• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Vriendin » artikel ...


Mette Mantjes kampte met een braakfobie

Overgeven vindt niemand prettig, maar de meeste mensen zijn er ook niet bang voor. 65.000 mensen in Nederland wél. Zij hebben emetofobie; braakangst. Ook Mette (23) eeft er last van.

‘Toen ik twaalf jaar was, moest mijn zusje een keer overgeven. Ik kreeg daar erg nare rillingen van. Snel ben ik met mijn vingers in mijn oren naar de schuur gerend, terwijl ik hard liedjes zong, om het maar niet te hoeven horen. Ik vond braken verschrikkelijk smerig. Dat is de eerste keer geweest dat ik een confrontatie met overgeven uit de weg ging. Ik herinner me de afschuw, verder ging het nog niet. Maar toen ik wat ouder werd, werd ik steeds zenuwachtiger van overgeven. Ik ging veel uit en tja, daar drinken mensen wel eens te veel. Zo was ik eens op een feest waar het bier heel goedkoop was. Ik zag een aantal mensen overgeven wegens dronkenschap en onderweg naar huis moest het taxibusje zelfs stoppen omdat iemand onwel werd! De hele reis heb ik met mijn ogen dicht en mijn vingers in mijn oren gezeten. Niet lang daarna werd ik zelf opeens heel erg misselijk in de kroeg. Ik ben rondjes gaan lopen om dat gevoel te bedwingen en ik heb lang mijn polsen onder de kraan gehouden. Ik was helemaal aan het trillen en zweten. Doodeng was het!

Ik kan niet goed uitleggen wat het dan was wat me zo bang maakte. Ik vond het gewoon afschuwelijk, walgelijk; het bracht me in paniek. Mijn angst werd steeds erger. Braaksel zien was voor mij het ergste wat er bestond. Het ging mijn leven steeds meer beïnvloeden. Uitgaan deed ik haast niet meer. Ook durfde ik niet meer naar de markt, want stel dat iemand daar een mossel had gegeten die niet goed was, en zou moeten overgegeven? Overal liep ik naar braaksel te zoeken en ik dacht het ook overal te zien. Maar voor mij was een op de grond gevallen ijsje al een plas kots... Ik liep al die plasjes constant te tellen. Tv keek ik alleen met de afstandbediening in mijn hand: als er iets zou komen wat met overgeven te maken zou hebben, kon ik meteen wegzappen!

Ik werd ook steeds banger om zelf te moeten overgeven. Daarom dronk ik geen druppel alcohol meer. Tenslotte kan één wijntje al verkeerd vallen. Kip raakte ik niet meer aan, met het oog op salmonella en ook pasta liet ik staan; dat ziet er vaak zo gek uit, vond ik. Ik stelde me vaak voor hoe mijn eten eruit zou zien in mijn maag. Bij het idee alleen al werd ik misselijk. Ik dacht vaker dat ik misselijk was. Tja, als je er zo op gefocust bent, voel je je altijd beroerd natuurlijk. Maar daarom hield ik er altijd rekening mee dat ik misschien wel zou moeten overgeven. Dus in de bioscoop zat ik aan de buitenkant, vlakbij de uitgang. Mensenmassa’s en in de rij staan vond ik eng: stel dat ik niet op tijd zou kunnen wegkomen.

Het gekke is, dat ik nóóit heb moeten overgeven in die tijd, niet één keer! De laatste keer dat ik had overgegeven was toen ik 15 was, en dat was helemaal niet eng of vreselijk. Toch was het een obsessie geworden. Ik droomde er zelfs over!

Het grootste dieptepunt kwam toen ik een keer uit was in Amsterdam en ik een jongen voor mijn neus over zijn nek zag gaan. Ik probeerde weg te komen, maar hij kwam opnieuw langs me gelopen en bleef over een bruggetje staan kotsen, precies dáár waar ik langs moest. Volkomen in paniek ben ik weggerend, zonder jas, ik moest weg, weg! Mijn toenmalige vriend heeft me gelukkig weten te vinden.

Hierna was het zo erg dat ik zelfs niet meer durfde te winkelen in Amsterdam. In mijn hoofd was Amsterdam één grote angstaanjagende, stinkende hoop braaksel. Zelfs het woord Amsterdam bezorgde me de rillingen! Met mijn toenmalige vriend kon ik er gelukkig goed over praten. Hij steunde me, hield rekening met mij. Maar veel mensen reageerden erg lullig als ik iets over mijn angsten vertelde. Ze moesten lachen of begonnen braakgeluiden te maken. Ik deed dan maar net of ik het me niet aantrok, maar dat deed ik natuurlijk wel. Ook mijn vader zei: ‘Ach joh, wat kots zul je wel vaker in je leven zien!’ Tja, als ik er zo luchtig over kon denken, had ik helemaal geen probleem...

Omdat ik wel inzag dat het zo niet verder kon, ben ik hulp gaan zoeken. Na enige moeite ben ik bij een hele fijne psycholoog terecht gekomen. Hij heeft me heel goed geholpen. Hij confronteerde me met mijn angst en liet me inzien dat het helemaal niet zo erg was. ‘Nou en,’ zei hij, ‘dan ligt er ergens kots: gewoon een emmertje sop erover heen en dan is het weer weg!’ Hij bracht het terug naar de realiteit. En hij had veel humor, vaak lagen we helemaal dubbel. Hij heeft me laten inzien dat mijn angst voor braaksel alleen maar projectie was. Daar bedoel ik mee dat ik niet écht bang voor braaksel was, maar dat ik dat als zondebok heb gekozen voor andere angsten. Zo had ik ooit een piercing laten zetten in Amsterdam en daar was ik behoorlijk zenuwachtig voor. Op weg daarheen zag ik iemand overgeven en daar schrok ik van – vooral omdat ik al zo zenuwachtig voor die piercing was – en toen dacht ik: zie je, ik ben bang voor overgeven. Maar dat sloeg dus nergens op. Zo zijn er meerdere situaties geweest waarin ik mij angstig en onprettig voelde, en steeds meer ben ik braaksel gaan aanwijzen als ‘de grote schuldige’. Iedere keer wanneer ik uit therapie kwam, voelde ik me heel sterk. Dan dacht ik: zet mij maar in een voetbalstadion vol kotsende mensen, het maakt niet uit, ik kan het aan! Maar na een paar dagen begon dat gevoel dan toch weer af te zwakken.

Toen ik ben gestopt met de therapie, had ik genoeg informatie om het zelf aan te pakken. Maar over was het nog niet. Voorzichtig ben ik het op gaan bouwen: weer eens naar Amsterdam om te winkelen op een rustige dinsdagochtend. Of weer naar een festival, maar dan niet om twaalf uur ’s nachts, wanneer iedereen dronken zou zijn, maar om één uur ’s middags. Heel langzaam ging het beter. Achteraf denk ik, dat ook mijn toenmalige relatie met mijn angst te maken had. Mijn vriend zocht vaak ruzie als we uitgingen, er hing altijd een gespannen sfeer. Toen het uit was met hem, werd mijn braakangst ook meteen minder hevig. Wel heeft het nog lang geduurd voordat ik weer normaal kon uitgaan. Vorig jaar ben ik acht maanden in Australië geweest en daar heb ik mijn eerste biertje weer gedronken. Dat smaakte heerlijk en er gebeurde niets! Mijn braakangst is nu helemaal over. Ik eet weer alles, ik doe alles. Braken doet me niets meer. Hoewel...  laatst was ik aan het stappen en ik zag opeens een man gebogen over een bruggetje staan. Instinctief greep ik toen toch even de hand mijn vriendin die bij me was. Heel even maar: twee seconden, maar toch… Maar daar kan ik nu achteraf lekker om lachen!’

Braakangst - Emetofobie?
Braakangst (of: emetofobie) is een extreme en irrationele angst voor overgeven. Braken en braaksel wordt gezien als dusdanig eng, dat een emetofoob al het mogelijke doet om de confrontatie daarmee uit de weg te gaan.

Vrijwel iedereen met emetofobie is bang om zelf over te geven. Emetofoben vermijden daarom bepaald voedsel, gaan niet uit eten uit angst iets voorgeschoteld te krijgen dat bedorven is en gooien alles weg wat maar in de buurt komt van de houdbaarheidsdatum. Reizen kan lastig zijn, want stel dat je wagenziek, of zeeziek wordt! Een bezoekje aan de kermis is ook niet prettig... Bovendien kiezen ze er soms voor om geen kinderen te krijgen want dat kan immers zorgen voor ochtendmisselijkheid.

Velen zijn extra bang om te moeten overgeven waar anderen bij zijn. Dat komt vooral voort uit een gevoel van schaamte of uit angst dat anderen zullen zien hoe erg ze in paniek raken. Als je ook nog bang bent om andere mensen te zien overgeven, wordt je sociale leven wel erg beperkt. Want op heel veel plekken bestaat natuurlijk de mogelijkheid om met braaksel geconfronteerd te worden! Emetofen vermijden kroegen, feestjes en soms nog veel meer. Een veelgestelde vraag van emotofoben aan hun omgeving is: voel je je wel lekker? Want ze willen graag gerustgesteld worden dat de ander niet ziek zal worden.

De meeste mensen die braakangst hebben, denken dat zij de enigen zijn. Ze schamen zich voor hun rare, bizarre fobie. Maar het komt veel voor! Emetofobie staat zelfs op nummer 7 van de top 10 meest voorkomende fobieën. Het zijn vooral (jonge) vrouwen die eraan lijden.

Ontstaan en instandhouding emetofobie
Braakangst begint in de regel met een traumatische gebeurtenis met overgeven in de kindertijd. Daarna wordt het zoveel mogelijk vermeden, wat overgeven steeds onbekender en angstaanjagender maakt. Vaak hebben volwassen emetofoben al jarenlang niet meer overgegeven. Maar door de angst wordt de fobie in stand gehouden. Vaak wordt je van angst misselijk. En dat gevoel maakt je nóg banger.

Heb jij het ook?
Emetofobie is niet is om je voor te schamen. Het komt dus veel vaker voor dan je denkt! Als je hier last van hebt, is het verstandig om naar de dokter te gaan. Therapie en/of medicijnen (angstwerende medicijnen of antidepressiva) kunnen goed helpen. Wat in ieder geval belangrijk is, is om niet langer te uit de weg te gaan waar je zo bang voor bent. Daardoor houd je de braakangst juist in stand.

Meer informatie en hulp?
Er is een speciale site over emetofobie: www.emetofobie.nl. Hierop is veel informatie te vinden, over wat emetofobie precies is, hoe het is zich uit, welke behandelingen er zijn. Er is een forum, een chatbox, er zijn verhalen van genezen emetofoben te lezen en er staan er braakfoto’s en -films op om mee te oefenen. Bovendien wordt ieder jaar een emetofobendag georganiseerd.

Er nog geen Nederlands boek op de markt wat specifiek over emetofobie gaat. Maar daar zal binnenkort verandering in komen! Margaret Massop, zelf emetofoob en oprichterster van de site www.emetofobie.nl, heeft een praktisch boek over dit onderwerp geschreven: ‘Misselijk van Angst, Leven met een Overgeeffobie’. Uit haar onderzoek blijkt dat er daar schatting 65.000 mensen in Nederland zijn met een irreële angst voor overgeven. Het boek zal worden uitgegeven door Uitgeverij Houtekiet te Antwerpen en ligt voorjaar 2005 in de boekwinkel.

Voor gespecialiseerde hulp op dit gebied kun je je wenden tot het IPZO in Nijmegen of het Angstcentrum in Lanaken (België).

© Lydia van der Weide

www.ipzo.nl

Telefoon: 024-3528834

www.angstcentrum.be

Telefoon: 0032-473-925368

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide