• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Kronkel » column ...


Rickie

Vandaag was hij er weer. Rick. Met zijn waterpistool dook hij weg achter de tafels en probeerde onopgemerkt de bar te bereiken: “Handen omhoog of ik schiet!”  Hij heeft blonde sprietharen, onze allerjongste stamgast. “Je kop lijkt wel een wc-borstel,” pest ik hem altijd. “Nee-hee, niet waaaar!” roept hij dan. 

Rick is twaalf en alcohol vindt hij vies. Cola, dat wil hij, in hele grote glazen. Hij drinkt er wel vier achter elkaar en laat dan een harde boer. Zijn blauwe ogen stralen. “Hard kan ik dat hè!” Hij rolt van zijn kruk van het lachen.

Al jaren kun je Rick tegenkomen, struinend over onze gracht, op elk tijdstip van de dag. Én van de nacht. Regelmatig zit hij tot in de vroege uurtjes bij ons in het café. Hoe het met school zit weet niemand. Wel hebben we ontdekt dat Rick amper kan lezen. Je zou denken: dat bestaat niet in Amsterdam. Maar het bestaat.

Rick woont naast onze kroeg. Zijn moeder is met de noorderzon vertrokken, z’n vader is zwaar alcoholist. Het is een joviale man met een plat Amsterdams accent. Zijn driftbuien, die berucht zijn in de hele buurt.

“Zorgt je vader wel goed voor je?” vraag ik Rick wel eens. Zijn ondeugende ogen schieten alle kanten op. “Tuurlijk!”. “Let hij er wel op dat jij naar school gaat?” Rick wringt zich uit mijn houtgreep. “Haha, je kan me toch niet aan,” roept hij en rent naar de andere kant van de bar. Hij maakt een lange neus naar me. “Hihi, wat een oen ben jij!”

Vanavond zit hij weer aan de bar. Hij drinkt wel tien cola en eet zeven zakjes chips leeg. Hij lacht en grapt en grolt. Wat is hij vermoeiend, maar wat zijn we dol op Rick. Ik kietel hem, tot hij over de grond rolt en om genade smeekt.

Dan, rond middernacht komt zijn vader Frans binnen. Hij laat zijn schaterlach door de kroeg rollen, tot die overgaat in een immense hoestbui. Hij waggelt en leunt op een vrouw met hooggeblondeerd haar. Rick duikt weg: “Wat is dat nou weer voor een mens!” Vanaf achter een paar kratten bekijkt hij de vrouw met argusogen. “Zie je, ze kan haar ogen niet eens open houden!” “Twee whisky,” roept Frans. “En doe de rest van de zaak ook wat!” “Hij is weer dronken.” Rick fluistert het verontwaardigd. Dan rent hij naar mij. “Luister eens! Ik heb een plan! Waarom neem jij mijn vader niet? Dan wordt je mijn moeder. Dan kan je me elke dag de kieteldood geven!” Hij prikt me in mijn buik

Zijn vraag ontroert me. Lieve Rick.

Om half één gaat zijn vader weg. “Even naar het casino,” lispelt hij, “ik kom zo terug en dan krijgt iedereen nog een rondje.” “Moet Rick niet naar bed?” vraag ik. Rick heeft geen sleutel van zijn huis. “Die raakt hij toch maar kwijt,” meent zijn vader altijd, “en ik ben er toch om hem er in te laten?”  Frans zwalkt richting de buitendeur. “Ik ben zo terug! Echt hoor. Geef die zoon van me nog een cola.” Onderweg pakt hij Rick even bij een oor. “Gedraag je hè!”

We zien Frans niet terug.

Om twee uur ‘s nachts staan we bij mijn fiets, Rick en ik. Hij stuitert nog van de energie. “Ik wil bij jou logeren! Ik wil je katten ontmoeten!” Ik staar over de gracht. Wat moet ik doen? “Rick, we kunnen misschien beter je vader zoeken. Je kan toch niet zomaar met mij mee? Je mag best mijn poezen eens zien, maar niet nu. Waar zou je vader kunnen uithangen? Kun je hem niet even bellen? Laat mij dan met hem praten.”

Rick luistert niet meer. “Daaaaa-haaaaaag,” roept hij over de gracht terwijl hij razendsnel een zijstraat inrent.  “Pas goed op jezelf!” roep ik door de inktzwarte nacht. “Tuurlijk, daaa-haaag!”

De echo van zijn groet klinkt na in mijn hoofd totdat ik thuis ben. 

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide