• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Viva » artikel ...


Loverboys

Loverboys: de term klinkt zo romantisch, maar de mannen die hiermee bedoeld worden zijn misdadigers van het ergste soort. Ze investeren maanden, soms jaren om het hart van een jong meisje te veroveren. Als dat gelukt is, blijken ze plannen te hebben die het leven van hun vriendin vaak voorgoed kapot maken.

In de stromende regen sta ik voor een hoge flat in Utrecht, waar ik Larissa ga interviewen. Voor de derde keer druk ik op de bel. Larissa is twintig jaar. Op haar veertiende ontmoette ze via Internet een fantastische jongen van Marokkaanse afkomst, Omar. Maar zo leuk als hij leek, was hij helemaal niet, vertelde ze me vorige week aan de telefoon: ‘Na vier maanden kon hij opeens de hypotheek van zijn huis niet meer betalen. Onverwachte uitgaven, schulden. En dan al die cadeautjes voor mij... Of ik één keer seks kon hebben met iemand voor geld. Het zou echt maar één keertje zijn. Dat zou hem zo helpen. Ik vond het wel vreemd, maar ik stemde erin toe. Hij had inderdaad al zoveel voor mij over gehad. En ik hield meer van hem dan van wie ook ter wereld. We hadden het zo leuk samen, bij hem voelde ik me oprecht gewenst.

Ik sliep met de man aan wie hij mij voorstelde. Voor mij betekent seks niet zoveel: ik vind het niet leuk, maar ook niet vervelend. Zo erg was het dus niet. Maar het bleef niet bij één keer. Er was telkens weer een reden waarom we geld nodig hadden. Omar leende me uit aan vrienden, later werkte ik in een huis met allemaal meisjes. Ik moest met tientallen mannen per dag naar bed, het hield maar niet op. Al gauw was hij niet meer zo aardig. Toen ik niet wilde werken, heeft hij me ontzettend geslagen. Zo erg dat ik niet meer kon zitten. Weg kon ik niet, hij liet me niet gaan.’ Na vijf jaar wist Larissa definitief aan Omar te ontkomen. Ze kwam in een opvanghuis terecht, een half jaar geleden. Nu gaat het goed met haar, vertelde ze. Ze heeft een baan, ziet haar ouders weer, met wie ze al die jaren geen contact heeft gehad. Toen ik haar vroeg of haar ex wist waar ze is, antwoordde ze fel: ‘Nee, dat weet hij niet, en dat mag hij ook absoluut niet weten!’

Ik kreeg het koud van dit verhaal, waar zoveel meer leed achter moest schuilen dan ze in tien minuten even kon vertellen. We spraken af dat ik volgende week bij haar thuis zou komen voor een uitgebreid interview.

Vandaag dus. Zelfs op de vierde keer bellen reageert ze niet. Ik pak mijn mobiele telefoon en toets haar nummer in. Een mannenstem. ‘Hallo?’ Ik stel me voor en vraag naar Larissa. Hij valt stil. ‘Eh… die is er niet,’ zegt hij dan. ‘Ze is naar het ziekenhuis.’ Ik schrik. De man begint een vaag verhaal over een mogelijke longontsteking, ze moest onverwachts weg, sorry hoor. Hij beweert ‘haar partner’ te zijn. Mij bekruipt het gevoel dat dit helemaal niet klopt. Op weg naar huis voel ik me erg vervelend. Wat moet ik hiermee? Zal die man haar loverboy zijn? Moet ik de politie bellen? Maar misschien is ze wel echt naar het ziekenhuis. Of wie weet heeft zij zich bedacht en is dit een smoes waar zij zelf achter zit? En ze heeft werk, begeleiding van een stichting, weer contact met haar ouders... als er al iets mis is, ben ik dan wel de aangewezen persoon om aan de bel trekken?

De dagen erna probeer ik contact met haar te krijgen. Meestal wordt er niet opgenomen. Een paar keer nog krijg ik de man aan de lijn, die me afpoeiert. Uiteindelijk neemt Larissa op. Zodra ik mij voorstel, legt ze de hoorn op de haak. Ik besluit het erbij te laten.

Wat Larissa overkomen is, overkomt jaarlijks zo’n 1500 jonge meisjes in Nederland. En dit aantal neemt de laatste jaren steeds meer toe. De meisjes vallen voor een innemende jongeman, vaak van allochtone, maar ook van autochtone afkomst, met een zeer decadente levensstijl. Tijdens de periode dat ze met veel liefde, aandacht en cadeautjes worden omringd, worden de meisje zonder het te weten klaargestoomd voor waar het de loverboy vanaf dag één om te doen is geweest: dat ze zich gaan prostitueren, en geld, véél geld, voor hem gaan verdienen.

Tijdens mijn speurtocht naar een ander meisje dat mij haar verhaal wil doen, plaats ik een oproepje op een internetsite over loverboys. Het blijft stil. Ook andere manieren van zoeken leiden tot niets. Dan word ik gemaild door Barbara, uit de buurt van Breda. Ze wil graag meewerken, maar onze afspraak wordt telkens uitgesteld. Haar telefoon beantwoordt ze zelden. ‘Zie je het nog wel zitten?’ spreek ik in, nadat ik weer dagen niets heb gehoord. ‘Ja hoor, zeker wel,’ zegt ze, wanneer ze me terugbelt. ‘Maar ik ben zwanger van mijn nieuwe vriend en hij wil het kindje niet. Ik zit nogal in de problemen.’ Ze klinkt bezorgd maar ze is er zeker van: ze gaat het kindje houden, wat er ook gebeurt. We spreken af dat ik op maandag bij haar zal langskomen. Vlak voor vertrek bel ik haar voor een laatste bevestiging. Ze neemt niet op. Op donderdag ontvang ik haar mailtje: ‘Sorry dat de afspraak niet doorging. Het kindje is weggehaald. Ik bel je nog.’

Het Scharlaken Koord

Toos Heemkerk - medewerker van het Scharlaken Koord, een organisatie in Amsterdam die hulp biedt aan prostituees - is niet verbaasd als ik haar vertel over mijn contact met Larissa en Barbara.

‘Deze meisjes, ook al zijn ze de prostitutie uit, zijn vaak wat verward. Ze hebben geen regelmaat, het is moeilijk om afspraken met hen te maken. Vaak kost het hun enorm veel moeite weer een normaal leven op te bouwen. Of ze neigen opnieuw naar verkeerde relaties. Waarschijnlijk was Larissa de afspraak met jou allang weer vergeten. Of ze heeft zich bedacht. Uit angst dat haar ex erachter komt, of omdat ze bang is om dom over te komen. Meisjes van loverboys voelen zich vaak erg dom, omdat ze ‘erin getrapt’ zijn, omdat ze tonnen hebben verdiend maar er geen cent van hebben gezien. Maar ze zijn niet dom, het is hen gewoon overkomen. En het getuigt juist van veel pit dat ze vechten voor een ander leven.

Is er een specifieke groep meisjes die extra risico loopt om te vallen voor een loverboy?

‘Het kan iedereen overkomen, óók een meisje met een keurige achtergrond. Maar vaak zijn het meisjes uit een gebroken gezin. En meisjes die seksueel misbruikt zijn. Ze hebben een laag gevoel van eigenwaarde. Als iemand hen het hof maakt, overtuigend zegt: ‘Jij bent geweldig!’ dan vallen ze voor hem. Een loverboy geeft zo’n meisje alles waar ze zo’n behoefte aan heeft: liefde, bevestiging, geborgenheid. ‘Het was alsof ik voor het eerst thuiskwam’ heb ik een meisje wel eens horen zeggen. Zo’n meisje raakt stapelverliefd. Langzaam wordt ze gehersenspoeld en losgeweekt van haar omgeving. Daarna worden haar seksuele grenzen verlegd, bijvoorbeeld door haar te laten slapen met vrienden. Vaak, wanneer ze seksueel misbruikt is, had ze al moeite die grenzen te stellen, en heeft ze al eerder geleerd zich af te sluiten voor haar gevoelens. Ze wordt een marionet. Ze doet alles wat haar vriend zegt, als hij maar van haar houdt. Werken als prostituee? Vooruit dan maar. Ze sparen immers samen voor een mooie toekomst. Denkt ze. Tot ze een keer niet wil werken en er klappen vallen. En dan komt de dag dat ze erachter komt dat hij nog andere meisjes heeft, vaak een stuk of drie, vier, die ook allemaal voor hem werken. Dat is de allergrootste vernedering; dat is nog erger dan dagelijks de prostituee te moeten spelen.’

Waarom blijven ze dan toch vaak bij hem?

‘Het is niet eenvoudig om los te komen van een loverboy. De meisjes zijn verslaafd. Vaak óók aan drugs, die ze krijgen van hun loverboy, maar vooral verslaafd aan hém. Ze kunnen niet zonder hem, niet zonder die enkele keer dat hij toch nog aardig voor hen is. Het komt vaak voor dat ze weglopen, maar toch weer teruggaan, omdat ze zo afhankelijk van hem zijn geworden. Dit wordt bij aangifte vaak tegen hen gebruikt. ‘Je ging toch zelf terug?’ wordt er dan gezegd. ‘Waarom zeg je dan dat je gedwongen werd?’ De politie vindt dit moeilijk te begrijpen. Maar ook als een meisje wel weg wil, gaat dat niet makkelijk. Loverboys mishandelen hun vriendin en bedreigen haar met de meest vreselijke dingen. Soms voeren ze hun bedreigingen ook uit, andere keren blijft het bij woorden. Want een meisje telkens terughalen, betekent gedoe. Het loont vaak meer om een nieuw slachtoffer te zoeken.’

Komen die mannen er zomaar ongestraft mee weg?

‘De kans dat ze gepakt worden is erg klein. De praktijken van loverboys zijn absoluut strafbaar, maar er moeten wel harde bewijzen zijn en dat valt niet mee. Ik adviseer meisjes altijd: bewaar álles. Bewaar die brieven van het bezoek aan het ziekenhuis als je weer eens mishandeld bent, laat foto’s maken van je blauwe plekken. Je kunt ook een anonieme verklaring geven bij de politie. Als er meerdere van dit soort verklaringen zijn, kan een man daar indirect toch op worden aangepakt.’

Hoe gaat het verder met een meisje dat ontkomt aan haar loverboy?

‘Vaak duiken meisje een tijd onder om van hun loverboy af te komen. Het komt regelmatig voor dat ze daarna toch terugkeren in de prostitutie, maar nu zelfstandig. Een ander leven opbouwen in moeilijk. Ze zijn vervreemd van hun familie, van hun oude vrienden. Hun opleiding hebben ze niet afgemaakt, met een baan in een supermarkt verdienen ze in een maand net zoveel als anders in één nacht. En ze zijn vaak zwaar getraumatiseerd door alles wat ze hebben meegemaakt. Mishandeling, verkrachting, vaak meerdere abortussen. Deze meisjes zijn voor hun leven getekend.’

Het Scharlaken Koord heeft een aanloopcentrum in de Rosse Buurt in Amsterdam, waar meisjes en vrouwen kunnen komen die in de prostitutie werken. Voor hulp, of simpelweg een luisterend oor. De organisatie werkt vanuit een christelijke overtuiging en doet ook aan voorlichting en preventie, en biedt hulp aan ouders. Zie ook: www.bewareofloverboys.nl

Het Scharlaken Koord
Barndesteeg 25
1012 BV Amsterdam
020-6226897

Een week later doet Barbara de deur voor me open. Ze is op haar oppasadresje. Haar nieuwe vriend mag niets weten over dit interview. Barbara is een donkerharig, tenger meisje met bruine ogen en een mooie glimlach. Ze ziet er heel jong uit voor haar leeftijd. Als ik niet zou weten dat ze al tweeëntwintig is, zou ik haar hooguit zeventien schatten. Barbara is jarenlang door een loverboy uitgebuit. Ze heeft haar nieuwe vriend wel iets verteld over haar verleden – ‘Maar weinig details, hij zou gek worden’ – verder heeft ze nog nooit met iemand gepraat over wat haar is overkomen.

‘Het gaat nu redelijk goed met mij. Ik werk op een makelaarskantoor, volg een opleiding. Toch heb ik nog steeds last van huilbuien. Slapen gaat ook niet best, ik heb vaak nachtmerries. Eigenlijk zou ik graag aangifte willen doen tegen Stefan, maar ik ben nog altijd bang voor hem. Hij laat me nu met rust, maar wie weet komt hij me dan straks weer opzoeken. Bovendien ben ik bang dat ik op het bureau ga huilen als ik een klein kind. Ik schaam me dood bij het idee alleen al. Het liefst huil ik in mijn eentje, als niemand mij kan zien of horen.

Ik leerde Stefan kennen toen ik veertien jaar was. Hij was vierentwintig en kwam heel relaxed over. Ik dacht: dit is hem! Ik was heel blij met een leuke vriend. Thuis, bij mijn moeder en stiefvader, had ik het niet goed naar mijn zin. Ik had het gevoel dat mijn kleine zusje – de echte dochter van mijn stiefvader – telkens werd voorgetrokken. Ik maakte veel ruzie en al snel ben ik bij Stefan ingetrokken. We deden veel leuke dingen samen, zoals naar pretparken gaan. Ik kreeg ook veel cadeautjes van hem, maar wat het allerbelangrijkste was: hij had tijd en aandacht voor mij. Naar school ging ik niet meer. Ik vond er niets aan, spijbelde vaak. Ook Stefan vond het onzin dat ik naar school ging. Ik had hem toch? Ik werd zo opgeslokt door mijn nieuwe leven, dat ik niemand meer zag van mijn ouwe vriendenkring.

Het is een aantal maanden heel erg leuk geweest, tot ik ontdekte dat Stefan verslaafd was aan drugs, en dat hij vaak naar de hoeren ging. Het bleek dat hij mij zelfs regelmatig had meegenomen, ik zat dan altijd te wachten in de auto om de hoek. Ik vond het afschuwelijk. En ik snapte er niets van, hij hield toch van mij? Toen ik er iets over zei, werd Stefan erg boos en sloeg me. Ik moest mijn kop houden, hij maakte de dienst uit! Ik schrok me rot. Dit gedrag was ik helemaal niet gewend van hem. Vanaf dat moment begon hij me steeds minder cadeautjes te geven. Op een avond wilde hij dat ik uitging met een vriend van hem. Die vriend probeerde me te verleiden en beledigd ben ik weggegaan. Toen ik thuiskwam, werd Stefan woedend. Niet op zijn vriend, maar op mij! Hij ging door het lint, trapte wild tegen de muren aan. Hij had zoveel voor mij gedaan, zei hij, nu werd het tijd dat ik iets voor hem deed. Seks met anderen, dus. Het was maar tijdelijk, hij moest vrienden afbetalen. Hij bedreigde me en toen heb ik het toch maar gedaan. Na afloop voelde ik me zo vies. Diezelfde avond heeft Stefan me coke gegeven. ‘Als je dit spul neemt, ga je je beter voelen,’ zei hij. Ik deed geen oog dicht, de coke hield me de hele nacht wakker.

De dagen erna volgden meer vrienden van hem, en uiteindelijk moest ik met onbekende mannen naar bed. Walgelijk was het, en ik dacht: ik moet maken dat ik wegkom! Ik ben weer bij mijn moeder en stiefvader ingetrokken. Maar daar kon ik echt niet aarden. En Stefan stond me steeds overal op te wachten. Hij wisselde smeekbedes af met bedreigingen en na een tijd ben ik toch weer teruggegaan. Het zou weer leuk zou worden tussen ons, had hij beloofd, maar na drie dagen moest ik alweer met mannen naar bed. En na een week vond hij dat ik dat iedere dag moest gaan doen! Wanneer ik niet wilde, werd hij woedend. Van een aardige, populaire jongen was hij veranderd in een beest. Hij heeft me vaak helemaal in elkaar geslagen. Als ik ooit tegen iemand zou vertellen wat hij me liet doen, zou hij me vermoorden, zei hij altijd. Ik was verschrikkelijk bang voor hem, ook vanwege andere dreigementen. Zo had ik twee kleine neefjes, die iedere dag pal tegenover zijn huis speelden. Hij zei dat hij ook hen zou vermoorden.

Hij liet me iedere dag werken van acht uur ’s avonds tot vier uur ‘s nachts. Soms bij hem thuis, vaak in parkeergarages. Van het geld dat ik verdiende, kreeg ik niets. Wat ik wel kreeg was coke, en voordat ik het wist gebruikte ik anderhalve gram per dag. Er kwamen veel oude kerels bij me. Ik was op dat moment veertien jaar, maar ik zag eruit als een meisje van elf, twaalf. De mannen die mij bezochten waren gore viespeuken. Ze wisten heel goed dat ze iets strafbaars deden. Blijkbaar kickten ze op jonge meisjes. Er was een vent die drie kleine kinderen had. De jongste was net geboren en thuis kwam hij niet aan zijn trekken. Een andere klant vertelde altijd dat hij het ook met zijn zus deed. Hij zei dat zij het nog lekker vond ook! Ik dacht altijd: ‘Houd alsjeblieft je bek,’ want ik walgde ervan.

Die nachten waren afschuwelijk, maar na een tijdje wende het. Vaak was ik compleet stoned. Maar ik telde de uren, iedere keer weer, tot het voorbij was. Vaak had ik wel een stuk of 15 klanten per nacht. Hoe het met het geld ging, dat weet ik niet. Dat regelde Stefan zeker als ik er niet bij was, want ik heb nooit een cent gezien. Als hij mij naar mijn werk bracht – een parkeergarage bijvoorbeeld – ging hij lekker stappen. Hij feestte, ik verdiende het geld. Hij ging uit eten, ik kreeg een blik witte bonen. Ik denk trouwens dat hij ook andere meisjes had die voor hem werkten. Zoiets ving ik wel eens op aan de telefoon.

Soms zat ik thuis te huilen en dan probeerde hij me te troosten. ‘Het is maar voor even,’ zei hij dan, ‘we moeten snel onze geldproblemen oplossen.’ Ik geloofde er niets van. Toch bleef ik hopen dat het tijdelijk zou zijn. Dat zou mijn enige uitweg zijn.

Mijn liefde voor Stefan was toen al lang over hoor. Ik haatte hem, ik háátte hem zo verschrikkelijk! Het enige waar hij goed voor was, was het oplossen van mijn ruzies met anderen. Ik was heel moeilijk in die tijd en maakte ruzie met iedereen. Als ik dat tegen Stefan zei, leerde hij die mensen een lesje. Zo heeft hij een keer een jongen die argeloos voorbij kwam, zomaar van zijn fiets geslagen, alleen omdat ik hem niet mocht. Ik vond het best zielig voor die jongen, maar het kon me ook weer niet zoveel schelen. Dat kwam ook door de coke natuurlijk. Ik was onhandelbaar geworden, had schijt aan alles en iedereen. Ook met de politie had ik ruzie. Als ik ze zag, spuwde ik naar ze. Want zij lieten mij niet met rust. Natuurlijk viel het op dat een jong meisje als ik van alles uitspookte met oude kerels. Ik werd dan ook om de haverklap opgepakt. Maar ik liet niets los, ontkende alles. Uit angst, ja. In de parkeergarages waar ik werkte, hingen soms camera’s en als ze me een opname lieten zien waar ik op stond, zei ik gewoon: ‘Jullie zijn gek, dat ben ik helemaal niet!’ Of ik zei dat ik met die oudere man uit was, dat ik verliefd was. Kom op zeg, uitgaan mag toch? Wanneer ik in de ene stad te bekend werd bij de politie, gingen we ergens anders heen. Vooral Amsterdam was veilig. Dat is zo groot, zo anoniem.

Omdat ik niets zei, stond de politie machteloos. Ze wisten dat Stefan erachter zat. Ze kwamen vaak bij hem thuis, maar ze konden hem gewoon niks maken. Ze konden hooguit mij naar een crisisopvang brengen. Dat is negen keer gebeurd. Ook daar durfde ik de waarheid niet te vertellen. Zodra ze erover wilden praten, waarom ik dit deed en zo, vlogen de glazen door de kamer. Het was te confronterend. En stel dat het in een dossier kwam te staan! Dat kon dan weer bij de politie belanden. En als Stefan daar achter kwam, zou het echt afgelopen zijn met mij.

Ik was banger dan ooit. Want ik wist dat ik nergens veilig was. Iedere keer was ik zo blij als ik in een crisisopvang zat, maar ook daar wist Stefan me te vinden. Wanneer ik werd opgepakt, bleef hij, of één van zijn vrienden, net zolang bij het bureau wachten tot ik ergens werd heengebracht. En waar dat ook was, in Groningen of Maastricht, ze achtervolgden me. En als ik dan na een week of zo de straat weer op durfde, stond Stefan daar. Dan greep hij me en nam me gewoon mee. De eerste keer dat ik in een crisisopvang was geweest, heeft hij mij op een verschrikkelijke manier verkracht en me daarna net zolang geslagen tot ik op mijn knieën zat en hem smeekte om alsjeblieft te stoppen. Na afloop kon ik amper opstaan en ik heb de hele nacht immense pijn in mijn buik gehad. Het leek wel of mijn hoofd uit elkaar barstte.

Natuurlijk heb ik wel eens geprobeerd om van hem af te komen. Ik heb een keer een mes gestolen uit de keukenla, en dat in mijn mouw verstopt. Ik wilde hem neersteken zodra hij thuis kwam. Maar ik werd betrapt door zijn neef, die natuurlijk meteen naar Stefan belde. En dat betekende weer klappen.

Dit is twee jaar zo doorgegaan. Ik dacht dat ik gek werd. Vaak zag ik het leven niet meer zitten. Meerdere malen heb ik bij het spoor gelopen, om onder een trein te springen. Uiteindelijk heb ik een ondertoezichtstelling gekregen. Meer dan twee jaar heb ik in een gesloten opvang gezeten. In het begin was het vreselijk, ik voelde me heel erg alleen. Ik dacht dat iedereen mij haatte. Achteraf is het toch heel goed geweest dat ik daar terecht ben gekomen. Ik ben er afgekickt van de coke, ik heb mijn school weer opgepikt. En, het allerbelangrijkste, ik ben van Stefan afgekomen. Twee jaar wachten vond hij blijkbaar te veel.

Toen ik achttien was, kwam ik vrij. Het is met ups en downs gegaan – ik heb weer een tijdje drugs gebruikt, nu vooral pillen – maar op het moment gaat het best goed met me. Ik ben nu niet meer zo bang voor Stefan, ook al woont hij in dezelfde plaats als ik. Ik heb een vriend die me beschermt. Als Stefan ook maar een vinger naar mij zou uitsteken, is hij nog niet jarig.

Ik weet dat Stefan nu getrouwd is. Ik heb een feestelijke ereboog voor zijn huis zien staan. En een tijdje later stond er een ooievaar: hij heeft dus ook een kind! Soms zie ik hem rijden, en dan schreeuwt hij afschuwelijke dingen naar me. Dan klopt mijn hart tien keer zo snel als normaal. Ik haat hem echt zo erg. Het liefst zou ik willen dat hij dood was.

Nee, ik heb dus geen aangifte tegen hem gedaan en dat ga ik denk ik ook niet doen. Ik weet dat er ooit een meisje is geweest die aangifte heeft gedaan tegen verkrachting, en die wordt nu nog steeds door hem bedreigd. En wat voor bewijzen zijn er eigenlijk? Straks wordt hij voor een paar maanden vastgezet, en komt hij daarna weer vrij. En dan zit ik met de ellende. Nee hoor, ik houd mijn mond. En ik weet wel dat de politie mij best wil helpen, maar veel van hen zijn zulke klootzakken. Ze snappen er niets van. Ik wil geen details vertellen, dat is veel te moeilijk. Maar dan gaan ze toch aandringen, dat weet ik wel. En ze hebben haast. Ze willen dat ik in vijf minuten mijn hele verhaal doe, nou, dat gaat echt niet! Ze zijn niet allemaal zo, hoor. Ik heb twee heel fijne politiemensen ontmoet. Zij waren echt aardig voor me. Maar nee hoor, laat maar. Ik probeer nu mijn leven weer op te pikken.

Ik heb een leuke nieuwe vriend, ik ben gelukkig met hem. Ik hoef niets, mag alles. Hij laat me in mijn waarde. Tja, die zwangerschap. Dat was even wat minder. Hij dreigde me het huis uit te zetten, want hij wilde het echt niet. Ook mijn moeder, met wie het contact nu best oké is, stond er niet achter. Ik kon dus nergens terecht. Ik had het kindje zelf graag gewild, maar pech. Niets aan te doen, het is beter zo. Ik ben er al wel overheen hoor. Mijn vriend en ik zijn lekker op vakantie geweest vorige week en dat was hartstikke leuk.’

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide