• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Viva » artikel ...


Corresponderen met een terdoodveroordeelde van Death Row


Sinds een jaar schrijft Angela (34) met Michael (24) uit Texas. Hij zit in de gevangenis wegens moord en heeft de doodstaf gekregen. Er is een hechte vriendschap tussen hen ontstaan die voor beiden veel betekent. In maart komt zijn zaak voor de laatste keer voor. Samen met zijn andere penvrienden zet Angela zich in voor een wijziging van zijn straf.

Ik wil je graag meenemen naar één van mijn favoriete plekken:…de dierentuin van San Diego! Het is één van de grootste van Amerika. We zullen we tijgers zien, witte alligators, gekke apen, werkelijk alle soorten die er maar zijn. En dan koop ik een pluchen beest voor je, zo groot als een mens!

‘Dit zijn woorden uit een brief van Michael, mijn penpal uit Amerika. Als antwoord vertel ik hem over de bijzondere plaatsen in Nederland, waar ik hem graag mee naar toe zou willen nemen. Het zijn mooie, gezamenlijke dagdromen. Niet meer dan dat. We weten allebei dat het er waarschijnlijk nooit van zal komen. Michael zit op Death Row in Texas. Hij is ter dood veroordeeld en zoals het er nu naar uit ziet, zal hij de gevangenis niet levend verlaten.

Ik ben altijd gek op schrijven geweest. Dagboeken, korte verhalen, gedichten. Vroeger had ik ook veel penvriendinnen maar dat contact is in de loop van de tijd verwaterd. Ongeveer een jaar geleden bedacht ik dat het leuk zou zijn opnieuw te corresponderen. En het liefst met mensen uit het buitenland, dan kon ik mijn Engels verbeteren. Maar waar haal je zomaar penvrienden vandaan? De meeste mensen die contact zoeken, zoeken een geliefde; ik niet, want ik heb al sinds mijn zestiende dezelfde vriend. Bij toeval kwam ik op een site terecht waar oproepjes stonden van Amerikaanse gevangen. Dat sprak me direct aan, al had ik er ook dubbele gevoelens over. Enerzijds vind ik het goed om mensen die het moeilijk hebben een hart onder de riem te steken. Ook wanneer ze iets slechts hebben gedaan, betekent dat nog niet dat ze voor de volle honderd procent slecht zíjn, is mijn mening. Anderzijds leek het me ook wel griezelig. Wie weet wat voor types het waren, stel dat ze straks na hun vrijlating zomaar voor mijn deur zouden staan?

Na een paar weken twijfelen besloot ik toch de sprong te wagen. Er waren twee oproepjes die me opvielen. Eén was van David, een man uit Tennessee, die op dat moment vijf jaar had uitgezeten van de acht die hij had gekregen voor autodiefstal. Hij viel me op omdat hij van dezelfde rockmuziek hield als ik. En hij schreef heel gelovig te zijn. Dat ben ik zelf niet, maar ik wilde graag weten hoe iemand in de gevangenis met het geloof omgaat. Tussen David en mij ontstond vanaf de eerste brief een diepe, eerlijke vriendschap, die niet alleen voor hem, maar ook voor mij heel belangrijk is.

De band tussen mij en Michael kwam veel langzamer tot stand. Bij zijn profiel stond dat hij ter dood was veroordeeld wegens moord. Het was zijn foto die me raakte – ik kon me gewoon niet voorstellen dat hij iemand zou hebben gedood, al weet ik heus wel dat je dat niet van het uiterlijk kunt aflezen – en ook het feit dat hij graag gedichten schreef. Zijn antwoord op mijn kaartje was in eerste instantie wat terughoudend. Het schijnt dat ter doodveroordeelden vaak post krijgen. Veel mensen zijn uit op sensatie, maar haken snel weer af. En dit soort gevangenen heeft zelfs ‘groupies’, vrouwen die dolgraag een relatie met hen willen. Absurd hè. Langzaam heb ik Michaels vertrouwen kunnen winnen en hem kunnen overtuigen dat ik oprecht geïnteresseerd was in hém. In zijn gedachten, in zijn persoonlijkheid. Dat ik denk dat hij méér is dan waar hij voor veroordeeld is. Het begon heel simpel, met vragen als: wat is jouw favoriete film, van welke boeken houd je? Later werd het veel persoonlijker. Inmiddels, na vele brieven, is ons contact open, sprankelend, humoristisch. Hij schrijft me over van alles en nog wat. Ook dingen over zijn leven op Death Row, maar liever nog vertelt hij me dingen over zijn jeugd, of dagdroomt hij over dingen die hij later wil doen. Dat er wellicht geen later zal zijn, dat benoemt hij niet. We praten ook niet over zijn zaak. Alles wat ik weet, weet ik via zijn website, en via zijn ouders, met wie ik sinds kort ook contact heb.

Michael is op achttienjarige leeftijd veroordeeld voor de roofmoord op een vijftigjarige vrouw. Er loopt nog een onderzoek, want er zitten een aantal gaten in het bewijsmateriaal. Zo is zijn schuld nooit door DNA-onderzoek aangetoond. Zelf zegt Michael dat hij onschuldig is. Maar ja, dat zegt vrijwel iedereen op Death Row. Ik hoop dat dat waar is, maar ik durf er geen oordeel over te geven. Ik ben niet zo naïef om te denken dat hij het onmogelijk gedaan kan hebben omdat ik hem nu leer kennen als zo’n lieve, leuke man. Ik denk ook niet dat hij altijd even gemakkelijk is geweest. Maar hoe dan ook is het heel erg wat hem nu overkomt. Als hij schuldig is, moet hij natuurlijk gestraft worden, maar moet hij dood? Ik vind van niet. En hij leeft daar onder onmenselijke omstandigheden. Hoewel zijn zaak dus nog loopt zit, hij al zes jaar op een cel van tweeënhalf bij tweeënhalf. Net zo groot als een doorsnee Nederlandse badkamer. Daarin brengt hij drieëntwintig uur per dag door. Eén uur mag hij eruit om te luchten. Voordat hij eruit gaat, wordt hij geboeid; hij kan zich buiten zijn cel dus nooit vrij bewegen. Het eten is slecht en de bewakers gaan vernederend met de gevangenen om. Een tv op zijn cel? Natuurlijk niet! Hij heeft sinds kort wel een klein radiootje, maar de ontvangst is slecht. Sporten is niet toegestaan, studeren ook niet. Wat heeft dat voor zin, hij gaat tóch dood. Zo wordt er ook gedacht als gevangenen ziek zijn. Dat wordt amper serieus genomen. Als ze niet het geluk hebben dat hun familie een dokter of medicijnen voor hen wil betalen, krijgen ze geen enkele hulp.

Michael is de afgelopen jaren tien kilo afgevallen. Sinds hij opgesloten zit, heeft hij niemand meer willen zien, behalve zijn ouders. Die komen hem één keer per maand opzoeken, gedurende een uur of twee. Ze zien elkaar dan door glas en moeten praten met een telefoon. Lijfelijk contact is nooit mogelijk. Ik vind het heel treurig dat ook zijn ouders indirect als misdadigers worden gezien. Wanneer ze bij hem op bezoek gaan worden ze van top tot teen gefouilleerd, de controle is gigantisch streng. Zij moeder is heel blij dat ik met hem correspondeer. Ze schreef me: “Het voelt vaak net alsof hij al dood is. Veel mensen uit zijn vroegere omgeving zijn hem allang vergeten. Voor de staat is hij niet meer dan een nummer. Het doet me goed dat er toch nog mensen zijn die aan hem denken.”

Hoewel ik ben begonnen hem te schrijven voor hém en voor mijn Engels, merk ik dat ik er zelf ook heel veel aan heb. Ik kijk altijd erg uit naar zijn brieven, het is heerlijk om helemaal vanuit Amerika handgeschreven post te ontvangen. En het schrijven is voor mij echt een uitlaatklep. Ik heb een leuk leven hier in Nederland met een geweldige baan, maar mijn vriend is chronisch ziek. Over het verloop en zijn levensverwachting is niet veel duidelijkheid. Het laatste half jaar is hij hard achteruit gegaan. Ik probeer daar zo sterk en nuchter mogelijk mee om te gaan, omdat mijn vriend dat zelf ook doet, maar toch brengt het vanzelfsprekend veel verdriet. In een normaal gesprek vind ik het moeilijk om daarover te praten, bang dat ik mijn emoties niet onder controle kan houden. Het blijkt gemakkelijker dat in een brief te verwoorden. Michael reageert er altijd goed op, weet me echt weer moed in te spreken. Het is bijzonder dat iemand die zelf zulke grote problemen heeft, er toch voor míj kan zijn. Ik heb Michael ook verteld over mijn contact met David, en hij maakte zich zelfs zorgen of David wel te vertrouwen is. Maar ook mijn contact met David is heel bijzonder. Hij heeft ‘slechts’ acht jaar, weinig sensationeel, dus niemand schrijft hem. Hij krijgt ook nooit bezoek, zijn vader is overleden en zijn moeder ernstig ziek.. Ondanks zijn problemen stuurt ook hij mij hartverwarmende brieven. Hij is zo lief, zo vrolijk. Hem leer ik Nederlands, in iedere brief een beetje meer. Hij vertelt me dat hij vaak op bed naar de maan ligt te kijken en dan bidt voor mij, mijn vriend en alle andere mensen waar ik van hou. Voor mij is het schrijven met David en Michael een verrijking van mijn leven. Ik besef nu pas hoe goed ik het heb. Wat vrijheid is.

Michael en David horen inmiddels helemaal bij mijn leven Wanneer ik op vakantie ben geweest, laat ik extra foto’s afdrukken om hen ook te laten meegenieten. Als ik in een andere stad ben in Nederland, stuur ik ze meteen een kaartje. Ik heb echt het gevoel dat ze deel uitmaken van mijn gewone vriendenkring. Ik vertel vaak over hen. Soms reageren mensen afwijzend, maar als ik hun situatie uitleg, krijgen ze vrijwel altijd begrip. Daarna informeren ze regelmatig naar hen en voelen zich betrokken. Dat geldt ook voor mijn eigen vriend. In het begin zei hij telkens: “Zou je dit nu wel doen,” maar als er in gezelschap nu discussies ontstaan over het Amerikaanse rechtssysteem, dan windt hij zich nog meer op dan ik.

 

Ik zou David graag een keer willen opzoeken in de gevangenis, wie weet gaat dat er van komen. Ook Michael zou ik willen ontmoeten, maar daar twijfelt hij over. Hij wil eigenlijk niet dat ik zie hoe slecht hij eraan toe is. En hij zegt: “Dan ga jij na afloop weer weg, maar ík blijf hier. Dat kan ik niet aan.” Mijn brieven zijn voldoende voor hem. Ik ben niet de enige die hem steunt. Hij heeft veel meer penvrienden en vriendinnen. Er zijn zo’n tien mensen met wie hij heel regelmatig schrijft. Kort geleden heeft hij ons met elkaar in contact gebracht met de vraag of wij zijn zaak in de media onder de aandacht willen brengen. Een vriendin van hem uit Duitsland heeft een petitiesite voor hem opgezet. Mensen kunnen die tekenen als ze achter hem staan. Bij elke duizend namen wordt het doorgestuurd naar de gouverneur van Texas, die hem gratie kan verlenen of kan besluiten dat hij een andere straf moet krijgen. Eigenlijk is de zaak van Michael vooral een symbool en is de petitielijst een lijst tegen de doodstraf in het algemeen.

In maart 2007 komt zijn zaak voor de laatste keer voor. Dan wordt er een definitieve uitspraak gedaan. Natuurlijk hoop ik heel erg dat er een wonder gaat gebeuren. Maar ik bereid me er ook op voor dat ik hem zal gaan verliezen. Dat lijkt me vreselijk; ik had er van te voren niet zo duidelijk over nagedacht wat een diepe impact dat op mij zou gaan hebben. Maar natuurlijk blijf ik hem zo lang mogelijk steunen. Want hij is mijn vriend, en dat verdient hij.’

© Lydia van der Weide - februari 2007

Kader

De doodstraf komt in 38 van de 50 staten van Amerika voor. Elk van die 38 staten heeft eigen wetten wat betreft de misdaden waar de doodstraf op staat. De meeste executies vinden in Texas plaats, en de meest gangbare methode is een dodelijke injectie. Tussen 1973 en 2005 werden in Amerika 7254 mensen ter dood veroordeeld. Van hen zijn er inmiddels 1000 geëxecuteerd. Er zitten nog 3359 gevangenen in de dodencel. 2403 mensen werden in hoger beroep vrijgesproken of tot een andere straf veroordeeld; ongeveer 270 veroordeelden stierven in de dodencel als gevolg van een natuurlijke oorzaak, moord of zelfmoord. Aan 176 van hen werd gratie verleend door de gouverneur van hun staat.

(Bron: Wikipedia)

Meer informatie over Michael Perry:
www.savemichaelperry.info

De petitiesite voor Michael:
www.thepetitionsite.com/takeaction/632291111?ltl=1160648988

Website over geplande executies in Amerika:
http://people.smu.edu/rhalperi/

Lijst met alle ter dood veroordeelden in Texas:
www.tdcj.state.tx.us/stat/offendersondrow.htm

Schrijven met een gevangene?

www.writeaprisoner.com

www.prisonworld.nl

www.humanwrites.org

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide