• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Wietverslaving


Nina (36):

Als ik ’s ochtends uit bed kom, heb ik mijn eerste joint al gerookt. Vlak voordat ik ga slapen, druk ik de laatste uit. Elke dag weer, nu al jaren achtereen. Ik ben zwaar verslaafd aan deze ‘onschuldige’ softdrug. Ik merk dat veel mensen licht over cannabis denken. Je kunt het heus wel eens roken, maar je moet er voorzichtig mee zijn. Anders zit je straks in net zo’n situatie als ik.

Het suffe is dat ik al ver in de twintig was toen ik voor de eerste keer blowde. In mijn jeugd was mij altijd ingepeperd dat drugs heel gevaarlijk zijn en dat je binnen de kortste keren verslaafd raakt. Dus ik hield mij er verre van. Tot ik, al een paar jaar getrouwd en zelfs al moeder, op een avond bij een vriendin was, terwijl mijn man op de kinderen paste. Zij en haar vriend maakten een joint en vroegen of ik ook wilde. Ik was eigenlijk wel benieuwd. Ik was nu volwassen dus ik zou er heus wel mee kunnen omgaan. Bovendien, wiet, dat werd gewoon gedoogd; dan kon het toch onmogelijk echt gevaarlijk zijn?

Die eerste joint hakte er meteen heftig in. We zaten met z’n drieën op de bank, ik in het midden en het jointje ging van links naar rechts en weer terug. Ik kreeg dus veel meer binnen dan de andere twee. Ik raakte totaal van de wereld, het is een wonder dat ik ’s nachts nog thuis wist te komen. Later heb ik vaak gedacht: was ik maar ziek geworden die avond, dan had ik het vast nooit meer aangeraakt. Maar hoewel ik me wel beschaamd voelde de volgende dag, moest ik eigenlijk ook wel grinniken om die rare ervaring. En ik protesteerde niet, toen mijn vriendin me een week later vroeg eerst even langs een coffeeshop te gaan, voordat ik bij haar zou komen. Toch was ik die avond huiverig, ik was immers wel erg ver heen geweest de vorige keer. Maar mijn vriendin zei dat ik gewoon wat minder moest roken, dan zou het beter vallen. En inderdaad, die avond hadden we de grootste lol. Ik had nog nooit zo gelachen en voelde me super relaxed en prettig. Zo prettig dat ik vaker ging blowen. Ook thuis. Toen was het nog niet veel en het was niet zo dat ik dan erg veranderde; ik ben heel druk van mezelf en de wiet vlakte dat wel iets af maar ik werd zeker geen zombie. Mijn man had er dan ook niet zoveel problemen mee en hij deed zelfs wel eens mee. Maar al snel begon ik voor hem te verbergen hoeveel ik rookte en dat had mij alert moeten maken. Want als je niet eerlijk durft te zijn, weet je heus wel dat het foute boel is.

Een groot verschil tussen cannabis en alcohol is dat het eerste passief maakt en het tweede agressief. Een alcoholist zal dus vaker voor overlast zorgen dan een verslaafde aan wiet of hasj. In coffeeshops is bijvoorbeeld nooit ruzie, iedereen voelt zich verbonden en je kunt er als vrouw prima in je eentje gaan zitten, zonder dat je lastig gevallen wordt. Misschien dat er daarom veel meer wordt gewaarschuwd tegen drank. Hooguit wordt er gezegd: het is de eerste stap naar heroïne. Dat is dus flauwekul, want dat zijn twee totaal gescheiden werelden. Maar cannabis is al gevaarlijk op zich, daar kwam ik nu dus wel achter.

Dat ik verslaafd raakte, heeft misschien met mijn jeugd te maken. Ik heb een kille kindertijd gehad. Zo op het oog kwamen wij kinderen niets te kort maar er was geen warmte, geen echte liefde. Toen ik klein was, was ik ’s nachts vaak bang en kwam dan radeloos mijn bed uit. Nooit pakte mijn moeder me dan even lekker vast. Ze bleef gewoon tv kijken en zei: ‘Er is niks om bang voor te zijn. Neem maar even een slokje water, dan is het zo over.’ In de puberteit heeft ze na een ruzie over niets eens drie weken tegen me gezwegen. Dan breek je, als kind. Misschien heeft dit mij kwetsbaarder gemaakt voor een verslaving. Daarbij komt dat ik manisch-depressief ben en blowen me rustig maakt als mijn hoofd weer eens overloopt. Ook sombere buien worden gedempt. Maar ook zónder een nare jeugd of een psychische stoornis kun je verslaafd raken, dat heb ik vaak genoeg om mij heen gezien.

Zo slaap je bijvoorbeeld lekker op een blowtje, dus als je regelmatig wakker ligt, kan dat een uitkomst zijn. Ook ik stak vaak een blowtje op voor ik naar bed ging. Vaak werd altijd. En toen begon ik ook overdag te roken. Het liefst in de tuin, als de wind goed stond; ik was altijd bang dat de buren het zouden ruiken. Ook verliet ik heel schichtig de coffeeshop. Want de schaamte was groot: een gewone moeder dóet dit toch niet? Daarom deed ik het stiekem. Ook verborg ik het voor mijn drie kinderen, in peuter en kleuterleeftijd. Ik verstopte de wiet en vloeitjes en blowde in de badkamer, terwijl ik met mijn hoofd uit het raampje hing. Ik heb er altijd heel goed op gelet dat zij niets binnenkregen. Maar ‘s avonds rookte ik wel in de woonkamer en dan kwam er wel eens een naar beneden. Altijd weer pijnlijk. Er zijn ook wel eens echt nare situaties geweest. Zoals die keer dat ik lekker met een jointje in de zon zat en mijn man een van onze kinderen leerde fietsen. Plotseling knalde ons kind tegen een muur en kreeg een gat in zijn hoofd. Mijn man kan niet tegen bloed en viel flauw. Dus ik, knetter stoned, met ons kind naar de dokter. Ik was doodsbang dat de arts iets zou zien maar gelukkig kwam ik ermee weg. Het schuldgevoel na afloop was enorm. En dan nam ik mij voor om te stoppen, te minderen, af te bouwen. Altijd tevergeefs.

Ik werd dan misselijk en duizelig en vooral een emotioneel wrak. Janken, woedeaanvallen, onredelijk zijn, van alles. Terwijl ik eigenlijk graag wilde stoppen. Ik rookte in die tijd soms wel vijf of zes gram op een dag. Dat is giga veel: iemand die dat niet gewend is zou zo in het ziekenhuis belanden. En dat kostte natuurlijk een hoop geld. En het is slecht voor je gezondheid, tast het korte termijngeheugen aan en nee, ondernemend word je er niet van, dat mag duidelijk zijn. Maar vanwege mijn manisch-depressieve persoonlijkheidsstoornis was ik afgekeurd; ik kon het me dus permitteren thuis op de bank te zitten. En ik was inmiddels gescheiden. Mijn man en ik hadden een broer zus relatie gekregen en ik vond mezelf te jong om daar genoegen mee te nemen. Nee, met het blowen had onze breuk niets te maken, daar heeft hij nooit de omvang van geweten. Toen we, als vrienden, uit elkaar gingen, bleven de kinderen bij mijn man. Ik heb nog steeds goed contact met hem en ook mijn band met de kinderen is uitstekend.

Omdat ik wist dat ik mijn softdrugsprobleem moest gaan aanpakken heb ik opgebeld naar het Centrum voor Alcohol en Drugs. Bizar genoeg werd ik daar die keer niet echt serieus genomen. De persoon aan de lijn vond het overdreven dat ik hulp zocht om van de wiet af te komen. Ik moest het maar gewoon laten. Toen ik zei dat zelfs voor het stoppen met roken hulp bestaat in de vorm van pleisters, werd er gegrapt: dan plak je toch gewoon een pleister over je mond? Hierna heeft het een tijd geduurd tot ik ontdekte dat er wel degelijk hulp is om van cannabis af te komen. Ik heb me laten opnemen in een verslavingskliniek. Achteraf weet ik dat ik toch niet voor honderd procent gemotiveerd was. Ik deed het toch het meeste omdat het door de buitenwereld wordt veroordeeld. Maar in wezen was ik doodsbang om helemaal te stoppen. Wiet voelde als mijn trouwe maatje, mijn steun en toeverlaat en ik dacht dat ik het zonder niet zou redden. Tja, en zolang je die gedachte niet wilt loslaten, is een poging tot stoppen gedoemd om te mislukken.

In een afkickkliniek hangt een bijzondere sfeer. Je ziet er mensen uit alle lagen van de bevolking. En ook al zitten alle verslavingen door elkaar, er is veel begrip onderling. Binnen een halve dag heb je altijd wel een maatje gevonden met wie je een hechte band krijgt. Vaak verwatert dat later weer. Behalve met mijn laatste maatje; dat is nu mijn vriend. Hij was opgenomen vanwege zijn alcoholverslaving. Voor hem werkt wiet juist goed; het kan hem van de drank afhouden. En hij slaat er niet in door, zoals ik.

In totaal ben ik vier keer opgenomen, maar het is me niet gelukt om definitief te stoppen. Bij mijn laatste opname, die zeven weken duurde, ben ik al die tijd clean geweest, toch zat ik in de auto naar huis alweer een jointje te draaien. Erg hè. Maar de behoefte is gewoon té sterk. Hoewel ik mij nog altijd schaam omdat ik er niet vanaf kan blijven en me daarom ook vaak minder voel dan een ander, heb ik me tegenwoordig bij mijn verslaving neergelegd. Gelukkig rook ik ook veel lichtere jointjes dan eerst. Ik kweek het op legale wijze voor eigen gebruik, en daar kom ik bijna mee uit, dus om financiële redenen hoef ik niet meer te stoppen. Zelfs mijn psychiater, waar ik kom vanwege mijn manisch-depressieve stoornis, adviseert me inmiddels dat ik maar gewoon door moet blowen, zij het zoveel mogelijk met mate, natuurlijk. Maar stoppen zou me emotioneel erg uit balans kunnen brengen. Het is een soort deksel op de beerput van mijn jeugd geworden en door mijn psychische ziekte is het gevaarlijk die open te gooien; mogelijk dat ik dan in een psychose zou raken. Dat is nog veel slechter voor je dan die wiet. Bovendien zou ik, als ik stop en mijn onrust wordt niet opgelost, vast en zeker een hoop valium of andere kalmeringsrommel gaan slikken. Nu ja, dan maar een blowtje. Gelukkig reageren vrienden en bekenden goed als ik vertel dat ik verslaafd ben. Ze weten dat ik ervan baal en respecteren mijn eerlijkheid; verder zien ze dat ik moeite doe om er niemand mee lastig te vallen. Als ik mensen op bezoek heb van wie ik weet dat ze er niet van houden, dan ga ik onder de afzuigkap in de keuken staan. Mijn kinderen, die nu twaalf, tien en zeven zijn en die veel bij me over de vloer komen, weten nu wel van mijn cannabisgebruik, al probeer ik het te verbergen en is het een onderwerp waar ik met hen liever niet over praat. Mijn verslaving aan hen toegeven blijft een hoge drempel.

Wat heb ik een spijt van die allereerste joint. Ik had het gewoon nooit moeten proberen. En er zeker niet zo onachtzaam mee moeten doorgaan. Ik vind het jammer dat ze blowen in Nederland zijn gaan gedogen. Ik ben ervan overtuigd dat mensen daardoor de risico’s onderschatten en er méér mensen verslaafd zijn geraakt dan wanneer het verboden was geweest. Want er zijn er een heleboel, véél meer dan de groep die zich bij de verslavingszorg meldt. Toch vind ik ook niet dat ze het gedoogbeleid nu nog moeten veranderen; dan moeten al die mensen die nu verslaafd zijn het illegale circuit in en dat maakt het nog erger. Het enige dat je kunt doen is voor goede voorlichting zorgen en de juiste begeleiding bieden. Het is belangrijk dat je weet dat je nooit over die grens moet gaan. De grens van recreatief gebruik naar obsessief gebruik. Want als je die grens over bent, kun je nooit meer terug.’

Kader

Hasj en marihuana (wiet) komen van de Cannabisplant. Hasj is de hars ervan en dat is ongeveer tien keer zo sterk als de zaaddoosjes, de wiet. Het zijn bewustzijnverruimende middelen die je kunt roken, maar ook door eten of drinken mengen. De werkzame stof THC zorgt voor een roes en een ontspannen gevoel. Maar het kan ook paniekverschijnselen of paranoia oproepen, zeker als je veel gebruikt. In Nederland dook cannabis op in de jaren zestig. In tegenstelling tot veel andere landen worden deze softdrugs in Nederland gedoogd, maar wel onder strikte voorwaarden. Ook is het op doktersrecept verkrijgbaar, bijvoorbeeld bij kanker of MS. Hoewel er wordt gezegd dat cannabis niet echt verslavend is, kan er een grote mate van geestelijke afhankelijkheid optreden. Ook kun je je lichamelijk heel beroerd voelen als je plotseling stopt. Ongeveer 5% van de Nederlanders gebruikt de softdrugs regelmatig. Daarvan meldt maar een heel klein percentage zich bij de verslavingszorg. Harde cijfers over het aantal probleemgebruikers ontbreken daardoor, maar wordt geschat minimaal 50.000.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide