• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Plasangst


Annemarie (28) was obsessief met plassen bezig. Plasangst zoals Annemarie het heeft, is een combinatie van een lichamelijke klacht – een overactieve blaas – en een sociale fobie: de angst voor wat andere mensen van haar zouden vinden. Doordat ze zich daar zo druk om maakte, raakte ze in een vicieuze cirkel.

”Ik ben altijd al iemand geweest die vaak moest plassen. Maar ik maakte er nooit een probleem van. Ik dronk ook altijd veel water en thee, dus zo gek vond ik het niet. Maar langzaam begon het me op te vallen dat ik echt wel héél vaak moest; veel vaker dan andere mensen. En toen anderen daar ook nog opmerkingen over begonnen te maken, werd het plassen een obsessie voor me.

Ik ben veel gepest toen ik klein was. Ik was vrij stevig als kind, en was daardoor altijd een buitenbeentje. Ik zou mijn jeugd nooit nooit willen overdoen. Rond mijn twintigste ben ik een hoop afgevallen. Dat, samen met een therapie die ik heb gevolgd, zorgde ervoor dat ik veel lekkerder in mijn vel kwam te zitten. Toch was ik nog altijd gevoelig voor kritiek van anderen. Ik wilde er graag bijhoren, want dat had ik vroeger zo gemist. Gelukkig lukte dat ook: ik vond een leuke baan op een groot kantoor, waar het altijd erg gezellig was, en ik had een leuke vriendenkring. Achteraf zie ik wel dat ik altijd bezig was om iedereen te 'pleasen'. Maar ik was gelukkig, mijn leven kon niet meer stuk!

Ik denk dat ik een jaar of drieëntwintig was toen het me begon te storen dat ik zo vaak moest plassen. Zo moest ik 's nachts altijd een paar keer opstaan. Thuis was dat nog niet eens zo erg - mijn slaapkamer lag vlak naast het toilet - maar bij anderen was het vervelend. Toen ik een vriendje kreeg in een studentenhuis, moest ik s' nachts soms wel vier keer twee trappen op een neer. Ik probeerde te vermijden dat we bij hem sliepen, want ik vond het maar lastig. Overdag moest ik eveneens om de haverklap naar het toilet. Vaak deed ik echt maar kleine muizenplasjes, maar toch had ik echt het gevoel dat ik moest. Soms probeerde ik het wel op te houden, maar ik vond dat zo'n rotgevoel dat ik meestal maar snel toegaf aan de aandrang.

Ik ging er steeds meer rekening mee houden. In de bioscoop wilde ik altijd bij het gangpad zitten, zodat ik er makkelijk uit kon onder de film. Sommige mensen gaan in de trein liever niet naar de wc omdat ze dat zo vies vinden; nou, dat kon mij niet schelen hoor! Zo'n luxeprobleem kon ik mij niet permitteren: ik was allang blij dat daar een wc wás. Als ik met een bus mee moest, dronk ik de uren ervoor express niets, want ik zou eens moeten. In Rotterdam, waar ik woon, had ik een hele plattegrond in mijn hoofd van toiletten door de stad, zodat ik altijd wist waar ik terecht kon. Ik ging vaak uit voorzorg maar even plassen wanneer ik de kans kreeg, ook al hoefde ik niet echt. Meer en meer raakte ik gefixeerd op mijn blaas. Ik voelde me pas prettig als hij helemaal leeg was. Op een gegeven moment plaste ik op sommige dagen wel dertig keer!

Dat sloeg natuurlijk nergens op en ik schaamde me er best wel voor. Op feestjes zorgde ik bijvoorbeeld altijd dat ik in de buurt van het toilet rondhing, omdat ik het anders zo stom vond staan om heen en weer te lopen.

En toen begonnen ze grapjes te maken op mijn werk. De collega die tegenover mij zat, en die mij er regelmatig een paar minuutjes tussenuit zag piepen, begon me 'zeikwijf' te noemen. Het was niet hatelijk bedoeld, het was gewoon een grapje. Maar hij bleef het zeggen en ook anderen namen het over. Ze hielden me in de gaten wanneer ik opstond om naar de wc te gaan en dan joelden ze: 'Daa-aar gaa-aat ze!' Ik lachte erom, maar ik vond het afschuwelijk. Ik voelde me een volslagen idioot. Vanaf toen werd het plassen echt een obsessie. Ik probeerde het langer op te houden, maar hoe meer ik op mijn blaas geconcentreerd was, hoe vaker ik moest. Het zat constant in mijn hoofd. Ik werd er echt helemaal gek van! Ik dronk zo min mogelijk, maar één kopje koffie was al goed voor drie, vier keer naar de toilet. Echt waar! Op een gegeven moment durfde ik nergens meer heen, alleen naar vriendinnen bij wie ik me echt op mijn gemak voelde. Mijn heel sociale leven lag op z'n gat. Tijdens een vakantie in het buitenland ging het opeens wat beter, ik denk omdat ik heel ontspannen was. Maar ik was nog geen twee dagen thuis en het was weer precies hetzelfde.

Achteraf vind ik het heel dom dat ik zo lang heb gewacht met naar de dokter te gaan. Ik durfde er niet heen, omdat ik dacht dat hij me voor gek zou verslijten. Ik was ervan overtuigd dat het alleen maar psychisch was. Dat ik alleen maar steeds moest plassen omdat ik dacht dat ik moest plassen. Ik had dus al eerder therapie gevolgd en zag er enorm tegenop opnieuw bij een psycholoog te zitten praten.

Toch zag ik al vrij snel na die vakantie in dat het zo niet verder ging. Het al dan niet moeten plassen nam al mijn gedachtes in beslag. Ik heb al mijn moed bij elkaar geraapt en een afspraak bij mijn huisarts gemaakt. En... tot mijn verbazing werd ik helemaal niet voor gek uitgemaakt! Ik kreeg te horen dat ik gewoon kampte met een overactieve blaas, iets wat regelmatig voorkomt. Ik had nog mazzel dat ik geen urine verloor tussendoor, want schijnt ook te kunnen gebeuren. En omdat ik mezelf er zo druk om maakte, was het zo erg geworden. Het was nu inderdaad voor een groot deel psychisch, maar een bezoek aan een psycholoog vond mijn huisarts niet nodig. Ik kreeg medicijnen voor mijn blaas en ik werd doorgestuurd naar een fysiotherapeut die gespecialiseerd was in bekkenbodemspieren, om mijn blaas te trainen. Toen ik buiten stond, sprongen de tranen in mijn ogen van opluchting. Zou er dan toch een oplossing zijn? De medicijnen gaven meteen wat verlichting. Wel was het vervelend dat ik er zo'n droge mond van kreeg, maar dat nam ik graag voor lief. Verder kreeg ik dus blaastraining. Ik moest telkens mijn plas zo lang mogelijk ophouden; dus niet te snel aan de aandrang toegeven en zeker niet uit voorzorg plassen terwijl ik niet echt moest. Want daardoor raakte mijn blaas alleen maar van streek. Al binnen een maand ging het beter! Doordat ik minder vaak hoefde te plassen, maakte ik me ook minder druk, wat weer tot gevolg had dat ik niet zo vaak hoefde. Het is nog een lange weg geweest - een slechte gewoonte leer je niet zomaar af - maar het is gelukt om er bijna helemaal van af te komen.

Wat me ook nog heeft geholpen, is een assertiviteitstraining, die ik samen met een vriendin ben gaan doen. Die heeft me een stuk zelfbewuster gemaakt. Ik zag in dat ik nog steeds naar de pijpen van andere mensen danste, dat dat gepeste meisje in mij zich nog altijd minderwaardig voelde. En dat ik vooral niet wilde opvallen met iets geks. Maar waarom eigenlijk niet? Moeten we allemaal één grote grijze massa zijn?

Nog altijd moet ik vaak plassen in vergelijking met andere mensen, maar daar zit ik niet meer mee. Nou én, dat ik het kleinste kamertje wat vaker opzoek. Als dat mijn enige afwijking is, valt het nog wel mee! En iedereen mag mij rustig zeikwijf noemen. Als het maar aardig bedoeld is, want anders krijg je van mij een grote mond!”

Plasangst
Veel mensen – vooral vrouwen – hebben een overactieve blaas. Je hebt grote kans dat je er last van hebt als je vaak kleine plasjes doet, regelmatig het gevoel hebt dat je erg nodig moet terwijl je weet dat je blaas eigenlijk niet vol is en je ook 's nachts meerdere malen moet plassen. Soms kun je ook zomaar wat urine verliezen.

Meer dan een half miljoen Nederlanders boven de 18 jaar herkent bij zichzelf de verschijnselen van een overactieve blaas, maar velen doen er niets aan. Maar er is dus wel iets aan te doen. Met medicijnen bijvoorbeeld, die de prikkels beïnvloeden die naar de blaasspier worden gestuurd. Ook kun je therapie volgen om je blaas en je bekkenbodemspieren te trainen.

Andere vorm van plasangst: het niet kunnen plassen.
Er is nog een andere vorm van plasangst. Dit heet: 'paruresis', of het 'shy bladder syndroom' (het verlegen blaassyndroom). Mensen die hieraan leiden, hebben moeite met plassen wanneer er anderen bij zijn, of wanneer anderen hen kunnen horen. Volgens Amerikaans onderzoek zou ongeveer 7% van de mensen hieraan lijden. Dat varieert van een licht opgelaten gevoel tot een totale onmogelijkheid om toiletten buitenshuis te gebruiken, omdat de urinewegen door angst helemaal blokkeren. Dit komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en het spreekt voor zich dat dit je leven verschrikkelijk kan beïnvloeden.

Meer informatie?

Een site met uitgebreide informatie over de overactieve blaas is: www.overactieveblaas.nl. Hierop is informatie over medicijnen en therapie te vinden, een zelftest en tips voor een gezonde blaas.

Boek: 'Kleine kamers in grote steden' - te bestellen op www.overactieveblaas.nl

Als je je door plas- of blaasproblemen niet op je gemak voelt om te gaan winkelen, kan dit boekje misschien een steun in de rug zijn. Het geeft een overzicht van alle centrale toiletten in grote steden.

Informatie over paruresis (Engelstalig):

www.shybladder.org

www.paruresis-europa.org/nl/generalites.php

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide