• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Viva » artikel ...


Mariëtte (29) verloor haar huis door een gas-explosie

Toen een buurman van Mariëtte zelfmoord wilde plegen door het gas aan te laten staan, ontploften er een aantal huizen in de omtrek. Ook het huis van Mariëtte. Van de een op de andere dag stond ze op straat.

’Ik was bij mijn vriend die avond, toen rond tien uur een goede vriendin belde. Ze klonk erg ongerust. "Er is een enorme ontploffing geweest in jouw straat, zag ik op tv," vertelde ze. "Volgens mij is jouw huis er ook bij betrokken!" Verbaasd hoorde ik haar aan. Ik ben zo snel mogelijk naar huis gegaan, al kon ik eigenlijk niet geloven dat het echt waar zou zijn. Maar eenmaal in mijn buurt werd me al gauw duidelijk dat er echt iets verschrikkelijks gebeurd was. Mijn straat was afgezet met dranghekken en ik zag politie, ambulances en brandweer. Het was een chaos van puin, glas, kapotte ramen en beschadigde auto's. Op de plek waar ooit mijn huizenblok stond, zag ik een groot, rokerig gat. Drie huizen met vier verdiepingen waren volledig weggevaagd. Van het pand waar ik in woonde, stonden nog wat resten, maar alle muren waren verdwenen: ik kon zo in mijn eigen keuken kijken. Het leek net alsof ik in een film was beland, zo onwerkelijk!

Natuurlijk schrok ik erg, maar ik raakte niet overstuur. Ik ben vrij nuchter, maak me niet zo snel druk. En zéker niet om materiële spullen. Er waren geen levende wezens in mijn huis geweest: ik woonde alleen en had geen huisdieren. En veel kostbare spullen had ik trouwens ook niet. Het enige waar ik echt aan gehecht was, waren mijn sieraden en fotoalbums. Maar omdat ik nog wat spullen zag staan, had ik het idee dat er nog wel wat over was. En anders maar niet! Het zou wel goed komen, op de een of andere manier. Ik kon toen nog niet overzien dat deze explosie nog jarenlang een grote impact op mijn leven zou hebben.

Ik woonde sinds een jaar in deze woning. Ik was er dol op: het was een prettig huis, in een leuke omgeving. Het was echt een volksbuurt – een beetje verpauperd, met veel rondhangende junks – maar wel heel gezellig. Mijn huis was een voormalig, opgeknapt drugspand. De eerste maanden dat ik er woonde, werd er 's avonds laat telkens aangebeld, door junks. Maar al snel waren ze erachter de dealer er niet meer woonde en lieten ze mij met rust. Nee, ik vond dat niet vervelend of bedreigend. Ze deden me niets hoor. Hiervóór had ik voor mijn studie twee jaar in Engeland gewoond; nu had ik mijn eerste echte baan. Veel geld had ik niet en mijn huis was dan ook nog heel studentikoos ingericht: veel tweedehands spullen, gekregen, her en der verzameld. Maar ik was er blij mee, voelde me er helemaal thuis.

Op die bewuste zaterdagavond had een buurman besloten een einde aan zijn leven te maken. Hij had zijn gaskraan opengezet en was op bed gaan liggen wachten tot hij zou stikken. Maar het duurde nogal lang voordat zijn hele huis vol gas stroomde, en hij werd ongeduldig. Hij besloot een sigaretje op te steken. Toen is alles ontploft. Zelf is hij door de gigantische klap met bed en al van driehoog het raam uitgevlogen en kwam beneden op de matras terecht. Behalve brandwonden, vooral aan zijn oren en handen, had hij verder haast niets. Alleen zijn mild was zo beschadigd dat die verwijderd moest worden.

Wonder boven wonder bleek er verder niemand gewond, behalve een baby uit een huis tegenover ons, die geraakt was door rondvliegende glassplinters. Maar in de woningen die waren weggevaagd, was niemand thuis geweest. Het was zaterdagavond en iedereen was op stap. Wat een geluk! Want er hadden veel doden kunnen vallen: juist die avond was er op de benedenverdieping een vergadering gepland, waar meer dan vijftig mensen zouden komen, maar dat was op het laatste moment afgelast. Als ik zelf thuis was geweest, had ik het wel overleefd, maar was ik waarschijnlijk doof geworden door de klap. Het is wel heel griezelig als je je dat bedenkt.

Er heerste een ontzettende chaos op straat. Veel bewoners stonden vanachter de dranghekken toe te kijken naar het puin van hun huis. De meesten waren volledig in paniek en overstuur. Een echtpaar woonde er al twintig jaar, was helemaal gesetteld: hun hele huis was tot op de bodem toe weg. En een buurvrouw is haar kat verloren, daar is nooit een spoor van teruggevonden. Zoiets is afschuwelijk natuurlijk. En ik had dan wel een inboedelverzekering, maar een aantal anderen had dat niet. Tja, dan ben je dus zomaar alles kwijt. Ik denk dat iedereen er stiekem vanuit dat zoiets als dit toch niet gebeurt. Maar zo zie je maar weer: het kan dus wel!

De dader was een man die al veel vaker voor overlast had gezorgd. Hij was psychisch niet helemaal in orde. Soms ging hij heel erg tekeer op straat, of gooide van binnen uit zijn eigen ruiten in: dan lag er overal glas op straat. Hij had zelfs al vaker een brandje gesticht! Dit was gemeld bij de politie maar er was nooit iets aan gedaan. Blijkbaar kon niet bewezen worden 'dat hij een gevaar vormde voor zichzelf of voor een ander', een voorwaarde voor gedwongen opname. Want zo werkt dat dus: er moet eerst iets heel ergs gebeuren voordat er ingegrepen wordt… Na deze explosie heeft de man twee jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging gekregen. Ik heb later gehoord dat hij in de TBS-kliniek alsnog zelfmoord heeft gepleegd.

Die nacht konden we naar een rampenpension voor opvang, maar ik ben met mijn vriend meegegaan. Het is vast niet zo vreemd dat ik die nacht geen oog heb dicht gedaan. Ik kon het gewoon haast niet geloven. Van de een op de andere dag stond ik dus zomaar op straat! Ik had niets anders meer dan de kleren die ik aan had gehad. Omdat we het puin niet in mochten vanwege instortingsgevaar, kon ik ook niet kijken wat er nog over was. Maar ik dwong mezelf nuchter te blijven: er waren ergere dingen op de wereld. Het was maar een huis. Mijn moeder heeft toen gezegd: je kijkt er nu wel zo nuchter tegenaan, maar je weet niet wat voor emotionele gevolgen deze ontploffing nog voor je kan hebben. Waarschijnlijk vermoedde zij al een beetje wat er zou gaan gebeuren. Door deze ontploffing ben ik namelijk veel eerder gaan samenwonen dan dat ik anders zou hebben gedaan, en dat is, op zijn zachtst gezegd, niet zo verstandig geweest.

Al snel ontdekte ik dat een huis zoveel méér betekent dan alleen de ruimte waar je spullen staan. Het is je eigen plek, waar je je kunt terugtrekken, waar je jezelf kunt zijn. En waar je zelfstandig bent. Nu was ik plotseling volledig afhankelijk van mijn vriend. We hadden nog niet zo lang een relatie. Hij was een oude liefde die ik weer was tegengekomen; we zaten vroeger op dezelfde school en ik was lang heimelijk verliefd op hem geweest. Het was geweldig dat hij, nu we volwassen waren, ook gek op mij was geworden. Maar eerlijk gezegd viel ik vooral op mijn herinneringen aan hem, en op zijn uiterlijk: lang, blond, groot, een echte viking. Echt goed kende ik hem niet. Door de nieuwe, afhankelijke situatie, veranderde onze relatie snel. Mijn vriend ontpopte zich tot een heel andere man. De leeuw kwam los: hij begon me te controleren, zat me op mijn huid. Na een paar weken was de situatie al zo onhoudbaar, dat ik ben weggelopen. Ik ben toen alsnog een week in dat rampenpension geweest. Maar dat was ook niet ideaal: ik voelde me heel verloren, echt een 'slachtoffer'. Wat moest ik nu? Ik kon bij vriendinnen gaan logeren, maar daar voelde ik me toch een beetje tot last. Ik had geen idee hoe lang zou gaan duren voor ik vervangende woonruimte had. Bij mijn ouders was ook geen optie, die woonden in België, dat was niet te bereizen.

Dus bleef toch mijn vriend over. Hij was erg boos en beledigd dat ik naar dat rampenpension was gegaan. Hij dreigde: 'Als je niet terugkomt, dan maak ik het uit.' Daarmee raakte hij een gevoelige plek. Ik was dan wel niet toe aan samenwonen, maar ook dáár was ik niet aan toe. Ik was al alles kwijt, moet ik nu ook mijn relatie nog halsoverkop kwijt raken? Ik ben voor zijn druk gezwicht en naar hem teruggegaan, in de hoop dat ik snel een eigen woning zou krijgen. Dan zou ik wel verder zien.

Mijn verzekering bleek trouwens niet veel voor te stellen. Uiteindelijk heb ik 500 euro teruggekregen. En uit een potje van de gemeente hebben alle bewoners 2.500 euro gekregen. Dat waardeerde ik heel erg. Ja, de gemeente voelde zich toch verantwoordelijk. Ze wisten tenslotte dat er al veel langer problemen waren met die bewoner. Ik had gehoopt dat er nog wat dingen over waren in de restanten van mijn huis, maar dat wat er nog was, was zo goed als allemaal waardeloos door rook- en waterschade. Al mijn boeken waren bijvoorbeeld zo verpulverd dat ik er echt niets meer mee kon. Datzelfde gold voor mijn fotoboeken… dat deed wel heel veel pijn. Daar ligt toch een stukje van je leven.

Er kwam nog bij dat het huis werd leeggehaald door een verhuisbedrijf en die sprongen helaas niet echt netjes met de spullen om. Alles werd gewoon in dozen gepropt en naar een loods gebracht. Spullen raakten door elkaar, slingerden door de loods of verdwenen spoorloos. Eén van mijn gouden oorbellen, die ik van mijn ouders had gekregen toen ik twaalf werd, vond ik vertrapt op de grond. De andere heb ik nooit meer weten te vinden. Het kwam er uiteindelijk toch op neer dat ik alles kwijt was, behalve wat kleding.

Maar ik had wat geld achter de hand en ik bleef optimistisch. Ik zou lekker mijn toekomstige huis helemaal opnieuw inrichten, voor een nieuwe start! Maar dat huis liet op zich wachten. Ik had veel pech dat net de regels veranderd waren. Ik kon wel een vervangende woning krijgen – net zo'n soort woning als ik nu had – maar ik zou dan wel mijn al opgebouwde huurrechten kwijt zijn. Ik stond al heel jong ingeschreven bij de woningbouwvereniging en had daarom veel jaren opgebouwd. Ik was van plan geweest om dat nog een paar jaar op te sparen en daarna een echt goede, fijne woning te zoeken. Beter dan de tweekamer-etage die ik nu had. Maar nu werd ik gedwongen om mijn rechten op te maken. Later is dit beleid trouwens veranderd, onder meer door een klacht van mij, maar ja daar had ik nu niets aan. Er zat niets anders op dan genoegen te nemen met eenzelfde soort woning die ik had gehad en daar dan de komende tien jaar aan vast te zitten, of... te gaan samenwonen en aanspraak te maken op een grotere woning.

Diep in mijn hart voelde ik wel dat het niet verstandig was, maar ik heb toch voor dat laatste gekozen. Ik besloot mijn ogen te sluiten voor het slechte gevoel dat ik over mijn relatie had. Als er straks weer wat meer rust zou zijn, zouden we het vast leuk hebben samen. Was ik niet ooit zo verliefd op hem geweest? Deze beslissing is natuurlijk mijn eigen verantwoordelijkheid geweest, maar zonder die explosie was ik absoluut nooit al gaan samenwonen, dat weet ik zeker. Hoewel we echt ook fijne momenten hebben gehad, veranderde de relatie toen we eenmaal officieel samenwoonden langzaam in een nachtmerrie. Mijn vriend was dominant en jaloers, ik mocht niets meer van hem. We hadden doorlopend ruzie. Ik probeerde het uit te maken, maar dat pikte hij niet. Hij wilde niet weg uit mijn huis. Op een dag kwam ik uit mijn werk en had hij andere sloten op de deur laten zetten: mijn spullen had hij bij een vriendin gedumpt. Daar stond ik dan: verdreven uit mijn eigen huis! Hoe onrechtvaardig ook, het bleek niet eenvoudig om hem eruit te krijgen. Na een tijdje woonde hij er zelfs samen met een ander meisje, terwijl ik bij vriendinnen logeerde met een luchtbed en een slaapzak! Het was echt een afschuwelijke periode die bijna een jaar heeft geduurd. Uiteindelijk is het me via een rechtszaak gelukt om hem uit mijn huis te krijgen. Nog een tijdje is hij daar boos over geweest, tot ik via via hoorde dat hij getrouwd was, en vader van een tweeling was geworden. Toen heb ik niets meer van hem vernomen.

Gelukkig heb ik deze problemen nu helemaal achter me gelaten. Het huis is nu weer lekker helemaal van mij, en daar ben ik heel erg blij mee. Een eigen plek is gewoon hartstikke belangrijk en dat laat ik mij door niemand meer afnemen! Maar nog altijd hecht ik mij niet aan spullen. Het liefst heb ik ook zo weinig mogelijk in huis: ik wil rust en ruimte om me heen, geen overvloed aan materiële dingen. Maar achteraf treur ik toch wel om de persoonlijke spullen met emotionele waarde, die ik toen ben verloren. Die sieraden, dat vind ik ontzettend jammer. En jeugdfoto's... Ik zou in de toekomst graag kinderen willen, en ik denk dat dan de herinneringen aan mijn eigen kindertijd weer extra omhoog komen. Via mijn ouders heb ik nog wel een aantal foto's kunnen bemachtigen, maar het meeste is verloren gegaan. En dat blijft erg zonde.’

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide