• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Schaakwereld » column ...


Frans Gambiet


Parijs in oktober. De maan boven de Notre Dame. We slenteren door Quartier Latin, op zoek naar nog een laatste drankje. En opeens weet ik het weer. “Volgens mij is hier in de buurt een schaakcafé.” Drie jaar eerder had ik er met een vriendin voor gestaan, getipt door Hajo. Maar de drempel bleek te hoog, zodat ik met slechts een foto van de voorgevel naar huis terugkeerde. Nu, op pad met mijn schakend vriendje, herkansing. Nog voor dat ik er goed over nagedacht heb waar het ook al weer was, staan we voor de deur. ‘Le Cloitre’, Rue Saint Jacques. 

“Eéééh, Flamands”, beledigt de barkeeper ons bij binnenkomst. We proberen hem uit te leggen dat we geen Belgen zijn, maar hij wimpelt onze tegenwerpingen weg. Nieuwsgierig nemen we de sfeer in ons op. Klein, bruin, Gambiet-achtig. Geen stamgast uit ons schaakhuis zou misstaan in deze omgeving. Zet Rik in Le Cloitre en hij hoort meteen bij het meubilair. We zien een Bobbels aan de bar hangen, druk in gesprek met een Michael. Wel is er een heuse tap en staan er veel verschillende drankflessen. “Hoeveel kost Sambuca?” willen we weten, achterdochtig door de hoge prijzen in Parijs. Maar Sambuca, dat is er nou net níet. De barkeeper wijst ons erop dat hier, in plaats van twee prijzen, zoals normaal is in Parijs (hang-aan-de-bar-prijzen en zit-prijzen), maar liefst drie prijzen gehanteerd worden. Na tien uur ‘s avonds worden de drankjes ongeveer 20% duurder. Een café au lait aan de bar (geen barkrukken!) kost zes gulden; zittend dezelfde koffie nuttigen kost je acht gulden en na tienen een tientje. Welja. We nippen voorzichtig van ons port-glaasje rosé. Elk slokje kost een gulden: genieten verplicht dus. Het voorste gedeelte van de ruimte doet aan als een redelijk ‘normaal’ café, met pratende, kaartende en back gammon-spelende mensen (meest mannen); het achterste gedeelte zit vol schakers. Daar heerst een vrijwel doodse stilte, slechts verstoord door het koortsachtig slaan op klokken. Maar het schaakniveau is bedroevend, ondanks de indrukwekkende foto’s van schaakgrootmeesters aan de muur. Ook hangen er hele grote foto’s van diverse schaaktoernooien. Rond de tafels staan een Radocai, Turgut en Walter fronsend te kijken. Er hangt (behalve een muur van rook) een typische schakerssfeer; buitenstaanders worden gedoogd, zolang ze niet struikelen of anderszins lawaai maken. Graag zou ik hier vermelden dat mijn schakend vriendje menig Fransman van het bord mept; het insider-sfeertje zorgt er echter voor dat hij zich slechts kijkend tussen de borden door beweegt. Al snel verplaatsen we ons naar het voor-gedeelte van het café.

Na twee glaasjes de man blijkt, zoals het in een deugdelijk schaakcafé betaamt, de voorraad rosé op. We stappen over op een koude rode, en een lauwe witte wijn. Het goedje smaakt alsof er al menig toerist na het drinken van deze drankjes een dag later dood in bed is aangetroffen. Véél water erbij dus, wat me in de gelegenheid brengt om elke tien minuten te controleren of de wc nog steeds zo vies is. Nee, daar kan ons eigen schaakhol niet aan tippen. De Gambieters zijn toch maar een proper volkje vergeleken bij deze rondpiesende Parijzenaren. Ook hier geldt dezelfde regel als bij sommige (niet bij name te noemen) barkeepsters in Gambiet; na drie maal bestellen wordt er eindelijk voorzichtig aanstalten gemaakt om iets in te schenken. We voelen ons helemaal thuis. In de kaarthoek breekt een kleine schermutseling uit. Niemand besteedt er aandacht aan. Tragische ontdekking: fototoestel vergeten. We besluiten de volgende avond terug te komen; dit hol dient te worden vastgelegd voor het thuisfront. Vermoeid maar tevreden verlaten we het pand.

Twee dagen later stappen we opnieuw binnen. De barman begroet ons als oude bekenden. Al snel komt een man aan de bar staan die we de vorige keer ook al hadden gezien; een heuse stamgast dus. Zodra hij ons in het oog krijgt begroet hij ons joviaal en schuift erbij. Wat een aardige Fransman! Na een kort gesprekje in half Frans, half steenkolen-Engels komt de aap uit de mouw: “Could I have one beer?” mompelt hij. Hij spreekt opeens verbazingwekkend goed Engels. Hij bestelt alvast zelf bij de barman, die zijn schouders ophaalt en berustend knikt. Deze weekend-avond (sluitingstijd 2 uur) is het beduidend drukker; vele verdwaalde toeristen, waarschijnlijk op de bonnefooi naar binnengestapt, maar ook verscheidene spraakzame Fransen. Het vrouwen-gehalte ligt deze avond een stuk hoger. Muziek uit de seventies op de achtergrond. We maken de gewenste foto’s (een enkele schaker kijkt geïrriteerd op door de flits), de barman maakt óngewenste foto’s met ons toestel, andere toeristen slaan óók aan het fotograferen en zo wordt het een dolle avond.

Zonder gekheid: Le Cloitre is een leuk en gezellig café voor een in Parijs belande schaker. Met enige fantasie, maar echt niet eens zó veel, kun je je in Gambiet wanen. De sfeer doet vertrouwd aan en de mensen zijn er bijzonder aardig, vergeleken bij de in het algemeen toch wat koele Parijzenaren.

Tegen sluitingstijd probeert een Ferdinand-achtig meisje ons nog mee te lokken naar een leuke ‘dancing’. Een aanlokkelijk plan maar we zien er toch maar vanaf. We rekenen af. Amper honderd piek, dát valt mee.  “A demain, flamands,” zwaait de barman.

Even nog lijkt de avond verwoest door een vergeten zwart-paars mutsje, diezelfde ochtend aangeschaft op de Marché aux Puces. Maar ach, er zijn ergere dingen in deze wereld, zoals geraakt worden door een onoplettende Franse taxichauffeur. En díe weten we net te ontspringen.

Te voet op weg naar het hotel. Een clochard vervolgt zijn pad langs de Seine. De maan boven de Notre Dame. Parijs in oktober.  

                                                                  

© Lydia van der Weide

                                                           

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide