• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Viva » artikel ...


Heleen (37) werd gestalkt door haar ex-man

Jarenlang werd Heleen geterroriseerd door haar ex-man. Zelfs een straatverbod had geen effect.

“Je gaat eraan, Heleen! Je kunt beter die deur open doen, ik weet dat je er bent. Niemand houdt me meer tegen!” Als een stortvloed komt zijn geschreeuw mijn huis binnen. Ik kan nog maar met moeite mijn handen en benen stil houden. Zelfs mijn tanden klapperen. Een scherp gehoor is nu van levensbelang. Alles moet ik horen, hoe minuscuul het geluid ook is. Mijn oren hebben geen seconde rust, dag en nacht staan ze op. (Eigen tekst van Heleen)

’Drie jaar geleden zat ik naar het journaal te kijken en hoorde hoe een vrouw voor haar flat was neergeschoten door haar ex-man. Iedereen wist dat ze bedreigd werd, politie, justitie, hulpverleners, maar er was nooit ingegrepen. En nu was ze dood. Het was alsof ik mijn eigen verhaal zag. Dit zou ook met mij gebeuren, dit was mijn toekomstbeeld. Helemaal verdwaasd zat ik voor de televisie. Diezelfde avond was het weer raak. Opnieuw stond hij voor de deur. Gerinkel van glas, gebonk. De eeuwige dreigementen: ‘Ik maak je af! Je bent er geweest!’ Je zou haast denken dat het went, maar geloof me: het went nóóit. In paniek heb ik, zoals ik al zo vaak gedaan had, de politie gebeld. Die nacht was het zo erg dat ze me naar familie hebben gebracht om onder te duiken. Maar ook daar stond mijn ex even later voor de deur. Toen de politie weer kwam, werd er gezegd dat ik maar naar een Blijf van mijn Lijf huis moest gaan, omdat ik mijn familie in gevaar bracht. Woedend ben ik tekeer gegaan. Ik zou mijn familie in gevaar brengen? Daar buiten liep een gevaarlijke gek die mijn leven nu al tweeënhalf jaar terroriseerde, die het straat- en contactverbod dagelijks aan zijn laars lapte, en zij konden niets voor me doen! Het was om helemaal gek van te worden.

Ik was negentien toen ik hem ontmoette, hij vierendertig. Echt verliefd ben ik nooit geweest, het was meer zijn sterke persoonlijkheid waar ik voor viel. We gingen samenwonen, trouwden en kregen een kind. Maar gelukkig was ik niet. We hadden een oppervlakkige relatie, zonder hoogtepunten. Ook zonder dieptepunten: tijdens onze jaren samen heb ik nóóit kunnen vermoeden hoe het later uit de hand zou lopen. Hij heeft me nooit geslagen, we maakten geen grote ruzies. Daar moest ik wel telkens meer mijn best voor doen, want toen hij de laatste jaren van ons huwelijk steeds meer ging drinken, liep ik altijd op mijn tenen. Seks hadden we al lang niet meer, oprecht contact al helemaal niet. Toen ik de dertig naderde, wist ik dat ik weg moest gaan, na al die jaren van twijfel. Ik keek er enorm naar uit om alleen te zijn, mijn eigen huisje in te richten naar míjn smaak, niet langer zoals hij dat wilde, en mijn eigen leven op te bouwen.

Zonder me ook nog maar een moment te bedenken, pak ik mijn paspoort, spaargeld, een paar inlegkruisjes, een banaan, en prop dit in mijn tas. Die zet ik alvast klaar bij de voordeur. Mijn sleutels leg ik er los naast. Nu komt het gevaarlijkste moment. Ik moet Mark halen. Die ligt op de twee verdieping te dromen. Dat betekent dat ik langs de slaapkamer moet waar dat dikke monster ligt te slapen. Heel behoedzaam begin ik aan de grote klim. (Eigen tekst van Heleen)

Ik heb een flat voor mij en mijn zoon gevonden en nadat ik het huurcontract had getekend heb ik het thuis verteld. Het was mijn bedoeling om nog een maand te blijven, terwijl ik mijn nieuwe huisje zou opknappen. Maar de situatie werd direct onhoudbaar. Mijn ex was er kapot van. Hij had het totaal niet zien aankomen. ’s Ochtends, wanneer hij nog nuchter was, deed hij niets anders dan huilen. Hij smeekte me te blijven. Hij zou nooit meer drinken, alles zou anders worden. ’s Avonds, met drank op, was het oorlog. Na anderhalve week, toen hij weer de boel kort en klein had geslagen, heb ik ’s nachts mijn zoontje uit bed gehaald.

Op mijn tenen ben ik het huis uit geslopen, terwijl hij dronken lag te snurken in onze slaapkamer. Er was nog niets in mijn nieuwe flatje, zelfs geen vloerbedekking. Alleen een matras was er, maar toen ik daarop lag in het donker, voelde ik me zielsgelukkig. Mijn nieuwe leven zou beginnen, ik was vrij! Dat geweldige gevoel heeft maar één nacht geduurd. Want vanaf dat moment ben ik, veel meer nog dan tijdens ons huwelijk, in zijn macht geweest.

Mijn ex dacht er niet over om mij zomaar te laten gaan. Hij kwam naar mijn huis, belde de hele dag door. In het begin smeekte hij me meestal om terug te komen, maar al snel nam de agressie de overhand. Telkens gaf hij aan dat het leven voor hem geen zin meer had zonder mij. Daardoor was hij alle remmingen kwijt. “Ik sleep jou en Mark mee het graf in”, schreeuwde hij voor mijn deur, terwijl hij alle ruiten telkens opnieuw insloeg. “Als ik je niet kan hebben, dan niemand!” Hij was verschrikkelijk jaloers en was ervan overtuigd dat ik een ander had. Iedere dag stond hij in mijn straat te posten. Als ik hem zag staan, was het alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Doodsbang werd ik. De bedreigingen liepen zo uit de hand dat ik vrijwel dagelijks de politie over de vloer had.

Als ik terugkom van Mark naar school brengen, staat de huismeester het glas op te vegen. Ik voel me verplicht om hem te helpen, maar ik kan het niet opbrengen. Verdoofd pak ik de lift naar boven en bel naar mijn werk dat ik een dagje vrij neem. Er zijn weer duizend dingen die ik moet regelen. Deur repareren, rotzooi opruimen, advocaat bellen en opletten dat hij niet weer in aantocht is. Het liefst zou ik in een bunker in Verweggistan zitten en een week of acht gaan slapen. Maar ja, dat kan nu eenmaal niet, we moeten verder. En heel misschien was dit wel de laatste keer… (Eigen tekst van Heleen)

In het begin dacht ik: dit gaat binnenkort wel over. Hij moet nog aan het idee wennen dat ik weg ben. Straks komt hij een ander tegen en dan laat hij me met rust. Maar ik was zijn obsessie geworden. Met liefde had het niets te maken. In zijn visie was ik zijn bezit, zijn eigendom en hij kon het niet verdragen dat hij zijn macht over mij zou kwijt raken. Dag en nacht was hij met mij bezig. Hij hield me altijd in de gaten, wist precies wat ik deed. Zeker in het begin praatte ik nog vaak met hem als hij belde. Dan hoopte ik dat ik erger kon voorkomen. Misschien zou het me lukken om hem rustig te krijgen, dan zou hij vanavond tenminste niet voor mijn deur staan. Maar vaak hielp het niets en kwam hij toch. Het geluid van bonken op de deur, van rinkelend glas, het staat in mijn geheugen gegrift. ‘Je komt nooit van me af’ schreeuwde hij telkens. Ik begon steeds meer te geloven dat hij gelijk had, want het bleef maar doorgaan en niemand kon me helpen.

Ik pak een skeeler van Mark die nog in de gang staan en begin hem op zijn handen te rammen. Hij blijft schreeuwen dat hij naar binnenkomt. Over mijn lijk! Langs mijn rechterhand zie ik een straaltje bloed sijpelen. Ik heb mijn vinger opengehaald, maar ik voel geen pijn. Ik voel me sterk, ik weet dat ik dit ga redden. Het zal hem niet lukken binnen te komen. Dat mag ook absoluut niet: mijn kleine mannetje ligt een paar meter verder vredig te slapen. Ik moet hem beschermen.(Eigen tekst van Heleen)

Ken je dat gevoel, dat je de trap afloopt en bijna misstapt? Dan slaat je hart van schrik een keer over. Dat gevoel, dat had ik wel dertig keer per dag. Bij elk telefoontje, ieder onverwachts geluid dacht ik: daar heb je hem weer. Ik was constant alert, want ik wist nooit wat er zou gaan gebeuren. Ik paste mijn hele levensstijl erop aan. ’s Avonds douchen was uitgesloten. Stel dat hij opeens voor de deur zou staan. Dan zou ik mij eerst moeten afdrogen, aankleden, daar was geen tijd voor. Als hij er stond moest ik direct de politie bellen. Dus ik had mijn telefoon altijd bij de hand. En de tv stond zacht, zodat ik alle geluiden van buiten kon horen.

Ik heb lang geen officiële aangifte durven doen. Ik was bang dat ik het daarmee alleen nog maar erger zou maken. Het zou hoe dan ook een tijd duren voordat de zaak voorkwam, wie weet was het dan allang over en zou ik het alleen maar weer aanwakkeren. Je kunt je toch niet voorstellen dat iemand ál zijn tijd en energie erin blijft steken om jou het leven onmogelijk te maken? Dat moet toch een keer afgelopen zijn, zou je denken. Maar zelfs na tweeënhalf jaar had ik nog iedere dag met hem te maken, kwam de politie elke week meerdere malen bij me thuis. Ik had toen allang in de gaten dat het niets uitmaakte wat ik deed. De gekte zat in zíjn hoofd; wat ik deed had daar geen invloed op.

“Ik zie de politieauto het parkeerterrein op rijden. Een beetje overmoedig durf ik nu wat veder over mijn balkon heen te hangen. Ik zie hem duidelijk staan. Laten ze hem alsjeblieft meenemen. Alleen dan, als ik zeker weet dat hij weer een nachtje vastzit, kan ik lekker slapen. Het sloopt me. Er zijn nog maar weinig nachten dat ik normaal kan slapen. Of hij staat voor de deur, of hij belt me, of ik ben bang dat hij dat gaat doen. De nachten dat ik niets hoor zijn bijna net zo vermoeiend als die wanneer hij wel wat laat horen.” (Eigen tekst van Heleen)

Ik heb uiteindelijk meer dan dertig aangiftes tegen hem gedaan. Het aantal meldingen bij de politie is niet te tellen. Meestal waren de politiemensen wel behulpzaam, maar zij stonden met hun rug tegen de muur. Het waren ‘alleen maar’ bedreigingen en vernielingen. Ze konden eigenlijk niets voor me doen, alleen weer een aangifte afnemen, of hem voor een paar uur oppakken. Maar meestal zorgde hij er wel voor dat hij net weer weg was, als de politie aankwam. Dan was het weer geen ‘heterdaad’. Ik heb ook vervelende ervaringen met de politie gehad, dat ze bijvoorbeeld zeiden: ‘Ach mevrouwtje, schelden doet toch geen pijn,’’ maar dat waren incidenten. Anderen hebben enorm hun best voor mij gedaan. Een vrouwelijke wijkagent ging zelfs uit zichzelf bij mij posten. Ik heb drie maal een straatverbod aangevraagd, en ook een contactverbod. Bij een straatverbod, mag de veroordeelde niet binnen een straal van 500 rond je huis komen. Een contactverbod verbiedt ál het contact, ook telefonisch, ook het benaderen van familieleden. Het probleem bij deze verboden is dat je ze zelf moet aanvragen, je moet dus zelf een kort geding aanspannen. Het heeft me meer dan 6000 euro gekost. En hij trok zich er helemaal níets van aan. De enige sanctie die op overtreding staat is een geldboete, en ook daar moet je zelf weer achteraan… Verder gebeurde er niets. Al mijn aangiftes werden geseponeerd. Hij is niet eenmaal vervolgd. Hij kwam er gewoon mee weg.

Mark, waar ben je? Geef eens antwoord, alsjeblieft? Mijn ogen branden. Ik roep nog een keer zijn naam. Uit een zijkamertje hoor ik zacht gesnik komen. “Lieve schat, kom eens bij mama, waar ben je dan?” Ik zie hem nog steeds niet. Als ik het kamertje binnenloop hoor ik dat het gesnik uit mijn kledingkast komt. Helemaal achter in het hoekje van de kast heeft hij zich achter mijn kleding verstopt. Op zijn hurken zit hij zachtjes te huilen. Zijn kleine handjes heeft hij om zijn beentjes geslagen. (Eigen tekst van Heleen)

Voor mijn zoontje Mark was het ook afschuwelijk. Soms sliep hij door de aanvallen en bedreigingen heen, vaak maakte hij ze mee. Het arme mannetje. In het eerste half jaar nam mijn ex onze zoon wel eens mee. Dat vond ik ook vreselijk, maar ik durfde niet te weigeren, bang dat hij dan nog bozer zou zijn. Later is hij uit de ouderlijke macht ontzet.

“Ssst, even stil Mark, mama wil dit horen.” Ik zet mijn televisie van vier naar zeven streepjes en schuif wat dichterbij. “….voor haar flat neergeschoten.”Ik zie een fiets staan en daarnaast ligt een wit laken op de grond. “We begrijpen niet hoe dit heeft kunnen gebeuren,” hoor ik de Burgemeester van Zwijndrecht zeggen. “Er zijn voldoende signalen afgegeven dat deze kwestie uit de hand zou kunnen lopen. De ex-man had een straat- en contactverbod. Toch is er niet ingegrepen. De kinderen van het slachtoffer waren bij het incident, maar zijn ongedeerd.”

Hoe gek kan de wereld zijn! Ongedeerd? Deze kinderen zijn niet ongedeerd! Ze hebben voor hun ogen gezien hoe hun moeder werd vermoord. (Eigen tekst van Heleen)

Toen het stalken al tweeëneenhalf jaar aan de gang was, zag ik op televisie het bericht over die vrouw die door haar ex was doodgeschoten. Dat kon met mij ook gebeuren. En dan zou er vast wél aandacht zijn. Zover mocht het niet komen! Ik heb een brief geschreven naar de Burgemeester van mijn woonplaats, om hem verantwoordelijk te stellen voor mijn eventuele dood. Ook heb ik geschreven naar SBS 6. Die stonden direct op de stoep voor een reportage. Een dag na de uitzending is er een onderzoek ingesteld en nog een dag later is mijn ex van zijn bed gelicht en in bewaring gesteld. Toen wel, toen kon het opeens wel! Natuurlijk was ik blij dat er nu eindelijk iets gebeurde, maar dat het op die manier moest, is teleurstellend. Mijn ex heeft vijf dagen vastgezeten, daarna hebben ze hem vrijgelaten. Hij had een eigen zaak en het zou ‘derving van inkomsten’ zijn. Niet te geloven, toch? En mijn kosten al die jaren? Alle reparatiekosten van zijn vernielingen, het geld voor de advocaat, voor het straatverbod? En de ontelbare dagen dat ik zonder enige nachtrust naar mijn werk moest? Maar hij kreeg wel een voorwaardelijke straf: wanneer hij binnen twee jaar nog een keer in mijn buurt zou komen, of mij op welke manier dan ook zou lastig vallen, zou hij een gevangenisstraf krijgen van een half jaar. En zo gek was hij nou ook weer niet: ik heb níets meer van hem gehoord. Van het ene op het andere moment was het over. In het begin geloofde ik het gewoon niet. Ik verwachtte hem iedere keer weer op de stoep. Tot me doordrong dat hij al maanden niet meer was geweest.

Hoewel ik altijd heb geweten dat hij op een dag terug zou kunnen komen, was ik er toch niet meer echt op voorbereid. Toen er vorig jaar oktober werd aangebeld en ik vanuit het slaapkamerraam hem zag staan, stond mijn hart stil. Zoveel gedachten gierden door mijn hoofd. Zit de deur wel op de knip? Waar was mijn telefoon? Hij had een knuppel bij zich en sloeg het glas uit de deur en mijn voordeur kapot, terwijl hij weer aan het schreeuwen was. De oude teksten: ‘Ik maak je af, je bent er geweest.’ Ik heb weer zo snel mogelijk de politie gebeld. Vlak voordat ze aankwamen was hij weg. De schrik omdat hij het, na al die jaren, nog niet heeft opgegeven, heeft me weken van slag gebracht. Het was trouwens een paar dagen voor de verjaardag Mark. Welke vader doet nou zoiets? Toen het stalken na het ingrijpen van justitie drie jaar geleden opeens over was, ging het met mijn zoon vrij snel heel goed. Hij heeft gelukkig nooit gedragsproblemen gehad door alles wat er gebeurd is. Maar sinds de laatste keer is het mis met hem. Totaal onverwacht heeft hij opnieuw te maken gehad met geweld in zijn eigen, vertrouwde omgeving. Bijna elke avond kruipt hij bij mij in bed en heeft verwarde dromen. Ik hoop dat zijn angst over zal gaan, en dat mijn ex ons met rust laat. Maar of dat zo zal zijn? Ook de recherche zegt dat hij er grote kans is dat hij het nooit zal opgeven. Ik zal altijd mijn hoede moeten blijven.

Ik had niet gedacht dat mij dit had kunnen overkomen. Je leest wel over dit soort dingen, maar dan denk je: dat gebeurt bij anderen, maar niet bij mij. Wel dus. Maar ik ben een sterke vrouw, en mijn zoon en ik redden ons wel. Ik heb een leuke baan, goede vrienden. Ik vertel dit verhaal niet om medelijden op te wekken, maar om te laten weten welke invloed het op je leven heeft als je gestalkt wordt. Ik ben ook bezig om mijn ervaringen te verwerken in een boek. Inmiddels is er een speciale wetgeving tegen stalking. Het schijnt dat er nu meer mogelijkheden zijn om iemand aan te pakken, en ik hoop dat dat in de praktijk dan ook gebeurt. Want het is al onaanvaardbaar dat iemand je leven zo kan verpesten, maar dat de dader er dan ook nog zomaar mee wegkomt, is echt te niet verteren.’

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide