• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers Kronkel column ...


Dag Meneer

De koude wind die in ons café is opgestoken sinds de dood van een andere trouwe bezoeker, is toegenomen. In mijn eigen hart woedt een orkaan. Micha, sinds jaar en dag een vrolijke stamgast, wordt vermist in Thailand. De meesten van ons kennen hem al meer dan twintig jaar.

Hoewel zijn vermissing min of meer samenvalt met de afschuwelijke tsunami, is er geen direct verband. We weten dat Micha ergens anders heen ging: naar het oostelijke eilandje Koh Tao. Daar mailde hij nog naar zijn ouders. Nu al bijna twee weken geen enkel levensteken. Het vliegtuig waar hij in hoorde te zitten, landde op Schiphol met een lege plek. Hij blijkt sinds twee weken geen geld meer te hebben opgenomen. Het ziet er heel slecht uit.

Iedereen in ons café is aangeslagen. Maar velen weigeren de hoop te verliezen. “Micha was een ras-chaoot, dat weet je toch? Hij wist alles kwijt te raken; nu ook zichzelf. Die zit gewoon ergens op een onbewoond eilandje!” Hoopvol zeggen we het tegen elkaar. We proberen onze angst te bezweren. Maar we weten dat dit te ver gaat, veel te ver. Micha was warrig, maar verstandig. Hij zou anderen nooit onnodig ongerust maken.

Zelf ben ik sprakeloos. Micha is voor mij méér dan een vaste gast die vaak bij me aan de bar zit: hij is al bijna tien jaar een bijzondere vriend. Met wie ik kan praten, lachen en roddelen. Met wie ik geheimen uitwissel. En bij wie ik kan uithuilen. Onze gekke bijnamen voor elkaar, ‘mevrouw’ en ‘meneer’, zijn zo ingeburgerd dat haast iedereen weet wie ik aan de telefoon heb, als ik reageer met ‘Hé meneer’ en andere klanten mij aanstoten als ik niet hoor dat hij me bij het weggaan naroept: ‘Dag mevrouw’! Mensen die mij echt goed kennen, zijn er weinig. Micha is er één. Sinds vier jaar is hij ook nog eens mijn baas bij een klein IT-bedrijf.

Dagenlang ben ik te verbijsterd om te huilen. Zijn vermissing lijkt niet tot me door te dringen. Dit kan toch niet, dit is toch gewoon onmogelijk? Dan, eindelijk, midden in de nacht, komen de tranen. Een hete douche verwarmt me niet.

De tranen zetten door wanneer niet veel later blijkt dat er geen hoop meer is. Micha werd voor het laatst gesignaleerd tijdens een boottocht rond het eiland. Bij de laatste tussenstop ging hij snorkelen. Hij kwam niet meer terug. Er stond een harde wind, een sterke stroming richting zee. Hoewel zijn lichaam niet gevonden is, kan het niet anders of hij is verdronken. Veel, heel veel mensen zijn intens verdrietig. Zijn familie, zijn vrienden, zijn collega’s.

En ik. ’s Nachts zie ik hem voor me, steeds opnieuw. En ik vecht tegen dat beeld, net zoals hij tegen het water gevochten moet hebben. Urenlang maalt door mijn hoofd: ‘nooit meer’. Geen maandelijkse bezoekjes meer bij hem thuis om samen zijn persoonlijke administratie te doen. Geen paniek meer om een onbetaalde boete of belastingaanslag. Nooit meer een hapje eten bij de Turk om te vieren dat het allemaal wel weer meeviel. Nooit meer doorzakken tot diep in de nacht en dan aangeschoten, openhartige gesprekken voeren. Nooit meer flauwe geintjes per mail.

Nooit meer. De woorden klinken hard en hol in mijn hoofd.

Ook nooit meer zijn trekjes waar ik me wel eens aan ergerde. Zijn eeuwige te laat komen, zijn eindeloze uitstellen. Zijn nachtelijk gebel, in de veronderstelling dat iedereen net zo’n nachtuil is als hij. Maar eindelijk snap ik het: over de doden niets dan goeds. Inderdaad. Want alles, alles valt in het niet. Het telt niet meer, het maakt niet uit. Wat alleen maar telt: zijn opgewekte gezicht, zijn hartelijke woorden, zijn sprankelende ogen na een stout grapje. Zijn opmerkzaamheid en zijn vindingrijkheid. Zijn uitbundige, harde lach, die ik overal zou herkennen.

Hij was een uniek mens. Onvervangbaar. Ik zal hem verschrikkelijk missen.

Zijn dood betekent ook een scheidslijn in mijn leven. Er is nu een ‘vroeger’, toen alleen oude(re) mensen stierven, of onbekenden, of mensen die ver van me af stonden. Maar dit is het bewijs: het kan dus echt. Iemand kan zomaar weg zijn. Iemand waar je veel van houdt, die net zo oud is als jij, die je over veertig jaar nog zou moeten kennen. Met wie je samen grapjes had moeten maken in het bejaardentehuis. Het kan dus écht.

Vanaf nu zal het altijd anders zijn. Deze koude wind zal niet meer gaan liggen.

Micha Leuw werd 36 jaar

Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide