• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Kronkel » column ...


Lost in Amsterdam

Op een woensdagmiddag rond borreltijd staat ze opeens aan de bar: een mooie, donkerharige vrouw. Ze ziet er elegant uit, chique bijna. Ze glimlacht verlegen. “Ik heb een gekke vraag,” zegt ze. Ze friemelt aan haar tasje. “Ik ben op zoek naar iemand. Iemand die ik al drieëntwintig jaar niet meer heb gezien.” Ze aarzelt. “Vroeger kwam hij hier, kan ik mij herinneren. Verder heb ik al van alles geprobeerd, maar ik kan niet achterhalen waar hij uithangt. Jullie zijn mijn laatste hoop.”

Wij kijken geïnteresseerd. Dan zegt ze wie ze zoekt. Zou ze merken dat het even stil wordt, doodstil? Paul schraapt als eerste zijn keel. “Ja, die kennen we wel,” zegt hij dan. De vrouw lacht stralend. “Meen je dat echt? O, wat geweldig. Komt hij hier vaak?” Paul knikt langzaam. Dan vraagt hij: “Waar ken jij hem van?”

“Hij zat bij mij op school,” vertelt de vrouw. “In Beilen, Drente. In de vierde klas Atheneum werden we verliefd. Zoenen in het fietsenhok, briefjes doorgeven in de klas. Ik was stapelgek op hem. Drie jaar hadden we een relatie. Tot hij verhuisde naar Amsterdam. Om schrijver te worden, zei hij. Talent dat hij had! En praten als brugman hè.” Er klinkt liefde in haar stem. Dan krijgen haar ogen een trieste uitdrukking. “Ik heb hem nog een paar keer opgezocht maar ik paste niet meer in zijn leven, vond hij. Hij wilde de wereld veroveren met zijn gedichten, feest vieren met mooie vrouwen, uitgaan en veel geld verdienen. Ik, zijn jeugdliefde, paste niet in dat plaatje.” Ze kijkt even verdrietig. “Gehaat heb ik hem! Maar na drieëntwintig jaar zijn de scherpe kantjes er wel af.” Ze glimlacht berustend. “Ik heb altijd gedacht dat ik zijn naam wel ergens zou tegenkomen. Als beroemd schrijver, of politicus. Ik ben zo benieuwd wat er van hem is terechtgekomen. Vertel eens! Wat doet hij? Getrouwd, kinderen?”

We zijn stil. Gelukkig neemt Paul weer het woord. “Dat kan maar beter een verrassing blijven voor als je hem ziet,” zegt hij. Schichtig kijkt hij ons aan.

Wij kennen hem allemaal, de man die zij zoekt. Mark van Boerhaave. Hij bezoekt ons café bijna dagelijks. Aan het begin van de avond komt hij binnen, diep in de nacht gaat hij weg. Hij zit en staart wat voor zich uit. Soms leest hij de krant, of speelt een potje kaart. Als hij niet wint, wordt hij driftig. Vaak laten we hem winnen, dat is veiliger en beter. Hij is niet erg aanspreekbaar, Mark. Als jonge god kwam hij hier ooit in het café. Vol bravoure, een gulle lach. Een provinciaal in de grote stad, trappelend om alles uit zijn nieuwe leven te halen wat er in zat. En succes had hij: zijn studie Nederlands liep als een trein, alle meiden vielen op hem. Mark ging uit, haalde nachten door. En hij ging drugs gebruiken. Niet veel; af en toe maar. Wiet, speed en soms wat LSD.

En toen, ergens onderweg, is het fout gegaan. Hij raakte in een psychose tijdens een LSD-trip. Hij dacht dat hij kon vliegen, kon zweven. Hij is van een brug gesprongen en uit de gracht gevist. Ze waren net op tijd.

De kortsluiting in zijn hoofd is gebleven. Acht jaar lang is hij opgenomen geweest op een gesloten afdeling. Sinds dertien jaar woont hij onder begeleiding in de stad. Soms heeft hij een terugval, maar het gaat nu al drie jaar ‘goed’. Mark is een schim van wie hij vroeger was. Vijfenveertig kilo is hij aangekomen. Tanden heeft hij niet meer, alleen nog wat bruine stompjes. Zijn haar hangt in lange grijze dreadlocks over zijn rug. Hij komt nog steeds bij ons in het café, natuurlijk. Bij ons is altijd plek.

Het is bijna zes uur, vaste tijd waarop Mark komt. “We zullen doorgeven dat je bent geweest,” proberen we de elegante vrouw te lozen. “Laat je nummer maar achter, misschien belt hij je wel.” De vrouw doet haar jas aan en maakt aanstalten om weg te gaan.

Te laat. Mark komt binnen. We houden onze adem in. De vrouw kijkt dwars door hem heen naar buiten. “Gelukkig, het regent niet meer.”

“Weet je,” vervolgt ze dan, “ik kom binnenkort nog wel een keertje terug. Misschien dat ik hem dan zie.”

Ze draait zich om en loopt naar de deur. Ze passeert haar oude liefde op amper een halve meter afstand. Ze deinst een stukje terug; Mark ruikt niet altijd even fris, dat weten wij uit ervaring. “Doen jullie hem de groeten?” roept ze vanaf de deur. Mark kijkt haar glazig na. Hij snuift de parfumlucht op die nog in het café hangt.

Dan gaat hij zitten. “Iemand toepen?”

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide