• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Depressieve partner


Hoe ga je om met een partner die aan een depressie lijdt? Ilse (29) deed er een tijd over om te ontdekken dat haar man ernstig depressief was. Wat moet je dan doen? Zelf was zij een tegenovergesteld type: ondernemend en levenslustig. Hoewel het niet altijd even makkelijk is, steunt zij haar man in zijn strijd zijn depressie te overwinnen.

Drie jaar geleden was ik het op een vrijdagavond hélémaal zat. Hans reageerde nergens op en was opnieuw verschillende afspraken niet nagekomen. Zoals al maanden het geval was, was het moeilijk om iets uit hem te krijgen. Het heeft anderhalf uur geduurd voordat hij toegaf dat hij er geen zin meer in had. Ik schrok me rot. We waren net verhuisd, hadden een kindje van één. We dachten er zelfs over om een tweede te krijgen. En nu zag hij onze relatie niet meer zitten! Maar dat bedoelde hij niet. Hij had helemaal nergens meer zin in. Het liefst zou hij een einde aan zijn leven maken.


Ik raakte verschrikkelijk van slag toen ik het hoorde. Ik vond het heel erg voor hem. Wat moest hij niet allemaal hebben doorgemaakt de afgelopen tijd! Maar ik was ook boos. Waarom had hij dit niet eerder verteld? En hoe zat het dan met het tweede kindje waar we op hoopten, dat sloeg dan toch ook nergens op? Jaren eerder had Hans een kleine burn-out gehad. In die tijd heeft hij een keer tegen mij gezegd: ik ben zo bang dat ik me met de auto in de vangrail rij. Maar een paar weken later leek het al weer veel beter met hem te gaan. En nu was het dus weer mis, veel erger dan toen. Zijn zelfdodingplannen waren nog niet concreet, maar wel heel serieus.


Volledig overstuur zijn we die avond gaan slapen. In bed hebben we allebei nog veel gehuild, pas tegen de ochtend vielen we in slaap. De volgende dag hebben we de hele dag tegenover elkaar aan tafel gezeten. Hoe moest het nu? Ik vond dat hij het aan zichzelf en aan zijn gezin verplicht was om hulp te zoeken. Ook probeerde ik andere oplossingen aan te dragen. Kwam het door stress? Wilde hij soms een paar weken in zijn eentje weg om tot zichzelf te komen? Was er iets anders waarmee ik hem kon helpen? Maar alles wat ik aandroeg werd van tafel geveegd. Hij wist het gewoon niet, kon en wilde niets meer. De maandag na dat gesprek zat hij bij de dokter, die hem gelukkig heel serieus nam en direct een ernstige depressie constateerde. Dat was voor ons allebei een opluchting: er was duidelijk écht iets aan de hand. Diezelfde middag zat Hans al bij een psychiater. Hij besloot dat hij aan zijn neerslachtige gevoelens zou gaan werken; ik zou hem daar zoveel mogelijk bij helpen.

Hoe vreselijk die eerste tijd toen ook was, ik had toch het idee: dit lossen we wel op. Over een half jaar is alles weer oké. Ik denk dat hij dat ergens toch ook dacht. Maar zo snel is het dus niet gegaan. We zijn nu bijna drie jaar verder en het gaat wel íets beter, maar nog lang niet helemaal goed. Ook voor mij is dat vaak zwaar. Ik doe mijn best om hem te steunen, maar het is moeilijk om vrolijk en sterk te blijven als je het idee hebt dat dat er helemaal niet toe doet en je er toch alleen voor staat. Ik geef eerlijk toe dat ik echt wel eens heb gedacht: ik ga weg, ik kan dit niet meer. Maar ik heb het niet gedaan. Niet alleen omdat hij de vader is van mijn kinderen, maar simpelweg omdat ontzettend veel van hem houd. Hij is een bijzonder mens; degene met wie ik mijn leven wil delen, hoe dan ook.

 

Ik leerde Hans kennen toen ik nog maar veertien was. We zoenden tijdens een feestje en binnen een aantal weken hadden we echt verkering. We waren hecht, maar lieten elkaar ook vrij. Zo ging ik geruime tijd als au-pair naar het buitenland. Hij heeft me daar bezocht en toen ik terugkwam pikten we de draad van onze relatie gewoon weer op. We zijn gaan samenwonen toen ik communicatiewetenschap ging studeren. Hans vond al snel een leuke baan bij een productiebedrijf. Wat mij betreft liep alles perfect. Buiten die korte burn-out van Hans, ging het met hem ook goed. Wel was ons leven altijd hectisch. Hans wisselde een aantal keren van baan en we zijn een paar keer verhuisd. Daardoor waren we voortdurend aan het verbouwen en was er weinig tijd voor ons samen. Misschien had ik toen al moeten zien dat het niet goed met Hans ging. Maar ik was erg gelukkig, en ik dacht hij ook. Toen raakte ik op mijn vierentwintigste onverwacht zwanger. Terwijl we eigenlijk net besloten hadden voorlopig nog geen kinderen te krijgen! Ik moest daar even aan wennen, maar Hans vond het meteen heel leuk. 


Achteraf zie ik de komst van onze zoon als een keerpunt. Vanaf toen is Hans veranderd, al hadden we dat op dat moment zelf niet in de gaten. Maar onze hectische manier van leven was te stressvol voor hem. Hij kreeg steeds vaker last van lusteloze, bijna levensloze buien. Hij zat maar passief op de bank en als ik wat aan hem vroeg kwam er geen woord uit. Hij toonde geen enkel initiatief, deed nooit meer boodschappen en ook van koken kwam niets meer. Terwijl hij dat daarvoor juist heel vaak deed!


De situatie was niet continu zo hoor: het kwam voor in periodes, maar die periodes duurden wel steeds langer en gebeurden steeds vaker. Eerlijk gezegd kon ik daar slecht mee omgaan. Ik ben nogal een ongeduldig en heetgebakerd type. Dus als ik weer eens geen respons kreeg, sprong ik uit mijn vel. Ik hoopte daarmee een reactie uit te lokken, maar meestal reageerde hij amper. De communicatie tussen ons verdween volledig en we kregen regelmatig heftige ruzies. En voor het eerst werd hij dan ook ontzettend boos op mij. Blind van woede was hij dan, heel eng. Voor mij, maar achteraf vooral voor hemzelf.


Toen werd dus vastgesteld dat hij een depressie had. Hij werd doorverwezen naar een psychiater, voor medicijnen en therapie. De medicijnen hielpen wel iets, gelukkig. Hij kwam uit de aller-diepste put. Verder kreeg hij gesprekstherapie. Er bleken veel dingen uit zijn jeugd scheef te zitten. Bij hem thuis was weinig openheid of hartelijkheid. Hans heeft nooit goed geleerd om met emoties om te gaan, om zich te uiten. Ik denk dat dit onvermogen zeker heeft bijgedragen aan zijn depressie, maar ik denk ook dat de aanleg van de ziekte hem in de genen zit. Zo slikt zijn broer bijvoorbeeld ook antidepressiva. Maar daar wordt door hen niet over gepraat. Hans wil zelf absoluut niet dat zijn ouders iets van zijn problemen weten. Hij is bang dat er geen begrip zal zijn en dat ze hem niet serieus nemen. Sowieso wilde hij liever niet dat mensen het wisten, nog steeds niet. Dat respecteer ik. Ik heb wel aangedrongen dat ik het aan mijn ouders mocht vertellen. Ik heb een goede band met hen en wilde niet met zo’n geheim leven. En gelukkig zijn er een paar goede vrienden die op de hoogte zijn. Er wordt weinig over gesproken, maar toch scheelt het enorm dat zij het wél weten.


Hans vond zelf dat de gesprekken met de psychiater een goede uitwerking hadden. Maar ik zag eigenlijk niet veel verschil. Ook vind ik het heel jammer dat zijn psychiater mij nooit heeft betrokken bij de gesprekken. Ik had dat best gewild, maar omdat ik wel voelde dat Hans het niet zo nodig vond, heb ik niet aangedrongen. Toch zou het prettig zijn geweest, dan had ik misschien wat tips kunnen krijgen. Want Hans’ stille, teruggetrokken buien bleven, en voor mij is het nog steeds moeilijk om daarmee om te gaan. Ons liefdesleven kwam op een heel laag pitje te staan en ik had vaak het gevoel dat hij niet van mij hield.


Ik denk niet dat ik een erg geschikt karakter heb om iemand met een depressie op te vangen. Troosten vind ik moeilijk. Ik ben meer van: hup, schouders eronder en weer doorgaan; ik probeer alles tot in het oneindige positief te bekijken, altijd oplossingen te zoeken. Mijn manier van Hans helpen, was dan ook vooral om met ideeën te komen aanzetten. Ga hardlopen, bijvoorbeeld; hardlopen heeft een goede uitwerking op depressie, dat is bewezen. Of sluit je aan bij een clubje, zoek contact met lotgenoten, houd een dagboek bij… en ga zo maar door. Maar hij volgde geen enkel advies op. Hij heeft welgeteld één keer hardgelopen de afgelopen jaren. De artikelen of boeken die ik in huis haalde en voor hem klaarlegde, bleven ongelezen. Nou ja, ík las ze wel, maar hij raakte ze niet aan! Ik weet inmiddels dat passiviteit een symptoom is van zijn ziekte, dat hij het vast gewoon niet kon opbrengen, maar voor mij was het af en toe net alsof hij het niet wílde. En hoe ik dan ook probeerde rustig te blijven, soms verloor ik toch mijn geduld. Niet goed natuurlijk, daar hielp ik hem niet mee. Nu denk ik dat ik hem vaak te veel op zijn lip zat. Omdat ik niets anders deed dan hem pushen, ontnam ik hem de mogelijkheid om zelf wat te bedenken.


Het tweede kindje hadden we in eerste instantie uitgesteld, maar na een jaar leek het toch langzaam beter te gaan met Hans, en met ons. We besloten ervoor te gaan en hebben toch nog een dochter gekregen. Dat voelde goed. Hoewel ik niet helemaal wist hoe onze toekomst zou zijn, en soms, als het me allemaal teveel werd, ook wel twijfelde óf wij wel een toekomst samen hadden, kon een beslissing om nog een kind met hem te krijgen nooit fout zijn. Hans is een geweldig lief mens, en een fantastische vader. Dat hij de vader van mijn kinderen is, zal ik nooit betreuren, dat weet ik zeker.


Een half jaar geleden had ik sterk het gevoel dat het beter ging. Dat stemde me vrolijk. Op een dag zei ik het ook: ‘Nou, het gaat goed hè?’ Dat vond hij dus helemaal niet. En ik had het nog niet gezegd of het ging duidelijk weer veel slechter. Ik merkte toen dat ik het eigenlijk niet meer aan kon. Ik was het zó beu om alleen maar toeschouwer te zijn in mijn eigen leven! Ik zou haast zélf depressief worden. Vooral uit zelfbescherming ben ik me wat minder op Hans gaan focussen en meer dingen gaan doen die ik zelf leuk en belangrijk vind, zoals afspreken met vriendinnen. En dat blijkt voor ons beiden positief. Het geeft mij rust, maar hem ook. Ik weet nu dat ik al die jaren niet mezelf ben geweest. Ik was zo bang dat als ik iets fout zou doen, hij bij een ruzie de deur uit zou lopen en niet meer levend terug zou komen, dat mij dat verlamde. Onze relatie was meer gebaseerd op het elkaar ontzien dan op ‘houden van’. We moeten er allebei aan werken om de liefde tussen ons weer terug te vinden.


Ergens is dit alles voor mij wel een leerzame situatie. Ik ben letterlijk al mijn halve leven samen met Hans en we deden ook altijd veel samen. Het is goed om te zien dat we boven alles twee aparte mensen zijn die elkaar wel kunnen steunen, maar niet op elkaar moeten leunen. Daarnaast is het misschien wel goed om te zien dat ik niet overal controle over kan hebben. Het liefst heb ik dat wél, heb ik altijd de touwtjes in handen. Maar in dit geval kan ik geen invloed op de situatie uitoefenen. Dat is eng en vreemd, maar ik begin het langzaam te accepteren. Ik kan alleen mijn eigen leven leiden, niet dat van hem.


Het is misschien nog te vroeg om het te zeggen, maar ik zie dat hij meer dingen onderneemt. Zo heeft hij onlangs een advertentie van een gespreksgroep uitgeknipt, bijvoorbeeld. Niet dat hij daar dan ook echt heen gaat, dat nog niet, maar ja, het is toch al iets. Daarnaast heeft hij contact gezocht met een goede vriendin van ons, die ook in therapie zit. Hij belt haar regelmatig en het doet hem goed met haar te praten. Dat vind ik al heel fijn want meestal laat hij er zich tegen niemand over uit, ook tegen mij niet. Dus hopelijk is dit een teken dat er toch een stijgende lijn in zit. Zijn schaamte neemt af, ik voel zijn wil om er iets aan te gaan doen, en daar ook moeite in de steken. Zo is hij van plan om opnieuw therapie te gaan volgen. Ik ben trots op hem hoe hij daar nu mee omgaat.


Ik denk dat de kans bestaat dat het nooit meer 100% goed komt met Hans. Ik vrees dat hij altijd gevoelig voor depressies zal blijven. Er zullen vast periodes zijn dat het beter gaat, maar er zullen ook weer tijden komen dat het minder gaat. Ik hoop dat hij er een vorm kan vinden om er beter mee om te gaan. Dat hij zelf alert wordt op de symptomen en een manier vindt om dit in zijn dagelijks leven te passen. Door bijvoorbeeld altijd medicijnen te slikken. Als dat echt helpt, waarom niet? Maar daar wil hij nog niet aan, hij ziet dit toch als een soort falen. Hij blijft hopen dat hij gewoon geneest. Als hij zou accepteren dat hij ziek is, is volgens mij de eerste stap al gezet. Maar nu ben ik weer voor hem aan het denken... Dat moet ik nu juist niet doen. Ach, ik weet niet hoe het loopt met ons, maar ondanks alles zie ik de toekomst wel positief. De ontwikkeling van de laatste tijd geeft me vertrouwen dat we er wel uit komen!’

 

 

© Lydia van der Weide


Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide