• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Diaryatou Bah, schrijfster van Mijn jeugd hield op in Rotterdam


Diaryatou Bah (21) uit Guinee was veertien jaar toen ze werd uitgehuwelijkt aan een dertig jaar oudere man die in Nederland woonde. Hij beloofde haar een goed leven. In maart 2007 verscheen haar boek Mijn jeugd hield op in Rotterdam, waaruit blijkt dat hij zijn woord niet nakwam. Van een goed leven was helemaal geen sprake.

Op een avond kreeg ik pijn en verloor ik bloed. Ik zei dat de bevalling begonnen was maar mijn man vond het onzin om nu al alarm te slaan. Toen we eindelijk in het ziekenhuis in Rotterdam aankwamen, werd er een echo gemaakt. De verpleegster die het onderzoek deed keek me recht in mijn gezicht toen ze zei: Uw baby is zojuist overleden. Mijn man mocht niet bij me blijven. We hadden gelogen dat hij mijn neef was, omdat we ons huwelijk moesten verzwijgen. Dus hij ging weg. Ik bleef achter. Tussen mensen die ik amper verstond. Helemaal alleen, met een dode baby in mijn buik. De baby dat ik zo verschrikkelijk graag had gewild. Die mij een reden zou geven om verder te leven. Na de operatie mocht ik mijn kind nog even vasthouden. Het was een meisje. Ze was heel koud. Ik lag op een kamer met moeders die ook bevallen waren. Zij gaven hun levende babys de borst. En ik lag daar maar met mijn koude, verstijfde kindje. Op mijn paspoort stond dat ik drientwintig was. Maar dat was ik niet. Ik was nog maar zestien jaar. En dit was al het tweede kind dat ik verloor

Ik ben geboren in Guinee, West-Afrika. Mijn moeder werd op haar dertiende de vierde vrouw in mijn vaders huishouden, dat al vijftien kinderen telde. Dat zouden er tweendertig gaan worden. Ze hield zich daar maar nauwelijks staande. Ze dacht dat ik, haar eerste kind, beter af zou zijn bij mijn oma op het platteland. Mijn oma was alles voor me. Ik heb alleen maar mooie herinneringen aan die tijd, behalve aan die ene dag dat er een vrouw bij ons kwam die net een heks leek. Ze had een heleboel messen bij zich. Ze zou van mij een vrouw maken. Ik snapte er niets van. Ik snapte niet waarom ze mij zoveel zeer deed dat ik bijna flauwviel. Waarom ik drie weken lang zo veel pijn had dat ik alleen maar kon liggen. En toch moest ik blij zijn! Maar het feest, toen ik eenmaal beter was, dt was wel heel leuk. Het heeft jaren geduurd voordat ik begreep wat er die dag nu eigenlijk voor afschuwelijks, onherstelbaars was gebeurd.

Toen mijn oma overleed kwam ik in het huis van mijn vader te wonen, in de stad. Ik voelde me een buitenbeetje, moest ook erg wennen. Zo begreep ik eerst niets van die rare put in ons huis, die de wc bleek te zijn. Eten met een lepel beviel me ook niet. Als ze even niet opletten, at ik gewoon met mijn handen. Mijn vader was een rijke man. Hij was hoofd van onze wijk. En hij had vier vrouwen. Die gaven hem nog meer status. Maar toen raakte hij plotseling zijn baan kwijt. Als dat niet was gebeurd, dan was mijn leven misschien heel anders verlopen. Maar al snel bleek dat ik, met mijn veertien jaar, mijn familie uit de financile zorgen zou kunnen halen.

Op een dag kregen we bezoek van een Guinese, maar westers geklede man. Hij woonde in Nederland en werkte voor de Europese Unie. Al gauw kwam hij iedere dag terug. Om met mijn vader te praten. En om naar mij te kijken. Telkens zag ik zijn ogen mij volgen. Na twee maanden staren zei hij tegen me dat hij met mij wilde trouwen en me zou meenemen naar Nederland. Mijn moeder geloofde het eerst niet, tot de man mijn vader officieel om mijn hand vroeg.

De man beloofde dat hij goed voor me te zijn. Ik zou een mooi leven krijgen in Europa en ik zou kunnen studeren. Als ik met hem zou trouwen, zou hij mijn ouders iedere maand geld sturen. Eigenlijk zag ik dit huwelijk helemaal niet zitten. Deze man was maar liefst dertig jaar ouder dan ik! En hij had al een aantal echtgenotes. Maar ik moest het een eer vinden dat hij mij wilde. Ik moest blij zijn dat ik de kans had om naar Nederland te gaan. En dat ik, door te trouwen, mijn familie uit de zorgen zou halen. Om dat laatste, daar was ik inderdaad blij om. Maar ik was ook bang. Zo bang dat ik voortdurend een harde bal in mijn buik voelde.

Bij de huwelijksplechtigheid zelf kon mijn aanstaande echtgenoot niet aanwezig zijn. Zijn broer nam voor hem waar. Ik vond dat wel vreemd, maar ja, ik liet alles maar gewoon gebeuren. Ik zag mijn man pas weer na mijn reis naar Nederland, waar ik met valse papieren naartoe was gereisd. We hadden veel gebeld en toen was hij elke keer heel aardig. De eerste dagen was hij dat nog steeds. Hij kookte voor me, in huis, dat vond ik zo gek! Er waren meer gekke dingen: de hoge huizen, de tuintjes. De douche. De mooie autos en al die mensen met prachtige kleding die ik vanuit het raam zag lopen.

De derde nacht dat ik in Nederland was gedroeg mijn man zich plotseling heel anders. Hij kwam zomaar mijn kamer in. Ik begreep er niets van en ik begreep al helemaal niet waarom hij mij probeerde aan te raken en uit te kleden. Hij werd woedend omdat ik tegenstribbelde. De volgende ochtend belde hij mijn moeder. Ook zij werd kwaad en schreeuwde tegen me dat ik mijn plicht als vrouw moest doen. Nog steeds snapte ik het niet, maar als mijn moeder vond dat ik mijn man zijn gang moest laten gaan, dan zou ik gehoorzamen.

s Avonds had ik drie onderbroeken over elkaar aangedaan en een heleboel lagen kleding. Ik kon haast niet ademhalen, zo strak zat het. Mijn man knipte gewoon een gat in de stof. Na afloop bleef ik urenlang doodstil liggen. Ik bloedde en alles deed zo veel pijn dat ik niet kon bewegen. Nog altijd is dit mijn ergste herinnering. Ik ben er woedend over dat dit mij zo overkwam, zonder dat ik erop voorbereid was. Ik neem het mijn moeder niet kwalijk, die wist niet beter, zo ging dit gewoon altijd. Maar ik ben kwaad over het traditionele Afrikaanse stilzwijgen. Dat patroon moet echt doorbroken worden.

De volgende morgen zei mijn man plotseling dat ik geen maagd was geweest. Achteraf weet ik dat hij me voorloog, maar toen schrok ik alleen maar verschrikkelijk. Ik wist niet wat maagd-zijn inhield, maar ik wist wel dat het een afschuwelijke schande was als je het niet was. Als het zou uitlekken, zou niemand ooit nog wat met me te maken willen hebben. Mijn man zei dit natuurlijk alleen maar om me te manipuleren. Op die manier kreeg hij me zover dat ik zonder morren iedereen dag kookte, het huishouden deed, al zijn gasten ontving en hem bij me liet komen als hij dat wilde. Ik mocht vooral niet tegen mijn ouders zeggen hoe mijn leven hier in Nederland was

Want alles was anders dan hij ons had voorgespiegeld. Ik mocht helemaal niet studeren. Ik mocht ook niet werken. Ik bleek namelijk illegaal te zijn. Ons huwelijk was in Nederland niet geldig, want mijn man ws hier al getrouwd, om zelf een paspoort te krijgen. Ik was met een toeristenvisum gekomen en moest eigenlijk snel weer weg. Om toch in Nederland te blijven, regelde mijn man dat ik politiek asiel zou aanvragen. Bij instanties moest ik vertellen dat mijn vader en broer waren vermoord en dat mijn moeder in de gevangenis zat. Ik vond het heel eng om zo te liegen, maar ik deed het toch. Ik wilde niet mislukt terug naar Guinee en daar voor schande zorgen. Ik wilde geld verdienen voor mijn familie zodat ze trots op me konden zijn.

Er waren nog meer dingen die niet klopten. Mijn man bleek helemaal niet voor de Europese Unie te werken. Hij verdiende zijn geld als maraboet (Afrikaans genezer, red.). Hij was een kwakzalver, hij loog en zette mensen af. En hij had vriendinnen. Dat weerhield hem er niet van om mij vrijwel iedere nacht tot seks te dwingen. Als ik niet toestemde, sloeg hij me. Met zijn vuisten. Of met zijn riem. Hij sloeg me ook als ik het huishouden niet goed deed. Of zomaar, als hij chagrijnig was. Tot ik een tijdje in een asielzoekerscentrum terecht kwam, voor de aanvraag van het politieke asiel. Maar toen hij hoorde dat ik daar contact had met een andere man uit Guinee, haalde hij me weg. Toen ik zwanger bleek, was hij ervan overtuigd dat dat van die ander was. Hij bleef me gewoon slaan. Na vier maanden zwangerschap, verloor ik mijn onvolgroeide kindje. Ik kreeg het helemaal alleen.

Ook de tweede keer dat ik zwanger was, bleef hij me slaan. Het was een ware hel, maar ik hoopte maar dat als het kindje er eenmaal was, dat dan alles beter zou worden. Dat mijn man dan wl respect voor mij zou hebben. Ik keek heel erg uit naar de baby. Hoe langer ik zwanger was, hoe gelukkiger ik werd. Straks zou ik niet meer eenzaam zijn.

Maar ik kwam uit het ziekenhuis met lege handen. Ik moest thuis alles zelf opruimen: het babybedje, de commode, de zuigflessen. En week liet mijn man me met rust, toen sloeg hij me alweer. De periode daarna was zwart. Gifzwart. Alleen eten kon me nog troosten. Ik werd steeds dikker, maar dat kon me niets schelen. Zonder eten was mijn leven helemaal niet om door te komen. En ik wist gewoon niet hoe ik het zou kunnen veranderen. Terug naar Guinee kon ik niet. Maar dit leven met het dagelijkse geweld en de verkrachtingen hield ik ook niet langer vol.

De artsen vertelden me dat het beter was dat ik voorlopig niet meer zwanger zou raken. Maar mijn man scheurde mijn pilstrip kapot. Voorbehoedsmiddelen horen niet, vond hij. Hij zou wel oppassen, ik kon hem vertrouwen. En ik was te naef om in te grijpen. We verhuisden naar Frankrijk. Daar zou het makkelijker zijn een verblijfsvergunning voor mij te krijgen, dacht mijn man. Ons nieuwe huis was een hok. Klein, vies, haveloos. En toen bleek ik wr zwanger. Ik was erg bang, mijn lichaam zou dit vast niet aankunnen, dat hadden de dokters immers voorspeld. Maar ik was ook hoopvol: drie keer een doodgeboren baby, dat kon toch niet? Deze keer zou het goed gaat, dat mest gewoon!

Maar het ging niet goed, weer niet. Ik voelde aan mijn buik dat er iets helemaal verkeerd zat. Inderdaad: opnieuw bleek mijn kindje overleden. Ik zou geopereerd worden, maar moest n dag wachten. Ze stuurden me naar huis. s Avonds drong mijn man aan op seks. Ik had een dood kindje in mijn buik en hij ging gewoon met mij naar bed.

Kort na de operatie liet mijn man mij alleen, zoals wel vaker gebeurde. Hij ging dan op bezoek bij zijn andere vrouwen op de Kaapverdische eilanden. Enerzijds voelde ik me opgelucht, anderzijds ontzettend eenzaam. Ik had nog maar net mijn baby verloren en nu ging hij alweer weg! Hij dacht echt geen seconde aan mj. Ik kreeg honderd euro om eten te kopen. Ik zou er twee maanden mee moeten doen. Daarom at ik brood, dat ik in melk doopte. Meer niet. Ik deed niets. Ik keek alleen maar televisie. Alle dagen leken op elkaar, alle nachten ook. Tot ik plotseling een interview zag met een Afrikaanse vrouw. Haar verhaal leek sprekend op het mijne. Ze was uitgehuwelijkt. Verkracht. Geslagen. En: gevlucht! Toen ik dat hoorde, sprongen de tranen in mijn ogen. Ik had altijd gedacht dat vluchten onmogelijk was, ik was immers illegaal, waar moest ik heen? Maar tot mijn grote verbazing bleken er instanties voor meisjes zoals ik. Er was hoop! Snel heb ik de namen van de hulpinstanties genoteerd.

De volgende dag ben ik gaan bellen. Bellen, eindeloos bellen. Wachten voor de deur van organisaties, telkens weer mijn verhaal doen. En er bleek een weg uit deze hel. Een weg die niet per se naar Afrika zou hoeven leiden. Het is nog heel lang heel moeilijk geweest. Ik heb op straat geslapen, in telefooncellen. Ik ben in de daklozenopvang geweest. Er zijn tijden geweest dat ik maar n onderbroek had, die ik na het wassen telkens nat moest aantrekken. Maar het is gelukt. Met hulp van verschillende instanties kreeg ik uiteindelijk een eigen kamer. Ik kon een opleiding volgen tot ziekenverzorgster. Ik maakte vrienden, echte vrienden die me steunden. En ik ging werken, dus ik kon eindelijk zlf geld naar mijn moeder sturen. Mijn man heb ik na mijn vertrek nooit meer gezien. Toen ik hem verliet, heeft hij naar Guinee gebeld om te vertellen dat ik een smerige hoer was. Dat ik een minnaar had, en dat we zijn hele huis hadden leeggeroofd. Zo creerde hij de mogelijkheid om mij te verstoten; want een vrouw die een man verlaat, dat is in onze cultuur onacceptabel. Alles wat hij me heeft aangedaan is even schandalig, dit kon er ook nog wel bij. Ik weiger er te veel bij stil te staan. Gelukkig staan mijn ouders inmiddels weer achter mij, sinds ik hen heb opgezocht en heb verteld wat er echt gebeurd is. Toch blijft het een schande dat ik gescheiden ben. Hoe slecht je het ook hebt, scheiden hoort eigenlijk niet.

Inmiddels ben ik twee jaar verder. Ik ben erg blij dat ik de kans heb gekregen in Frankrijk een leven op te bouwen. Hoewel ik nog steeds onder mijn traumatische herinneringen lijd, probeer ik mij op de toekomst te richten en niet te veel meer aan het verleden te denken. Ik besteed mijn energie aan het promoten van mijn boek en aan de organisatie Espoirs et combats des femmes, die ik heb opgericht. Om Afrikaanse vrouwen te helpen die in dezelfde situatie verkeren als ik. Ik wil het stilzwijgen doorbreken en anderen voorlichten, zodat niemand hetzelfde hoeft te overkomen als mij. Ik werk samen met vrouwen met dezelfde passie, dezelfde inzet. Samen staan we sterk en dat geeft me een gelukkig gevoel

Mijn jeugd hield op in Rotterdam Diaryatou Bah, Uitgeverij Arena, ISBN 9789069747989,

18,95

 

Lydia van der Weide

Maart 2007

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide