• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Kronkel » column ...


Sint Juttemis

Deze vrijdag is het druk in ons café. Het is vol met stamgasten én er vindt hier vanavond een werkuitje plaats. De grote ronde tafel is bezet door acht IT’ers. En wel van een heel apart kaliber. “Wij vieren Sint Juttemis”, zegt Edo trots, toen hij de eerste drankjes bestelde. Hij is één van de bazen van het bedrijf en tevens meubilair van ons café. Hij gniffelt. “Ons kerstuitje is in het water gevallen doordat we op de vrijdag voor kerst dachten dat we nog wel ergens een tafel zouden kunnen reserveren. Bovendien waren alle bedrijfspasjes opgegeten door de pinautomaat en degene die voor de borrelhappen op kantoor zou zorgen, was zijn portemonnee kwijt. Toen zijn we maar naar huis gegaan, zonder het lot verder te tarten. Maar nu, op vrijdag zeven maart, vonden we het een prachtige dag om Sint Juttemis te vieren.”

Edo en Paul hebben een eigen IT-bedrijf en maar liefst acht man personeel in dienst. We zijn nu aan het idee gewend en we weten dat het bedrijf goed loopt, maar in het begin vroegen we ons wel eens af hoe het in hemelsnaam kon overleven. Want Edo en Paul zijn niet het schoolvoorbeeld van ‘directeur’. Er gaat geen week voorbij of we vinden restantjes van Edo’s bezoek aan ons café; een achtergebleven plastic tas, een handschoen. En wanneer uit een hoek een belletje klinkt, weten we het meteen: Edo is zijn mobiele telefoon weer vergeten. Het liefst loopt hij op sokken en zijn kraagje zit nooit goed. Het mooiste is dat hij een keer op straat een veter uit zijn schoen verloren is. Hij bleef een week lang zo doorlopen. Zijn vader kon het na een paar dagen niet langer aanzien en stopte een nieuwe veter bij Edo in de brievenbus. Die Edo niet vond overigens, want in de brievenbus kijken is altijd zo’n gedoe, nietwaar. Zijn vader, ook bezoeker van ons café, verzucht met regelmaat: “Hoe die zoon van mij in godsnaam zijn eigen bedrijf runt, mag Joost weten. En hij heeft nog wel de netste moeder van Amsterdam!” “Nou, dan moet hij zijn slordigheid toch van iemand anders hebben” grappen wij.

Edo’s partner Paul is bijna net zo erg. Hij ziet er dan wel keurig en verzorgd uit (wij vermoeden een ijverige vrouwenhand) maar we weten best hoe het met zijn administratie is gesteld. Wanneer de boekhouder dreigt langs te komen, heeft Paul wekenlang angstdromen. De nacht voor het bezoek wordt zelfs de vloerbedekking in zijn werkkamer losgetrokken om laatste gegevens boven water te halen.

Beide heren houden van uitslapen en er wordt gefluisterd dat ze nooit voor twee uur ‘s middags op het werk verschijnen.  Het schijnt dat door het hele kantoor snoeren lopen waar je haast je nek over breekt en er staan kartonnen dozen over de computerschermen, die fungeren als zonwering. Wanneer er iemand jarig is, krijgt hij een nieuwe doos. Met grote regelmaat valt er niets te lunchen, maar zonder drank zit het bedrijfje nóóit.

Wie het clubje vanavond ziet zitten daar aan de ronde tafel, zou zich kunnen afvragen, wat is dat toch voor een voor een warrig zootje ongeregeld? Maar schijn bedriegt. De IT crisis gaat aan hen voorbij. Allen zijn het briljante programmeurs die meer dan genoeg werk weten binnen te slepen. En dat niet alleen. Het zijn ook allemaal uitstekende schakers. Geen huis-tuin- en keukenschakers, nee, het soort wat toernooien speelt, de hele wereld over reist en er een hoop geld mee verdient.

Om drie uur ‘s nachts rollen deze wonderlijke computernerds aangeschoten de zaak uit. “Wanneer vindt Sint Juttemis volgend jaar plaats?” roep ik ze na. Edo draait zich om. “Nog geen idee”, zegt hij. “Ik denk op de dag, dat de kalveren op het ijs dansen.”

Opgedragen aan Micha Leuw

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide