• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Wie staat er voor de klas anno nu


Anno 2006 lijkt lesgeven niet zo’n pretje. Steeds vaker duiken er negatieve verhalen op over het onderwijs. Kinderen krijgen een steeds grotere mond, kijken liever op hun mobieltje dan naar het bord, ouders zouden overagressief zijn en de systemen veranderen doorlopend. Toch zijn er genoeg ‘dappere’ jonge vrouwen die het desondanks aandurven om voor de klas te staan. Sterker nog: zouden niets anders willen! Wat bezielt hen? Was het nu eenmaal hun roeping of is het eigenlijk nog hartstikke leuk in het onderwijs?


De basisschooljuf

Femke Baartman (33) is juf van groep 8 op De Achthoek, een grote basisschool in Amsterdam

Mooie, diepe beweegredenen om voor dit vak te kiezen?

Haha, om eerlijk te zijn koos ik vooral voor het onderwijs vanwege de lange vakanties! Bovendien ben ik geen type om de hele dag achter een bureau te zitten. Lesgeven leek me veelzijdig en afwisselend. Toch heb ik tijdens de opleiding nog flink getwijfeld. Ik voelde me daar in het begin totaal niet op mijn plaats tussen al die meisjes, type tuttenbol. Wil ik dit wel écht?, dacht ik vaak. Maar na tien jaar kan ik uit de grond van mijn hart zeggen: ja!

Wat is er zo bijzonder aan lesgeven?

Het gevoel dat ik iets wezenlijks bijdraag aan de ontwikkeling van de kinderen. Net alleen theoretische kennis maar vooral sociale vaardigheiden, zelfvertrouwen, het vermogen om goede keuzes maken. En het is heel fijn om daarvoor waardering te krijgen. Een keer begon een hele klas te juichen op het moment dat ze hoorden dat ze mij het komende schooljaar als juf zouden krijgen. Ze gingen echt compleet uit hun dak. Kijk, dat is heerlijk!

Waar lig je wel eens wakker van?

Onenigheid met ouders. Meestal gaat het dan om gedragsproblemen van de kinderen, ook is er wel eens een meningsverschil over het middelbareschooladvies. Het is vervelend als jij en de ouders niet op een lijn kunnen komen: daar kan het kind de dupe van worden, terwijl je toch met iedereen het beste voor hebt.’

Ergste botsing met een ouder?

Ik ben eens gebruikt in het gevecht om voogdijschap. Afschuwelijk, ik had het helemaal niet in de gaten. Een meisje uit mijn klas vertelde mij keer op keer in tranen dingen over haar vader, over hoe slecht hij haar behandelde. In oudergesprekken wilde de moeder weten of het meisje wel eens iets losliet over haar vader en ik vertelde haar de verdrietige verhalen. Ondertussen nam zij dat stiekem op met een taperecorder om het in de rechtszaak tegen vader te gebruiken! Later bleek dat het meisje werd gedwongen door haar moeder om die verhalen te verzinnen en aan mij te vertellen; het was allemaal in scène gezet. Het kind zat volledig in de tang. Toen deze zaak aan het rollen kwam, heeft de moeder haar dochter woedend van school gehaald. Het meisje wilde niet mee, krijsend hield ze zich aan schooldeur vast terwijl haar moeder aan haar stond te trekken. Vreselijk gewoon. Het liep zo uit de hand dat ze door de politie uit huis is gehaald en naar een onbekende plek gebracht is. Ik heb haar nooit meer gezien, van de een op de andere dag.

Ontroerend moment?

Vorig jaar, aan het eind van het schooljaar, na alle stress van de laatste weken, de eindrapporten, opruimen, veel te warme lokalen en kinderen die eigenlijk heel erg toe waren aan vakantie, voerde mijn klas hun door mij geschreven afscheidsmusical op voor de ouders. Zelf had ik ook verschrikkelijk hard vakantie nodig, doodop was ik. Tijdens het optreden stond ik achter het mengpaneel met het licht en geluid en was ik van alles en nog wat aan het regisseren. Maar opeens, midden in al die drukte, viel werkelijk álles van dat schooljaar van me af en kon ik genieten. Genieten van mijn klas die daar stond te stralen. Genieten met kippenvel en met tranen in mijn ogen.

Denk je wel eens aan een andere baan?

Welnee! De afwisseling die ik hier heb, vind ik nooit meer. De ene dag sta ik met mijn kinderen in het Anne Frankhuis, een dag later ben ik het bijwoord aan het uitleggen. Weer een volgende dag zijn we aan het slagballen. En als de mussen dood van het dak vallen, kan ik met alle kinderen naar het zwembad, terwijl de rest van werkend Nederland doorzwoegt! Wat wil ik nog meer?’


De middelbareschooljuf

Jessica Doorson (31) uit Hoorn begon negen jaar als docent biologie in het voortgezet onderwijs. Sinds een jaar werkt ze als ambulant begeleider op een OPDC (Orthopedagogisch didactisch centrum), een schakelschool voor leerlingen die van de basisschool komen, maar nog niet klaar zijn voor het reguliere voortgezet onderwijs, door bijvoorbeeld leerachterstanden, sociaal-emotionele problemen of gedragsproblematiek.

Nooit last gehad van je jonge leeftijd?

‘Welnee! Op mijn tweeëntwintigste stond al voor een VMBO-klas vol zestienjarigen. Sommigen waren drie koppen groter dan ik. Maar als ik zei: “Zitten!” dan deden ze dat. Dat gaf best een kick. Wel noemden sommige ouders mij ‘juffie’ en kwam ik mijn leerlingen in die tijd vaak tegen in de kroeg, omdat ik zelf nog veel uitging. “Dag mevrouw,” groetten ze me dan beleefd. Daar moesten mijn vriendinnen erg om lachen.’

Geheim van orde houden?

Ik heb gelukkig nooit ordeproblemen gehad. Dat krijg je voor elkaar door heel duidelijk te laten merken wie de regels bepaalt, maar tegelijkertijd een goede band met je leerlingen kweken. Dat lukt door oprecht geïnteresseerd te zijn. Opvangen dat ze gaan kamperen en op maandag vragen: “Hé, hoe was het?”’ Mijn mentorklas nodigde ik ook altijd uit bij mij thuis, voor een barbecue. Dé manier om je leerlingen beter te leren kennen.

Beste tip om een klas stil te krijgen?

Ik hoef gelukkig nooit te schreeuwen, boos kijken is genoeg. Dat kan ik met mijn donkere ogen namelijk héél goed. Nog beter werkt dreigen met een 1, of, veel origineler, ze af te leiden door seksuele voorlichting geven. Ook leuk: een weddenschap afsluiten over hoeveel scheldwoorden zij kennen van de geslachtsorganen en die op het bord schrijven. Het maximale aantal waar ze ooit op kwamen was 72!

Wat is er zo leuk aan lesgeven?

Het contact met de leerlingen. Ik vind ze gewoon erg leuk, állemaal, in alle soorten en maten. Het is prettig hen van alles te leren. De waardering stel ik natuurlijk ook op prijs. Toen mijn zoon Luka werd geboren kreeg ik een gouden hanger, dat was bijvoorbeeld echt geweldig. Ook is het fijn om een leerling te bereiken waarvan alle andere docenten zeggen: daar kan ik hélémaal niets mee. Zo iemand is voor mij echt een uitdaging. En meestal lukt het me om contact krijgen. Mijn visie is namelijk: als leerlingen dwarsliggen of iets niet willen, dan heeft dat een reden. Dan kun je wel straf geven, maar beter is het je erin te verdiepen wat er aan de hand is en samen naar een oplossing te zoeken. En die mag best wat afwijken van de voorgeschreven regel.’

Verlies je nooit je geduld?

‘Nee. Ik doe wel eens alsof ik boos ben, maar ik ben het zelden écht. Dat is mij eigenlijk maar één keer overkomen. Een leerling die ik eruit stuurde had het lef om mij een duw na te geven. Toen stond ik te trillen van woede. Na tien minuten was dat over en heb ik het met hem uitgepraat. En uiteindelijk deed hij toch wat ík wilde.’

Heftigste ervaring?

Een zeer agressieve jongen sloeg eens in drift tijdens de les van een collega zijn hand door de ruit. Onder het bloed rende hij naar de toiletten. Daar voor de deur trof ik een aantal collega’s aan, die niet konden besluiten wat ze moeten doen, ze waren allemaal bang voor hem. Er moest toch iets gebeuren en zonder verder na te denken ben ik naar binnengestapt en heb hem voorgesteld om naar het ziekenhuis te gaan. Dat wilde hij. Nee, bang was ik niet, dat ben ik gek genoeg nooit. Bij vechtpartijen spring ik er altijd gewoon tussen. Telkens blijkt weer dat ze daar respect voor hebben.

Minder leuk aan docent zijn?

Vergaderen! Hou op, schij uit. Soms is het nodig, maar meestal vind ik het zonde van de tijd.’


De HBO-juf

Sylvia Wolters (31) werkt op de Hoge School INHOLLAND in Haarlem, waar hoger toeristisch recreatief onderwijs wordt gegeven.

Altijd al gedroomd over de klas staan?

No way! Tijdens mijn studie vrijetijdskunde wist ik één ding zeker: lesgeven, dat nóóit! Ik wilde de wereld veroveren als commercieel manager. Maar toen ik tijdens mijn masteropleiding eerstejaars studenten moest begeleiden, bleek dat ontzettend leuk. Studenten zijn heel kritisch, ze dagen je uit. Het was ook leerzaam om voor een groep staan. Ik was vroeger zo iemand die bij een spreekbeurt geen woord over haar lippen kreeg van de zenuwen. Maar ik houd ervan mijn grenzen op te zoeken: ik heb hoogtevrees en ben juist daarom een keer gaan parachutespringen. Ook hierin wilde ik mezelf overwinnen. Dat lukte! Na mijn studie ben ik begonnen bij een instituut dat trainingen ontwikkelde en verzorgde. Daar kreeg ik bevestigd dat lesgeven me alles bood wat ik zocht: afwisseling, verdieping en waardering.’

Waarom HBO-niveau?

HBO-niveau is voor mij echt een must. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen en telkens bijleren. Bovendien vind ik het belangrijk dat mijn studenten echt gemotiveerd zijn. Dat zijn ze; ze hebben immers bewust voor deze opleiding gekozen. Van ordeproblemen is dan ook eigenlijk geen sprake. Wel stel ik aan het begin van het jaar bepaalde regels met de studenten vast. Ik verwijs daarbij naar het bedrijfsleven. Kun je daar tijdens een vergadering een boterham eten, je jas aanhouden of een half uur te laat komen binnenrennen? Niet echt.’

Níet leuk aan je baan?

‘Vooral in het begin was ik er enorm veel vrije tijd aan kwijt. Soms kom ik om in het werk, maar het is dan nooit mogelijk om een deadline te verschuiven. Ik kan het rooster van de studenten natuurlijk niet zomaar gaan omgooien, omdat mij dat toevallig beter uitkomt. Op zulke momenten kun je mij met een laptop in het park spotten, om het noodzakelijke met het aangename te combineren. Gelukkig vind ik mijn werk zó leuk, dat dit geen onoverkomelijk problemen oplevert.’
Wel eens problemen met studenten?

Gelukkig haast nooit, al kunnen ze érg kritisch zijn. Maar ik heb ook gewerkt in Qatar, een piepklein landje in het Midden-Oosten. Daar gaf ik les aan een internationaal studentenpubliek. Daar was het wel eens moeilijk studenten bij te brengen dat het feit dat ze veel tijd in een bepaald project hadden gestoken, nog niet betekende dat het ook goed was. Dan konden ze diep verontwaardigd zijn. En vooral de mannelijke studenten vonden het wel eens moeilijk dat zo’n jonge vrouw als ik hen kwam vertellen hoe ze het dan wél moesten doen. Een keer heeft een jongen vreselijk tegen me staan schreeuwen. Eerst probeerde ik hem rustig te krijgen door juist zacht te praten, toen dat geen vruchten afwierp heb ik ook maar een grote keel opgezet. Dat had hij niet verwacht! Maar even later waren we weer de beste vrienden, zo ging dat daar, heel grappig.’

Qatar, wat interessant! Heel anders om les te geven dan hier zeker?

Het contrast tussen mij en mijn steenrijke studenten was heel grappig. Zij rijden in Porsches en nieuwe fourwheeldrives, terwijl ik zwetend gammele taxi’s moest aanhouden. Ondanks dat contrast heeft een docent in Qatar veel status; er wordt echt tegen je opgekeken. Toen ik een keer in een middagpauze even snel een bankrekening dacht te gaan openen, bleek een van mijn studenten de manager van de bank te zijn. Voordat ik het wist zat ik met thee en koekjes in zijn kantoor en werd ik vol trots aan al zijn medewerkers voorgesteld als ‘De docent uit Holland’. Overladen met alle relatiegeschenken die de bank de laatste jaren had uitgegeven stond ik twee uur later verbluft weer buiten. Ik voelde me net alsof ik de Koningin was die op bezoek was geweest. Zoiets zul je hier niet snel meemaken!


Kader

Er werken steeds meer mensen in het onderwijs. In 2005 waren dat er zo’n 250.000; 20.000 meer dan in 2001. Ook het aandeel vrouwen blijft toenemen. Vrouwen werken vooral in het primair onderwijs: 80% van de basisschoolonderwijzers is vrouw. Maar van de directeuren op die scholen is slechts 23 % vrouw. Ook op andere sectoren is het aandeel vrouwen in directeurfuncties veel lager dan dat van mannen, maar er is wel een stijgende lijn in te zien. Lerarentekort? We horen al jaren niets anders. Toch is het tekort sterk gedaald: in 2002 waren er nog bijna 3000 vacatures, nu zijn dat er nog 1000. Dat leraar zijn zo slecht betaald, blijkt overtrokken: het startsalaris is zelfs hoger dan het startsalaris van een gemiddelde HBO’er. Dat blijkt uit het Beloningsonderzoek van De Breed & Partners uit 2005. Een HBO’er begint met een salaris van gemiddeld € 1.988,- per maand bij een 40-urige werkweek, een leraar in het basisonderwijs begint daarentegen met € 2.120,- en leraar uit het voortgezet onderwijs met € 2.198,-.


Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide