• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Top Santé » column ...


Onzichtbare inkt

Ik ben één keer bedrogen. Misschien wel vaker, maar van die ene keer weet ik het zeker. Die keer kwam het uit. Tweeëntwintig was ik, en Frank en ik waren acht maanden bij elkaar. Ik was niet ongelukkig voor ik Frank ontmoette, maar met hem hadden alle dagen meer kleur gekregen. Die nacht waren we met vrienden op een houseparty, zoals bijna ieder weekend in die tijd. De tijd dat we nog jong en mooi waren, en bovenal nooit moe; toen de gesprekken nog niet over huizen, carrière of kinderen gingen.

Opeens dook er een meisje op dat Frank aansprak. Hij keerde zich van haar af, ik zag schrik in zijn ogen. Schichtig keek hij naar mij en draaide zich toen snel weg, terwijl hij haar afpoeierde. Vanaf de bar proostte hij naar me en probeerde te glimlachen.

Ik wist het. En hij wist dat ik het wist.

Tijdens het fietsten naar huis, op het ritme van mijn draaiende wielen, gonsde het in mijn hoofd: vreemd-ge-gaan, vreemd-ge-gaan. Pas de volgende avond durfde ik erover te beginnen. Hij draaide er niet omheen.

Ik was te verbijsterd om boos te zijn. Ik voelde me dom, vernederd. Het verleden bleek geschreven met onzichtbare inkt. Niets was meer zoals het leek. Het was maar één keer gebeurd, zei hij. Hij was dronken, het stelde niets voor. Grote mieren kropen door mijn lichaam, van mijn buik naar mijn armen en benen. Ik had het gevoel dat ik moesten overgeven.

De tijd erna moest ik er steeds aan denken. Telkens opnieuw zag ik een pornofilm voor me, met hem in de hoofdrol. Wat misschien een uurtje had geduurd, werd in mijn hoofd uitgesmeerd over weken, maanden. Doorwaakte nachten, nachten waarin ik mijn eigen hart voelde kloppen, hard en koud.

Op die momenten werd me duidelijk hoe groot het gat is tussen theorie en praktijk. In theorie weet ik heel goed dat je opwinding kunt voelen voor iemand anders dan je eigen partner, en dat dat helemaal los staat van de liefde voor hem of haar. Maar nu dit me overkwam kon ik daar niets mee. Er was maar één gevoel dat overheerste: ik bent niet goed genoeg. Iemand anders is beter, lekkerder dan ik.

Ik heb het niet uitgemaakt. Hij was niet mijn bezit, vond ik. En die ander wás niet beter: hij wilde bij míj zijn, niet bij haar. Zij was een foutje, een vergissing: sorry hoor. Na een tijdje begon het te zakken. En, heel gek, ergens gaf het me ook een gevoel van rust. Frank was een mooie man, hij ging veel uit. Ook alleen. Ik was altijd wat ongerust, jaloers geweest. Maar dat was over. Het ergste was toch al gebeurd en het had niets veranderd. Het bracht zekerheid: zelfs ontrouw kon niet tussen ons komen.

Toch, achteraf gezien, is onze relatie vanaf toen gedoemd geweest te mislukken. Het verraad, het verzwijgen: het was een krasje op onze liefde; haast onzichtbaar, maar wel aanwezig. En krasjes gaan roesten. Toen ik, meer dan twee jaar later, ook in de verleiding kwam, twijfelde ik amper. Waarom zou ik? Het was het begin van het einde. Nu, nadat we allang uit elkaar zijn, voel ik soms de woede waar ik toen niet bij kon. Ik ben alsnog boos, omdat hij onze relatie al na een paar maanden kapot heeft gemaakt. En boos op mezelf. Omdat ik deed alsof, maar ik hem nooit heb vergeven.

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide