• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Top Santé » column ...


Chris H.


Met bonkend hart loop ik door Hoog Catherijne de binnenstad van Utrecht in. Een mengeling van heimwee en spanning valt als een donkere schaduw voor me uit. Na zeven jaar ga ik mijn vroegere liefde weer ontmoeten. In café Jazz Alley. Ontelbare biertjes hebben we daar gedronken. En wel een miljoen sigaretten gerookt.

Wat is het toch goed dat mensen zijn uitgerust met een selectief geheugen. Alle mooie herinneringen, ik kan ze nog zo duidelijk tevoorschijn toveren. Maar van de herinnering aan onze ruzies is het scherpe randje afgesleten. Het kapotgescheurde T-shirt, de heftige scheldpartijen over de gracht in een inktzwarte nacht: het lijken gebeurtenissen uit een boek, stukgelezen. Ik ken het boek uit mijn hoofd, maar het is niet meer míjn verhaal. Chris en ik, wij waren altijd goed in het vergeten, in het wegstoppen van de nare dingen. ‘s Nachts koesterden we elkaar, negeerden we de ruzie van de afgelopen dag en ontkenden we de oorlog van de volgende morgen. Totdat mijn hoofd overstroomde van woede, pijn en verdriet, en ik op die stroom bij hem weggleed, onherstelbaar. Zeven jaar geleden.

Ik stap het café binnen en herken hem meteen. We staan wat onhandig te schutteren, tot hij me even stevig beetpakt. Wat zijn zijn ogen vertrouwd. En dat lachje, dat kuiltje in zijn wang! Hoeveel kusjes heb ik daarop gegeven? Elk haartje in zijn nek heb ik gestreeld en liefgehad.

We lachen en tuimelen over onze woorden en emoties. Hij vertelt, ik luister; ik praat, hij zwijgt. Nadat we elkaar in vogelvlucht over de afgelopen jaren hebben verteld, klinkt steeds vaker: ‘Weet je nog?’ ‘Herinner je je die keer dat...?’ En soms zeggen we even helemaal niets. Kijken elkaar alleen maar aan. Onze vonk blijkt er nog steeds te zijn. Geen erotische vonk meer, maar een vlammetje van vertrouwdheid, alsof je een deel van jezelf plotseling weer terugvindt.

Na twee uur sta ik op. Er zou nog zoveel te zeggen zijn en tegelijkertijd is alles gezegd. Een bijzondere ontmoeting op een koude lentedag. Bij de deur draai ik me om. Chris zwaait en stuurt een luchtkusje. Ik weet dat ik hem de komende jaren niet, misschien wel nooit meer zal zien. Nog voordat ik de deur uit ben, is voor het beeld van nu, weer het beeld van de jongen van toen geschoven. Dag Chrisje, denk ik, en ik denk: wie had dit kunnen vermoeden, zeven jaar geleden, tussen de tranen en de woede. Maar ik ben dankbaar voor onze tijd samen. Dank je wel dat je bestaat.

Onderweg naar het station verlies ik, niet te geloven, mijn sjaal én een handschoen. Ik merk het niet.


© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide