• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Kronkel » column ...


De getrouwde minnaar

Marie is een trouwe bezoekster van ons café. Het kan gebeuren dat ze maanden niet komt, maar vroeg of laat duikt ze weer op. Altijd uitbundig, altijd gul. “Doe die jongens aan de bar er nog één!” Vaak raakt ze aangeschoten. Soms erg dronken. Dan hangt ze “de jongens” om hun nek en lacht haar rode wijnwalm in hun gezicht. Ze is een mooie vrouw en zoveel mooie vrouwen komen er niet bij ons. Dus de uitverkorene van die avond slaat blijmoedig zijn arm om haar heen en ruikt stiekem aan haar rode haar. Nooit laat ze veel los over zichzelf. Ze is een goede fee die vrolijkheid tovert ons café en dan weer oplost in de Amsterdamse anonimiteit.

Op de avond van 9 maart is het erg rustig in de kroeg. Marie heeft uitgebreid de krant gelezen. Twee koffie met vijf Amaretto. Ik maak de kassa op en verheug me op mijn warme bed. Onverwachts grijpt Marie m’n hand. “Ga zo nog even met me mee.” Ik mompel iets over poezen die uitgehongerd op me wachten. “Alsjeblieft? Ik wil niet alleen zijn vanavond. Eén drankje! Eén!” “Ik moet morgen vroeg op,” probeer ik nog.

Even later zitten we in een duister kroegje. James Brown op de achtergrond. Marie heft haar glas. “Proost je op me? Ik ben jarig. Ik ben net om middernacht vijftig geworden.”  Ze slaat haar whisky in één slok achterover. “Barman! Doe me er nog!” Ze haalt diep adem en zegt dan:

“Dit is echt zo’n dag dat ik hem weer zo ontzettend mis. Ik snap het niet; het gaat maar niet over. Hé, drink je wijn op. Nog een?” Met onvaste stem vertelt ze over haar grote liefde.

Tweeëntwintig jaar lang had Marie een verhouding. Met een getrouwde man, twaalf jaar ouder dan zij. Meer dan twintig jaar wachten, hopen, dromen. “Weet je, de eerste paar jaar vond ik het eigenlijk niet zo erg. Het had wel iets spannends, zo’n geheime relatie. Bovendien wilde ik toch niet samenwonen, geen kinderen. Ik was lekker vrij, hoefde geen vieze sokken te wassen en had toch de liefste en meest attente minnaar van de wereld. Pas later kwamen de problemen. Ik wilde hem voor mezelf; hij kon niet kiezen. Hij wilde z’n vrouw en z’n kinderen niet in de steek laten. Hij voelde zich te verantwoordelijk voor hen. We hebben wel honderd keer afscheid genomen. En wel honderd keer konden we het niet volhouden. En dan begon alles weer opnieuw. We waren zo gek op elkaar. Tweeëntwintig jaar. Twee-en-twin-tig jaar!! Onvoorstelbaar, vind je niet?”

Er gaat een mobiele telefoon in de nachtkroeg. Marie giechelt en morst wat van haar whisky. “Hoor je dat? Weet je wat die uitvinding voor mij betekende? De ultieme bevrijding. Het niet meer thuis hoeven posten naast de telefoon. Het niet meer gehaast boodschappen doen. Want stel je voor, stel je toch eens voor dat hij belt of hij langs kan komen. En ik ben er niet. Een verloren kans.” Ze steekt een sigaret op. Haar hand trilt. “Z’n vrouw is erachter gekomen. Natuurlijk. Een drama, een tragedie, dat was het. Hij is toen drie weken bij mij ingetrokken. Maar ja, opeens 24 uur per dag zo’n man over de vloer, dat valt niet mee. En zijn vrouw ondertussen maar hysterisch bellen, dat ze er een einde aan zou maken, dat ze het niet zou redden alleen, dat hij de kinderen nooit meer mocht zien.... Na drie weken is hij gezwicht. Hij kon de druk niet meer aan. Ik óók niet trouwens. Het leek ons het beste dat hij tijdelijk weer zou teruggaan, tot de situatie wat stabieler was. Dat ‘tijdelijk’ werd weer veel langer natuurlijk. En toch ben ik er niet mee gekapt. Het is niet te geloven.” Ze schudt haar hoofd. Haar rode haren zwaaien mee. “Het is echt niet te geloven.” En ze vervolgt: “Zijn vrouw is daarna altijd achterdochtig en ongelukkig gebleven. En niet zo gek ook: hij bleef mij zien, in het geheim.”

Ze vertelde hoe haar minnaar haar drie jaar geleden opnieuw beloofde om écht voor haar te kiezen. Na de vakantie met zijn vrouw en kinderen zou hij voorgoed thuis weggaan. Maar op de dag dat hij terug zou komen, hoorde ze niets van hem. Een hele week niet. “Dat was nog nooit voorgekomen! De paniek, de zenuwen... De angst dat er iets met hem gebeurd zou zijn. Verschrikkelijk.” Pas na een paar weken vond ze de moed om bij zijn huis te gaan kijken. Een paar uur lang zat ze verscholen achter een krant op een bankje zestig meter van zijn huis. En opeens liep hij daar aan de overkant van de straat; springlevend, blakend van gezondheid. Messcherp drong tot haar door dat hij simpelweg niet de moed had gehad om haar te vertellen dat hij zich toch weer bedacht had. De lafaard.

Tegen deze laatste druppel verraad was ze niet bestand. De zoveelste onwaarheid in het spinnenweb van leugens dat haar leven al jaren was. ‘s Avonds nam ze al haar slaappillen in. En ging in bad. Kaarsjes, flesje wijn. Sigaretten. Muziekje op de achtergrond. De pillen hadden haar een heel sereen gevoel gegeven. Haar tranen die in het water drupten, leken mee te druppen op de maat van de klassieke muziek. Hoe poëtisch. Hoe verschrikkelijk banaal.

Kil was de witte kamer waar ze wakker werd. Hij was niet gekomen. Niet één keer. Haar vriendin had hem gebeld. Hij had gehuild aan de telefoon. Maar hij was níet gekomen. Ze had hem nooit meer gezien.

“Ik begrijp het wel hoor,” zegt Marie. “Hij kan het gewoon niet aan. Hij moet elke dag leven met het schuldgevoel dat hij drie levens heeft verwoest. Dat van mij en dat van zijn vrouw. En dat van hemzelf. Het is gewoon mijn eigen schuld. Ik had hem lang geleden al de deur moeten wijzen. Niet dat halfslachtige gedoe.” Ze inhaleert diep van haar sigaret. Ze staart een tijdje zwijgend voor zich uit.

“Maar weet je,” fluistert ze dan op met overslaande stem, opeens heel stellig. Haar ogen flonkeren. “Ooit kiest hij voor mij. Ik weet het zeker. Echt hoor. Het is gewoon een kwestie van tijd. Op een dag staat hij voor mijn deur. En dan blijven we altijd bij elkaar. Geloof me maar, ik weet het zeker. Hij kan niet zonder mij. Hij komt bij me terug.” Dan stoot ze haar glas om. Whisky druppelt op de grond. “Barman! Doe me er nog één!” Een sliertje speeksel druipt langs haar kin.

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide