• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Viva » artikel ...


Een borderline-persoonlijkheidsstoornis

Iemand met een borderline-persoonlijkheidsstoornis is vaak manipulatief, heeft een laag gevoel van eigenwaarde en een sterke neiging tot extreme oordelen. In relaties is het vaak alles of niets, vaak eerst alles en daarna plotseling niets. Het lage gevoel van eigenwaarde leidt soms tot zelfbeschadigend gedrag, automutilatie. Sanne lijdt aan deze stoornis en doet haar verhaal.

’Als ik iets over borderline hoor, is het altijd zo negatief. Dat vind ik jammer, want mensen vergeten dat je – ook al heb je deze persoonlijkheidstoornis – bovenal een méns bent, met ook hele leuke kanten. Maar je krijgt meteen een stempel: je hebt borderline, dus je bent gek. Maar ik ben niet gek! Je kan met mij ook heel erg lachen en volgens mij ben ik best hartelijk en lief. Maar ik heb wel veel problemen gehad in mijn leven en ik heb mij altijd anders gevoeld dan anderen. Toen ik ontdekte dat ik borderline had, stroomden de tranen over mijn wangen. Ik had het gevoel dat ik thuiskwam! Eindelijk wist ik waar mijn verwarde gevoelens vandaan kwamen en hoe ik zou kunnen leren om er beter mee om te gaan.

Ik groeide op in een liefdevol gezin, ik heb fijne ouders en een lieve zus. Met mijn moeder heb ik altijd een heel bijzondere band gehad. Maar als heel klein kindje had ik al last van onverklaarbare woedeaanvallen. Die reageerde ik op mezelf af: ik ging mezelf bijten en slaan. Ik ben bij een kinderpsycholoog beland en toen ging het wel wat beter met me. Maar toch was het, door mijn gedrag, het beste dat ik naar een lom-school ging.

Jammer genoeg ging het daar moeizaam. Ik werd erg gepest en dat deed me veel pijn. Op de een of andere manier viel ik buiten de groep, ook op de middelbare school. Ik wilde zo graag aardig gevonden worden, maar ik kon maar niet met de andere kinderen overweg. Waar het aan lag, dat snapte ik niet. Ik ben nog van school gewisseld, maar helaas werd het daar niet beter. Het leren zelf ging me wel gemakkelijk af, maar het contact met de anderen bleef lastig en ook mijn stages zorgden voor problemen. Voor een groot deel lag het er aan, denk ik nu achteraf, dat ik heel snel het gevoel had dat iedereen tegen mij was. Ik voelde me altijd gauw aangevallen. Nu weet ik dat dat typerend is voor de borderline-stoornis, maar in die tijd voelde ik me erg eenzaam en verdrietig. Ik had bijna geen vrienden en ook thuis had ik vaak ruzie. Ik snapte er niets van! Wat was er toch met mij aan de hand? Oké, ik zat in de pubertijd en dat kan problemen opleveren, maar bij mij was het wel héél erg heftig! Ik deed echt mijn best, ik wilde zo graag dat mensen mij graag mochten, maar na een tijdje liep het telkens mis.

Op mijn zestiende ging ik door een diep dal. Ik wilde niet meer naar school en viel veel af. Mijn huisarts constateerde dat ik zwaar depressief was en schreef me antidepressiva voor. Hoewel ik de eerste paar weken verschrikkelijke bijverschijnselen had, voelde ik me daar wel iets beter door. In die periode was ik vaak bij mijn oma, bij haar voelde ik me fijn en veilig. Ik probeerde uit alle macht een gewoon leven te leiden, ik kreeg allerlei baantjes maar dat was nooit van lange duur. Lichamelijk begon ik me ook steeds slechter te voelen. Ik was heel eenzaam en voelde me bijna niets waard in deze wereld. Steeds vaker werd ik ziek, juist wanneer er iets leuks op handen was. Ik zag dat als een afstraffing: zie je, ik had het waarschijnlijk weer fout gedaan.

Toen ontdekte ik de babbelbox. Ik wist niet wat me overkwam: al die mannen waren geïnteresseerd in mij! Ik was zo naïef. Want ze waren natuurlijk alleen maar op seks uit. Maar mij gaf het op dat moment zelfvertrouwen, al die aandacht. Ik had het zo nodig. Soms ging ik ook met die mannen naar bed. Niet dat ik zoveel om seks gaf, maar ik hoopte dat ik dan tenminste iemand zou hebben die om me gaf. Het was een wanhopige zoektocht naar liefde. Mijn ouders vonden het maar niets, al die mannen en afspraakjes; dat zou wel eens verkeerd kunnen aflopen, dachten ze en ze kregen gelijk.

Even leek het er op dat ik een echte vriend had gevonden. Maar hij ging dan wel met mij naar bed, verliefd was hij niet. Ik wel, ik was tot over mijn oren verliefd op hem en hoopte zo dat hij toch ook van mij zou gaan houden. Maar hij liet mij in de steek voor een ander meisje, en dat maakte me heel erg verdrietig. In een wanhopige poging om hem te vergeten, heb ik meteen weer naar de babbelbox gebeld en zo kwam in contact met ene Richard. Hij leek heel leuk maar toen ik hem opzocht, heeft hij me op een vreselijke manier twee keer verkracht. Hij heeft me, terwijl ik sliep, vastgebonden en toen ik wakker werd, bedreigde hij me met een mes. Ik raak dat beeld nooit meer kwijt. Ik haatte hem, nog steeds, maar ik was ook heel boos op mezelf. Ik dacht: Sanne, waar ben je toch ook mee bezig?

Ik heb het verteld aan een vriend, en zonder dat ik het wilde, heeft hij het mijn ouders en zus verteld. Zij hebben me goed opgevangen. Maar ik wilde geen aangifte doen. Het was mijn eigen schuld geweest, ík was toch zo dom geweest om snel met die jongen af te spreken.

Na die verkrachting was ik heel bang voor mannen geworden, maar toen ik mij definitief bij de babbelbox afmeldde, hoorde ik een berichtje van Mark. Dat is echt een klein wondertje geweest wat mij heel veel geluk heeft gebracht. Mark klonk zo leuk en oprecht, dat ik hem toch belde. Maandenlang hebben we alleen telefonisch contact gehad en de eerste paar keer dat we afspraken ging er een vriendin mee. Zó bang was ik geworden. Maar Mark was anders. Hij gaf écht om mij! Heel langzaam is onze liefde gegroeid en nu zijn wij vriendjes voor het leven. Ik ben zo blij dat ik hem heb gevonden, ik houd heel veel van hem. Hij neemt mij zoals ik ben. We wonen alweer drie jaar samen en hebben ons onlangs verloofd.

Maar hoewel ik erg gelukkig was met Mark, ging het nog steeds niet goed met me. Ik had nachtmerries, sliep slecht en raakte regelmatig buiten mezelf. Ik had psychoses, maar dat wist ik toen nog niet. Soms had ik het idee dat ik helemaal gek aan het worden was! Mark heeft veel met mij te stellen gehad hoor. Ik had soms vreselijke woedeaanvallen. Hoewel ik me probeerde in te houden, kwam het voor dat ik me op hem afreageerde. Of op mezelf: een tijd lang heb ik mezelf verwond. Ik kraste met mesjes en scharen. Mark vond dat vreselijk, ik ook. Maar op de een of andere manier voelde die pijn goed. Het was sterker dan mezelf.

Ik ben bij het Riagg geweest, maar daar kreeg ik de indruk dat ze vonden dat mijn problemen de schuld van mijn ouders waren en ik wist zeker dat dat niet klopte. Ik ben juist hartstikke goed en fijn opgevoed. Mijn gevoel zei dat ik een andere oorzaak zou moeten vinden en uiteindelijk ben ik via mijn schoonmoeder bij een alternatieve arts terecht-gekomen. Die heeft me op het spoor van borderline gebracht. Toen ik daar meer over las, vielen zoveel dingen op hun plek. Wat een herkenning en wat een èrkenning! Het heeft mijn leven veranderd.

Dit is nu twee jaar geleden en de stoornis is ook door een reguliere arts bevestigd. Dat was belangrijk, want pas als de diagnose gesteld is, kun je in aanmerking komen voor hulp. Bordeline wordt veroorzaakt door een combinatie van biologische, psychische en sociale factoren. Ik denk dat ik de aanleg van de kant van mijn moeder heb. In die tak zie ik wel bepaalde borderline-trekjes. Deskundigen zijn van mening dat bordeline getriggerd wordt door onveilige gevoelens in de vroege kindertijd. Van mijn ouders heb ik gehoord dat ik als baby’tje drie keer bijna ben gestorven. Tijdens mijn geboorte was mijn navelstreng om mijn hals gewikkeld, wat heel gevaarlijk was, en twee weken later stopte ik zomaar met ademen. Gelukkig vond mijn moeder mij, die intuïtief voelde dat er iets mis was. En een jaar later werd ik geopereerd aan een grote moedervlek op mijn rug en traden er ernstige complicaties op.

Veel borderlinepatiënten zijn seksueel misbruikt, en dat is ook bij mij het geval. Op mijn zesde heeft de vriend van mijn oma, mijn stiefopa, me tot seksuele handelingen gedwongen in bad. Ik durfde niemand daarover te vertellen. Gek genoeg heb ik het later helemaal verdrongen, tot de herinneringen opeens weer heel helder terugkwamen toen ik een keer met mijn vriend in bad ging. Verder ben ik in het een na laatste jaar van de lagere school betast door een buschauffeur, heel naar vond ik dat.

Ook de automutilatie past in het beeld van Bordeline, en mijn verslavingen ook. Ik heb een tijd veel hasj gerookt, daarnaast ben ik helemaal koopziek geweest. Daardoor ben ik best erg in de schulden geraakt. Gelukkig hebben mijn ouders me daar enorm mee geholpen. Zij hebben echt altijd voor me klaar gestaan.

De diagnose Bordeline wordt veel vaker gesteld bij vrouwen dan bij mannen – 80% versus 20% – maar dat komt omdat het bij mannen vaak niet wordt herkend. Omdat de stoornis dus vaak gepaard gaat met verslavingen en veel mannen met borderline aan de drank raken, worden ze al gauw bestempeld als alcoholist. Bovendien richten vrouwen de agressie die ze voelen vaak op zichzelf, mannen daarentegen richten het op de buiten-wereld, waardoor zij grote kans hebben in het criminele circuit en in de gevangenis te belanden.

Omdat ik nu eindelijk weet wat er met mij aan de hand is, kan ik al beter met mijn problemen omgaan. Ik kan dingen veel beter plaatsen. Als ik mezelf betrap dat ik direct een heel uitgesproken mening heb, zeg ik tegen mezelf: ‘Denk er nog eens rustig over na, door je ziekte zie je het vast weer veel te zwart/wit.’ En gelukkig is er goede hulp voor borderliners. Ik sta op de wachtlijst voor een behandeling bij een speciale borderline-kliniek; binnenkort ga ik daar de dialectische gedragstherapie volgen van Marscha Linehan, een Canadese psycholoog. Centraal in dit programma staat het aanleren van bevredigende activiteiten, het leren verdragen van emotionele stormen en het leren herkennen en veranderen van bepaalde gedachtes. Ik kijk er erg naar uit, de behandeling heeft heel goede resultaten.

Al met al gaat het het laatste jaar al beter met me, maar ik heb nog wel last van psychotische verschijnselen. Een half jaar geleden heb ik in een psychose een zelfmoord-poging gedaan. Daar ben ik heel erg van geschrokken want ik wil helemaal niet dood! Ik herinner me bijna niets van die avond dat het gebeurd is. Alleen dat ik erg verdrietig en boos was, maar dat kon ik niet uiten. Toen ging er iets mis in mijn hoofd. De volgende dag werd ik wakker op de Intensive Care, aan de hartbewaking. Mijn vriend en mijn zus hebben mij, godzijdank, net op tijd weten te redden. Gelukkig heb ik nu heel goede medicijnen tegen psychoses, die werken binnen vijf minuten. Als ik nu heel boos word, neem ik snel zo’n pil. Want dat is nog steeds mijn grootste probleem: mijn woede. Gelukkig ben ik wel gestopt met mezelf te verwonden. Ik ben best optimistisch over de toekomst. Ik blijf vechten, ook voor mijn ouders, zus en Mark. Voor hen moet het vreselijk moeilijk zijn geweest om met mij om te gaan al die jaren. Maar ze zijn mij altijd blijven steunen en daar ben ik ze heel erg dankbaar voor. Met hun steun, én met de therapie, red ik het wel!’

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide