ben ik nog bij een aantal andere hulpverleners geweest en zelfs in een gespecialiseerde eetkliniek. Daar moest ik binnen tien minuten op de weegschaal staan. Zo confronterend was dat. Je kunt er dan niet meer omheen dat je een eetprobleem hebt. Ik kon daar een therapie volgen van vier dagen per week maar uiteindelijk heb ik toch besloten om het (nog) niet te doen. Ik had net een jaar in de ziektewet gezeten – vanwege de ziekte van pfeiffer, maar ook door mijn eetproblemen – en wilde niet opnieuw de ziektewet in. Daarnaast was ik er nog niet aan toe om onder ogen te zien dat ik een probleem heb waar ik zelf niet meer uitkom. Ik blijf het gevoel hebben: ik zou dit toch zelf moeten kunnen oplossen? Bovendien lijkt het me zó zwaar om vier hele dagen per week bewust met mijn probleem bezig te zijn. Hoewel dat nu eigenlijk ook zo is, want ik denk er 24 uur per dag aan... maar ja het is toch anders.

Ik probeer het nu voorlopig dus toch nog op eigen houtje. En soms gaat het ook wat beter, dan heb ik een paar goede weken. Denk ik ook meteen: zie je, ik kan het wel alleen! Andere keren, zoals de afgelopen maand, gaat het weer helemaal niet goed. Het overgeven doe ik niet zo vaak meer als de eerste jaren, maar geestelijk gaat het nog niet beter met me. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik lichamelijk en psychisch volledig op ben. Ik voel me zo uitgeput, zo verdrietig. En boos. Waarom moet mij dit overkomen?

Een tijdje geleden mocht ik een periode van de liefde proeven. Toen voelde ik me wel wat beter. Maar mijn vriend ging vreemd en daarna viel ik weer in een diep gat. Ik gaf mezelf de schuld: ik was zeker niet leuk genoeg. Want dat denk ik altijd en dat is ook waar het eigenlijk allemaal om draait: ik heb geen gevoel van eigenwaarde. Ik vind mezelf walgelijk. Ik ben lelijk, ik ben dik, ik stel gewoon niets voor. Andere mensen kunnen nog zo vaak zeggen dat ik wél leuk ben, maar ik raak dat gevoel niet kwijt. Onlangs heb ik een borstverkleining laten doen. Ik had stiekem gehoopt dat het daarna veel beter met me zou gaan, ook wat betreft het accepteren van mijn gewicht. En eerlijk is eerlijk, mijn borsten zijn prachtig geworden. Maar toch kan ik niet van genieten. Ik blijf het gevoel hebben dat ik niet goed genoeg ben. Ik hoop dat ik op een dag wakker word, en dat problemen allemaal over zijn. Dat ik mij zelfverzekerd voel en niet meer druk maak over de lijn. Wat mij betreft kan die dag niet snel genoeg komen.”

Weight Watchers

De Weight Watchers bestaat al zo'n 35 jaar en is over de hele wereld een bekende manier van afvallen. Ook in Nederland komen iedere week vele cursisten bij elkaar, worden gewogen en krijgen een motiverend praatje van een begeleider. Bij de Weight Watchers leer je een andere, gezondere manier van eten. In principe mag je alles, maar je moet points, punten, tellen. Alles wat je eet of drinkt, heeft een bepaalde pointswaarde. Door te sporten kun je extra points verdienen. Weight Watchers biedt een verstandige manier om af te vallen en door het contact met de groep, sta je er niet alleen voor. www.weightwatchers.nl

Het gevaar van lijnen

Als je te dik bent, is het gezond om wat af te vallen. Maar bij iedere afvalmethode bestaat de kans op het krijgen van een eetstoornis als anorexia, boulimia. Dat kan voor ingrijpende problemen zorgen, en zelfs levensbedreigend zijn. Vrouwen krijgen veel vaker een eetstoornis dan een man: 95% van de mensen met een eetstoornis, is vrouw. Ongeveer 0,5 % van de vrouwen heeft anorexia. Boulimia komt veel vaker voor: tussen de 1,5 tot 5 % van de (veelal jonge) vrouwen lijdt hieraan. Waarschijnlijk liggen deze cijfers nog hoger, omdat eetstoornissen vaak goed verborgen worden gehouden. Eetstoornissen duren gemiddeld zo'n 7 jaar maar kunnen soms wel dertig jaar duren. Soms genezen ze nooit meer: 10% overleeft de ziekte niet. Slechts 40% geneest helemaal. Hoe langer de ziekte duurt, hoe moeilijker de genezing is. Er zijn verschillende klinieken in Nederland die gespecialiseerd zijn in eetstoornissen.

Anorexia nervosa (afgekort: anorexia) is te vertalen als: 'gebrek aan eetlust door nerveuze oorzaken.’ Deze naam klopt eigenlijk niet, omdat patiënten wel honger hebben, maar dit bewust onderdrukdrukken en eigenlijk 'verslaafd' raken aan afvallen, tot dat ze (in het ergste geval) ze zichzelf letterlijk doodhongeren.

Boulimia nervosa (afgekort: boulimia) betekent: eetlust als een os door nerveuze oorzaken.' Ook deze naam is niet correct: mensen die hier aan lijden eten niet te veel omdat ze honger hebben, maar omdat de drang naar eten op een verslaving lijkt. Het gaat gepaard met pogingen om de eetbui weer ongedaan te maken, door te braken, laxeermiddelen te slikken of een periode te vasten. Dit is allemaal heel slecht voor je lichaam. Het braken en de laxeermiddelen kunnen op den duur je nieren en lever beschadigen, en voor hartritmestoornissen en zelfs een hartstilstand zorgen. Het braken tast ook je gebit en je slokdarm erg aan.

Dan bestaat er ook nog het binge eating disorder (BED): mensen die hieraan lijden hebben last van (vr)eetbuien, net als boulimia patiënten, alleen doen zij geen pogingen om hun eetbuien ongedaan te maken. Dit komt naar schatting voor bij 2% van de mensen, en net zo vaak bij mannen als bij vrouwen.

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide