• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Viva artikel ...


Dwangmatig haren uittrekken


Trichotillomanie is een medische term voor dwangmatig haren uittrekken. Wat bij Ellen (26) en haar zusje begon als een gedachteloze handeling, zoals andere kinderen nagelbijten, ontwikkelde zich bij hun bijna tot een nachtmerrie. Zij vertelt over haar zoektocht naar de oorzaken van het haren uittrekken en naar mogelijkheden om dit probleem aan te pakken. Dat lukte haar uiteindelijk ook.

Ik moet een jaar of negen zijn geweest toen het begon. Samen met mijn zusje, dat anderhalf jaar jonger is dan ik, begon ik foute haren uit mijn hoofd te trekken. ‘Foute haren’, dat waren haren die gerafeld waren of wat dikker, of die op een andere manier uit de toon vielen. Met onze vingers betastten we de haar en trokken hem er dan met wortel en al uit. Daarna haalden we hem even langs onze lippen; je lippen zijn zo gevoelig dat je iedere onregelmatigheid kunt voelen. Wat begon als spelletje en als tijdverdrijf groeide bij ons allebei uit tot iets waar we niet mee konden stoppen. We zaten zó vaak aan ons haar te plukken, dat we er kale plekken van kregen. Toen ik elf, twaalf jaar was, begon ik dat heel vervelend te vinden. Wat een rare tic had ik toch! De kale plekken werden zo groot dat ik mijn haar niet meer los kon dragen. Alleen als ik het in een staartje naar achteren trok, zag het er nog een beetje uit. Toen al nam ik me vaak voor ermee op te houden, maar dat lukte niet. De drang was te groot. Het harentrekken kalmeerde me, het leek zelfs wel alsof ik er een beetje van in trance raakte. Boven in mijn kamertje kon ik er urenlang mee bezig zijn.

Mijn ouders hadden wel in de gaten wat mijn zus en ik deden. Soms werden ze boos, of gaven ze ons een tik op onze handen wanneer ze ons betrapten, maar ze maakten er niet echt een probleem van. Waarschijnlijk dachten ze: daar groeien onze dochters wel overheen. Zelf hoopte ik dat ook.

Maar gedurende mijn hele middelbare schoolperiode bleef ik plukken. Ik probeerde van alles om ermee te stoppen. Ik kocht een stressballetje, als vervanging, maar dat hielp niets. Soms deed ik plakband of pleisters om mijn vingers of ik smeerde nagellak op mijn vingertoppen. Dat gaf dan heel even een gek gevoel, maar de volgende dag lukte het alweer om óók met die hindernis haren uit te trekken. Woedend werd ik dan op mezelf. Een enkele keer bond ik washandjes om mijn handen; dat was inderdaad afdoende, maar dan werd ik gek van de onrust.

Bepaalde periodes was het zo heftig dat ik er gewoonweg altijd mee bezig was, vanaf het moment dat ik wakker werd tot ik weer ging slapen. Ook op school. Ik deed dat zo onopvallend mogelijk, in de hoop dat niemand het zag. Aan het eind van de les had ik dan een heel bosje haar uitgetrokken en dat probeerde ik snel weg te moffelen of ongezien in de prullenbak te gooien. Maar het valt natuurlijk wel op, als iemand telkens haren uit haar hoofd trekt en die dan langs haar lippen haalt. Dus mijn klasgenootjes vonden mij maar een typisch meisje. En ondanks dat ik mijn haar altijd in een staart droeg, kon je toch de uitgedunde plekken zien of staken er korte plukken tussendoor. Altijd weer was ik doodsbang dat iemand zou vragen: hoe komt dat toch? Ik zou nooit over mijn lippen hebben kunnen krijgen dat ik dat zélf deed, daar schaamde ik me te veel voor. Dus als iemand iets vroeg, kletste ik me er met een smoesje uit. Alleen met mijn zusje praatte ik erover. Zij zat er net zo mee als ik. En dan spraken we weer af om samen te stoppen, maar altijd tevergeefs. Soms plukten we zelfs bij elkaar en er is zelfs een periode geweest dat mijn wimpers niet veilig waren, en ook mijn schaamhaar niet.


Het harentrekken was voor mij – en ook voor anderen die dit doen, ontdekte ik later – een uitlaatklep voor spanning. Maar je raakt erdoor in een vicieuze cirkel. Want je wilt het helemaal niet en het feit dat je het toch doet, frustreert enorm. Ik was er zo in verstrikt geraakt dat ik niet meer wist wat nu oorzaak of gevolg was. Was ik gaan plukken omdat ik me niet gelukkig voelde, of voelde ik me niet gelukkig omdat ik altijd maar haren trok? Het ging niet goed met mij, dat stond vast. Ook op school liep het niet lekker, eigenlijk al vanaf de lagere school niet. Ik kreeg vaak op mijn kop omdat ze dachten dat ik mijn best niet deed. Want ik kon erg goed leren, maar concentratie was een probleem. Ze dachten dat ik er met de pet naar gooide. Bij aardrijkskunde – wat ik heel leuk vond – kende ik de rijtjes met hoofdsteden in no time uit mijn hoofd. Maar met rekenen kreeg ik de simpelste sommetjes niet voor elkaar. En ik was altijd snel afgeleid, er hoefde maar een vlieg in het klaslokaal te zitten of de rest van de les gleed langs mij heen. Dat wekte bij iedereen veel ergernis op. Heel machteloos voelde ik me daaronder. Want ik deed mijn best wél, maar het lukte gewoon niet!

Op de middelbare school werd de druk nog groter. Hoewel ik de stof goed begreep, kreeg ik mijn huiswerk niet gedaan. Ik zat altijd tot diep in de nacht voor een toets nog alles in mijn hoofd te stampen. Hoe ik me ook voornam de dingen voortaan beter te organiseren, elke keer zat ik opnieuw te stressen. Ik wist niet wat ik kon, ik wist niet wat ik wilde, hopeloos. Ik ben daardoor vaak van opleiding geswitcht, maar ik heb niets afgemaakt. Alleen een secretaresseopleiding, die ik via een uitzendbureau deed. Bij hen kreeg ik een detacheringcontract en werkte telkens bij verschillende bedrijven. Erg leuk en interessant, maar toch leverde dat opnieuw veel spanning op. Brieven moesten telkens over omdat ik voortdurend onnozele fouten maakte en van de agenda van mijn bazen maakte ik een chaos. Maar een ingewikkelde powerpoint-presentatie had ik binnen een half uur af! Ik snapte niets van mezelf en leed daar erg onder. En dat resulteerde weer in harentrekken... Dat was die jaren onverminderd doorgegaan. Doordat ik telkens een andere plek pakte en goed oplette dat de kale plekken niet te groot werden, lukte het mij nog altijd om het te verbergen. Beter dan mijn zusje, die op één plaats trok. Zij had vaak extensions in om haar kale plek te verbergen. Ik peinsde daar niet over: voor mij was de kapper een groot taboe, want die zou kunnen zien hoe erg het met mijn hoofd gesteld was. Ik onderhield mijn haar zelf maar een beetje. En zelfs bij vriendjes hield ik mijn haar altijd in een staart. Misschien zagen ze soms wel eens wat, maar gelukkig vroegen ze er nooit naar.

Drie jaar geleden liep ik helemaal vast. Het harentrekken was zo erg geworden dat ik er RSI van had gekregen. Iedere beweging met mijn linkerarm deed pijn. Toch ging ik door: op mijn werk, waar ik een kamer voor mezelf had, had ik continu één hand aan mijn muis, de ander aan mijn hoofd. Er vielen zoveel haren op de grond dat de wieltjes van mijn bureaustoel niet meer wilden draaiden. Ik weet nog goed dat ik werd betrapt toen ik het wilde oplossen door met een schroevendraaier de wieltjes eraf te schroeven. Ik schaamde me kapot op dat moment. Ook het werk zelf ging niet meer, ik stikte er gewoonweg in. Ik kreeg een burn-out en kwam thuis te zitten, doodongelukkig en in de war.


Via de huisarts werd ik doorgestuurd naar een GGZ-instelling, en daar heb ik een uitgebreid psychologisch onderzoek gekregen. Ik bleek een zware depressie te hebben. Verder kwam eruit dat ik borderline zou hebben en mogelijk een dissociatieve stoornis, omdat ik zo vaak afdwaalde. Ik schrok er erg van, want dat is nogal een diagnose! Mijn wereld stortte in. Hoe zou mijn leven er nu uit gaan zien, zou ik nog ooit kunnen werken?! Om bij te komen ben ik een aantal maanden naar een Centrum voor Psychisch Herstel geweest. Hoe meer ik tot rust kwam, hoe meer ik het gevoel kreeg: de diagnose klopt niet. Vooral met de borderline persoonlijkheidsstoornis had ik moeite. Ik herkende mezelf daar totaal niet; niet in de boeken die ik erover las, en ook niet in de borderliners die ik ontmoette in dat centrum. Ik begreep dat de diagnose vooral gebaseerd was op het feit dat ik zo chaotisch was en niets kon afmaken, en me vaak zo leeg voelde. Ook denk ik dat ze het haren uitrekken onderbrachten bij automutilatie.


Toen het weer beter me ging ben ik veel gaan lezen over verschillende stoornissen en stuitte toen plotseling op ADD, Attention Deficit Disorder. En tot mijn verbazing herkende ik me daar wél volledig in! Ik heb een nieuw psychologisch onderzoek aangevraagd en toen is de oude diagnose ingetrokken: ik bleek inderdaad ADD te hebben. ADD is net zoiets als ADHD, maar dan zonder hyperactiviteit. Ik leg het altijd zo uit: iemand met ADHD heeft last van téveel prikkels in zijn hoofd, waardoor hij heel druk wordt; hij wil alles tegelijk doen en springt van de hak op de tak. Daardoor lijkt zo iemand hyperactief. Ik heb juist te weinig interne prikkels, waardoor ik heel makkelijk afdwaal en enorm veel moeite heb met concentreren. Op school, op het werk, maar ook gewoon thuis als ik de krant wil lezen bijvoorbeeld; dan moet ik steeds opnieuw bovenaan het artikel beginnen omdat ik halverwege afdwaal. Bepaalde zaken die voor sommige mensen heel vanzelfsprekend zijn – je eigen administratie bijhouden bijvoorbeeld – is voor iemand met ADD een hele opgave. Maar mensen met ADD zijn in de regel wel heel creatief, hebben veel doorzettingsvermogen en kunnen zich hyperfocussen. Ik ook, zoals met die powerpoint-presentaties. Ook kan ik urenlang, echt eindeloos, het internet afpluizen als ik écht iets weten wil.


Nu ik eindelijk wist wat ik had, vielen voor mij alle puzzelstukjes op hun plaats. Nu begreep ik waarom ik zoveel moeite had om op te letten op school, en waarom ik in alles een grote chaoot ben! En dit was dus ook de reden dat mijn werk zo slecht ging: directiesecretaresse was wel het allerfoutste beroep dat ik had kunnen kiezen. Wat een opluchting was het, om dit te beseffen. Mijn tekortkomingen waren dus geen onwil geweest, het was puur onmacht. Ik ben nu bezig om werk te vinden dat beter bij mij past, iets dat ik echt leuk vind. Iets waar ik creatief in kan zijn, en waar eigenschappen als stiptheid en precisie minder belangrijk zijn. Met mijn vader heb ik een cursus videobewerking gevolgd en promotiemateriaal gemaakt, en dat ging me heel goed af.

Dat ik mijn schuldgevoel en frustratie over mijn eigen tekortkomingen kon loslaten, heeft direct invloed gehad op mijn haartrekken. Het is er nog wel, maar het is veel, veel minder geworden. Wat daar ook bij heeft geholpen, is dat ik heb ontdekt dat mijn zusje en ik niet de enigen zijn die dit doen. Dat is wat we altijd dachten, daarom kwam het ook niet in mij op om hiervoor naar een arts te gaan; ik dacht dat het zo belachelijk was dat niemand op de hele wereld het zou kunnen begrijpen. Maar op een dag was ik aan het surfen op internet en opeens kwam ik op een site over trichotillomanie: dwangmatig haartrekken. Er waren veel meer mensen die het deden, die zich ook altijd zo eenzaam hadden gevoeld als ik! Bij sommige mensen is het zo erg dat ze een pruik moeten dragen. Er bleek zelfs een boek over trichotillomanie te zijn! Met ingehouden adem en kloppend hart heb ik alles zitten lezen, er stond precies beschreven wat mijn zusje en ik al jaren deden. Na afloop heb ik meteen mijn zusje gebeld. Helemaal uitgelaten was ik. Ik las dat het bij de meeste mensen een manier is om spanning af te reageren, ook las ik over die vicieuze cirkel. Maar hoe het komt, of hoe het op te lossen is, daarover valt niets te zeggen. Dat is bij iedereen weer anders.

Mijn haar ziet er tegenwoordig redelijk goed uit. Maar op de plaatsen waar ik altijd haar uittrok is mijn haar voorgoed beschadigd. De wortels zijn aangetast; er groeit nog wel haar uit, maar dat is stug en wordt nooit echt lang. Met mijn zusje gaat het nog steeds niet zo goed. Ze heeft kort geleden weer extensions laten zetten. Ook bij haar zal er wel een achterliggende reden zijn waarom ze haren trekt, maar daar is ze nog niet achter. Hoewel ik dat nu wel weet, denk ik dat het haren trekken toch nooit helemaal over zal gaan. Het is mijn manier om met spanning om te gaan. Het zal vast altijd op de loer blijven liggen. Ook nu komt het op bepaalde momenten nog naar boven, als ik een vervelend telefoontje krijg bijvoorbeeld, en daarover loop te piekeren. Of als ik iets moet doen waarvoor veel of langdurige concentratie nodig is, dan bouwt de spanning zich op. En voordat ik het weet gaat mijn hand dan weer naar mijn hoofd. Maar ik heb het veel beter onder controle dan vroeger, doordat ik meer rust heb gevonden en beter weet hoe ik in elkaar zit. Als ik erop let dat ik geen dingen doe die boven mijn macht gaan, weet ik zeker dat het niet meer uit de hand gaat lopen!’


© Lydia van der Weide


Site met duidelijke informatie over trichotillomanie (ttm)

http://www.levente.nl/ Site met duidelijke informatie over ADD.

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide