• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Als clown naar Ugandese ex-kindsoldaten

 

Susan Gerritsen (20) en Lucie Vernhout (39) bezochten als clown twee rehabilitatiecentra voor kindsoldaten in Uganda. Aan Viva vertelden zij over hun ervaringen, de vergeten oorlog in dit Afrikaanse land en de positieve invloed van de lach op een trauma.

 

Susan:

In het kamp hadden we veel persoonlijk contact met de kinderen. Zo ontmoetten wij Lydia. Nadat zij tijdens een nachtelijke aanval van het rebellenleger gevangen was genomen, zou ze vermoord worden, om de andere gevangen kinderen bang te maken. Ze mocht zelf kiezen hoe dat moest gebeuren: wilde ze doodgeknuppeld worden, in stukken gehakt of verkoos ze dat haar nek werd gebroken? Op het laatst moment werd besloten ‘dat ze toch nog nodig was’. Ze werd als vrouw aan een rebellenleider gegeven en ze kreeg een kind van hem, maar dat overleefde het harde leven in de bush niet. Pas na zes jaar wist Lydia te ontsnappen.

Alle kinderen in de kampen hebben gruwelijke dingen meegemaakt. Het was heel wonderlijk om te zien dat zij, ondanks alles wat ze hebben meegemaakt, nog steeds in staat zijn om te lachen en te spelen. Toen ik zag hoe hun ogen straalden tijdens onze optredens, wist ik: het is goed dat we zijn gegaan. Deze kinderen mogen niet het gevoel hebben dat ze door iedereen vergeten zijn.’

 

Lucie: ‘In november 2004 gingen Susan en ik namens stichting Soulmates naar Uganda. Soulmates wil kinderen in en uit crisisgebieden op een creatieve manier een hart onder de riem steken. Het plan was om met zes clowns een vluchtelingenkamp in Kotido te bezoeken, in Noordoost-Uganda. Eerlijk gezegd zag ik het eerst niet zo zitten. Het betreffende gebied staat namelijk bekend als behoorlijk onveilig. Maar hoe meer ik me er in ging verdiepen, hoe meer ik dacht: ja, we móeten er juist wel heen. Al achttien jaar woedt er een vreselijke oorlog in het land tussen het regeringsleger en het rebellenleger ‘Lord Resistance Army’. Maar internationaal gezien wordt deze oorlog naar mijn idee een beetje vergeten.’

Susan: ‘Op mijn zestiende volgde ik een workshop clownerie. Een speciaal moment was een optreden voor een meervoudig gehandicapt jongetje. Zijn gezicht glom, zijn ogen straalden. Hij leek even erg gelukkig en ik wist: hier wil ik verder mee! Clown zijn is geweldig. Alle normen waar je je als volwassene aan moet houden, kun je even loslaten. Over hoe je je in verschillende situaties moet gedragen, bijvoorbeeld, maar ook wat de betekenis van dingen is. Zo kan een bord voor een clown een spiegel zijn, of een stuur, of een hoed, enzovoort, wat je maar wilt! Dit vrije, creatieve denken in het hier en nu sluit aan bij het kind zijn, en zorgt altijd eer voor een ‘klik’ tussen de clown en het kind’

Negatief reisadvies

Lucie: ‘Drie weken voordat de clownsgroep naar Uganda zou gaan – alles was geregeld, de tickets waren gekocht – kwam het bericht dat de reis op dat moment te risicovol zou zijn. Het was plotseling erg onrustig in het gebied waar we naar toe zouden gaan. Wat nu? De organisatie die ons had uitgenodigd, Medair, stelde voor dat we naar een ander deel van het land zouden gaan. We konden daar twee rehabilitatiekampen van ex-kindsoldaten bezoeken. Maar ook voor dit gebied gold vanuit Nederland een sterk negatief reisadvies.’

Susan: ‘De vier anderen van onze groep besloten om niet meer te gaan. Dat kan ik heel goed begrijpen. Er was ook maar heel weinig tijd om ons voor te bereiden op de nieuwe omstandigheden, want een rehabilitatiekamp voor kindsoldaten is natuurlijk wel anders dan een vluchtelingenkamp. De kinderen voor wie we nu zouden gaan optreden, zijn nog zwaarder getraumatiseerd omdat ze niet alleen veel geweld hebben gezien, maar het zelf ook hebben moeten plegen. Lucie en ik besloten toch te gaan en te vertrouwen op de inschatting van de locale hulpverleningsinstanties. Als zij zouden aangeven dat de kans dat wij in een aanval zouden belanden klein was, dan zouden we het erop wagen.

Lucie: ‘Toch was het wel een lastige beslissing. Kijk, als je medische zorg of voedsel gaat brengen, weet je zeker dat het nut heeft. Dan heb je meetbare resultaten. Maar is het brengen van een lach ook zinvol genoeg om je leven voor te riskeren? Gesteund door verschillende onderzoeksresultaten die uitwijzen dat lachen een positieve invloed heeft op het verwerken van trauma’s, pakten we toch onze spullen.’

Susan: ‘Mijn vrienden en mijn ouders reageerden in eerste instantie niet echt positief. Sommigen vonden mij zelfs echt gestoord! Anderen hadden de stille hoop dat het uiteindelijk niet door zou gaan. Maar toen ze merkten dat ik niet van het idee af te brengen was, zijn ze wel achter me gaan staan.’

Lucie: ‘Hoewel ik wel vaker naar een ontwikkelingsland was geweest, was het dit keer voor mijn omgeving moeilijk te begrijpen. Sommigen reageerden superbezorgd, alsof ze er vanuit gingen dat ik niet meer levend terug zou komen. Van anderen kreeg ik wel veel steun. Maar het is uiteindelijk, zeker bij zo’n reis, belangrijk dat je zèlf de overtuiging hebt dat het goed is om te gaan. En ik vond dat deze kinderen het echt nodig hadden om aandacht te krijgen.’

Nachtelijke ontvoeringen

Susan: ‘80% van de strijders van het rebellenleger dat Uganda terroriseert is minderjarig. Al deze kinderen worden ontvoerd en onder dwang ingelijfd. Dat gebeurt al jaren, maar de laatste twee jaar neemt het excessieve vormen aan: in die periode zijn er meer dan 25.000 kinderen ontvoerd. Sommigen van deze kinderen zijn nog maar 7 jaar. De ontvoeringen gebeuren vooral ’s nachts; dan worden dorpen overvallen door het rebellenleger. De kinderen worden soms gedwongen om hun eigen familie te vermoorden, zodat ze niets meer hebben om naar terug te keren. Wanneer ze weigeren, lopen ze kans zelf te worden vermoord. Of hun oren of lippen worden afgesneden, of er worden lichaamsdelen afgehakt. Andere manieren om de kinderen psychisch te breken is bijvoorbeeld door hen het afgehakte hoofd van een vriendje urenlang te laten meedragen. Huilen mag niet, dan worden ze nog meer gemarteld…’

 

Lucie: ‘Het rebellenleger wordt aangevoerd door Joseph Koni. Bij iedere aanval stuurt hij kinderen voorop, zodat zij het eerst beschoten worden. Ook meisjes worden ingezet als kindsoldaat of ze worden als seksslavin aan één van de legercommandanten gegeven. Koni wordt door zijn volgelingen gezien als profeet. Zijn doel is om van Uganda een religieuze staat te maken en het te regeren volgens de tien geboden. Maar van het gebod ‘Gij zult niet doden’ trekt hij zich vooralsnog totaal niets aan. Zo geeft hij opdracht om willekeurig grote aantallen burgers te vermoorden. Koni rekruteert voor zijn leger vooral kinderen omdat zij makkelijker te indoctrineren zijn. Daarbij en is de kans dat ze weglopen niet groot,want waar moeten ze heen? Een terugkeer naar de maatschappij wordt hen praktisch onmogelijk gemaakt. Zo wordt hen verteld dat ze nergens meer heen kunnen: iedereen, de bevolking van Uganda en het regeringsleger, zal hen haten en mogelijk doden om wat ze hebben gedaan. Wanneer er kinderen toch weten te ontsnappen, worden ze opgevangen in één van de verschillende rehabilitatiecentra die er zijn. Wanneer de gevluchte kinderen daar aankomen, zijn ze volledig uitgeput. Vaak hebben ze dagen achtereen gelopen. Zonder eten en zonder drinken; om toch nog wat vocht binnen te krijgen drinken ze soms hun eigen urine.’

Susan: ‘Voor ons vertrek, hebben we ons uitgebreid ingelezen. Wat hebben de ex-kindsoldaten allemaal meegemaakt? Ook moesten we ons programma opnieuw bekijken omdat deze kinderen veelal wat ouder waren. En we vroegen ons bijvoorbeeld af of het wel verstandig zou zijn om met ballonnen te werken. Een knallende ballon, zou dat niet teveel lijken op een geweerschot?’

Duizenden balonnen

Lucie: ‘We vlogen vanuit Nederland naar Kampala, de hoofdstad van Uganda. Van daaruit reisden we met een klein vliegtuig door naar Gulu. Vanwege deze binnenlandse vlucht mochten we maar 15 kilo bagage meenemen. Omdat we onder andere een paar duizend ballonnen bij ons hadden en nog vele andere attributen, zaten we daar ruim overheen. Als oplossing hebben we onze clownskleding maar aangetrokken en onze zakken volgepropt. Mijn schoonzus had een clownsjasje met wel zestien zakken genaaid. Zo konden we de extra kilo’s bij ons persoonlijke gewicht optellen.

Susan: ‘Toen we na de eerste dagen, die we doorbrachten in redelijk veilig gebied rond het centrum van Gulu, doorreisden naar Lira’, begonnen we wel wat te voelen van de oorlogsdreiging. Reizen tussen deze grote steden is best gevaarlijk, je kunt overvallen en beschoten worden. Of ontvoerd. Maar gelukkig kwamen we veilig aan in het hotel. Daar hoorden we dat er een paar dagen eerder een aanval was geweest op maar 35 km afstand. Dat was wel even slikken. We realiseerden ons toen dat we echt in een gevaarlijke situatie zaten. Bovendien waren er in het hotel ook belangrijke leiders aanwezig, en de militaire top, allemaal doelwitten van het rebellenleger. Maar door ons drukke programma was er niet veel tijd om daar over na te denken. Soms stonden we ’s ochtends al om half zes naast ons bed om bijvoorbeeld ballonnen op te pompen. En ’s avonds waren we vaak weer zo druk met de voorbereidingen voor de volgende dag dat we uitgeput in slaap vielen.’

 

Lucie: ‘Wij hadden eigenlijk verwacht dat het wel even zou duren voordat de kinderen aan ons gewend waren en we samen met hen plezier konden maken. Ook omdat ze in Uganda helemaal geen clowns kennen. Maar van te voren was hen al verteld wie en wat wij waren. We kregen zelfs een heel hartelijk welkom door de kinderen; ze gingen voor ons zingen en daar kwam geen einde aan! Telkens wanneer wij met onze openingsact dachten te kunnen beginnen, werd er weer een nieuw lied ingezet. Erg leuk maar ook wel enigszins verwarrend, dat was meteen al improviseren dus.’

 

Susan: ‘Na overleg met de leiding bleken spelletjes met ballonnen geen probleem te zijn. Zelfs het spelletje waarbij iedereen een ballon aan zijn been kreeg gebonden en waarbij je die dan bij de ander moest proberen stuk te trappen, werd erg leuk gevonden. Verder leerden we de kinderen jongleren en eenvoudige acrobatenacts uitvoeren. Als dat lukte, glommen ze van trots! Dat was geweldig om te zien. Die jongleerballen maakten we met de kinderen zelf: van plastic zakjes, zand en ballonnen kun je hele mooie ballen maken. In Nederland vullen we de ballen vaak met bloem, maar om voedsel voor zoiets te gebruiken in een arm land als Uganda is niet passend natuurlijk. En met zand gaat het ook prima.’

 

Een muur tussen het verleden en de toekomst

Lucie: ‘Het contact met de kinderen was echt goed. Natuurlijk hebben we ons van te voren best afgevraagd of we in zo korte tijd wel iets positiefs zouden kunnen bereiken. Die kinderen hebben zoveel meegemaakt, en daar komen wij dan aanzetten met onze rode neus... Maar toen we ze zagen lachen en spelen, wisten we dat we het niet voor niets hadden gedaan. Het was goed om hen even mee te nemen naar een andere wereld. Om een beetje mee te bouwen aan een muur tussen hun verleden als kindsoldaat en hun toekomst als vrij kind.’

 

Lucie: ‘In de rehabilitatiecentra krijgen de kinderen hulp bij traumaverwerking. Iedere week krijgen ze persoonlijke counseling. Dan spelen ze bijvoorbeeld hun tijd bij het rebellenleger na. Of ze maken tekeningen over de oorlog. Van de meeste kinderen wisten wij niet precies wat hun persoonlijke achtergrond was en dat was ook niet nodig. We waren er om de kinderen in het hier en nu een fijne tijd te geven; het verleden was niet relevant. Wel woonden we een interview met twee kinderen bij.’

Susan: ‘Opvallend was dat deze kinderen over zichzelf spraken in de derde persoon enkelvoud. In de bush nemen ze een andere naam aan, omdat ze hun eigen naam niet willen geven aan het rebellenleger. Wanneer ze later praten over de gruwelijkheden waartoe ze zijn gedwongen, spreken ze er vaak over alsof het een ander betreft. Zo ontmoetten we Lydia, het meisje dat haar eigen dood had moeten kiezen en later als seksslavin werd uitgehuwelijkt. Zij vertelde over haar tijd bij het rebellenleger als ‘Betty’. Soms zag je daarbij wel emoties naar boven komen. Tom, een jongen die op zijn veertiende was ontvoerd, vertelde daarentegen uiterlijk onbewogen hoe hij, toen hij weigerde iemand te vermoorden, het oor van die persoon moest afsnijden en opeten. Daarna werd hij gedwongen zich helemaal in te smeren met het bloed van de vermoorde persoon, als teken dat hij nu bij het rebellenleger hoorde.’

 

Lucie: ‘Naast counseling om hun oorlogsverleden te verwerken, worden de kinderen in het kamp ook sociale vaardigheden bijgebracht. Ze leren dat er één plek is waar je naar de wc gaat, of waar je je afval dumpt. Dat stelen niet mag. In hun cultuur is stelen namelijk iets positiefs, wanneer je daarmee iets goeds voor je familie doet. Na een aantal maanden in het kamp wordt gezorgd dat de kinderen weer naar hun ouders – als die nog leven – of andere familieleden worden gebracht. Er wordt echt goed werk verricht in deze kampen. Als je ziet hoe de kinderen in de kampen aankomen: met lege, doodse ogen, volslagen kapot. Wanneer ze weggaan, zijn ze toch weer opgeleefd.’

Christelijke geloofsovertuiging

Susan: ‘Soulmates werkt vanuit een christelijke geloofsovertuiging en voor ons is dat heel belangrijk. We wilden iets van Gods liefde laten zien. Maar we gingen niet naar Uganda om de kinderen te bekeren. We wilden simpelweg overbrengen: jij mag er zijn. Jij bent belangrijk genoeg dat er iemand speciaal vanuit Nederland naar je toekomt om jou aan het lachen te maken.’

Lucie: ‘Met al het leed is het logisch dat ze denken: niemand maakt zich druk om mij, niemand weet wie ik ben. We wilden hen laten merken dat ze niet vergeten zijn. En dat ze zichzelf niet hoeven te haten om wat er is gebeurd. Natuurlijk hadden we niet de illusie dat we trauma’s zouden kunnen wegnemen maar een lach werkt wél ontspannend. Het heeft een positieve invloed op het verwerkingsproces.’

 

Susan: ‘Ons vertrek uit het kamp was aangrijpend. De kinderen leken niet goed te snappen dat wij weer weggingen. Ze bleven zeggen: “Tot morgen hè.” We hebben ook nog vluchtelingenkampen bezocht. Deze liggen rondom de steden waar het redelijk veilig is. Er wonen in totaal anderhalf miljoen Ugandese mensen in vluchtelingen-kampen. Veel kinderen uit zulke kampen gaan ’s avonds naar het centrum van de stad om daar ergens op de grond te slapen, ook al is het uren lopen. Uit angst, om maar niet ’s nachts door de rebellen ontvoerd te worden. De volgende morgen gaan ze dan weer terug.’

 

Lucie: ‘Tijd om toeristische dingen te ondernemen hadden we niet. Dat was wel jammer, want er zijn prachtige dingen te zien in Uganda. Als we nog eens terug gaan dan willen we zeker één van de nationale parken gaan bezoeken. Uganda is werkelijk een schitterend land en wordt daarom wel ‘de parel van Afrika’ genoemd. Het is ook niet overal zo onveilig hoor. Uganda is ongeveer zeven keer zo groot als Nederland en naar een deel van dit land kun je prima op vakantie. En de Ugandese mensen zijn erg goedlachs, dat is bijzonder gezien hun omstandigheden.’

Susan: ‘Ze hebben haast niets, leven vaak onder constante druk en onveiligheid. Toch zijn ze vrolijk, en trots op de paar dingen die ze hebben. Wij hebben, ondanks de oorlog, ons hart verloren aan Uganda!’

© Lydia van der Weide 

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide