• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Trichotillomanie

Dwangmatig haren uit je hoofd trekken, een niet-alledaagse dwangstoornis. Trichotillomanie wordt het genoemd. Liesbeth (30) lijdt hieraan en heeft ook nog eens last van verschillende angstklachten, die met deze stoornis verband houden.

’Ik trek haren uit mijn hoofd, rechts bij mijn oor. Waarom, dat weet ik zelf niet goed. Ik doe het zo vaak, dat ik een grote kale plek heb. Ik vind dat heel vervelend want ik wil niet dat mensen dat zien. Dus ben ik iedere dag bezig om het te camoufleren. Tot nu toe komt het nog terug. Maar er is eens kans dat de haarwortels zodanig beschadigd raken, dat het op een dag niet meer aangroeit. Daar ben ik ontzettend bang voor. Want dan heb ik het gewoon zelf verknald. Maar hoewel ik mij iedere dag voorneem om nóóit meer haren te trekken, kan ik het toch niet laten.

Mijn probleem heet Trichotillomanie en schijnt wel vaak voor te komen. Daarnaast kamp ik met veel angsten, en er is bij mij zeker een samenhang tussen het harentrekken en die angsten. Alleen al hoe de Trichotillomanie is ontstaan, maakt dat duidelijk.

Ik was een jaar of twaalf, toen ik verf op mijn handen kreeg en daardoor bang werd dat ik vergiftigd zou raken. Al snel werd die angst heel heftig. Ik wilde haast niets meer eten, en als ik al wat at, moest ik per se zien hoe het werd klaargemaakt. Ik durfde geen deurknop meer aan te raken uit vrees om iets gevaarlijks aan mijn handen te krijgen, wat ik later weer in mijn mond zou kunnen krijgen. Tot dat moment had ik veel geduimd, maar ook dat vond ik opeens gevaarlijk. Als vervanging begon ik met mijn haar te spelen. Ik was daar zo mee bezig dat ik een paar haren uittrok. Die paar werden er meer en er ontstond een kale plek.

De vergiftigingsangst ging over, het harentrekken niet. De mensen om mij heen zeiden nooit iets over de kale plek. Ik heb ADHD, en was altijd al een buitenbeentje. Iedereen accepteerde dat ik wat anders was dan anderen. Maar niemand wist toen ook nog dat ik het haar er zelf uittrok. Mijn ouders wisten het wel, maar hoopten dat het vanzelf over zou gaan. Hoewel ik mij niet herinner dat ik mij er in die tijd echt voor schaamde, verborg ik mijn kale plek wel zo veel mogelijk. Dan deed ik bijvoorbeeld veel haarlak in, zodat al mijn andere haar voor die plek zat. Maar toch was de Trichotillomanie in die tijd niet zo belangrijk was, mijn angsten waren een veel groter probleem. Waar ik bang voor was, dat wisselde erg. Soms was ik extreem bang om ziek te worden. Dan zat ik iedere dag bij de dokter: elke muggenbultje zag ik voor kanker aan. Ook heb ik last van smetvrees gehad. Daarnaast had ik een enorme angst voor brand, voor het donker, om mijn huis af te sluiten en voor alleen-zijn. Soms was die laatste angst zó hevig dat als mijn ouders de vuilnis buiten zetten, ik met hen meeliep, omdat 30 seconden in mijn eentje al te lang was. Deze angsten zijn mijn hele leven een rol blijven spelen, nu nog steeds. Soms sluimeren ze, andere periodes zijn ze prominent aanwezig. Vooral tijdens vakanties, of periodes dat ik ziek ben. Ik functioneer namelijk het beste bij regelmaat.

Omdat deze angsten zo overheersend waren, zat ik niet zo met de kale plek. Maar vanaf mijn twintigste ging ik er steeds meer onder gebukt. Het harentrekken werd echt een obsessie. Elke dag raakte ik mee gefrustreerd: waarom kon ik niet gewoon stoppen? Maar dat lukte gewoon niet. Als ik angstig was, ontspande het haren trekken me. Maar ik trok ook op heel andere momenten: wanneer ik heel blij, vrolijk of opgeworden was bijvoorbeeld, of wanneer ik me verveelde. Ook bij het huiswerk maken of het tv-kijken was het moeilijk om me in te houden. Of 's ochtends vroeg, als ik net op was: dan zat ik slaperig wat voor me uit te staren… en voordat ik het wist ging mijn hand dan weer naar mijn hoofd. Maar ik vond het afschuwelijk wat ik deed! Het beperkte me ook erg. Zwemmen durfde ik nooit, naar de sauna gaan ook niet. Want als je haar nat is, dan zie je de kale plekken natuurlijk heel goed. Ook naar het strand ging ik niet. Daar speelt de wind door je haar, en ik werd zo moe van telkens te moeten uitleggen dat ik niet wilde zwemmen.

Om de kale plek te verbergen, heb ik jarenlang een pet gedragen. Daar kreeg ik veel vragen over. Het ergste was het nog, als mensen dachten leuk te zijn en de pet van mijn hoofd sloegen. Zo onbeschoft! Eerst werd ik altijd erg boos, later vertelde ik openlijk wat er met mij aan de hand was. Dan schrokken mensen wel.

Maar het valt me best mee hoe mensen er over het algemeen op reageren. De meesten doen toch wel hun best om het te begrijpen. Maar ze snappen het vaak niet. "Als je het zo naar vindt, dan stop je toch gewoon," zeggen ze dan. Was het maar zo eenvoudig! Soms worden mensen wat overbezorgd. Zodra ik met mijn hand naar mijn hoofd ga, beginnen ze al te roepen: afblijven! Ook geven ze advies, maar alles wat zij bedenken heb ik zelf natuurlijk ook al lang bedacht; wanten aandoen bijvoorbeeld, of met een muts mijn haar beschermen. Dat laatste, dat helpt inderdaad wel. Thuis loop ik vaak met een muts op, zodat ik niet bij mijn haar kan. Wat ook helpt, dat zijn pleisters om je vingers. Dat gaat de onrust tegen, vooral als je de pleister flink strak doet. Maar iedereen in mijn omgeving weet er nu dus van: ze weten waarom ik niet zwem of naar de sauna ga, en zelfs niet naar het strand ga met mooi weer. Jammer blijft dat wel trouwens: ik was vroeger zo dol op water…

Ondanks dat ik nu dus wel open ben, ben ik toch altijd bang voor afwijzing. Toch ben ik in mijn leven niet vaker afgewezen dan een ander, denk ik. Maar de angst ervoor is hevig, ook wat betreft mijn haar: ondanks dat ik er open over ben, ben ik soms toch bang dat mensen me raar zullen vinden, liever niet met me omgaan of zich voor me schamen tegenover anderen. Of, het allerergste: dat ze alleen met me omgaan omdat ze me zielig vinden! En zo voel ik me juist helemaal niet.

Mijn familie vindt het heel erg voor me dat ik dit doe. Ze weten hoeveel verdriet het voor mij met zich meebrengt. Ze gaan allemaal op een andere manier om met ups en downs. Mijn zus is altijd met mijn haar bezig, hoe ik het met speldjes anders kan doen. Mijn vader brult “Afblijven!” als hij mijn hand richting hoofd ziet gaan en mijn moeder gaat altijd snel mijn pet halen als er onverwachts visite komt. Gelukkig hebben ze me altijd veel gesteund. Vroeger dachten ze nog dat het wel over zou gaan na mijn pubertijd, maar inmiddels is bij hen, denk ik, alle hoop vervlogen dat het ooit nog overgaat. Want ik doe het nog steeds, ondanks de begeleiding van artsen en de medicijnen die ik er voor heb geslikt.

Het ergste wat ik heb meegemaakt, was dat mijn kale plek op een gegeven moment zo groot was geworden, dat hij onder mijn pet vandaan kwam! Wat was ik moedeloos. Ik heb het toen bij de kapper met een tondeuse alles laten afscheren, zodat ik er niets meer te plukken viel. Vlak daarna heb ik ook mijn pet afgezworen: ik wilde niet langer zo bezig zijn om de Trichotillomanie te verbergen. Ik weet dat sommige mensen met Trichotillomanie hun probleem zó goed verborgen houden dat zelfs de mensen uit hun naaste omgeving, hun eigen man bijvoorbeeld, er niets van weten. Velen voelen zich ook heel eenzaam want ze denken dat ze de enige zijn. Omdat ik altijd veel therapie voor mijn angsten heb gevolgd, wist ik op mijn zeventiende al dat er meer mensen waren die dit hadden. Maar ik heb nooit behoefte gehad aan lotgenotencontact. Tot zo'n vijf jaar geleden. Toen werd ik plotseling nieuwsgierig. Na een tijdje ben ik op internet gaan zoeken. Ik ben nu lid van www.haarweb.nlen heb veel contact met andere mensen met Trichotillomanie. Ik ben zelfs twee keer op een lotgenotendag geweest, hartstikke fijn. Het is prettig om met mensen te praten die het precies begrijpen en weten hoeveel negatieve gevoelens het met zich meebrengt.

Eigenlijk hoopte ik van anderen trucjes te leren om met het harentrekken te stoppen, maar die heb ik niet gevonden. Veel van die trucjes had ik zelf als bedacht en uitgeprobeerd. Op haarweb lees ik dat iedereen er van af wil; daar doet iedereen ook hard z'n best voor, maar toch lukt het niet. Ik denk daarom tegenwoordig: volgens mij geneest het niet meer. Ik kan beter mijn energie erin steken om te leren er beter mee om te gaan, dan ernaar te streven om het volledig op te lossen. Ik schaam me er ook niet meer voor. Ik ben nu dertig en ik ga voor de honderd: moet ik mij dan nog zeventig jaar schamen? Nee! Dus ben ik er heel open in; als mensen er naar vragen, krijgen ze eerlijk antwoord. En ik houd mezelf voor: als ze mij raar vinden, is dat hun probleem, niet het mijne! Maar toch kan ik mij niet voorstellend dat ik ooit gewoon met een grote kale plek over straat ga. Ik heb toch liever niet dat onbekende mensen het zien. Maar sinds ik het meer accepteer, gaat het ook beter. De laatste drie jaar ben ik redelijk stabiel en angstvrij. En dat zonder medicijnen. Laten we hopen dat dat zo blijft!’

Trichotillomanie
Trichotillomanie is een impulscontrole stoornis en valt net zoals andere dwangstoornissen onder de angststoornissen. Het is de naam voor een patroon waarbij je vanuit een onbedwingbare impuls bij jezelf een haar uittrekt. Dat kan een hoofdhaar zijn, maar ook een wimper of een wenkbrauwhaar (of - in minder vaak voorkomende gevallen - andere haren op het lichaam). Trichotillomanie is een manier om spanning kwijt te raken. Vaak is dat maar van korte duur want schuldgevoel, spijt en boosheid steken al snel de kop op: waarom heb ik het nu toch weer gedaan?

Veel mensen plukken wel eens aan hun haar, bijten erop of trekken wel eens een haar uit wanneer ze zich vervelen of onder stress staan. Pas als het wel heel veel wordt, en het erg onbeheersbaar wordt, spreek je van Trichotillomanie. Veel mensen weten niet dat ze dit hebben, of dat er een woord voor is. Ze denken dat ze de enige zijn, maar dat zijn ze zeker niet: naar schatting heeft 1% van de Nederlanders Trichotillomanie. Zo'n 80% hiervan is vrouw. Het is niet aan leeftijd gebonden. Er zijn bejaarde mensen die haren trekken, en soms begint het al bij kinderen van twee jaar. Veel mensen met Trichotillomanie hebben vaak last van andere dwangmatige gedachten of handelingen, of leiden aan een depressie of angsten, maar dat hoeft niet zo te zijn.

Sommige mensen eten hun uitgetrokken haar ook op. Daar is een speciale naam voor: trichofagie.  

© Lydia van der Weide

Meer informatie en voor lotgenotenconcact:

www.haarweb.nl

www.trichotillomanie.info

Boek:

Met de handen in het haar. Een vrouw verbreekt de stilte rond Trichotillomanie - Daniëla Van Lancker, Standaard Uitgeverij, Belgie, 2003, € 16,95. Daniëla beschrijft in dit aangrijpende boek haar dertigjarig gevecht tegen het harentrekken. Bij haar was het zo erg dat ze al jong een pruik moest dragen en er slechts korte periode’s van af kwam. Dit boek maakt duidelijk hoe groot de worsteling en schaamte is die Trichotillomanie met zich mee brengt, en laat zien hoe Daniëla uiteindelijk stabiel werd. Fijn geschreven, een echte aanrader voor wie meer over dit onderwerp wil weten!

 

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide