• start
  • biografie
  • opdrachtgever
  • nieuw 10
  • contact
  • oproep

Opdrachtgevers » Kronkel » artikel ...


Interview met Hans Dorrestein

“Mijn ervaringen met de psychiatrie zijn heel positief. Ik zou het iedereen, die op sterven na dood van ellende is, aanraden. Toch wil ik er zelf nooit meer iets mee te maken hebben. Ik wil űberhaupt geen steun meer. Van niemand. Het maakt je alleen maar kwetsbaar.”

Hans Dorrestein:

“In 1986 raakte ik zwaar overspannen. Ik was volkomen uitgeput, door mijn werk maar vooral door mijn mislukte huwelijk. Ik ging voor een gesprek naar een psychiater van een inrichting en die zei toen dat het hem verstandig leek dat ik maar meteen bleef. Nou, dat heb ik maar gedaan.

Ik heb een heel bijzondere tijd gehad daar. Ik heb me werkelijk kapot gelachen! Ik belandde tussen allemaal hele leuke maffe mensen en we hadden ontzettend veel lol. Als het niet goed met je gaat, kun je erg veel steun hebben aan je medepatiënten. Ik volgde creatieve therapie, daar waren we de hele dag aan het pottenbakken. Jawel, ik praat er met veel spot over. De begeleider van ons overspannen kneuzen had enorm veel schik in zijn werk en maakte constant grapjes. Toen ik de eerste dag binnenstapte zei hij: “Voor een gek lijk jij wel erg op Hans Dorrenstein!” Al mijn medekneuzen waren geschokt, maar ik vind het woord ‘gek’ helemaal niet erg hoor. We waren toch ook gek? Niet gevaarlijk gek nee, maar wel behoorlijk geschift! Bij die creatieve therapie heb ik als een razende krokodillen zitten maken. Verder speelde ik in een verlaten kerkgebouw veel op een vleugel. Eindelijk had ik tijd om moeilijke stukken van onder meer Chopin en Bach in te studeren! Het grote verschil tussen mij en mijn medegekken was, dat ik een doel in mijn leven had. Ik wilde ooit nog eens een heel mooi lied maken. Veel anderen hadden geen doel: hun leven was ingestort en ze wisten niet om wat voor reden ze in godsnaam uit het dal zouden krabbelen. Ik had medelijden met hen: een doel versnelt absoluut het genezingsproces. Binnen vier maanden werd ik de straat weer opgestuurd en nog een paar maanden later trad ik alweer op. Ik heb veel baat gehad bij mijn opname. Het was echt nodig dat ik bewaakt en verzorgd werd. Het is overigens de enige periode in mijn leven geweest dat ik vrij was van schuldgevoel. Schuld vrat en vreet mij op, maar het personeel benadrukte toentertijd iedere dag dat dat onzin was.

Na deze periode heb ik nog wel eens ‘inzinkingen’ gehad, om het zo maar te noemen. Maar ik peins er niet over om nogmaals hulp te zoeken. Ik hoef geen hulp meer. Ik ga liever dood dan nog eens ‘geholpen’ worden. Ik wil nooit meer met een psychiater praten. Ik vind hun vakgebied toch enorm willekeurig, iedereen pakt het anders aan. Er zijn geen vaste regels. Volgens mij kun je net zo goed door een nachtaapje of een zeehond worden geholpen. Die geven ook steun en warmte. Toch, en ik weet dat het tegenstrijdig klinkt, zou ik iedereen in geestelijk nood aanraden om zich tot de psychische hulpverlening te wenden. En laat niemand zo dom zijn om geneesmiddelen te weigeren. Als je in de war bent, ben je niet tot een oordeel in staat. Vertrouw dan maar op de geneesmiddelen die ze je voorschrijven.”

© Lydia van der Weide

Ga pagina terug  Ga naar boven

Heb je ook een interessant verhaal dat je (anoniem) in een tijdschift zou willen vertellen? Stuur dan een mail naar


© Lydia van der Weide