• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Viva » artikel ...


Internetstalking


Het kan je zomaar gebeuren: je wordt opeens gestalkt. In bijna de helft van de gevallen begint het met een verbroken relatie: een afgewezen liefde haalt zijn gram. Maar een onnozele verkoop van een blender op eBay kan hetzelfde effect hebben... Het overkwam Anne (29)

‘Vorige week had mijn baas een sollicitatiegesprek met een mogelijk nieuwe werknemer. Tussen neus en lippen door vertelde hij ons dat hij de sollicitant natuurlijk eerst even had gegoogeld voor wat achtergrondinformatie. Mijn hart sprong bijna uit mijn borstkas. Ik realiseerde me wat een geluk ik had gehad dat alle alarmerende zoeklinks naar mij al verwijderd waren toen ik daar kwam werken. Anders had die gek het niet alleen voor elkaar gekregen dat ik mijn leuke managementfunctie was kwijtgeraakt, maar óók dat ik niets anders had kunnen vinden! Weer voelde ik die verstikkende onmacht. Onmacht die me eerst verdrietig maar nu vooral woedend maakt. Vroeger dacht ik dat stalken iets was dat alleen beroemdheden overkwam. Of iemand met een gestoorde ex. Maar er kan ook zomaar een onbekende opduiken die jouw leven gaat verzieken. En hoe bedreigend dat is, dat weet je pas wanneer je het zelf meemaakt.

Een half jaar geleden had ik iets te koop gezet op eBay: een splinternieuwe blender, die ik dubbel had. Het was nota bene de allereerste keer dat ik iets op internet te koop aanbood. Uiteindelijk verkocht ik de blender aan een vrouw uit Friesland, Linda, voor 35 euro. Zodra ik haar geld binnen had, heb ik het apparaat ingepakt en naar het postkantoor gebracht. Een paar dagen later mailde Linda me dat ze het pakket niet had ontvangen. Vreemd, maar ik heb vroeger zelf bij de post gewerkt en weet dat sommige pakketjes wel eens wat langer rondzwerven. Maar toen Linda, weer een paar dagen later, op nare toon liet weten dat het er nog steeds niet was, ben ik met mijn verzendbewijs op internet gaan kijken wat de status van het pakje was. Daar zag ik dat het gewoon was uitgereikt. Aan wie, dat wist ik natuurlijk niet – aan Linda zelf, haar huishoudelijke hulp of een buurvrouw? – maar het was dus op het juiste adres aangekomen. Dus ík had mijn taak gedaan, nietwaar? Linda werd woest toen ik haar dat mailde. Als ik niet snel het geld zou teruggeven, zou ze aangifte van oplichting doen, dreigde ze. Ik haalde mijn schouders erover op en blokkeerde haar e-mailadres zodat ze me verder niet meer kon lastig vallen.

Eigenlijk was ik het hele akkefietje al vergeten toen ik een paar weken later via Hyves een bericht kreeg van ene Robert, die contact wilde omdat hij mij zocht wegens ‘grootschalige internetoplichting’. Ik vond het zo’n bizar mailtje dat ik er niet eens op inging. En waarom zou ik ook, het was immers afkomstig van iemand die ik helemaal niet kende! Tot ik de volgende dag werd gebeld door mijn leidinggevende. Of ik met spoed naar hem toe kon komen Er was namelijk naar mijn werk gebeld en gemaild over mij. Of ze wel wisten wat voor een onbetrouwbaar iemand ze eigenlijk in dienst hadden? Iemand die mensen veelvuldig oplichtte via internet en daar ook het computernetwerk van mijn werkgever voor gebruikte. Ik schrok me kapot. Dit moest wel iets met die blender te maken hebben! Maar hoe wisten ze eigenlijk waar ik werkte? Met hartkloppingen ben ik op mijn fiets gesprongen. In de directiekamer zaten ze me met zeven man sterk op te wachten. Ik werkte op dat moment bij een groot telecombedrijf en dit zou een groot schandaal kunnen betekenen. Zeven heren in pak, vijftigers, met strakke, serieuze gezichten: ik voelde me heel klein worden. Ze waren benaderd door Robert, die blijkbaar de vriend was van Linda. Uit zijn e-mail bleek dat hij van alles over mij had uitgezocht. Waar ik woonde, met wie ik getrouwd was, wat voor opleiding ik had, wie mijn vrienden en collega’s waren. Zelfs de naam van mijn twee katten wist hij te vertellen! In een flits besefte ik dat al die informatie her en der op internet te vinden is, op Hyves, op Schoolbank, maar ook op mijn eigen MSN Space. Nooit had ik erover nagedacht dat iemand daar wel eens misbruik van zou kunnen maken. Robert legde mij grootschalige oplichting ten laste, beweerde dat er nog veel meer gedupeerden waren en toonde aan dat er overal op internet zulke aantijgingen over mij te vinden waren. Ja, die had hij zelf gepost! Ik heb uitgelegd wat er was gebeurd, en dat dit werkelijk nergens op sloeg. Ik had het idee dat ze me wel geloofden, toch moest ik een uitgebreide schriftelijke verklaring tekenen. Helemaal van slag kwam ik thuis. Wat was dit voor iets afschuwelijks?

Op advies van mijn werkgever heb ik Robert de volgende dag opgebeld. Hoewel ik dus zeker wist dat het pakketje wél was uitgereikt, heb ik ermee ingestemd om het geld terug te geven. Ik wilde er gewoon vanaf; dit gedoe en getreiter was me die 35 euro absoluut niet waard. Robert beloofde dat hij me na ontvangst van het geld met rust zou laten, en dat hij alle belastende berichten van internet zou halen. Ik ben direct naar de bank gegaan om het geld contant te storten zodat hij het diezelfde dag nog zou hebben. Hoe eerder ik er vanaf zou zijn, hoe beter! Opgelucht fietste ik weer naar huis. Nu was het hopelijk over.

Het bleek helemaal niet over. ‘Vieze vuile stinkhoer,’ stond er boven het mailtje dat ik de volgende dag ontving. Het teruggeven van het geld interpreteerde deze Robert als het toegeven van mijn kwade intenties. ‘Onze wraak zal zoet zijn,’ meldde hij. Rillingen kreeg ik ervan. En inderdaad, in plaats van zijn valse beschuldigen van internet te halen, doken er nog veel meer berichten over mij op, op websites over internetfraude en –oplichting. Met mijn naam, achternaam, álles. Als je mij googelde zag je wel dertig links waarop mijn naam met oplichting in verband werd gebracht. Je schaamt je toch kapot! Gelukkig kun je bij Google schriftelijk melding doen van misbruik en ze verzoeken deze resultaten niet te tonen, maar het duurde even voordat ik daar achterkwam.

Nog erger was het dat Robert vrienden van mij begon te benaderen met leugens en laster. Vrienden die hij onder andere via Hyves en MSN Space heel gemakkelijk kon traceren. En hij mailde collega’s en ondergeschikten. Vooral dat laatste was rampzalig. Ik was een maand eerder gepromoveerd tot manager en gaf nu leiding aan veertig mensen. Dan behoor je een voorbeeldfunctie te hebben. Dit soort afschuwelijke roddels werkt natuurlijk niet in je voordeel. Wel drie keer per dag moest ik aan mensen uitleggen wat er speelde. Meestal reageerden ze goed, anderen zag je twijfelend kijken. Tja, waar rook is, is vuur, wordt toch vaak gedacht. Mijn vrienden reageerden gelukkig allemaal begripvol en troostend, zij wisten ook wel dat het de grootste onzin was dat ik de vriendin van deze man zou hebben opgelicht voor een miezerige 35 euro. Mijn echtgenoot en ik hebben samen een heel goed inkomen. Dus waarom zou ik dit in gódsnaam doen?

Slapeloze nachten had ik ervan. Nachten van woelen, piekeren. Hoe ver zou dit gaan? Als iemand je zo aan het belagen is, voel je je nergens meer veilig. Je denkt continu: what’s next? Je weet het niet, met zo’n mafkees. Ik werd met de dag somberder. Iedere dag kreeg ik wel weer de vraag: hoe zit dat met die Robert, of vreemde blikken van mijn collega’s. En ik maar uitleggen, verdedigen. En maar bang zijn wat hij nu weer zou uithalen. Werkelijk iedere leuke gebeurtenis wist hij te overschaduwen: zat ik lekker met vriendinnen in het Vondelpark, hoorde ik weer dat één van hen een mailtje had gekregen van Robert. Dan was meteen mijn dag verknald. Zelfs mijn man en ik groeiden wat uit elkaar omdat ik hem niet steeds wilde belasten met mijn zorgen, maar daardoor raakte ik wel erg in mezelf gekeerd. Gelukkig voelde hij dat aan en doorbrak die negatieve spiraal door mij continu een luisterend oor te bieden.

Op een gegeven moment was ik het zo zat dat ik naar de politie ben gestapt. Maar die wilden in eerste instantie niet eens mijn aangifte opnemen! Wat de overlast dan wel was van deze Robert, hij deed toch niet echt iets bedreigends? Kon ik het niet gewoon naast me neerleggen? Via een bevriende advocaat wist ik dat ze gewoonweg verplícht waren om mij aangifte te laten doen en toen ik met wetsartikelen begon te strooien, mocht ik toch mee naar een kantoortje. Maar na die aangifte heb ik nooit meer iets van ze gehoord.

Op mijn werk werd de situatie steeds meer gespannen. Want hoe je het ook wendt of keert, ik had wel de schijn tegen. En ook mijn directeur had veel overlast van de situatie, omdat al mijn collega’s zich telkens tot hem richtten na het zoveelste mailtje. De directie zei dat ze achter me stond, maar het voelde niet zo. Zo wilden ze overal kopieën van als bewijs, van de aangifte, maar ook van de meldingen van misbruik die ik aan websites stuurde. Dat kwetste me. Ik merkte het wantrouwen aan kleine dingen. Dat er plotseling geen vrije parkeerplek meer voor me was geregeld als ik ’s ochtends kwam aanrijden. Aan een denigrerende opmerking als: ‘Ga jij maar surfen op internet,’ als ze me ergens niet bij wilden hebben. En toen ik drie dagen ziek was geweest, las ik een e-mail waarin een nieuwe interim-manager werd aangekondigd. Ik zakte door de grond. Eigenlijk konden ze dit ook echt niet maken. Maar ik heb het niet op de spits willen drijven. In deze sfeer wilde ik niet langer werken, dus heb ik mijn ontslag ingediend. Weg managersbaan, weg topsalaris, weg toekomstperspectief.

Gelukkig vond ik snel een nieuwe baan. Een leuke baan, al verdien ik per maand duizend euro minder. Jammer, maar het is niet anders. Ik zat meer met de angst dat Robert het ook hier voor mij zou weten te vergallen. Daarom heb ik haast niemand verteld waar ik ging werken, zelfs goede vrienden niet. De wereld is klein en een verspreking is snel gemaakt. Zwetend ben ik mijn proeftijd doorgekomen. Nee, ik wilde het niet zelf op mijn werk aansnijden. Ook al geloven mensen je, er blijft toch iets hangen. En waarom zouden ze het risico nemen? Voor jou genoeg anderen.

Het tij keerde toen ik in contact kwam met Stichting Criminaliteitsbestrijding. In tegenstelling tot de politie namen zij me wél serieus. Zij hebben meteen een aangetekende brief naar Robert gestuurd, waarin hij werd gesommeerd om al zijn aantijgingen van het net te verwijderen. En daarnaast zou alle materiele en immateriële schade op hem verhaald worden. Hoewel het in eerste instantie alleen maar averechts effect had – Robert pompte het internet meteen vol berichten over hoe schandalig het is wanneer je als slachtoffer wordt aangeklaagd – waren veel berichten kort daarna toch verdwenen. Ook zijn eigen site over mij ging de lucht uit. Opgelucht haalde ik adem. Maar nog geen week later begon hij opnieuw. Met teksten als: ‘Ik laat mij niet intimideren, deze oplichter zal boeten!’ Het is toch niet te geloven?

Kort geleden heb ik me opnieuw tot de politie gewend. Na vijf maanden ellende gaan ze er nu toch eindelijk werk van maken. Met vijftig mensen uit mijn omgeving heeft hij contact opgenomen, met vijftig! Het is duidelijk dat hij er de afgelopen maanden echt een dagtaak aan heeft gehad om mij dwars te zitten. Er is vast te stellen dat hij op sommige dagen wel zestien uur achter de computer moet hebben gezeten. Nu, ik laat het me niet langer weggevallen. Ik ben lang angstig en verdrietig geweest, nu voel ik vooral woede. Woede dat iemand dit zomaar doet en zomaar kan doen. Hij mag hier niet ongestraft mee wegkomen. Ik ben nu bezig met een strafrechtelijke procedure. Maar omdat dit erg lang duurt en de politie tot nu toe weinig heeft gedaan om mij te helpen, ben ik daarnaast een civiele procedure gestart. Stichting Criminaliteitsbestrijding steunt me hierin. Ik heb al het bewijsmateriaal verzameld voor een kort geding. Volgens mijn advocaat staan we ijzersterk. De maximumstraf die je hiervoor kunt krijgen is drie jaar. Wat mij betreft kan Robert zijn borst nat maken.

Ooit nog eens iets digitaal verkopen? No way! En ik wil iedereen waarschuwen. Pas op met al te persoonlijke gegevens op internet, met overal maar je naam en e-mailadres achterlaten. Want mensen die kwaad willen kunnen alles over je uitzoeken. Dit soort van stalken schijnt steeds vaker voor te komen. En jij, jij kunt de volgende zijn.’

Kader
Internetstalking of (cyberstaking) is een vrij nieuw fenomeen dat steeds vaker voorkomt. Er zijn immers steeds meer mensen die (intensief) internet gebruiken. De dader waant zich vaak anoniem en als hij daar zijn best voor doet, is het voor het slachtoffer inderdaad heel moeilijk om te achterhalen wie hem dit aandoet. Cyberstalking kan gaan om vervelende mails, het verspreiden van foto’s en belastende postings. Maar soms wordt er zelfs in een computer ingebroken en worden wachtwoorden achterhaald; dan kan de dader zich voor het slachtoffer uitgeven en hem zo in grote problemen brengen. Internetstalking is strafbaar, maar helaas is vervolging vaak (nog) lastig omdat politiële en juridische instellingen er nog onvoldoende ervaring mee hebben. Als je iets dergelijks overkomt is het van belang alle bewijzen te verzamelen en er melding van te maken of er aangifte van te doen. En pas op met het pas en te onpas achterlaten van persoonlijke gegevens op internet: het is immers een openbaar medium waar iedereen toegang tot heeft!

Cyberstaking kun je melden bij Centraal Meldpunt Stop Stalking. Zie: www.centraalmeldpunt.nl. Op deze site staan ook tips over hoe je de kans op stalking kunt verkleinen.

Stichting Criminaliteitsbestrijding verleent steun aan mensen die het slachtoffer zijn van criminele activiteiten. Ook houdt zij zich bezig met de bevordering van de persoonlijke veiligheid van de burger in Nederland, vooral op het gebied van belaging, bedreiging, intimidatie, chantage, imagoschade, laster en smaad. www.criminaliteitsbestrijding.nl

© Lydia van der Weide 2007

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide