• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Angst voor overgeven

Margaret Massop (30) heeft een boek geschreven over haar fobie: angst voor overgeven. Waar komt het vandaan en hoeveel mensen hebben dat? Zij ging op onderzoek uit. Veel van de lijders aan deze fobie denken dat alleen zij dat hebben. Literatuur erover bestond niet, ook niet in het buitenland. Dus schreef Margaret er zélf maar een boek over: Misselijk van angst. Het is bedoeld voor mensen die er aan lijden én voor hulpverleners. Want een van de problemen is dat ook therapeuten het verschijnsel nauwelijks kennen.

Afgelopen kerst werd mijn man opeens niet lekker. Toen ik aan zijn gezicht zag dat hij moest overgeven, ben ik op mijn sokken naar buiten gespurt. Het vroor vijf graden! Maar ik stond duizend maal liever in de kou, dan dat ik zijn overgeven zou horen of zien. Die nacht heb ik maar drie uurtjes geslapen uit angst dat ik net als hij buikgriep zou krijgen. Uit voorzorg leefde ik de volgende dag op beschuitjes, maar gelukkig bleef ik gespaard.

Al jarenlang wordt mijn leven beheerst door de angst voor overgeven: ik heb emetofobie. Gelukkig heb ik er, ondanks veel belemmeringen, ook iets positiefs uit weten te halen. Door therapie heb ik veel zelfkennis gekregen en doordat ik een boek over deze fobie heb geschreven dat net is uitgekomen, werk ik eraan mee dat emetofobie meer bekendheid krijgt. Dat vind ik heel belangrijk. Ik heb zelf lang gedacht dat ik de enige was met dit bizarre probleem en ik weet dat veel andere emetofoben dat ook denken. Maar het is absoluut niet waar. Het staat zelfs nummer zeven op de lijst van de meest voorkomende fobieën.

Mijn fobie heeft een lichamelijke aanleiding: rond mijn achttiende kreeg ik last van misselijkheid. Ik snapte er niets van. Ik heb verschillende onderzoeken laten doen, maar er kwam niets uit. De misselijkheid werd steeds erger. Ik had er 24 uur per dag last van. Daardoor was ik me constant bewust van de mogelijkheid dat ik zou moeten overgeven. Overal waar ik was, keek ik daarom even snel hoe ik het beste zou kunnen wegkomen, mocht dat gebeuren. Het leek me afschuwelijk om in gezelschap ziek te worden. Hoe zenuwachtiger ik daarvoor werd, hoe meer de misselijkheid toenam.

Moeilijke situaties waren bijvoorbeeld restaurantbezoekjes en feestjes. Ook het openbaar vervoer vond ik naar, omdat ik me daar opgesloten voelde. Liever nam ik de auto, dan kon ik altijd zelfstandig ‘vluchten’. Ook winkelen en lunchen met collega’s vond ik niet fijn. Overal waar ik kwam had ik mijn ‘antennes’ uitstaan. Mijn interne antenne: hoe voel ik me, wordt de misselijkheid erger? Als het misgaat, waar kan ik heen? Plus mijn externe antenne: hoe gaat het met de anderen, voelen zij zich wel lekker? Is er niemand bleek, als teken dat hij zo gaat overgeven? Want dat zou kunnen betekenen dat ik van walging ook zou moeten overgeven. Ik probeerde er zoveel mogelijk tegen te ondernemen: ik wilde mijn leven niet laten bepalen door mijn misselijkheid. Maar heel langzaam, heel subtiel begon ik dingen toch te ontwijken. Want zo gaat dat met een fobie: er is niet één bepaald moment waarop je besluit: nu doe ik dit of dat niet meer. Maar zonder dat je het zelf in de gaten hebt, sluipt het erin, tot je bepaalde situaties zo lang niet meer bent aangegaan dat ze onverdraaglijke spanning met zich meebrengen.

Na de millenniumwisseling werd mijn angst opeens veel erger. Die oudejaarsavond werd ik in een kroeg heel beroerd. Niet van de drank; ik had amper wat op. Maar ik werd afschuwelijk misselijk en dacht echt dat het mis zou gaan. Ik raakte volledig in paniek en dat was zo’n angstaanjagende ervaring, dat niet-overgeven vanaf dat moment een echte obsessie werd. Toen ik op het punt belandde dat ik zelfs moeite kreeg met de supermarkt en besprekingen op mijn werk, wist ik dat het zo niet langer kon.

Wat voor gekke fobie ik nu eigenlijk had, dat wist ik niet. Het leek op straatvrees, omdat ik haast de deur niet meer uitdurfde, maar toch was het weer heel anders. Ik ben op internet gaan zoeken en kwam op een Engelstalige site met een forum. Ik ontdekte dat er een woord was voor wat ik had: emetofobie. Het viel me op dat het forum vooral werd bezocht door vrouwen van mijn eigen leeftijd en dat de meesten, net als ik, misselijkheidklachten hadden. Ik herkende veel in hun verhalen. Door te zien hoe de fobie zich bij anderen uitte, kreeg ik meer inzicht in mijn eigen gevoel en gedrag.

Ik heb een lijstje gemaakt van alle situaties die voor mij beangstigend waren en een psycholoog gezocht om samen met hem aan deze lijst te werken. Maar hij koos voor de standaardbehandeling bij fobieën: ‘exposure’, oftewel blootstelling. Langzaam moest ik mezelf met overgeven confronteren, door het bekijken van foto’s van overgevende mensen bijvoorbeeld. Ook moest ik een computerspelletje doen waarbij je een achtbaan bouwt; als je het niet goed doet, gaan de poppetjes overgeven. Die oefeningen waren heel moeilijk, maar het bracht wel wat gewenning. Als ik dat niet had gedaan, had ik dit gesprek niet eens kunnen voeren: ik kon in die tijd helemaal niet over overgeven práten, zo beladen was het. Toch hielp deze therapie niet in de dagelijkse praktijk. Er bleven veel situaties die me ondraaglijk veel angst aanjoegen en de misselijkheid bleef heftig aanwezig. Ik weet dat veel mensen denken dat iemand met een fobie gewoon maar zwak is. Maar ze hebben geen enkel idee hoe verschrikkelijk veel energie en moed het kost om met die verlammende angst de meest simpele dingen nog te doen. En het verpest alles: een zogenaamd leuk feestje bezorgde mij zoveel misselijkheid en stress, dat er niets leuks meer aan was.

Omdat ik graag websites maak, besloot ik een Nederlandse site op te zetten over emetofobie. Ik dacht dat ik in Nederland een van de weinigen was met deze angst, omdat ik er nooit wat over hoorde. Ik had dus nooit verwacht dat het zo’n succes zou te worden. Maar binnen een half jaar had de website al honderden leden en dat aantal groeide maar door. Pas toen zag ik in hoe groot dit probleem is. Er waren zoveel mensen die net als ik dachten dat zij de enige waren!

Qua vermijdingsgedrag bleken er heel veel overeenkomsten. Veel emetofoben eten geen dingen die makkelijk bederven of iets dat over de houdbaarheidsdatum heen is. Drank laten ze staan; het zou slecht kunnen vallen. Ze gaan liever niet naar een restaurant, omdat ze dan geen controle hebben over wat ze op hun bord krijgen. En natuurlijk het vluchtwegen zoeken; het altijd alert zijn op hoe je weg komt mocht er ‘gevaar’ dreigen. De meeste vrouwen met emetofobie hebben een probleem met kinderen krijgen. Ze zijn bang voor de misselijkheid tijdens de zwangerschap en de bevalling. Of ze zijn bang dat ze niet voor hun kind kunnen zorgen als het ziek is. Zelf wil ik niet zeggen dat ik alleen door de angst voor overgeven nog geen kinderen heb, maar het speelt wel mee, zoals het bij élke beslissing in mijn leven meespeelt. Emetofobie is een heel complexe fobie, omdat het zo met je hele dagelijkse leven verweven is. Als je vliegangst hebt, kun je vliegen vermijden, maar met overgeven kan je altijd, op iedere moment en op iedere plek geconfronteerd worden. Dat maakt het lastig om het op te lossen. Het wordt nog bemoeilijkt doordat veel psychologen en huisartsen de fobie niet kennen en daardoor verkeerde diagnoses stellen. Emetofobie lijkt namelijk vaak op andere angststoornissen, zoals straatvrees, smetvrees of anorexia.

Het leek mij heel belangrijk dat er meer kennis zou komen over emetofobie en daarom heb ik besloten er een boek over te schrijven. Dat was er nog helemaal niet, zelfs niet in het Engels! Ik wilde graag dat het niet alleen uit persoonlijke ervaringen van mezelf en forumleden zou bestaan, maar dat het wetenschappelijk onderbouwd was, zodat het boek ook interessant zou zijn voor hulpverleners. Daarom heb ik veel research gedaan. Op basis van mijn onderzoek kan ik zeggen dat er tenminste 115.000 emetofoben in Nederland en België zijn. Dit cijfer is alleen gebaseerd op mensen die hulp zoeken; het zullen er dus vast nog veel meer zijn! Er zijn veel meer vrouwen met emetofobie dan mannen: 92% is vrouw en de gemiddelde leeftijd is 25. Dat emetofobie zoveel vaker voorkomt bij vrouwen wordt denk ik veroorzaakt door het feit dat hen meer is geleerd om netjes te zijn. Mannen mogen boeren, vies eten. Bij vrouwen zit meer schaamte. Emetofobie kan het gevolg zijn van een traumatische ervaring met overgeven, maar vaak ontstaat het als er in een angstaanjagende of stressvolle tijd wordt overgegeven. Die angst wordt dan gekoppeld aan het overgeven, in plaats van waar het eigenlijk om gaat. Als iemand vervolgens het overgeven gaat proberen te vermijden, kan een kleine angst al snel uitgroeien tot een heftige overgeeffobie.

Naast de overeenkomsten tussen mensen met een overgeeffobie zijn er ook veel verschillen. Zo ben ik vooral bang om over te geven waar anderen bij zijn, maar anderen hebben bijvoorbeeld vooral last van de angst om anderen te zien overgeven. Weer anderen zijn vooral bang voor het overgeven zelf, en maken zich minder druk over het oordeel van anderen. Zij hebben vooral last van vermijdingen die met hygiëne en eten te maken hebben. Vrijwel alle emetofoben hebben trouwens een hekel aan het woord braken. Het klinkt zo plastisch! Mijn uitgever wilde het woord overgeeffobie in de titel van mijn boek (Misselijk van angst – leven met een overgeeffobie, red) veranderen in braakfobie, maar ik heb haar geadviseerd dat niet te doen: volgens mij zou het zelfs een reden kunnen zijn voor emetofoben om het boek níet te kopen.

Een jaar geleden vroeg mijn vriend mij ten huwelijk. Ik heb ja gezegd en we hebben een datum geprikt. Ik heb mezelf toen als doel gesteld om van mijn fobie af te zijn vóór onze trouwdag en daar ben ik keihard aan gaan werken. Ik ging alle enge situaties juist opzoeken. Ik mocht geen nee meer zeggen van mezelf, ook al werd ik erg misselijk. Nu is het goed om je grenzen te verleggen, maar je moet er niet te hard overheen gaan. Dat deed ik wel, met gevolg dat ik extreem veel last kreeg van misselijkheidaanvallen, zelfs zo dat ik ervan moest kokhalzen. Ook op de ochtend van mijn trouwen heb ik twee aanvallen gehad. Gelukkig werd ik daarna rustig en heb ik toch van de dag kunnen genieten. Maar toen ik twee maanden na mijn trouwen nog steeds vreselijke misselijkheidaanvallen had, heb ik op advies van mijn nieuwe psycholoog besloten om het anders aan te pakken. Ik werk er nu aan om in redelijk eenvoudige situaties mijn ‘antennes’ uit te zetten, om dat daarna steeds verder uit te bouwen. Het was een behoorlijke stap terug: vrijwel alle afspraken buitenshuis naast mijn werk heb ik af moeten zeggen. Maar ik ben nu veel rustiger geworden en ik heb veel minder aanvallen van misselijkheid. Ik heb er vertrouwen in dat dit gaat werken, ook omdat het klikt met deze psycholoog en dat is heel belangrijk. Hij weet tot me door te dringen. Als hij zegt: so what, dan geef je toch gewoon een keer over?, dan kan ik eindelijk denken: inderdaad, wat dan nog? Het laatste jaar krijg ik steeds meer inzicht in mijn fobie. Zo zie ik in dat ik iedere situatie benader met de overtuiging ‘ik kan elk moment geconfronteerd worden met overgeven’. Deze overtuiging heb ik meegekregen uit mijn jeugd, omdat zowel mijn moeder als mijn zus aan migraine leden en er maandelijks in huis werd overgegeven. Maar die overtuiging heeft vaak niets met de werkelijkheid van dit moment te maken, en moet ik dus leren loslaten. Verder heb ik geleerd om onderscheid te maken tussen echte misselijkheid en andere nare lichamelijke gevoelens. Ik ontdekte namelijk dat ik álles voor misselijkheid aanzag: een gevoel van honger, van juist heel volgegeten zitten, van duizeligheid. Het is goed om dat allemaal apart te leren benoemen. Want als je simpelweg trek hebt, ga je echt niet overgeven! Die wetenschap helpt me. Tot slot begin ik langzaam in te zien dat overgeven helemaal niet zo erg is. Oké, het is vies, het is naar, maar het hoeft niet eng te zijn. Rationeel weet ik dat, maar nu gevoelsmatig nog! Dat zal nog wel even tijd kosten. Die antennes hebben zo lang aangestaan, die zet je niet zomaar even uit. Maar ik kom er wel, daar heb ik alle vertrouwen in.

Mijn man gaat gelukkig heel goed met mijn angst om. Hij oordeelt er niet over, het is voor hem iets wat op dit moment nu eenmaal bij me hoort. Hij neemt het me nooit kwalijk als ik niet mee ga naar uitjes van hem, zoals personeelsfeestje en familie-etentjes. Ik bof erg met hem! Ik vind het ook niet erg trouwens als hij die dingen wél doet zonder mij: de fobie is míjn probleem. Wanneer ik vast zit in een angstcirkel, weet mijn man mij daar met gerichte vragen uit te trekken. En soms ook door te gaan lachen, waardoor ik zelf ook het absurde van mijn gedachtegang inzie. Ik hoor van veel emetofoben dat ze zich schamen. Zelf ben ik heel open over mijn fobie, dat ben ik ook altijd geweest. Er zijn veel mensen die zich best kunnen inleven. Anderen snappen het niet, maar dat is dan pech. Natuurlijk is mijn kringetje wel uitgedund, ook omdat ik veel sociale dingen niet kan doen. Maar de échte vrienden die ik heb overgehouden, zijn voor mij veel belangrijker dan de oppervlakkige kennissen die ik ben kwijtgeraakt!’

© Lydia van der Weide

Misselijk van angst – leven met een overgeeffobie, Margaret Massop, Uitgeverij Houtekiet, € 12,50.

www.emetofobie.nl

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide