• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Top Santé » column ...


Schoolliefde

‘Je moet meegaan naar dat feest,’ vindt mijn vriendin Sandy. Ik rek me uit op bed. ‘Geef me één goede reden,’ antwoord ik. Ik veer overeind wanneer ze zijn naam uitspreekt. Vijf minuten later sta ik onder de douche, een uur later voor haar deur.

Erik zal er zijn. Mijn eerste grote - grote liefde. Brugklas twee, dertien was ik. Ik wist amper was seks was, maar ik wist wel dat ik het met Erik wilde uitproberen. Iedere les zat ik stiekem naar hem te kijken. Hij niet naar mij.

Hij keek naar Elles, of naar Joke, de mooiste, populairste meisjes van de klas. Daar hoorde ik niet bij. Als ik een beurt kreeg van de leraar, haperde ik, bloosde ik. Maar ’s avonds in mijn puberbed was ik niet zo verlegen en droomde ik hoe ik Erik verleidde. Alle standjes die ik kon bedenken voerden we uit. Dat waren er twee. Verder reikte mijn fantasie nog niet. Maar die standjes verveelden nooit.

De enkele keren dat ik een woord wisselde met Erik, was wanneer ik hem moest bellen voor het ziekmelden van een leraar. In de ‘telefoonboom’ stond hij precies boven mij, omdat onze achternamen maar een paar letters verschilden.

Eén keer was ik te zenuwachtig om hem te bellen. Ik kon het niet, het lukte echt niet. Hij was te vroeg op school. ‘Stomme trut’, zei hij, toen ik later die dag langs liep. ’s Avonds in bed huilde ik zoute tranen. Het zou nooit iets worden, nu stond het vast.

Op dit promotiefeest staat hij op de gastenlijst, weet mijn oude schoolvriendin, die ik – pas vele jaren later - over mijn obsessie heb verteld. En jawel. Hij ziet er nog steeds goed uit. Hij lijkt zonder vrouw of vriendin te zijn. Twintig minuten sta ik te dralen voordat ik op hem afloop.

‘Hai, ik ben Lissa,’ zeg ik zo kalm mogelijk. ‘Ik zat bij jou in de klas.’ Bevreemd kijkt hij me aan. Wanneer ik hem vertel over dat timide meisje dat ik vroeger was, begint hij voorzichtig te knikken. ‘O ja,’ zegt hij vaag. Een aantal klasgenoten herinnert hij zich wèl. We praten. En het is leuk. Maar hoe langer we praten, hoe meer ik besef dat mijn intrigerende schoolliefde van vroeger een doodgewone man is geworden, op wie ik nu nooit meer zou vallen. Mooie ogen, dat wel.

We praten twee uur lang, zo veel meer dan in die twee hele schooljaren. Bij het afscheid zoenen we elkaar gedag. Het lijkt of hij nog wat wil zeggen, maar ik draai me om. Waar is Sandy? Ik kan haar niet meer vinden: ze wilde me vast niet storen. Alleen loop ik naar huis. Dan voel ik iets in mijn jaszak. Al bijna wil ik het weggooien, vast een oud treinkaartje, dan lees ik Eriks naam op zijn visitekaartje. Op de achterkant heeft hij iets geschreven met nog altijd dezelfde hanenpoten. ‘Wanneer gaan we uit eten, dame?’ staat er.

Dat ik hem niet ga bellen, maakt nu even niets uit. Ik voel me zweven over straat. Als ik lenig zou zijn, zou ik een radslag maken op de gracht. Maar ik ben niet lenig. Dus ik houd het lekker bij huppelen.

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide