• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Hypochondrie


Chantal heeft hypochondrie. Hoewel ze eigenlijk heel goed weet dat ze gezond is, vreest ze voortdurend dat ze getroffen zal worden door een dodelijke ziekte.

Chantal (25):

‘Vorige week voelde ik me wat misselijk. Nadat ik een tijdje met mezelf in gevecht was geweest, kroop ik toch achter de pc. Mijn man zei: ‘Als jij nú misselijkheid gaat opzoeken, gooi ik de computer het raam uit!’ Hij heeft gelijk, ik moet dat niet doen, ik wéét het. Ik maak mezelf alleen maar overstuur. Want natuurlijk rollen er allemaal enge, dodelijke ziektes over het scherm waarvan misselijkheid een symptoom kan zijn. Binnen de kortste keren heb ik mezelf dan overtuigd dat ik dat ook heb. Terwijl er, zo bleek later, natuurlijk niets anders aan de hand was dan een doodgewoon buikgriepje.

Ik heb al duizend keer gedacht dat ik dood zou gaan. Tienduizend, honderdduizend keer. Hoofdpijn betekent voor mij een hersentumor, een steek op mijn borst een hartaanval. Dat ik nog steeds leef, zou me gerust moeten stellen, zou je denken. Maar als ik in paniek ben, heb ik niets aan de gedachte dat er al die voorgaande keren niets ernstigs was en het ook nu dus wel mee zal vallen. Telkens ben ik er volledig van overtuigd dat het ditmaal écht raak is. Pure doodsangst, die me naar adem laat snakken.

De eerste keer dat me dit overkwam was ik vijftien. Ik lag in mijn bed en plotseling begon mijn hart heel snel te kloppen. Ik kreeg pijn op mijn borst en in mijn arm. Mijn hele lichaam tintelde en ik had het gevoel dat ik flauw zou vallen. Een hartaanval, dat kon niet anders. Mijn moeder, die ik riep, begreep dat het niet zo ernstig was als ik vreesde. Ze kroop bij mij in bed en hield me stevig vast. Langzaam zakte dat enge gevoel weer. Na die avond overkwam het me vaker. Nu weet ik dat het paniekaanvallen waren. Door mensen wordt dat vaak afgewimpeld als ‘Ach, een paniekaanval, dat is onschuldig,’ maar als je er middenin zit is het echt afschuwelijk. Telkens als het mij overviel dacht ik: dit was het dan. En die angst bleef, begon mijn leven te beheersen.

Er is een tijd geweest dat ik haast iedere dag bij de dokter zat. Bij elk krampje of pijntje gingen alle alarmbellen af en ik kon die angst alleen van mij afzetten als de dokter mijn lichaam onderzocht. Die werd natuurlijk gek van mij maar hij wist niet wat hij met me aan moest en deed maar gewoon wat ik vroeg. Als ik dan later weer thuis was schaamde ik me omdat ik er wéér eens voor niets had gezeten. Maar als ik de volgende dag opnieuw iets meende te voelen, pakte ik toch weer de telefoon. En ik liet me niet afpoeieren, als een tijger beet ik me erin vast. Ik ervoer het als een zaak van leven en dood.

Thuis zat ik steeds mijn hartslag te controleren. Ging die niet te snel, sloeg mijn hart niet over? Continu zat ik met mijn hand in mijn hals te voelen. Als mijn ouders dat zagen zeiden ze geïrriteerd: houd eens op! Maar ik ontdekte al snel dat er ook een plek aan de binnenkant van je lip is waar je je hartslag kunt voelen. Je wordt zó inventief als je geobsedeerd bent. Naar school gaan ging niet meer, de angst en de paniek waren te heftig. Ondanks dat ze het niet goed begrepen, kreeg ik veel steun van mijn ouders en van mijn vriend. Ik kende hem nog maar net toen ik dit kreeg. Inmiddels zijn we getrouwd. Hij heeft mij altijd geaccepteerd zoals ik ben. Ook toen duidelijk werd dat het puur psychisch moest zijn. Een uitgebreid onderzoek in het ziekenhuis, compleet met hersenscan, een ECG, een hartfilmpje, enzovoort, toonde aan dat ik echt kerngezond was. Toen deze uitslag mij amper een paar weken gerust kon stellen en de aanvallen gewoon bleven komen, kon ik er niet meer omheen: het zat allemaal in mijn hoofd.

Totdat dit gebeurde had ik een leuk leven. Ik heb geen problemen meegemaakt in mijn jeugd. Ik was misschien wat veel alleen, want ik ben enig kind en mijn ouders hadden samen een café, maar daar heb ik niet onder geleden. Als kind werd ik opgevangen door mijn opa en oma, later vond ik de vrijheid en zelfstandigheid juist fijn. Zo kon ik tenminste ongestoord de hort op. Ik denk wel dat ik een zekere aanleg had om een angststoornis te krijgen. Want als ik goed graaf in mijn geheugen, was ik wel een kind met veel heimwee dat nooit uit logeren durfde. Erfelijkheid speelt daarbij hoogstwaarschijnlijk een rol; mijn moeder had absoluut dwangmatige trekken, al heeft ze dat nooit willen toegeven. Zij was obsessief met hygiëne en eten bezig, omdat ze bang was om te moeten overgeven. Maar zij had haar leven zo weten in te richten dat haar angst haar niet teveel hinderde, bij mij liep het uit de hand.

Een mogelijke trigger voor het ontstaan van mijn angststoornis is het overlijden van mijn oma, een jaar eerder. Haar dood had ik niet goed verwerkt. Toen zij op sterven lag, logeerde er net een vriendinnetje bij mij en ik bleef liever met haar praten en giechelen dan afscheid van mijn oma te nemen. Achteraf heb ik daar heel veel spijt van gehad. Die schuldgevoelens hebben wellicht mijn eigen angst voor de dood getriggerd, dat kan heel goed. Maar ja, wat doe je met die wetenschap? Daarmee is het probleem nog niet opgelost.

Gelukkig begon het na een lange periode van verschillende antidepressiva uitproberen wel beter te gaan met me. Die medicijnen, dat was een hele toestand geweest, want het duurt even voordat ze werken maar ze geven wel meteen bijverschijnselen. Die kon ik niet handelen. Ik was voortdurend aan het opletten hoe ik me voelde. Was dit wel normaal? Vast niet, ik zou ongetwijfeld die extreme uitzondering zijn die eraan dood zou gaan. Iedere keer stopte ik dus weer met de medicijnen, tot mijn nieuwe huisarts, iemand die veel geduld met me had, me strikt begon te begeleiden en met een heel lage dosering startte. Toen ging het en het sloeg aan. Samen met verschillende therapieën, zoals haptonomie en Mensendieck, begon ik mij steeds beter te voelen. Mijn lijf voelde rustiger, daarom was ik er minder op gefocust, de paniekaanvallen verdwenen en op een gegeven moment leek het helemaal over. Heerlijk.

Ik pikte mijn studie weer op en zocht een baan in de thuiszorg. Ook ging ik samenwonen. Tot drie jaar geleden ging alles prima. Tot de dag dat ik een oudere vrouw, die ik al lange tijd iedere dag verzorgde, dood in haar huis aantrof. Het was een verschrikkelijk moment: dat levenloze kille lichaam op dat bed. Ik klapte in elkaar, moest daar meteen weg. Ik heb een collega gebeld om het van mij over te nemen en ik heb per direct ontslag genomen. Natuurlijk was dat problematisch, ik moest nog allemaal diensten draaien maar ik zei alleen maar: ‘Ik kom niet meer, klaar.’ Ik kon gewoon niet anders. Ik heb mij laten omscholen tot tandartsassistente. Dat ging, maar de angsten, die weer volop terug waren, beïnvloedden mijn leven sterk. Ik ontweek situaties waarin ik eerder een paniekaanval had gehad en het liefste bleef ik maar gewoon veilig thuis. Daar struinde ik doorlopend internet af naar symptomen en ziektes. Ook probeerde ik continu geruststelling bij anderen te zoeken, vooral bij mijn moeder. Er waren dagen dat ik haar vijf keer per dag belde. ‘Ik heb zo’n pijn in mijn arm, denk je dat…?’ ‘Die kriebelhoest gaat maar niet weg, zou het ernstig zijn?’ Soms werd ze ongeduldig, dan riep ze: ‘Je wéét toch dat er niets is?’ Gek genoeg werd ik toch altijd rustig van haar. Niemand kon mij beter geruststellen dan zij. Verder sprak ik er niet vaak over, nog steeds niet. Ik vrees toch dat mensen me niet zullen begrijpen. En dat neem ik ze niet kwalijk: ik snap er zelf óók nog steeds niets van!

Enige tijd geleden ben ik in therapie bij Maatkracht gegaan, een hulpverleningsorganisatie waar ervaringsdeskundigen werken. Daar heb ik heel veel baat bij. Met behulp van ademhalingsoefeningen kan ik hevige paniekaanvallen voorkomen; daarmee is de sterkste doodsangst in toom te houden. Vroeger dacht ik wel tien keer per dag dat ik dood ging; nu niet eens meer tien keer per week. Een enorme vooruitgang. Toch beperkt de hypochondrie mij nog behoorlijk en dat zit me vaak dwars. Mijn wereld is klein en ik kan maximaal maar vijfentwintig uur per week werken. Dat vind ik veel te weinig voor zo’n jonge meid als ik. Maar ik weet dat juist de hoge eisen die ik aan mezelf stel zorgen dat ik mijn angststoornis in stand houd. Ik probeer aardiger te zijn voor mezelf en wat minder perfectionistisch, maar dat blijft moeilijk. Ik voel me snel tekort schieten en schuldig, ook naar mijn man toe. Die baalt natuurlijk wel als we weer eens een keer voortijdig van een feestje weg moeten omdat ik me iets inbeeld wat ik helemaal niet héb. Gelukkig blijft hij altijd begripvol.

Ik zat sterk in een stijgende lijn – ik heb zelfs mijn werk in de thuiszorg weer kunnen oppikken, dat is toch wat ik het liefste doe – toen mijn moeder overleed, zeven weken geleden. Na allerlei complicaties bij haar chronische leukemie, is ze uiteindelijk overleden aan een hersenbloeding. Ze was nog maar zevenenveertig. Vreemd genoeg ben ik heel rustig gebleven. Toen duidelijk was dat ze zou sterven, heb ik nog een paar uur bij haar gezeten. Ik was heel verdrietig, maar ik was niet bang voor haar dood. Misschien omdat ze zelf al in coma was geraakt en er dus niets meer van merkte. Na haar overlijden heb ik haar kapsel gedaan, haar de mooiste sieraden omgedaan. Ik ben heel blij dat ik dit voor haar heb kunnen doen. Hopelijk zal deze gebeurtenis een positieve invloed gaan hebben op mijn eigen angsten. Nu ben ik nog te erg van slag om daar wat over te kunnen zeggen; ik mis haar gewoon heel erg. Op sommige dagen word ik wakker en weet meteen: vandaag wordt het niets, dan ben ik weer zó bang. Op cruciale momenten helpen alle inzichten die ik in mijn angststoornis heb verworven, toch niet. Maar ik zal blijven vechten om dit te overwinnen, want accepteren dat ik hier altijd mee blijf kampen: nóóit.’

Kader

Mensen met hypochondrie denken voortdurend dat ze een ernstige ziekte onder de leden hebben, terwijl daar geen enkele medische reden voor tee vinden is. Maar ook grondig onderzoek kan hen niet (lang) geruststellen. Ze zijn zo op hun lichaam gefocust dat ze steeds iets verdachts voelen. Het staat in de DSM-IV, het handboek van psychiaters, bij de somatoforme stoornissen. Dat betekent dat iemand lichamelijke klachten heeft, zonder fysiologische oorzaak. Bij hypochondrie lijkt erfelijkheid een rol te spelen maar over de exacte oorzaak is nog veel onduidelijkheid. Ernstige hypochondrie is niet eenvoudig te behandelen maar antidepressiva kunnen goede ondersteuning geven.

Meer informatie:

Stichting Angst Dwang en Fobie

www.adfstichting.nl - 0900-200 87 11

Boek: Dokter, het is toch niets ernstigs? Over angst voor ernstige ziekten, Theo Bouman en Sako Visser, 1998, € 15,50.

Maatkracht is een landelijke hulpverleningsorganisatie die werkt met therapeuten die zelf ook ervaringsdeskundige zijn. Er wordt gedragstherapie gegeven waarbij een goede ademhaling de basis vormt. Andere belangrijke aspecten zijn het ontdekken en leren stellen van je eigen grenzen.

www.maatkracht.com

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide