• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Kronkel » column ...


Het pakketje

Het begon allemaal met een vreemd, vergeten pakketje. Anna, één van de favoriete barkeepsters van ons café, vond het op een tafel bijna achterin. “Van wie is dit?” riep ze rond, maar niemand antwoordde. Ze wilde het al achter de bar leggen, voor als iemand erom zou vragen, tot ze het eens goed bekeek. Het was ingepakt in krantenpapier. Plotseling zag ze staan: ‘Voor Anna. Omdat je de allermooiste bent.’

Verbaasd liet ze het ons, de klanten aan de bar, zien. ”Kijk nu eens! Ik heb wat gekregen! ” Een beetje achterdochtig pakte ze het uit. Nadat ze alle kranten had afgewikkeld, hield ze een klein zakje over. Er zaten twee oorbellen in. Best duur, zo te zien. Anna stond er verbijsterd naar te kijken. Wij vonden het heel grappig. ”Je hebt een aanbidder, Anna!” klonk het. ”Ze zijn erg bijzonder, ” zei ze aarzelend. ‘Maar, eh, wat moet ik hier nu mee?’ Tja, wat een vreemde zaak. Hoe lang had het cadeautje daar al op tafel gelegen? Wie had daar gezeten? En was diegene nu al weg, of stond hij quasi-verbaasd mee te gluren? “Ach, weet je, ik doe ze gewoon in,” lachte Anna toen. Ze stonden prachtig.

Een week later waren we het voorval al haast vergeten, toen iemand een witte envelop vond onder een krant. ‘Voor Anna’ stond erop. Anna werkte niet die avond, maar was toevallig wel aanwezig. “Vast een bericht van mijn aanbidder,” zei ze met een glimlach. Ze had gelijk. Een romantische kaart met hartjes. ‘Ik zie dat je mijn oorbellen vaak draagt. Goed zo. Ze zijn heel mooi. Maar niet zo mooi als jij’ stond erop. Anna bloosde er haast van. Ze bleef de kaart bestuderen. Toen stak ze haar glas omhoog en riep door de zaak: “Mocht mijn aanbidder hier nog zijn en dit horen: bedankt hè!”

Vanaf die avond werden er vaker enveloppen gevonden. Het leek wel een spel. Iedereen keek uit naar kaarten die her en der verstopt waren in het café. Soms vonden we dagen niets, dan weer lag er één onder een schaakbord. Of in een tijdschrift, argeloos neergegooid. Iedereen probeerde de identiteit van Anna’s aanbidder te achterhalen, maar dat lukte niet. Met zo’n veertig, vijftig vaste klanten en ook nog een hoop wisselende bezoekers, was het lastig raden wie dit deed.

Het waren lieve kaartjes, vol complimentjes aan Anna. Volgens de schrijver moest Anna weten wie hij was. ‘Denk nou goed na, ík ben het: je lachte deze week nog heel lief naar mij. Ik weet dat daar meer achter zit.’ Maar Anna had geen idee. Ze kon met zoveel mensen goed opschieten. Ze lachte tegen iedereen, zat altijd vol grapjes. Wie was het toch die een speciaal gevoel voor haar had opgevat en meende dat het wederzijds was? En als hij dat dacht, waarom maakte hij zich niet gewoon bekend?

Op een gegeven moment kregen de kaartjes een grimmig tintje. Het sloop er langzaam in. ‘Jammer dat je niet weet wie ik ben, dat valt me toch wat tegen’ schreef hij eerst. Daarna: ‘Ik dacht dat wij zo’n bijzondere band hadden. Maar je speelt dus alleen toneel. Ik vind het trouwens lullig van je dat je mijn kaarten aan iedereen laat lezen.’ Toen ze het kaartje vond met de tekst: ‘Jij bent gewoon niet te vertrouwen, waarom val ik eigenlijk op jou? Trut!’ vond Anna het niet leuk meer. Wij ook niet. Wat was dit voor een mafkees met z’n oorbellen en kaartjes? We gingen nog beter opletten. Mensen begonnen elkaar te verdenken. De sfeer in het café werd er niet beter op. Anna werd steeds stiller, de oorbellen droeg ze niet meer. En toen ze voor de derde keer in één week haar fiets met een lekke band aantrof, buiten bij het café, barstte ze in tranen uit. Ze begon haar diensten af te zeggen. De kaartjes bleven komen, maar waren nu ronduit beledigend. Anna wilde ze niet meer lezen. Wij maakten ze open en bestudeerden het handschrift nauwkeurig, maar we herkenden het niet. Er werd geroddeld en sommige klanten werden weggekeken; ten onrechte merkten we later, als er toch weer een kaartje lag.

Toen Anna al twee weken niet meer gewerkt had, stond ze op een avond weer achter de bar. “Ik laat me niet kisten door zo’n idioot,” zei ze. “Ik wil nóóit meer iets over kaartjes of over pakjes voor mij horen. Ik gooi alles direct weg. Ik laat me niet langer gek maken!”

Drie dagen later stond ze ‘s avonds in haar eentje de kas op te maken. Het was al ruim na sluitingstijd, alle klanten waren weg, behalve Iwan, een stamgast en goede vriend. Totaal onverwachts klonk er een hels kabaal en vloog er een steen door de ruit. Er zat een briefje omheen: ‘De volgende keer raakt zo’n steen jouw huichelachtige rotgezicht, Anna.’

Iwan stond erop de politie te bellen. Er is een onderzoek geweest. Maar ook na drie jaar is het mysterie rond Anna’s aanbidder niet opgehelderd. Na de steen zijn er geen kaartjes meer gevonden. Maar Anna heeft nooit meer achter de bar gewerkt. Ze is zelfs nooit meer langs geweest.

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide